Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7474

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
21-09-2018
Zaaknummer
C/15/275698 / JU RK 18-1146
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

“Toewijzing van het verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing conform artikel 1:263 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek. Er moet worden getracht de vader door middel van bepaling van een dwangsom krachtens artikel 611a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de in de schriftelijke aanwijzing vervatte verplichtingen na te laten komen. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verzochte dwangsom bij niet nakoming van de verplichtingen kan worden toegewezen”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2018-0238
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Haarlem

zaaknummer: C/15/275698 / JU RK 18-1146 (verlenging ondertoezichtstelling) C/15/276475 / JU RK 18-1257 (bekrachtiging schriftelijke aanwijzing)

datum uitspraak: 7 augustus 2018

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en conflictbehandeling schriftelijke aanwijzing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming (Regio Amsterdam),

hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

betreffende de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder

wonende te [plaats] ,

[de vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [plaats] .

1 Het procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de GI van 21 juni 2018, ingekomen bij de griffie op 27 juni 2018;

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de GI van 27 juni 2018, ingekomen bij de griffie op 29 juni 2018.

1.2

Op 7 augustus 2018 heeft de kinderrechter de zaken tegelijk behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn verschenen en gehoord:

  • -

    de moeder;

  • -

    de GI, vertegenwoordigd door [medewerker GI] .

1.3

De vader is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

1.4

[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord door de kinderrechter. Hij heeft hier echter geen gebruik van gemaakt.

2 De feiten

2.1

Het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [minderjarige] woont bij de moeder.

2.2

Bij beschikking van 22 augustus 2017 is de minderjarige [minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling thans nog voortduur tot 22 augustus 2018.

2.3

De GI heeft op 15 maart 2018 een schriftelijke aanwijzingen gegeven aan de vader. Hierin is kort samengevat opgenomen dat de vader contact dient te onderhouden met de gezinsmanager door te reageren op telefoongesprekken, e-mails en brieven van de gezinsmanager. Voorts dient de vader aanwezig te zijn bij gesprekken met de gezinsmanager, waarbij ook de moeder aanwezig kan zijn. Tot slot dient de vader medewerking te verlenen aan de door de GI geïndiceerde hulpverlening voor [minderjarige] .

3 De verzoeken

3.1

De GI heeft bij verzoekschrift van 21 juni 2018 verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ter zitting heeft de GI toegelicht dat een verlenging noodzakelijk is om de emotionele veiligheid van [minderjarige] te kunnen waarborgen. De GI kan onvoldoende inschatten wat de gevolgen zijn van een co-ouderschapsregeling, waarbij geen contact mogelijk is tussen de ouders. Er is ook geheel geen zicht op de opvoedsituatie van [minderjarige] bij de vader. De sturende rol van de GI is nodig om de belangen van [minderjarige] te behartigen en de ontwikkelingsbedreiging op te heffen.

3.2

Bij verzoekschrift van 27 juni 2018 heeft de GI bekrachtiging van voornoemde schriftelijke aanwijzing van 15 maart 2018 verzocht. Tevens is verzocht een dwangsom op te leggen van € 50,- per keer dat de aanwijzing niet wordt nagekomen. Ter zitting is door de GI aangevoerd dat de vader de door de GI gegeven schriftelijke aanwijzing van 15 maart 2018 niet heeft opgevolgd. De GI heeft tot nu toe geen ingang bij de vader kunnen vinden. De vader houdt het contact af, reageert niet op berichten van de GI en verschijnt ook niet op afspraken. De samenwerking tussen de GI en de vader komt niet van de grond, terwijl het in het belang van [minderjarige] is dat er inzicht komt in zijn opvoedingssituatie bij de vader.

4 De standpunten van belanghebbenden

4.1

De moeder heeft zich ter zitting akkoord verklaard met het verzoek tot de verlenging van de ondertoezichtstelling. Ook acht zij het in het belang van [minderjarige] dat de vader gehoor geeft aan de schriftelijke aanwijzing. Zij zou graag willen dat het contact en de samenwerking met de vader zou verbeteren, omdat zij dit in het belang van [minderjarige] acht.

4.2

De vader is niet ter zitting verschenen en heeft ook verder geen verweer gevoerd.

5 De beoordeling

Ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling

5.1

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreiging bestaat uit het volgende. Sinds enige tijd is er sprake van een co-ouderschapsregeling die [minderjarige] heeft afgedwongen en door de vader wordt ondersteund. Ondertussen is er bij de vader geen enkele bereidheid om in het belang van [minderjarige] een samenwerking met de moeder aan te gaan teneinde het ouderschap gezamenlijk uit te voeren.

Het lukt de ouders al jarenlang niet met elkaar te communiceren. De communicatie verloopt via [minderjarige] die geparentificeerd gedrag laat zien en zich in een loyaliteitsconflict bevindt. Dit zorgt ervoor dat er voor [minderjarige] geen basisveiligheid gecreëerd kan worden, hetgeen een grote bedreiging vormt voor zijn algehele ontwikkeling. [minderjarige] zit in de puberteit en heeft precies in deze leeftijdsfase van sociaal-emotionele groei een stabiele en veilige thuissituatie nodig om van daaruit te kunnen experimenteren met gedrag en sociale contacten.

5.2

Het is de ouders de afgelopen periode nog steeds niet gelukt om uit deze situatie te komen, dingen met elkaar af te stemmen en op ouderniveau samen te werken. De moeder en [minderjarige] zijn met de GI in gesprek gegaan. De vader weigert tot op heden iedere vorm van contact met de GI waardoor er geen gericht plan van aanpak kan worden gemaakt. Daarnaast is er hierdoor geheel geen zicht gekomen op de opvoedsituatie van [minderjarige] bij de vader, terwijl hier vanuit de kinderbescherming wel zorgen over zijn geformuleerd. Het is dus van belang dat er binnen de ondertoezichtstelling zicht komt op de situatie bij de vader thuis en dat ook de vader zijn medewerking verleent aan het traject, met als doel dat [minderjarige] in de toekomst niet langer wordt ingezet in de strijd tussen zijn ouders.

5.3

Tevens blijkt dat de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreigingen noodzakelijk is, in dit geval niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. De vader houdt alle contact met de GI af en staat niet open voor hulpverlening.

5.4

Ten slotte lijkt geen sprake te zijn van een situatie waarin de verwachting niet gerechtvaardigd is, dat de ouders binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat zijn te dragen.

5.5

Uit het voorgaande volgt dat nog steeds is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen. Gelet op de aard en ernst van de problematiek en de te verwachten duur van de in te zetten hulpverlening, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen met een jaar.

Ten aanzien van de bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing

5.6

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de gezinsmanager herhaaldelijk en op verschillende manieren heeft getracht met de vader in contact te komen. De vader heeft echter alle het contact afgehouden en reageert nergens op.

Hierdoor is onvoldoende zicht op de opvoedingssituatie van [minderjarige] bij de vader, terwijl er wel zorgen zijn over zijn ontwikkeling. De vader heeft geen medewerking verleend aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling en de schriftelijke aanwijzing is noodzakelijk teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen. De kinderrechter zal het verzoek dan ook toewijzen en de schriftelijke aanwijzing conform artikel 1:263 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek bekrachtigen.

5.7

Vast staat dat de vader geen inzicht heeft gegeven in de opvoedingssituatie van [minderjarige] en niet heeft meegewerkt aan de hulpverlening. Nu de vader ook niet ter zitting is verschenen, valt niet te verwachten dat de enkele bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing ervoor zal zorgen dat de vader zich zal houden aan de in deze aanwijzing vervatte verplichtingen, te weten:

  1. De vader dient in het belang van [minderjarige] contact te onderhouden met de gezinsmanager door te reageren op telefoongesprekken, e-mails en (aangetekende) brieven van de gezinsmanager.

  2. De vader dient te verschijnen op de gesprekken met de gezinsmanager, waarbij ook de moeder aanwezig kan zijn.

  3. De vader dient zijn medewerking te verlenen aan de door de GI geïndiceerde hulpverlening voor [minderjarige] .

Er zal dan ook moeten worden getracht de vader door middel van bepaling van een dwangsom krachtens artikel 611a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de in de schriftelijke aanwijzing vervatte verplichtingen na te laten komen. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verzochte dwangsom bij niet nakoming van de verplichtingen kan worden toegewezen, zulks met ingang van 1 september 2018 om aldus de vader de gelegenheid te geven alsnog aan de in de schriftelijke aanwijzing vervatte verplichtingen te voldoen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

ten aanzien van zaaknummer C/15/275698 / JU RK 18-1146

6.1

verlengt de duur van de ondertoezichtstelling van de minderjarige [minderjarige] , met ingang van 22 augustus 2018 tot 22 augustus 2019;

6.2

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

ten aanzien van zaaknummer C/15/276475 / JU RK 18-1257

6.3

bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 15 maart 2018;

6.4

bepaalt dat de vader met ingang van 1 september 2018 voor iedere keer dat hij in gebreke blijft de schriftelijke aanwijzing van 15 maart 2018 en de daaruit voortvloeiende afspraken/verplichtingen na te komen, een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeurt ten bedrage van € 50,- (vijftig euro), met een maximum van € 5.000,- (vijfduizend euro);

6.5

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Goossens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Verberne als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2018.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 augustus 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Amsterdam