Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7408

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-08-2018
Datum publicatie
29-08-2018
Zaaknummer
C/15/275497 / KG ZA 18-455
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Erfdienstbaarheid.

Is voldaan aan veroordeling tot het verlenen van toegang tot een pad? Ja. De veroordeling verplicht eisers niet ertoe om gedaagden in staat te stellen een ongelimiteerde kring van derden toegang tot het lijdend erf te verschaffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/275497 / KG ZA 18-455

Vonnis in kort geding van 27 augustus 2018

in de zaak van

1 [eiser/verweerder1],

wonende te [woonplaats 1],

2. [eiser/verweerder2],

wonende te [woonplaats 1],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. P.F.P. Nabben te Haarlem,

tegen

1 [gedaagde/eiser1],

wonende te [woonplaats 1],

2. [gedaagde/eiser2],

wonende te [woonplaats 1],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. G.M. Pierik te Purmerend.

Partijen zullen hierna [eisers/verweerders] en [gedaagden/eisers] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie

  • -

    aantekeningen van de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eisers/verweerders]

  • -

    de pleitnota van [gedaagden/eisers]

  • -

    de aanhouding ten behoeve van een mogelijke schikking

  • -

    het verzoek om vonnis te wijzen.

1.2.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen [eisers/verweerders], bijgestaan door mr. Nabben voornoemd, en [gedaagden/eisers] bijgestaan door mr. Pierik voornoemd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagden/eisers] is eigenaar van de percelen kadastraal bekend [nummers].

2.2.

[eisers/verweerders] is eigenaar van de percelen kadastraal bekend [nummers] en mede-eigenaar van het perceel kadastraal bekend [nummers].

2.3.

Op vordering van [gedaagden/eisers] heeft de Rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 20 december 2017 (hierna: het vonnis) voor recht verklaard dat een recht van erfdienstbaarheid van weg bestaat ten behoeve van de percelen van [gedaagden/eisers] ten laste van de percelen waarvan [eisers/verweerders] (mede)eigenaar is.

2.4.

In het dictum van het vonnis staat onder meer het volgende:

"[…]

5.4.

beveelt Huijg dat hij het pad gelegen op het perceel gemeente [nummers] voortdurend toegankelijk houdt, zodat [gedaagden/eisers] het pad ongehinderd kunnen gebruiken om te komen van en te gaan naar de openbare weg naar respectievelijk van hun percelen kadastraal bekend gemeente [nummers];

5.5.

beveelt [eisers/verweerders] dat zij het pad gelegen op de percelen gemeente [nummers] voortdurend toegankelijk houden voor [gedaagden/eisers] door het hek te verwijderen en verwijderd te houden, dan wel [gedaagden/eisers] de toegangscode te verschaffen, zodat [gedaagden/eisers] het pad ongehinderd kunnen gebruiken om te komen van en te gaan naar de openbare weg naar respectievelijk van hun percelen kadastraal bekend gemeente [nummers], op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag dat zij vanaf een week na de betekening van dit vonnis in gebreke blijven aan dit bevel te voldoen met een maximum van € 50.000,00;

[…]"

2.5.

[gedaagden/eisers] heeft het vonnis op 22 december 2017 aan [eisers/verweerders] doen betekenen, met het bevel het pad per omgaande voor hen toegankelijk te houden, en het afsluitende hek te verwijderen dan wel hun de toegangscode te verschaffen van het hek dat het pad afsluit.

2.6.

Bedoeld hek is voorzien van een zogenaamde GSM-opener, die het hek opent indien met een vooraf geprogrammeerd telefoonnummer naar de opener wordt gebeld. [eisers/verweerders] heeft op 22 december 2017 per WhatsApp het telefoonnummer doorgegeven waarmee de GSM-opener kan worden geactiveerd. De volgende WhatsApp berichten van die dag luiden als volgt:

"[…]

[gedaagden/eisers]: Beste [eiser/verweerder1], bedankt voor je bericht. Als mijn vrouw / kind / ouders of ander bezoek dit nummer belt, kunnen ze er dan ook in? Gr [gedaagde/eiser1]

[eisers/verweerders]: Beste [gedaagde/eiser1], het werkt per telefoonnummer dat geprogrammeerd is. Desgewenst kan ik je vrouw morgen ook laten programmeren. Voor overigen moeten we maar even overleggen.

[…]"

2.7.

[eisers/verweerders] heeft op 27 december 2017 het 06-nummer van de gedaagde sub 2 aan lijst van geautoriseerde GSM-nummers toegevoegd. Na het verzoek van [gedaagden/eisers] om tevens vrienden en kennissen te autoriseren, heeft [eisers/verweerders] de GSM-opener uitgeschakeld, zodat het hek met de hand moest worden geopend.

2.8.

Op 14 januari 2018 hebben [eisers/verweerders] en [gedaagden/eisers] WhatsApps uitgewisseld met de volgende inhoud:

"[…]

[eisers/verweerders]: Beste [gedaagde/eiser1], wil je van mn spullen afblijven!

[gedaagden/eisers]: Beste [eiser/verweerder1] Wil jij ze dan niet in de weg leggen

[eisers/verweerders]: Beste [gedaagde/eiser1], je kunt er zowel links als rechts omheen en ze staan op de plek waar al jaren grasbalen staan, dank je, groet [eiser/verweerder1]

[gedaagden/eisers]: Ik niet dus ik probeerde je 1000 euro te besparen

[…]"

2.9.

Nadat het hek was beschadigd door hardhandig open en sluiten daarvan, heeft [eisers/verweerders] op 14 april 2018 de GSM-opener geheractiveerd.

2.10.

[eisers/verweerders] heeft begin juni 2018 besloten het aanvankelijk tegen het vonnis ingestelde hoger beroep in te trekken.

2.11.

Vanaf 5 juni 2018 hebben de advocaten van partijen per e-mail onderhandeld over het verstrekken van de inlogcodes van de GSM-opener aan [gedaagden/eisers] In dat kader heeft de advocaat van [eisers/verweerders] op 11 juni 2018 aan de advocaat van [gedaagden/eisers] de code voor het autoriseren van 10 GSM‑nummers verstrekt.

2.12.

Bij deurwaardersexploot van 15 juni 2018 heeft [gedaagden/eisers] aangezegd dat [eisers/verweerders] in strijd met het vonnis heeft gehandeld, met het bevel om binnen twee dagen € 50.000,00 aan dwangsommen aan hen te voldoen.

2.13.

De advocaat van [eisers/verweerders] heeft bij e-mail van 18 juni 2018 de code voor het verwijderen van GSM-nummers uit het bestand van de GSM-opener aan de advocaat van [gedaagden/eisers] doorgegeven.

2.14.

[gedaagden/eisers] heeft op 21 juni 2018 beslag gelegd op een vijftal bankrekeningen ten name van [eisers/verweerders] Tegen toezegging dat deze beslagen na storting van de geclaimde bedragen in depot zouden worden opgeheven hebben [eisers/verweerders] de beweerd volgelopen dwangsommen en kosten in depot gestort onder de advocaat van [gedaagden/eisers]

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eisers/verweerders] vordert – samengevat – primair alle (verdere) executiemaatregelen uit hoofde van het vonnis van 20 december 2017 te staken en gestaakt te houden, met veroordeling van [gedaagden/eisers] om het betaalde bedrag aan dwangsommen en kosten vrij te geven en aan [eisers/verweerders] terug te betalen. Subsidiair vordert [eisers/verweerders] de executie van het vonnis te schorsen, en de zaak op de voet van artikel 438 lid 3 Rv voor verdere behandeling te verwijzen naar de handelskamer van deze rechtbank.

3.2.

[gedaagden/eisers] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagden/eisers] vordert – samengevat – primair [eisers/verweerders] te bevelen het hek te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, tot een bedrag van € 100.000,00 is bereikt. Subsidiair vordert [gedaagden/eisers] het in het vonnis van 20 december 2018 bepaalde bedrag aan maximum te verbeuren dwangsommen te verhogen van € 50.000,00 tot € 100.000,00, of een ander bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht.

4.2.

[eisers/verweerders] voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De voorzieningenrechter ziet het vonnis van 20 december 2017 als toepassing van de regel die de Hoge Raad bij arrest van 23 juni 2006 heeft gegeven:

Ook ingeval een erf belast is met een erfdienstbaarheid van weg is de eigenaar dan dat erf bevoegd het af te sluiten met dien verstande dat hij gehouden is de eigenaar van het heersend erf de mogelijkheid te bieden zich op elk moment en zonder telkens afhankelijk te zijn van de directe medewerking van de eigenaar van het dienend erf, de toegang tot het erf te verschaffen ter uitoefening van de erfdienstbaarheid. Wanneer het dienend erf met een hek is afgesloten betekent dat dat de eigenaar van het dienend erf aan de eigenaar van het heersend erf permanent een sleutel ter beschikking stelt waarmee, tot het zojuist genoemde doel, het hek kan worden geopend. (NJ 2006, 352; ECLI:NL:HR:2006: AW6598).

5.2.

[eisers/verweerders] is bij het vonnis veroordeeld om het litigieuze pad voortdurend toegankelijk te houden voor [gedaagden/eisers] door ofwel het hek te verwijderen en verwijderd te houden, dan wel [gedaagden/eisers] de toegangscode van het hek te verschaffen. In onderhavige zaak is de vraag aan de orde of [eisers/verweerders] aan deze veroordeling heeft voldaan, en zo niet, of dat ertoe heeft geleid dat [eisers/verweerders] dwangsommen heeft verbeurd.

5.3.

De voorzieningenrechter zal aan de hand van uitleg van de veroordeling de vraag dienen te beantwoorden of [eisers/verweerders] daaraan heeft voldaan. Daarbij geldt dat de veroordeling aan de hand van het doel en de strekking beperkt mag worden opgevat, en wel in die zin dat de veroordeling niet verder kan strekken dan nodig is om het daarmee beoogde doel te bereiken (HR 20-05-1994, NJ 1994, 652; ECLI:NL:HR:1994:ZC1367).

5.4.

Zeker tegen de achtergrond van het gegeven dat het doel van de veroordeling ertoe strekt [gedaagden/eisers] in staat te stellen ongehinderd gebruik te maken van het pad, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voor redelijke twijfel vatbaar dat het vonnis [eisers/verweerders] er niet toe verplicht [gedaagden/eisers] in staat te stellen een ongelimiteerde kring van derden toegang tot het lijdend erf te verschaffen en -mede gelet op voormelde maatstaf- dat aan het vonnis ook wordt voldaan door het hek zodanig in te stellen dat het door eenieder kan worden geopend.

5.5.

Indien over dit laatste al twijfel zou kunnen bestaan is van belang dat het hek 'op handmatig' is ingesteld in reactie op het aandringen van [gedaagden/eisers] om ruimer toegang te verlenen dan waartoe het vonnis verplicht. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat [eisers/verweerders] voortdurend bereid is geweest om toegang toe te staan via 'code' (het autoriseren van een mobiel telefoonnummer) ten behoeve van [gedaagden/eisers] en een gelimiteerde, maar redelijke ruime, groep derden.

5.6.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is [eisers/verweerders] daarmee de veroordeling correct nagekomen. Dit leidt tot de conclusie dat [eisers/verweerders] geen dwangsommen heeft verbeurd, en de executie van het vonnis onrechtmatig is. De gevorderde veroordeling tot het staken en gestaakt houden van de executie van het vordering zal daarom worden toegewezen.

5.7.

De voorzieningenrechter acht ook buiten redelijke twijfel dat de bodemrechter zal oordelen dat geen dwangsommen zijn verbeurd. Zo de bodemrechter de veroordeling al ruimer zal uitleggen dan hiervoor is gedaan, acht de voorzieningenrechter het zeer waarschijnlijk dat de bodemrechter het beroep van [eisers/verweerders] op rechtsverwerking zal honoreren. Daarvoor is redengevend dat [gedaagden/eisers] de mededeling van [eisers/verweerders] op 14 april 2018 dat het schuifhek weer geopend kan worden met de GSM-opener voor kennisgeving heeft aangenomen en dat hek tot begin juni zonder enig duidelijk protest via de geboden wijze heeft geopend. [gedaagden/eisers] heeft aldus op zijn minst de indruk gewekt dat ook hij van opvatting is dat het vonnis daarmee werd nagekomen, een indruk die [gedaagden/eisers] overigens ook al met de appberichten van 14 januari 2018 had gewekt.

5.8.

De slotsom is dat [gedaagden/eisers] moet worden veroordeeld de executie van het vonnis te staken en om het in depot gestelde bedrag van € 50.286,77 vrij te geven.

5.9.

Aldus zal worden beslist. [gedaagden/eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers/verweerders] worden begroot op:

- dagvaarding € 98,01

- griffierecht 291,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.369,01

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

[gedaagden/eisers] vordert primair om [eisers/verweerders] te veroordelen het hek definitief te verwijderen, en subsidiair het maximum van de onder 5.5. in het vonnis te verbeuren dwangsommen te verhogen van € 50.000,00 naar € 100.000,00. [gedaagden/eisers] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [eisers/verweerders] weigert aan de veroordeling onder 5.5. te voldoen, en alles in het werk stelt om de doorgang van [gedaagden/eisers] te frustreren. Waar reeds in conventie is geoordeeld dat [eisers/verweerders] de veroordeling niet heeft geschonden en geen dwangsommen te hebben verbeurd, zal de vordering van [gedaagden/eisers] als ongegrond worden afgewezen.

6.2.

[gedaagden/eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers/verweerders] worden begroot op € 490,00 aan salaris advocaat.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

veroordeelt [gedaagden/eisers] tot het staken en gestaakt houden van alle executiemaatregelen jegens [eisers/verweerders] uit hoofde van het vonnis van deze rechtbank van 22 december 2017,

7.2.

veroordeelt [gedaagden/eisers] om binnen vier dagen na dit vonnis het op de derdengeldrekening van de Stichting Beheer Derdengelden Abma Schreurs Advocaten in depot gestelde bedrag van € 50.286,77 vrij te geven door bijschrijving op het rekeningnummer van [eisers/verweerders] van waaraf dit bedrag is overgemaakt,

7.3.

veroordeelt [gedaagden/eisers] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eisers/verweerders] tot op heden begroot op € 1.369,01,

7.4.

veroordeelt [gedaagden/eisers] hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

7.5.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.7.

wijst de vorderingen af,

7.8.

veroordeelt [gedaagden/eisers] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers/verweerders] tot op heden begroot op € 490,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 27 augustus 2018.1

1 Conc.: 830