Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7369

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-09-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
6040653
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Onduidelijk waarom overstap werd gemist. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6040653 \ CV EXPL 17-5105

Uitspraakdatum: 5 september 2018

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]
wonende te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigden: mr. I.G.B. Maertzdorff, mr. M.J.R. Hannink en M.A.P. Duinkerke

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

United Airlines

gevestigd te Wilmington, Delaware, Verenigde Staten van Amerika, mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

verder te noemen: United Airlines

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 24 februari 2017 een vordering tegen United Airlines ingesteld. United Airlines heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna United Airlines een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vlucht geboekt waarmee hij op 14 juli 2015 van Amsterdam om 11:10 uur lokale tijd zou vertrekken – vluchtnummer LH 7987 – en om 14:25 uur lokale tijd zou aankomen in Houston, waarna hij met vluchtnummer UA 1007 vanuit Houston aansluitend om 15:40 uur lokale tijd verder zou vliegen naar Bogota met aankomsttijd 20:45 uur lokale tijd (hierna: de vlucht).

2.2.

De passagier heeft de aansluitende vlucht van Houston naar Bogota gemist en is met meer dan drie uur vertraging aangekomen in Bogota.

2.3.

De passagier heeft compensatie van United Airlines gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

United Airlines heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat United Airlines bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;
- primair € 181,50, subsidiair € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 15 oktober 2015;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat United Airlines vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hem te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

4 Het verweer

4.1.

United Airlines betwist de vordering. Zij voert aan dat het missen van de aansluitende vlucht naar Bogota niet het gevolg is geweest van de beperkte vertraging van de voorgaande vlucht vanuit Amsterdam naar Houston maar dat de passagier niet tijdig bij de gate is verschenen voor de vlucht naar Bogota. De passagier had ruim voldoende tijd om over te stappen. De passagier dient zelf voortvarend te handelen. De minimale overstaptijd voor de onderhavige route is 75 minuten. Tussen aankomst en vertrek van de onderhavige vluchten zat in dit geval ook 75 minuten doordat beide vluchten 4 minuten vertraging hadden. De vertraging van 4 minuten op de vlucht LH 7987 is dan ook niet de reden geweest voor het missen van de vlucht.

4.2.

Voorts betwist United Airlines de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente.

5 De beoordeling

5.1.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat de kantonrechter te Haarlem bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige geschil, en dat de Verordening op het geschil van toepassing is.

5.2.

Vast staat dat de vlucht van Amsterdam naar Houston bij vertrek was vertraagd, en dat deze vlucht met een vertraging van 4 minuten te Houston is aangekomen. Voorts staat vast dat de passagier zijn aansluitende vlucht heeft gemist, en dat de passagier uiteindelijk zijn eindbestemming Bogota met een vertraging van ruim 7 uur heeft bereikt. Uit het Folkerts-arrest volgt dat gezien de langdurige vertraging waarmee de passagier op zijn eindbestemming Bogota is aangekomen United Airlines in beginsel de in artikel 7 van de Verordening voorziene compensatie aan hem is verschuldigd.

5.3.

Uit de door United Airlines bij conclusie van antwoord overlegde producties blijkt dat de vlucht van Amsterdam naar Houston een geplande aankomsttijd had van 14:25 uur, en dat deze vlucht met een vertraging van 4 minuten te Houston is aangekomen om 14:29 uur. Voorts blijkt uit de producties dat de vlucht van Houston naar Bogota een geplande vertrektijd had van 15:40 uur maar dat deze vlucht tevens uitgevoerd is met een vertraging van 4 minuten. De vlucht is vertrokken om 15:44 uur. Hieruit volgt dat de overstaptijd in Houston hetzelfde is gebleven als volgens schema, namelijk 75 minuten.

5.4.

De vraag die vervolgens voorligt is of het uiterste tijdstip waarop de passagier zich voor vlucht UA1007 bij de gate had moeten melden hetzelfde is gebleven en dat de passagier hiervan op de hoogte was. United Airlines heeft aangevoerd dat het de eigen verantwoordelijkheid is van de passagier om de aansluitende vlucht te halen en dat het aan de passagier is om de informatievoorzieningen van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij en de luchthaven in de gaten te houden en om daaraan gevolg te geven. Van de passagier wordt een voortvarende houding verwacht, aldus nog steeds United Airlines.

5.5.

De passagier heeft gesteld dat hij door de 4 minuten vertraging de aansluitende vlucht heeft gemist. De kantonrechter volgt de stelling van de passagier niet. Van de passagier mag worden verwacht dat hij hoe dan ook zijn aansluiting probeert te halen en zich zo snel mogelijk naar de betreffende gate begeeft om zich te melden. Op het moment van aankomst van de voorgaande vlucht had moeten blijken dat de aansluitende vlucht niet volgens schema vertrok maar met een vertraging zodat de overstaptijd volgens de oorspronkelijke planning was en dat de passagier de aansluitende vlucht had kunnen halen.

5.6.

Uit het voorgaande volgt dat niet vast staat dat het missen van de aansluitende vlucht door de passagier het gevolg is van de vertraging van het eerste deel van de vlucht. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. De nevenvorderingen volgen hetzelfde lot.

5.7.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt. Ook de door United Airlines gevorderde nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door United Airlines worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor United Airlines worden vastgesteld op een bedrag van € 200,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagier tot betaling van € 50,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door United Airlines worden gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter