Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7333

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
27-08-2018
Zaaknummer
1587083717
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in de periode van 1 juni 2016 tot en met 19 september 2016 samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van circa 24 kilogram cocaïne. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren en een geldboete van € 5.200,-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/870837-17 (P)

Uitspraakdatum: 12 april 2018

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 maart 2018 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] ,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zwaag, te Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. T.M. Fikkers en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 14 februari 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te Paramaribo, althans in Suriname en/of in/op Curaçao, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, eenmaal of meermalen (telkens),

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) heeft gebracht,

(de onder andere onder - de al dan niet reeds veroordeelde ((drugs)koeriers)

- [drugskoerier E] (820581-16) en/of [drugskoerier IB] (820544-16) en/of [drugskoerier NB] (820545-16) en/of [drugskoerier F] (820575-16) en/of [drugskoerier G] (820471-16) aangetroffen)

(een of meerdere) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

EN/OF

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 14 februari 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te Paramaribo, althans in Suriname en/of in/op Curaçao, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, eenmaal of meermalen (telkens),

om een of meer feit(en), bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) brengen van

(de onder andere onder — de al dan niet reeds veroordeelde ((drugs)koeriers) - [drugskoerier E]

(820581-16) en/of [drugskoerier IB] (820544-16) en/of [drugskoerier NB] (820545-16) en/of [drugskoerier F]

(820575-16) en/of [drugskoerier G] (820471-16) aangetroffen (grote) hoeveelhe(i)d(en)

(althans)) (een of meer) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of zich en/of een ander of anderen (daartoe) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft verschaft immers, heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), een of meermalen (telkens):

- ( telefonische) contacten met (een of meer) organisator(en), leverancier(s) en/of koper(s) en/of afnemer(s) en/of transporteurs en/of (een) (andere) tussenperso(o)n(en) en/of mededader(s) in de handel van verdovende middelen gelegd en/of onderhouden, en/of;

- ( een) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) geworven en/of voorbereid en/of voorzien van en/of bereid gevonden om met (cocaïne gevulde) (niet eigen) bagage vanuit Suriname naar Schiphol, Nederland te reizen en/of om (cocaïne gevulde) (niet eigen) bagage van de bagageband in Nederland te pakken en daarmee de Douane te passeren , en/of;

- ( die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) (doen) voorzien van (een) vliegticket(s) en/of (een)

reisdocument(en) en/of (een) telefoon(s) en/of (hand)geld en/of onderkomen/huisvesting in Suriname en/of Nederland en/of (informatie over) (een) (met cocaïne gevulde) koffer(s) en/of rei(s)(zen) en/of transport(en), en/of;

- ( de bagage van en/of) (die) perso(o)n(en)f(drugs)koerier(s) gefotografeerd, en/of om (die/dergelijke) foto(’s) van (de bagage van en/of) (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) gevraagd, en/of (die/dergelijke) foto(’s) en/of reisinformatie van/over (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerîer(s) doorgestuurd aan en/of ontvangen van (een) mededader(s),

en/of;

- ( een) instructie(s) en/of suggestie(s) aan (een) mededader(s) gegeven over het uithalen van (drugs uit) (een) koffer(s) en/of over het verdere vervoer/verblijf/te regelen onderdak voor die perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s), en/of;

- ( die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) op Schiphol en/of het vliegveld in Suriname afgezet, en/of telefonische contact(en) met (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) gelegd en/of gehad en/of onderhouden, en/of;

- zich (met een auto) naar Schiphol begeven om ((delen van) de bagage van) een of meer van (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) op te halen, en/of zich op Schiphol als snorder/taxichauffeur voorgedaan, en/of (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) opgewacht, en/of met hem/haar/hen contact gemaakt en/of gezocht en/of proberen te zoeken (met het doel om (de bagage van) (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) met die auto van Schiphol weg te brengen), en/of;

- de (inhoud van die) bagage van die perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) overgenomen;

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Vaststelling identiteit verdachte [verdachte]

Bevindingen

Uit de analyse van de onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon van het merk Samsung Galaxy, komt naar voren dat vanaf 20 mei 2016 tot en met de dag van [medeverdachte] aanhouding op 19 september 2016, er nagenoeg dagelijks meerdere malen contact is via whats-app tussen de contactpersoon Botje2 , telefoonnummer [telefoonnummer] , en de contactpersoon oom Hess .

In de whats-app is tevens te zien dat Botje2 oom Hess vaak broer noemt en dat oom Hess Botje 2 weer regelmatig broertje noemt. Aan het contact Botje2 is een profielfoto gekoppeld (van een negroïde man met een zonnebril).

Daarnaast is bij [medeverdachte] een telefoon van het merk Samsung Galaxy Grand Neo Plus in beslag genomen. Uit analyse van deze telefoon valt op te maken dat deze in de periode vanaf 26 december 2016 tot en met 1 februari 2017 dagelijks contact heeft via whats-app tussen de contactnaam Broertje en de contactnaam oom Hess .2

Op 15 februari 2017 heeft [medeverdachte] tijdens een zaaksgericht verhoor aangegeven dat hij de gebruiker is van de accountnaam ‘Oom Hess’.3 Voornoemde whats-app profielfoto is door twee documentdeskundigen van de Koninklijke Marechaussee (KMar) vergeleken met een foto op een scan van een deel van een aanvraagformulier voor een Nederlands reisdocument op naam van [verdachte]4. Gelet op de overeenkomsten van het gelaat op beide foto’s trekken deze documentdeskundigen de conclusie dat de personen op de twee verschillende afdrukken van de gelaatsfoto’s één en dezelfde persoon moeten zijn.5

Op 4 oktober 2017 heeft [verdachte] tijdens zijn verhoor bij de KMar verklaard dat hij vaak op het adres van zijn nichtje, [nichtje] , in [plaats] logeert. Tijdens de raadkamerbehandeling van de zaak van [verdachte] op 18 oktober 2017 in het kader van de vordering gevangenhouding, heeft zijn toenmalige raadsman, mr. B.R. Koenders, tevens aangegeven dat [verdachte] bij [nichtje] op het adres [adres] kan verblijven. Ter zitting is vervolgens een handgeschreven briefje op naam van [nichtje] overhandigd waarin zij verklaart dat [verdachte] gedurende het proces bij haar kan verblijven. Uit onderzoek naar het telefoonnummer in gebruik bij [nichtje] (nummer [telefoonnummer] ) komt naar voren dat dit nummer in de periode van 22 maart 2016 tot en met 8 mei 2017 zeven keer contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] (Botje) en in de periode 14 november 2016 tot en met 8 mei 2017 één keer met het nummer [telefoonnummer] (Broertje). Zowel het nummer [telefoonnummer] als nummer [telefoonnummer] zijn (whats-app) contacten in de telefoon van verdachte [medeverdachte] . Het nummer [telefoonnummer] staat in de telefoon opgeslagen onder de naam “Botje2” Het telefoonnummer [telefoonnummer] staat opgeslagen onder de naam “Broertje”.6

Op 8 januari 2017 vindt er tussen Broertje en Oom Hess een whats-app gesprek plaats waarin wordt gesproken over het adres gelegen aan de [adres] . Uit bevraging in de Basisregistratie Personen komt naar voren dat [verdachte] twee maal op dit adres ingeschreven heeft gestaan. Inmiddels is [verdachte] geëmigreerd naar [plaats] .

In de periode van 11 januari 2017 tot en met 12 januari 2017 vindt er tussen Broertje en oom Hess een whatsapp gesprek plaats waarin op 11 januari 2017 Broertje tegen oom Hess zegt dat hij hem morgen ziet. Op 12 januari 2017 laat Broertje aan oom Hess weten: “Was moe 7 u geland”. Uit onderzoek naar de passagierslijsten van de KLM is gebleken dat op 18 augustus 2016 en op 11 januari 2017 [verdachte] aan boord van de KL0713 respectievelijk de KL0736 zat. De vlucht KL0736 had als tijdstip van landen 06.56 uur. 7 Het telefoonnummer [telefoonnummer] van Botje2 heeft op 18 augustus 2016 een aantal malen telefonisch contact vanaf Schiphol, waarvan het laatste contact 11.22 uur is geweest. Hierna zijn er geen telefonische contacten meer zichtbaar. Gebleken is dat de KL0713 op 18 augustus 2016 te 11.25 uur is vertrokken vanaf Schiphol.8

Overwegingen

Gelet op het door de verdediging van [verdachte] ingebrachte onderzoeksrapport van 7 november 2017, waarbij de bevindingen van de documentdeskundigen ter discussie zijn gesteld, overweegt de rechtbank dat de herkenning in dit rapport niet zo stellig is als in het hiervoor genoemde proces-verbaal van de ID-desk van de KMar. Het onderzoeksrapport levert echter geen contra indicatie op dat de twee personen op de betreffende foto’s niet dezelfde personen zouden kunnen zijn. De rechtbank zal dit proces-verbaal van herkenning, in samenhang met de overige hiervoor opgesomde bewijsmiddelen, daarom wel voor het bewijs bezigen.

Dat de gebruiker van het whats-app account Botje2 daaraan een profielfoto van iemand anders dan zichzelf heeft gekoppeld acht de rechtbank onder de genoemde omstandigheden niet aannemelijk. Daarbij heeft [verdachte] zich ten aanzien van alle hiervoor genoemde bevindingen op zijn zwijgrecht beroepen terwijl deze schreeuwen om een verklaring.

Conclusie

Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer] en het daaraan gekoppelde whats-app accountnaam “Botje2” en dat hij de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer] en de daaraan gekoppelde whats-app accountnaam “Broertje”.

Zaaksdossier C1

Op 4 september 2016 is [drugskoerier IB] met een aantal familieleden, waaronder [drugskoerier NB] , vanuit Suriname aangekomen op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. Tijdens een douanecontrole werden in een op haar naam staande witte koffer van het merk Princess meerdere zakjes bonbons aangetroffen. Na het openen van één van de zakjes werd een bonbon doormidden gesneden, waarbij een witte substantie werd waargenomen. Bij het testen van deze witte substantie met een MMC-cocaïnetest trad een positief resultaat op. In de zwart/witte koffer van het merk Atlantica werden vervolgens pakjes met koekjes en een apart pakket aangetroffen. Bij deze controle gaf [drugskoerier IB] ongevraagd aan dat zij naast haar eigen witte Princess koffer twee koffers van de bagageband heeft afgehaald die niet op haar naam stonden, namelijk de zwart/witte koffer van het merk Atlantica en een zwarte koffer van het merk Samsonite.9 Voordat de twee koffers van haar kleindochter, [drugskoerier NB] , aan een controle werden onderworpen werd [drugskoerier NB] emotioneel en zei: “Oma heeft mij gevraagd of ik chocolaatjes voor haar wilde meenemen omdat haar eigen koffers te vol zaten. Ik heb meerdere spulletjes van haar gekregen en in mijn beide koffers gestopt. De blauwe staat op naam van mijn zoontje.” In beide koffers van [drugskoerier NB] , een paarse en een blauwe, werden meerdere pakketjes etenswaren aangetroffen met daarin een witkleurig substantie. Bij het testen van de witte substantie met een MMC-cocaïnetest trad een positief resultaat op. In de koffer van het merk Samsonite werden plastic zakken aangetroffen met daarin etenswaren.10

Het nettogewicht van de in de koffer van het merk Princess op naam van [drugskoerier IB] aangetroffen -9- pakketten bevindende witte stof bedroeg 3.422,5 gram. Representatieve monsters van de witte stof in deze pakketten zijn ter analyse verzonden naar het Douane Laboratorium in Amsterdam.11 Uit onderzoek van dit laboratorium is gebleken dat dit opgestuurde onderzoeksmateriaal telkens cocaïne bevat.12

Het nettogewicht van de in de blauwe en paarse koffers op naam van [drugskoerier NB] aangetroffen -8- pakketten bevindende witte stof bedroeg 3.209,5 gram. Representatieve monsters van de witte stof in deze pakketten zijn ter analyse verzonden naar het Douane Laboratorium in Amsterdam.13 Uit onderzoek van dit laboratorium is gebleken dat het opgestuurde onderzoeksmateriaal telkens cocaïne bevat.14

Tijdens de aanhouding van [medeverdachte] d.d. 19 september 2016 werd een Samsung mobiele telefoon aangetroffen. Uit de analyse van de gesprekken in de telefoon is naar voren gekomen dat oom Hess en Botje2 in de periode van 3 september 2016 tot en met 6 september 2016 via de whatsapp regelmatig contact met elkaar hebben, waarin onder meer wordt gesproken over foto’s. Deze whats-app gesprekken verliepen als volgt:

Datum, Tijd (UTC+2)

Soort

Wederpartij

Inhoud

03-09-2016 17:41:35 t/m 17:41:40

ontvangen

Botje2

"Morgen broer'' "Stuur foto’s"

03-09-2016 17:43:36 t/m 17:45:22

ontvangen

Botie2

"Ok" "Is goed. Voor jou altijd."

03-09-2016 17:45:55 t/m 17:46:03

verzonden

Botje2

"Scootv gaat ook gaan d" "Ge" "Geel"

03-09-2016 17:26:28 t/m 17:46:36

verzonden

Botie2

"Ok geen probleem." "Dan zie ik hem daar''

03-09-2016 17:46:36

ontvangen

Botje2

"Daarna moet hij je die dingen geven"

03-09-2016 17:49:56

verzonden

Botie2

"Ok. Broertje"

03-09-2016 22:50:51 t/m 22:51:11

ontvangen

Botje2

"Broer" "Heb foto’s" "Zo" "Manting"

"Zal je kijke" "Gaat laat weg" ''Toch geel"

03-09-2016 22:51:18

verzonden

Botie2

"Ok geen probleem"

03-09-2016 22:51:26 t/m 22:51:31

ontvangen

Botje2

"Oké jij check" ''Tijd wel toch"

03-09-2016 22:51:37 t/m 22:52:14

verzonden

Botje2

"Stuur ze wanneer je t heb" "Ja heb al gekeken" "Maar check manting weer'' "Alleen kijken toch"

03-09-2016 22:52:26 t/m 22:52:34

ontvangen

Botie2

"Ai daar petten" "Je hoort waar''

03-09-2016 22:52:46

verzonden

Botje2

"Ok"

04-09-2016

Datum, Tijd (UTC+2)

Soort

Wederpartij

Inhoud

04-09-2016 6:07:39 t/m 6:28:33

verzonden

Botje2

"Ok seti" 'Waar moet ik ze petten."

04-09-2016 13:44:57 t/m 13:45:08

ontvangen

Botje2

"Scooty overleggen" "Hij weet" "Hoelaat" "Komt het"

04-09-2016 13:45:23 t/m 13:46:18

verzonden

Botje2

"Is er al" "Scooty weet niets" "Hij zou zelf niet hier komen" "Ik heb hem gezegd"

04-09-2016 13:46:41 t/m 13:47:20

ontvangen

Botje2

"Doe brada zou zeker laaste moment" "Bellen" "Kijk dat ze bijde dingen bij ze hebben hoor''

04-09-2016 13:47:43 t/m 13:48:08

verzonden

Botie2

"Ok" "Oma heeft geen begeleiding toch?"

04-09-2016 13:49:06 t/rn 13:49:17

ontvangen

Botie2

"No niet dat ik weet" 'Waarom"

04-09-2016 13:50:14 t/m 13:59:54

verzonden

Botje2

"Ok" "Bijna leeg hier hoor''

04-09-2016 14:03:47 t/m 14:03:51

ontvangen

Botie2

"Dus nog niets" "is wel lang man"

04-09-2016 14:06:56

verzonden

Botje2

"Jaa"

04-09-2016 14:07:06 t/m 14:07:13

ontvangen

Botje2

"Maar zijn in grote" "Ploeg"

"Dus niemand komt"

04-09-2016 14:14:22 t/m 14:14:34

verzonden

Botje2

"Er komen geen mensen uit su meer" "Moet ik nog ff wachten?"

04-09-2016 14:15:58 t/m 14:16:12

ontvangen

Botje2

"Sang" "Wat is dit man" "

Maar was ie optiid no"

04-09-2016 14:16:29

verzonden

Botje2

"Ja ik was op tijd"

04-09-2016 14:17:28

ontvangen

Botje2_

"Dus niemand meer komt''

04-09-2016 14:19:07

verzonden

Botje2

"Nee man"

04-09-2016 14:20:29 t/m 14:31:07

ontvangen

Botje2

"Ze waren7 persoon zo" "Heel raar'' "Broer"

04-09-2016 14:32:10 t/m 14:32:15

verzonden

Botje2

"Nee man heb geen enkele ploeg gezien" "Ai heel raar''

04-09-2016 14:33:22 t/m 14:33:28

ontvangen

Botje2

"Maar nupas zegt hij me ook hou niet van ploeg" "Dalijk 1 verpest alels"

04-09-2016 14:34:06

verzonden

Botie2

"Ok"

04-09-2016 14:34:14

uitgaand

Botje2

Outgoing call

04-09-2016 20:52:06

verzonden

Botie2

"Broertje"

In voornoemde telefoon zijn tevens afbeeldingen aangetroffen van etenswaren, gelijkend op de etenswaren die [drugskoerier IB] en [drugskoerier NB] bij zich hadden.

Ook zijn foto’s aangetroffen waarop dezelfde koffers te zien zijn waarin de verdovende middelen zijn gevonden die verdachten. [drugskoerier IB] en [drugskoerier NB] met zich voerden, alsmede foto’s waarop [drugskoerier IB] en [drugskoerier NB] te zien zijn. Zij droegen op deze foto’s dezelfde kleding als op het moment dat ze zijn aangehouden. Op 4 september 2016 tussen 5:22:51 en 5:23:33 uur ontving oom Hess van Botje 2 op de whatsapp deze 5 foto’s van deze koffers en verdachten [drugskoerier IB] en [drugskoerier NB] .15

Zaaksdossier C2

Op 18 september 2016 om 09.30 uur werd [drugskoerier F] , komende van vlucht KL0714 vanuit Paramaribo (Suriname) op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, aangehouden.16 In haar grijze koffer van het merk Monsca was een zakje ‘noodles’ opgeborgen en na controle werd daarin een pakket aangetroffen met daarin een witte substantie die een sterk chemische lucht afgaf. Bij het testen van de witte substantie uit dit pakket met een MMC-testset trad een positieve kleurreactie op, zodat het vermoeden ontstond dat het cocaïne zou kunnen zijn.17

Uiteindelijk werden in de koffer 14 pakketten verpakt in zakjes etenswaar aangetroffen met daarin een witte stof die qua kleur en samenstelling leek op cocaïne. Het nettogewicht van de in de pakketten bevindende witte stof bedroeg 6.903,1 gram. Veertien monsters van de witte stof in deze pakketten zijn ter analyse verzonden naar het Douane Laboratorium in Amsterdam.18 Uit onderzoek aldaar is gebleken dat het opgestuurde onderzoeksmateriaal telkens cocaïne bevatte.19 Getuige [drugskoerier NB] heeft voorts verklaard dat [drugskoerier F] en haar oma bewust bezig waren met de smokkel van verdovende middelen.20

Op camerabeelden is gezien dat [medeverdachte] op 18 september 2016 om 07.48 uur over Plaza Shopping Center Schiphol loopt in de richting van de informatiebalie van Aankomsthal 3. Vervolgens is te zien dat [medeverdachte] in Aankomsthal 4 loopt en positie inneemt achter het aldaar gesitueerde dranghekje bij de schuifdeuren. [medeverdachte] houdt zich vervolgens steeds enkele minuten op op verschillende locaties nabij de schuifdeuren in Aankomsthal 4.

Om 09:34 uur is te zien dat [medeverdachte] wederom positie inneemt ter hoogte van het dranghek voor de uitgang van Aankomsthal 4. Uit Whatsapp-chatgesprekken van de onder [medeverdachte] in beslaggenomen mobiele telefoon, betreffende de Samsung Note 2, telefoonnummer [telefoonnummer] , met als contact naam Oom Hess, is gebleken dat [medeverdachte] een chatgesprek had met contact Botje2 en contact [contact] . [medeverdachte] heeft van Botje2, via een chatgesprek, een foto alsmede een filmpje ontvangen waarop [drugskoerier F] te zien is op de dag van haar aanhouding. Dat dit beeldmateriaal is gemaakt op 18 september 2016 blijkt uit het feit dat zij op dat moment werd begeleid door een collega in burger, die zowel op de foto als op het filmpje staat afgebeeld. Dezelfde foto alsmede het filmpje heeft [medeverdachte] op zijn beurt via een chatgesprek gedeeld met zijn contact [contact] . In het chatgesprek met [contact] werd het volgende gezegd door contact [contact] tegen [medeverdachte] ; “Het heeft echt wreed een haartje gescheeld” en “Je was echt heeeel dichtbij”. [medeverdachte] stelt tevens in dit chatgesprek dat degene die het filmpje gemaakt heeft, recht achter hem stond.

Om 09:38:11 uur is op de beelden te zien dat een verbalisant van het Drugs Team Schiphol van de KMar in burger de aangehouden [drugskoerier F] voortduwt in een rolstoel. Op dat moment brengt de man met de rastaharen zijn hand omhoog. [medeverdachte] staat op dat moment enkele meters voor de man met de rastaharen. Voornoemde verbalisant in burger slaat rechts af in de richting van de spandoekenautomaat in Aankomsthal 4. De man met de rastaharen richt op dat zelfde moment zijn hand op [drugskoerier F] en beweegt zijn arm mee in de richting van de collega in burger en [drugskoerier F] tijdens hun verplaatsing door Aankomsthal 4.

De foto en het filmpje, aangetroffen op de mobiele telefoon van [medeverdachte] , zijn genomen vanuit dezelfde hoek als de locatie waar de man met de rastaharen zich ophield op het moment dat de verbalisant in burger en [drugskoerier F] in Aankomsthal 4 arriveren. [medeverdachte] geeft tijdens zijn chatgesprek met contact [contact] aan dat degene die het filmpje heeft gemaakt recht achter hem stond.

Op de camerabeelden is te zien dat de man met de rastaharen op dat moment enkele meters achter [medeverdachte] stond.

Op de snapshot van het filmpje is exact dezelfde pilaar te zien waar de man met de rastaharen tegenaan geleund stond. Nadat [drugskoerier F] is afgevoerd, verlaten [medeverdachte] en de man met de rastaharen, separaat van elkaar de luchthaven via dezelfde route als ze gekomen zijn.21

In de chatsessie in de periode van 18 september 2016 tot en met 19 september 2016 tussen Botje2 en oom Hess worden op 18 september 2016 de volgende berichten, vlak na de aankomst van [drugskoerier F] uit Suriname op Schiphol, gestuurd:

Van oom Hess aan Botje2:

09:39 uur “Oma is er”

Van Botje 2 aan oom Hess:

09:46 uur: “Oke top”

09:56 uur. “pet oma thuis pak alles behalve kleren”

“kijk goed”

“paar zijn “los”

09:57 uur “ later krijgt ze der pap”

“Of pak hele kof weg”

Op 18 september 2016 om 12:08 uur stuurt oom Hess aan Botje 2: “Ik ben hier bij oma. Ze zeggen dat borgoe oma heeft genomen hoor.”

Om 22:06 uur stuurt Botje 2 aan oom Hess:

“Is pijnlijk”

“Was zo blij”

“Toen je me zij ze is er”

Hierop antwoordt oom Hess aan Botje2:”Broer ik voel t ook. Toen ik daar was en ik hoorde dat oma gepakt was, ik heb bijna gehuild. Dan zeg ik je veel.”

In de telefoon van [medeverdachte] is tevens een foto van een notitie aangetroffen met daarop een naam, telefoonnummer en een adres geschreven. De naam die onder andere op deze notitie staat weergegeven is de naam [naam 1] , welke overeenkomt met de naam van [drugskoerier F] . Ook het telefoonnummer [telefoonnummer] , aangetroffen bij [drugskoerier F] tijdens haar aanhouding, komt overeen met het telefoonnummer dat op de notitie staat weergegeven. Het adres op de notitie, [adres] is het adres waar [drugskoerier F] staat ingeschreven bij de gemeentelijke basis administratie.

Daarnaast is in de telefoon een foto aangetroffen waarop onder meer een tweetal periodes staan weergegeven, alsmede onder meer “vorige ticket 700” en “handgeld 500”. .

Deze reisperiodes komen overeen met de data waarop [drugskoerier F] vanuit Amsterdam naar Paramaribo en vanuit Paramaribo naar Amsterdam is gereisd, namelijk 23 augustus 2016 en 17 september 2016.22

Het communicatienummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [drugskoerier F] , heeft in de periode van 6 augustus 2016 tot en met 29 augustus 2016 88 keer contact gehad met het communicatienummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte] . Ook het nummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [drugskoerier F] , heeft in de periode 25 augustus 2016 tot en met 29 augustus 2016 20 keer contact gehad met het nummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte] .23

Zaaksdossier C3

Op 19 september 2016 ontving Douane Schiphol Passagiers op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een MMA-melding dat er op de binnenkomende vlucht van Surinam Airways met vluchtnummer PY 994 twee koffers aanwezig zijn met vermoedelijk verdovende middelen. Het zou mogelijk gaan om handbagage die als bagage was ingecheckt, zogenaamde “limited release bagage”. De limited release bagage werd gelost op bagageband 19A in bagagekelder West van terminal 3. Rijkspeurhond Mylo vertoonde verhoogde interesse in een zwart gestreepte rolkoffer, hetgeen zou kunnen inhouden dat er verdovende middelen in de koffer aanwezig zijn. Aan de koffer bevond zich een bagagelabel op naam gesteld van [naam 2] . In de koffer werden diverse zakken met etenswaren aangetroffen, die massief aanvoelden. Vervolgens is met een fretboortje een opening gemaakt in een pakket met gedroogde vis. Bij het terugtrekken van het boortje bleef een witte substantie achter waarna het pakket werd geopend. Onder een laag visstukjes werd een crèmekleurig pakket aangetroffen. Hierop is besloten om de pakketten met vermoedelijk verdovende middelen te vervangen door drie zogenaamde neppakketten en een pak printpapier. De koffer werd vervolgens op bagageband 19A geplaatst om de bij de koffer behorende passagier te kunnen onderkennen.24 Nadat de zwart gestreepte rolkoffer op bagageband 19 was verschenen, werd deze er vanaf gehaald door een manspersoon met rastaharen die later [drugskoerier E] blijkt te zijn. [drugskoerier E] plaatste de zwart gestreepte rolkoffer op een bagagetrolley waarop reeds een zwarte rolkoffer en een bruine handtas lagen, waarna hij zich richting de uitgang begaf en zijn weg vervolgde in aankomsthal 4 in de richting van de Hema, waar hij contact maakte met een onbekende man die later [medeverdachte] blijkt te zijn. [drugskoerier E] en [medeverdachte] begaven zich tezamen, met de bagagetrolley en de zwart gestreepte rolkoffer, naar parkeergarage P1. Aldaar werden zij beiden aangehouden.25

Uit de beschikbare camerabeelden van de Camera Toezicht Ruimte van de KMar blijkt dat [drugskoerier E] op 19 september 2016 om 12:34 uur met zijn bruine handtas vanaf aankomst 4 richting bagageband 19 loopt. Om 12:35 uur loopt hij bij het gedeelte waar de honderdprocentcontrole plaatsvindt bij bagageband 19. Op de door [drugskoerier E] meegevoerde bagagekar ligt zijn bruine handtas.26 Om 13:03 uur staat [drugskoerier E] bij bagageband 19 in afwachting van zijn ruimbagage. Om 13:10 uur haalt [drugskoerier E] zijn eigen zwarte rolkoffer van de band.27 Om 13:33 uur verschijnt de zwart gestreepte rolkoffer op de bagageband. Medewerkers van de KMar zien dat [drugskoerier E] de zwart gestreepte koffer van de band haalt.28 Om 13:40 uur is te zien dat [drugskoerier E] de douanecontrole middels de X-ray scan ondergaat en de zwarte koffer, de zwart gestreepte koffer en zijn bruine handtas op de band plaatst, waarna hij om 13:41 uur de douanecontrole passeert en zich in de richting van de uitgang begeeft. Om 13:42 uur verlaat hij de reclaimhal richting Schiphol Plaza, bij aankomsthal 4 en loopt in de richting van de Hema. Om 13:43 uur maakt [drugskoerier E] contact met [medeverdachte] en groet hij hem door middel van een vuist tegen vuist begroeting. [drugskoerier E] heeft een mobiele telefoon in zijn hand en toont iets daarop aan [medeverdachte] . Vervolgens is te zien dat [drugskoerier E] en [medeverdachte] om 13:44 uur gezamenlijk richting Schiphol Plaza Shopping Center lopen.29

In de zwart gestreepte rolkoffer die door [drugskoerier E] van de bagageband is gehaald, werden zes (6) pakketten/zakken aangetroffen met daarin een witte stof. Het totale nettogewicht daarvan bedroeg 4.911,2 gram. Hiervan zijn 22 representatieve monsters genomen.30 Door het Douanelaboratorium is het materiaal onderzocht en is vastgesteld dat het materiaal van alle bovenvermelde nummers cocaïne bevatte.31

In de onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon van het merk Samsung worden onder meer whatsapp-gesprekken aangetroffen daterend uit de periode van 20 mei 2016 tot 19 september 2016 tussen “Botje2” en “Oom Hess”.32

Onder meer werd op 5 september 2016 het volgende gesprek gevoerd:

05-09-2016

Datum, Tiid (UTC+2)

05-09-2016 14:26:07

verzonden

Botje2

"Broertje ik weet dat je strest. Maar laat ff weten als woensdag door gaat. Want als t niet door gaat ga ik gewoon werken.

05-09-2016 14:31:49

ontvangen

Botje2

"Gaat door broer''!

05-09-2016 14:32:31

verzonden

Botie2

"Ok"

05-09-2016 16:35:58

uitgaand

Botje2

Outgoing call

05-09-2016 18:34:56

ontvangen

Botje2

"Oom hes als je pet zeg je carlos" "Hoe gaat het jongen" "Long time" "Heeft rasta later krijg ie alles" "Blouwe meer hoor''

05-09-2016 19:14:39

verzonden

Botje2

"Ok broertje"

Voorts werden op 7 september 2016 door Botje2 aan Oom Hess ( [medeverdachte] ) afbeeldingen verstuurd van een persoon gelijkend op [drugskoerier E] .33 Eén van deze afbeeldingen is ter vergelijking aangeboden aan het gespecialiseerde bureau van de KMar, te weten de Sectie Identiteit- en Documentenonderzoek. Twee verbalisanten die tevens documentdeskundigen zijn, concluderen op basis van de onderlinge vergelijking van twee verschillende afdrukken van gelaatsfoto’s, te weten de afdruk van de foto die is aangetroffen in de mobiele telefoon van [medeverdachte] en de afdruk van de foto die is opgeslagen in de Strafrecht Keten Databank van [drugskoerier E] , dat de personen die staan afgebeeld op deze twee afdrukken, in werkelijkheid één en dezelfde persoon is.34

In de whatsapp gesprekken tussen oom Hess en Botje2 zijn in de periode van 18 september 2016 tot en met 19 september 2016 de volgende gesprekken in de telefoon van [medeverdachte] aangetroffen:

18-9-2016 om 23:00:48 uur Oom Hess naar Botje2: Morgen komt goed.

18-9-2016 om 23:00:55 uur Oom Hess naar Botje2: Is Rasta toch

18-9-2016 om 23:52:50 uur Botje2 naar Oom Hess: Ai

18-9-2016 om 23:52:58 uur Botje2 naar Oom Hess: Ken je hem zeker

18-9-2016 om 23:52:59 uur Botje2 naar Oom Hess: Broer

19-9-2016 om 00:52:49 uur Oom Hess naar Botje2: Jaaaa

19-9-2016 om 00:55:39 uur Botje2 naar Oom Hess: Wil je ook geen foto

19-9-2016 om 00:55:42 uur Botje2 naar Oom Hess: Is geel he

19-9-2016 om 00:58:05 uur Oom Hess naar Botje2: Nee geen foto

19-9-2016 om 00:58:12 uur Oom Hess naar Botje2: Is rasta toch?

19-9-2016 om 00:58:17 uur Botje2 naar Oom Hess: Oke

19-9-2016 om 00:58:19 uur Oom Hess naar Botje2: Ik wert wie t is

19-9-2016 om 00:58:35 uur Botje2 naar Oom Hess: Waar heb je hem gezien dan

19-9-2016 om 01:04:39 uur Oom Hess naar Botje2: Je had al fotos gestuurd

19-9-2016 om 01:04:52 uur Oom Hess naar Botje2: Toen het niet meer doorging

19-9-2016 om 01:05:01 uur Oom Hess naar Botje2: Komt goed broertje

19-9-2016 om 01:58:49 uur Oom Hess naar Botje2: Broetje er is vandaag feest op school. Ze zijn bang voor een aanslag en daarom lezen ze alle apps en fotos van een ieder. Stuur die fotos van rasta voor niemand. Neem geen kans

19-9-2016 om 01:59:46 uur Oom Hess naar Botje2: Ik belde je maar je neemt niet op. Rido weet t ook. Ik regel t wel. Komt goed.

19-9-2016 om 13:45:35 uur Oom Hess naar Botje2: We gaan weg

19-9-2016 om 13:45:43 uur Botje2 naar Oom Hess: Oke

19-9-2016 om 13:45:52 uur Oom Hess naar Botje2: Ik spreek je O

19-9-2016 om 13:46:03 uur Botje2 naar Oom Hess: Regel die campanile cvoor hem

19-9-2016 om 13:46:07 uur Botje2 naar Oom Hess: Even voor 2 dgn

19-9-2016 om 13:46:18 uur Botje2 naar Oom Hess: Hotel bijlmer

19-9-2016 om 13:46:20 uur: Botje2 naar Oom Hess: Goedkope

19-9-2016 om 13:46:40 uur Botje2 naar Oom Hess: Verder regel ik ai kost 60 eu ofzo een dag

19-9-2016 om 14:08:47 uur Botje2 naar Oom Hess: Lees no oom hes de rest regel ik dat hij direct een plek heeft nu.35

Uit onderzoek is gebleken dat op 19 september 2016 geen sprake was van een eventuele aanslag op een school. .36 [medeverdachte] heeft verklaard dat [drugskoerier E] aanvankelijk op een andere dag zou komen en dat om die reden de foto’s al aan hem verstuurd waren.37

Zaaksdossier C4

Op 26 juli 2016 is [drugskoerier G] vanuit Suriname aangekomen op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en is zijn bagage aan een douane controle onderworpen. In de koffer van [drugskoerier G] werd vervolgens een zak met etenswaar aangetroffen. Uit de zak werd een zogenaamde bonbon gehaald en open gemaakt. In de bonbon bevond zich een witte substantie, welke stof is getest door middel van een MMC cocaïne test, welke aangaf dat de stof vermoedelijk cocaïne bevatte.38 In totaal werd er 5.081,8 gram van de witte stof aangetroffen in de bagage van [drugskoerier G] . Monsters van de aangetroffen stof zijn voor nader onderzoek verzonden naar het Douanelaboratorium.39 Aldaar werd vastgesteld dat het materiaal cocaïne bevatte.40

[drugskoerier G] heeft verklaard dat hij voor het drugstransport is benaderd door [naam 3] . Als hem vervolgens een foto van [medeverdachte] wordt getoond, bevestigt hij dat die persoon [naam 3] is. Volgens [drugskoerier G] heeft [medeverdachte] hem een aantal keer benaderd om drugs te gaan smokkelen en heeft hij daar uiteindelijk mee ingestemd. De volgende dag heeft [medeverdachte] hem opgehaald en zijn zij een paspoort voor [drugskoerier G] gaan aanvragen. [medeverdachte] heeft de koffer van [drugskoerier G] de dag voor vertrek opgehaald. [medeverdachte] heeft zijn paspoort en ticket gehouden voor vertrek. Op de dag van vertrek naar Suriname is er een foto van hem gemaakt en is hij onder meer samen met [medeverdachte] naar Schiphol gereden. Van [medeverdachte] kreeg hij die dag zijn ticket, paspoort en handgeld. .41

In de onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon van het merk Samsung GT-N7100 is onder andere een afbeelding aangetroffen van een afhaalbewijs van een spoedaanvraag paspoort op naam van [drugskoerier G] . Dit bestand is vastgelegd op 22 juni 2016 om 16:26 uur. Op de aan voornoemd afhaalbewijs bevestigde kwitantie is te zien dat deze is afgegeven op 22 juni 2016 te 12:57 uur. Op de dag dat het paspoort van [drugskoerier G] werd aangevraagd en betaald (22 juni 2016, 12.57 uur) straalt het telefoonnummer van [medeverdachte] in de periode 11.39.52 tot 14.39.43 uur vier keer een zendmast aan op de locatie [locatie] , de locatie van afgifte loket [locatie] waar het paspoort van [drugskoerier G] is afgegeven.

Daarnaast zijn in de telefoon afbeeldingen van paspoort foto’s van een persoon gelijkend op [drugskoerier G] , van een personaliapagina afkomstig van een verlopen en onbruikbaar gemaakt nationaal Nederlands paspoort op naam van [drugskoerier G] en afbeeldingen van foto’s van een onbruikbaar gemaakt visum op naam van [drugskoerier G] aangetroffen.

Tevens is er een afbeelding opgeslagen van ticketgegevens, waarvan de reisdata overeen komen met de oorspronkelijke reis data van [drugskoerier G] , namelijk vertrek datum 2 juli 2016 en terugreis datum 23 juli 2016. [drugskoerier G] heeft zijn verblijf vervolgens met twee dagen verlengd en is op 25 juli 2016 vanuit Suriname naar Nederland vertrokken. 42Daarbij is de afkorting KL te zien.

Daarnaast is er een afbeelding aangetroffen waarop een persoon staat afgebeeld gelijkend op [drugskoerier G] , welke afbeelding er één is van een reeks van foto’s die werden vastgelegd op zaterdag 2 juli 2016. Op de voornoemde foto is een gedeelte te zien van een straatnaambord, waarop de tekst ‘ [tekst] ’ te lezen valt. Na het raadplegen van het stratenboek van de gemeente [gemeente] werd een straatnaam genaamd [straatnaam] gevonden.

Uit onderzoek in voornoemde straat blijkt dat daar een flatgebouw staat, welke onder meer is voorzien van een toegangsdeur van vermoedelijke kelderboxen. Vastgesteld is dat de toegangsdeur, de glazen raampjes die naast de toegangsdeur aanwezig zijn en het straatnaambord met daarop de tekst [straatnaam] , exact overeenkomen met de achtergrond van de foto waarop een persoon gelijkend op [drugskoerier G] stond afgebeeld.

Vastgesteld is dat op [adres] [persoon] staat ingeschreven. [medeverdachte] is op 19 september 2016 naar de luchthaven Schiphol gekomen met een voertuig, merk [voertuig] , voorzien van het kenteken [kenteken] , dat op naam is gesteld van [persoon] voornoemd. [medeverdachte] heeft tijdens zijn verhoor verklaard dat het de [voertuig] van zijn vriendin is. Verder zijn er afbeeldingen aangetroffen van het nieuwe paspoort van [drugskoerier G] waarop tevens zijn in- en uitreis data te zien zijn, namelijk 2 juli 2016 en 25 juli 2016 (oorspronkelijk 23 juli 2016).

Uit analyse van de zendmastgegevens blijkt tevens dat het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte] , op 2 juli 2016, de dag dat [drugskoerier G] is vertrokken naar Suriname, om 08:22:17 een zendmast heeft aangestraald op de locatie [locatie] . Voornoemde zendmast ligt hemelsbreed ongeveer 290 meter af van het adres [adres] . Dit adres is ook de locatie waar de afbeelding van [drugskoerier G] is gemaakt, die op 02 juli 2016 te 09:31:54 uur is vastgelegd in de telefoon van [medeverdachte] .

Vervolgens is waar te nemen dat op 02 juli 2016 te 09:53:59 uur het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte] , een zendmast op de locatie Schiphol aanstraalt.43

In de onder [medeverdachte] in beslag genomen Samsung GT-N7100 werden in de periode van 26 juli 2017 tot en met 27 juli 2017 tussen Oom Hess en Botje2 de volgende chatgesprekken aangetroffen:

26-7-2016 om 10:01:24 uur Botje2 naar Oom Hess: He

26-7-2016 om 10:19:16 uur Oom Hess naar Botje2: Ik heb nog hoop broertje

26-7-2016 om 10:19:40 uur Oom Hess naar Botje2: Ik ben er nog

26-7-2016 om 10:20:08 uur Botje2 naar Oom Hess: Ok

26-7-2016 om 11:30:12 uur Oom Hess naar Botje2: Ik ben weg hoor broertje. Hoofdpijn denk ik hoor.

26-7-2016 om 11:45:52 uur Botje2 naar Oom Hess: Stress

26-7-2016 om 11:45:55 uur Botje2 naar Oom Hess: Man

26-7-2016 om 11:51:23 uur Oom Hess naar Botje2: Jaaa echt

26-7-2016 om 14:31:38 uur Oom Hess naar Botje2: Broertje. Ik heb nog niets gehoord hoor.

26-7-2016 om 14:49:25 uur Botje2 naar Oom Hess: Sang

26-7-2016 om 14:50:49 uur Botje2 naar Oom Hess: Kan nog steeds niet opstaan.

26-7-2016 om 14:51:13 uur Oom Hess naar Botje2: Broer ik ben helemaal kapot

26-7-2016 om 14:53:02 uur Botje2 naar Oom Hess: Ja man zeg je man ziet goed uit alles

26-7-2016 om 14:53:14 uur Botje2 naar Oom Hess: Andere mensen rasta

26-7-2016 om 14:53:22 uur Botje2 naar Oom Hess: En voelde zich lekker

26-7-2016 om 14:54:48 uur Oom Hess naar Botje2: Ja ik heb t idee dat die emmer veilig is. Hij gaat ons bellen om t op te halen.

26-7-2016 om 14:54:59 uur Oom Hess naar Botje2: Iets klopt niet broetje

26-7-2016 om 19:15:53 uur Botje2 naar Oom Hess: Fa niets

Het woord “Fa” wordt in de Surinaamse taal gebruikt om te vragen hoe het gaat.

26-7-2016 om 19:16:15 uur Oom Hess naar Botje2: Nee man broertje

26-7-2016 om 19:16:33 uur Oom Hess naar Botje2: Gio gaat morgen voor me kijken wat er mis is

26-7-2016 om 19:17:10 uur Oom Hess naar Botje2: Ik heb alleen maar hoofdpijn. Ik ga douchen en slapen.

26-7-2016 om 19:17:15 uur Botje2 naar Oom Hess: Ja mane

27-7-2016 om 12:27:20 uur Botje2 naar Oom Hess: Fawaka

Fawaka” is een Surinaamse woord dat in de Nederlandse taal betekent: “Hoe gaat het”.44

Het telefoonnummer van [medeverdachte] straalt op 26 juli 2016 drie keer, namelijk om 09:20 uur, 09:24 uur en om 10:01 uur een telefoonpaal op Schiphol aan. Vlak voor en vlak na de aanhouding van [drugskoerier G] om 09:25 uur heeft het telefoonnummer van [medeverdachte] contact met een telefoonnummer. Ook het telefoonnummer van [drugskoerier G] heeft onder andere vlak voor diens aanhouding contact met ditzelfde telefoonnummer.45

3.3.

Bewijsoverwegingen

Whatsapp-gesprekken

De rechtbank overweegt dat zij (meestal) niet zonder meer kan aannemen dat de whatsapp-gesprekken over bepaalde strafbare gedragingen gaan, als de verdachte dat ontkent of zich op zijn zwijgrecht beroept en anderen daarover niet rechtstreeks belastend verklaren. Als gelet op de daarin gebruikte woorden de betekenis van die gesprekken niet zonder meer duidelijk is, moet de rechter voorzichtig zijn bij het interpreteren daarvan. Die voorzichtigheid brengt mee dat moet worden onderzocht of die gesprekken in een met het oog op de bewijslevering betekenisvolle samenhang kunnen worden geplaatst. Dat houdt in dat wordt gekeken naar de inhoud en chronologie van die gesprekken en naar de kring van deelnemers daaraan. Ook wordt bezien hoe het overige bewijsmateriaal in het dossier zich tot die gesprekken verhoudt. Beoordeeld moet worden of de conclusie kan worden getrokken dat schijnbaar onschuldige gesprekken in werkelijkheid gaan over strafbare feiten. Bij die beoordeling kan ook van belang zijn wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken worden genoemd, bekend is. Als bijvoorbeeld is gebleken dat zij op de één of andere manier bij het strafbare feit of soortgelijke strafbare feiten betrokken zijn, kan dat meewegen bij de interpretatie. Ten slotte kan de rechtbank onder omstandigheden ten nadele van de verdachte conclusies trekken uit zijn zwijgen of niet-verifieerbaar dan wel ongeloofwaardig verklaren naar aanleiding van aan hem gestelde vragen over de inhoud van door hem gevoerde telefoongesprekken.

Tot de conclusie dat de gesprekken gaan over strafbare gedragingen en dat de verdachte daaraan een betekenisvolle bijdrage heeft geleverd, kan pas worden gekomen als op grond van het samenstel van alle relevante feiten en omstandigheden redelijkerwijs geen andere conclusie mogelijk is.

Met betrekking tot zaaksdossier C1:

In de whatsapp-gesprekken wordt tussen Botje2 en oom Hess voor de aankomstdatum van [drugskoerier IB] en [drugskoerier NB] onder meer gesproken over foto’s. In de onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon zijn foto’s aangetroffen van [drugskoerier IB] en [drugskoerier NB] in de kleding die zij droegen op het moment van hun aanhouding op Schiphol op 4 september 2016 en foto’s van bagage die overeenkomt met de bagage die zij bij zich hadden, waarin de cocaïne werd vervoerd.

Met betrekking tot zaaksdossier C2:

In de whatsapp-gesprekken wordt tussen Botje2 en oom Hess voor de aankomstdatum van [drugskoerier F] onder meer gesproken over het feit dat oma er is op het moment dat [drugskoerier F] landt op Schiphol. Tevens ontvangt [medeverdachte] via Botje2 op 18 september 2016 een filmpje en een screenshot van [drugskoerier F] die op dat moment, na haar aanhouding, in een rolstoel Aankomsthal 4 binnen wordt gereden. Vervolgens wordt op een later moment tussen

Botje2 en oom Hess gesproken over “hoe pijnlijk het is” (Botje2) en dat “hij bijna moest huilen dat hij hoorde dat oma gepakt was” (oom Hess), hetgeen bezwaarlijk anders uitgelegd kan worden dan dat de deelnemers aan het gesprek teleurgesteld waren dat [drugskoerier F] was aangehouden.

Met betrekking tot zaaksdossier C3:

[drugskoerier E] is op 19 september 2016, een dag na de aankomt van [drugskoerier F] , op Schiphol aangekomen. In de whats-app gesprekken tussen Botje2 en oom Hess wordt na de “pijn” over de aanhouding van “oma” gesproken over het feit dat het morgen goed komt en over rasta. Verdachte [drugskoerier E] heeft rastahaar. In het gesprek wordt wederom gesproken over het feit dat het morgen feest op school is, over foto’s en over het feit dat er reeds foto’s verstuurd zijn en dat er geen nieuwe foto’s gestuurd moeten worden omdat “ze bang zijn voor een aanslag”. In de telefoon van [medeverdachte] is een foto van [drugskoerier E] aangetroffen die op een eerder moment was verstuurd. Op 19 september 2016 was er geen sprake van een aanslag op een school. Kennelijk wordt ermee bedoeld dat de vrees bestaat dat er meer aanhoudingen van drugskoeriers zullen worden verricht.

Met betrekking tot zaaksdossier C4:

Uit de zendmastgegevens blijkt dat [medeverdachte] ten tijde van de aankomst van [drugskoerier G] op Schiphol aanwezig is en rondom die periode wederom regelmatig contact onderhoudt met [verdachte] . In eerste instantie meldt [medeverdachte] dat hij het idee heeft dat de “emmer” veilig is. Met “de emmer” kan gezien de omstandigheid dat [medeverdachte] blijkens de zendmastgegevens op dat moment op Schiphol is, niet anders worden bedoeld dan de luchthaven.

Op het moment dat duidelijk wordt dat [drugskoerier G] is aangehouden, wordt er gesproken over dat Gio gaat kijken wat er mis is en over het hebben van hoofdpijn.

De rechtbank is gelet hierop en in aanmerking genomen dat [drugskoeriers IB en NB] , [drugskoerier E] , [drugskoerier F] en [drugskoerier G] op de betreffende dagen cocaïne hebben ingevoerd, van oordeel dat, ook als de whatsapp-gesprekken met de nodige voorzichtigheid worden beoordeeld, redelijkerwijs tot geen andere conclusie kan worden gekomen dan dat de onder de redengevende feiten en omstandigheden weergegeven gesprekken – in onderlinge samenhang bezien – betrekking hadden op het binnenhalen van drugskoeriers.

[verdachte] heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen en heeft geen enkele aannemelijke verklaring afgelegd, op grond waarvan met betrekking tot de whatsappgesprekken een andere conclusie zou moeten worden getrokken.

Nauwe en bewuste samenwerking

Uit de gesprekken tussen Botje2 en oom Hess valt op te maken dat [medeverdachte] de koeriers ophaalt en dat [verdachte] hem ter voorbereiding informatie geeft en hem aanstuurt en zij ten tijde van aankomst van de koeriers en na afloop daarvan contact onderhouden over de aankomst en verdere gang van zaken. [verdachte] en [medeverdachte] maken gebruik van versluierd taalgebruik om uit het zicht van politie en justitie te blijven en zij begrijpen elkaar kennelijk goed. Uit de inhoud van deze contacten blijkt een bewuste en nauwe samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte] bij het laten reizen van en naar Nederland van drugskoeriers. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat [verdachte] en [medeverdachte] zich in nauwe en bewuste samenwerking met elkaar en anderen hebben schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van de hiervoor onder C1, C2, C3 en C4 vermelde hoeveelheden cocaïne.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 19 september 2016 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam en/of in Suriname en/of op Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, de onder - de al dan niet reeds veroordeelde drugskoeriers - [drugskoerier E] en [drugskoerier IB] en [drugskoerier NB] en [drugskoerier F] en [drugskoerier G] aangetroffen grote hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne.

Door gebruik te maken van de woorden “en/of” heeft de officier van justitie in het midden gelaten of hij uit is op een veroordeling voor één feit of voor beide feiten. De rechtbank overweegt dat in het tweede deel van de tenlastelegging (na de woorden “en/of”) de handelingen zijn opgenomen die tevens zien op het bewezen verklaarde medeplegen van de invoer van cocaïne. In feite is sprake van hetzelfde feitencomplex. Gelet hierop dient de tenlastelegging te worden aangemerkt als een alternatieve tenlastelegging en komt de rechtbank, nu zij tot een bewezenverklaring komt van het medeplegen van de invoer van cocaïne, niet toe aan een beoordeling van het alternatief tenlastegelegde.

Hetgeen aan verdachte onder meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een geldboete ter hoogte van € 5.200,-.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van circa 24 kilogram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Op grond van de aard en de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat – uit een oogpunt van normhandhaving en preventie – alleen een vrijheidsbenemende straf als sanctie in aanmerking komt. Bij de hoogte van de op te leggen straf neemt de rechtbank het gewicht van de ingevoerde hoeveelheid cocaïne als uitgangspunt.

De rechtbank neemt ten nadele van verdachte in aanmerking, dat verdachte ten opzichte van de koeriers samen met [medeverdachte] een aansturende, organiserende en begeleidende rol had en aldus kennelijk een zodanige plaats in de drugsorganisatie innam, dat hij zelf niet het grootste risico heeft gelopen. Daarbij heeft verdachte - kennelijk voornamelijk ten behoeve van zijn eigen financieel gewin - misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van de personen die als pakezel worden ingezet om cocaïne te koerieren, met alle risico’s - onder andere op veroordelingen tot lange gevangenisstraffen - van dien.

De strafeis van de officier van justitie is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Dat in andere arrondissementen andere -lagere- straffen worden opgelegd bij een evenzo grote hoeveelheid ingevoerde cocaïne, maakt het voorgaande niet anders, alleen al omdat de invoer via de luchthaven een eigen karakter kent. In de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding daarvan af te wijken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het financieel gewin waar het verdachte kennelijk om te doen was, tevens een geldboete passend en geboden is. Bij de bepaling van de hoogte heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Niet aannemelijk is dat verdachte niet in staat is de geldboete te voldoen, mede in aanmerking genomen dat de officier van justitie heeft aangegeven de boete te zullen incasseren door middel van uitwinning van het conservatoire beslag op een bij verdachte aangetroffen geldbedrag en Rolex horloge.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 23, 24a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 2, 10 van de Opiumwet

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHT (8) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een geldboete van € 5.200,- (VIJFDUIZEND EN TWEEHONDERD EURO), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C. Smits, voorzitter,

mr. W. Veldhuijzen Van Zanten en mr. E.M. ten Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 april 2018.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal vaststelling identiteit d.d. 22 juli 2017, dossierpagina 011 tot en met 020 (pagina’s 012 tot en met 014), aanvullend relaas onderzoek Tuppal.

3 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , Persoonsdossier [medeverdachte] , dossierpagina 218 tot en met 226.

4 Een schriftelijk bescheid, te weten een Kopie Aanvraag Reisdocument met nummer 2-5191-2009 op naam van [verdachte] , los opgenomen in het dossier achter ‘Aanvraag pasfoto van paspoort of identiteitskaart’.

5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2017, los opgenomen in het dossier.

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 oktober 2017, persoonsdossier B.02 [verdachte] , dossierpagina 197 tot en met 199.

7 Het proces-verbaal vaststelling identiteit d.d. 22 juli 2017, persoonsdossier B.02 [verdachte] , dossierpagina 011 tot en met 020 (pagina’s 016 tot en met 018).

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 mei 2017, los opgenomen in het dossier.

9 Het proces-verbaal van aanhouding [drugskoerier IB] d.d. 4 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 057 tot en met 061.

10 Het proces-verbaal van aanhouding [drugskoerier NB] d.d. 4 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 094 tot en met 098.

11 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 5 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 143 tot en met 150.

12 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 12 september 2016, met kenmerk A065.6.072447, laboratoriumnummer 10924 X 16, zaaksdossier C1, dossierpagina 296 tot en met 298.

13 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 5 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 218 tot en met 227.

14 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 12 september 2016, met kenmerk A065.6.072457, zaaksdossier C1, laboratoriumnummer 10923 X 16, dossierpagina 296 tot en met 298.

15 Het proces-verbaal analyse gsm telefoon verdachte [medeverdachte] d.d. 15 oktober 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 335 tot en met 343.

16 Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 18 september 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 069 tot en met 070.

17 Het proces-verbaal van onderzoek bagage d.d. 18 september 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 112 tot en met 114.

18 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 18 september 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 129 tot en met 135.

19 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 21 september 2016, zaaksdossier C2, met kenmerk A065.6.076580, laboratoriumnummer 11365 X 16, dossierpagina 178 tot en met 179.

20 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [drugskoerier NB] d.d. 6 augustus 2017, los opgenomen in het dossier.

21 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden d.d. 26 oktober 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 186 tot en met 206; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 235 tot en met 249.

22 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. d.d. 14 oktober 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 207 tot en met 221.

23 Het proces-verbaal van analyse historische verkeersgegevens d.d. 21 januari 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 352 tot en met 360 (pagina 358).

24 Het proces-verbaal van de Belastingdienst/Douane d.d. 19 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 024 tot en met 027.

25 Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee d.d. 20 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 030 tot en met 031 en het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [drugskoerier E] , d.d. 19 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 035 tot en met 036.

26 Het proces-verbaal uitkijken camerabeelden d.d. 9 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 115 tot en met 122.

27 Het proces-verbaal van bevindingen analyse camerabeelden d.d. 20 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 108 tot en met 114.

28 Het proces-verbaal uitkijken camerabeelden d.d. 9 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 115 tot en met 122.

29 Het proces-verbaal van bevindingen analyse camerabeelden d.d. 20 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 108 tot en met 114.

30 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 22 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 064 tot en met 071.

31 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam opgesteld door W. Wind MSc d.d. 22 september 2016, kenmerk 11433 X 16, zaaksdossier C3, dossierpagina 298 tot en met 300.

32 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 261 tot en met 268 (pagina 262).

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 326 tot en met 333.

34 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 januari 2017, zaaksdossier C3, dossierpagina’s 305 en 306.

35 Het proces-verbaal van verdenking d.d. 8 mei 2017, persoonsdossier [verdachte] dossierpagina 033 tot en met 047.

36 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 261 tot en met 268.

37 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 15 februari 2017, persoonsdossier [medeverdachte] dossierpagina 224.

38 Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 26 juli 2016, zaaksdossier C4, dossierpagina 029 tot en met 033.

39 Het proces-verbaal verdovende middelen d.d. 28 juli 2016, zaaksdossier C4, dossierpagina 076 tot en met 086.

40 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam opgesteld door W. Wind MSc d.d. 4 augustus 2016, kenmerk 9455 X 16, zaaksdossier C4, dossierpagina 126 tot en met 128.

41 Het proces-verbaal van verhoor getuige [drugskoerier G] d.d. 22 februari 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 168 tot en met 184.

42 Het proces-verbaal van verhoor [drugskoerier G] d.d. 26 juli 2016, zaaksdossier C4, dossierpagina 043 tot en met 045.

43 Het proces-verbaal van bevindingen telecom d.d. 20 februari 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 148 tot en met 157.

44 Proces-verbaal analyse chatgesprekken d.d. 4 maart 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 142 tot en met 145.

45 Proces-verbaal analyse verkeersgegevens [drugskoerier G] d.d. 21 januari 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 158 tot en met 160.