Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7329

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-08-2018
Datum publicatie
23-08-2018
Zaaknummer
1504088018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel van vijf kinderen vanuit Griekenland naar Nederland. Waarbij verdachte zijn eigen kinderen heeft ingezet bij de mensensmokkel. Niet alleen door de gesmokkelde kinderen te laten reizen op de paspoorten van zijn eigen kinderen, maar ook door zijn eigen kinderen te laten meereizen om op die manier geloofwaardiger over te komen als reizend gezin.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte via de telefoon heeft onderhandeld over de beloning die hij zou ontvangen voor het smokkelen van kinderen. De teksten die verdachte daarbij heeft gebezigd doen denken aan de handel

in goederen of vee. De rechtbank kan die omstandigheden niet rijmen met het

standpunt van verdachte dat hij vanuit liefdadigheid heeft gehandeld en is van

oordeel dat verdachte slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen heeft gehad.

Gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verbeurdverklaring Apple telefoon nu met behulp hiervan het strafbare feit is begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.040880.18 (P)

Uitspraakdatum: 9 augustus 2018

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 juli 2018 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , thans gedetineerd in Detentiecentrum Schiphol HvB.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. Visser en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. H. Sytema, advocaat te ’s-Gravenhage, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort samengevat – na nadere omschrijving van de voorlopige tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

hij een gewoonte heeft gemaakt van mensensmokkel door in de periode van 10 december 2016 tot en met 26 februari 2018 te Nederland en/of Griekenland vijf kinderen behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland.

De tekst van de hele tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van mensensmokkel door meermaals kinderen van Athene naar Nederland te laten reizen op de paspoorten van zijn eigen kinderen. Uit de opgevraagde vliegtickets is gebleken dat verdachte steeds met meer mensen naar Nederland is teruggekeerd dan waarmee hij naar Griekenland is gereisd. In de telefoon van verdachte zijn gesprekken aangetroffen waarin foto’s van kinderen zijn vergeleken met foto’s van zijn eigen kinderen en waarin werd gesproken over geldbedragen.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte kan worden veroordeeld voor de ten laste gelegde mensensmokkel op 26 februari 2018, maar dat hij van de rest van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

Niet is vast komen te staan welke personen daadwerkelijk zouden hebben gereisd. Met de vliegtickets die onderdeel uitmaken van het dossier kan de identiteit van de reizigers niet worden vastgesteld. Daarnaast zijn de WhatsApp-gesprekken uit de telefoon van verdachte gefragmenteerd. De berichten geven geen duidelijk beeld over betalingen en het brengen en halen van kinderen. Tot slot heeft verdachte verklaard dat hij ten aanzien van de kinderen die hij op 26 februari 2018 mee naar Nederland nam uit humanitaire overwegingen heeft gehandeld en niet uit winstbejag.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn weergegeven en de volgende bewijsoverweging.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte tijdens vier verschillende reizen tussen Nederland en Griekenland op de terugreis met in totaal vijf kinderen méér heeft samengereisd dan op de heenreis. Ook is gebleken dat verdachte telkens slechts één dag in Griekenland is verbleven. Verdachte heeft ten aanzien van één van die reizen bekend dat hij twee kinderen vanuit Griekenland mee naar Nederland heeft genomen door hen op de paspoorten van zijn eigen kinderen te laten reizen. Deze kinderen zijn op 26 februari 2018 ook op Schiphol aangetroffen.

Verdachte heeft ten aanzien van de overige reizen bekend dat hij naar Griekenland is afgereisd, maar hij heeft ontkend dat hij zich tijdens die reizen schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Eén van de reizen zou hij hebben gemaakt in het kader van een ziekenbezoek en één reis ter viering van de verjaardag van zijn zoon. De rechtbank schuift de verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde. Algemeen bekend is dat dergelijk korte reizen niet geschikt zijn voor de reisdoelen die verdachte verklaart te hebben gehad. De ongeloofwaardigheid van de verklaringen van verdachte wordt ondersteund door het gegeven dat verdachte en zijn gezin niet vermogend genoeg zijn om zich dergelijk korte tripjes te kunnen veroorloven. Verdachte heeft ter terechtzitting immers verklaard dat hij uienschiller is.

Bovendien acht de rechtbank de verklaring van verdachte ongeloofwaardig omdat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte via WhatsApp-gesprekken met derden heeft onderhandeld over de financiële beloning die hij wenste te ontvangen voor het meenemen van kinderen. Verdachte en de personen waarmee hij telefonisch contact heeft gehad, hebben foto’s van kinderen uitgewisseld, die met elkaar vergeleken en zij hebben daarbij gesproken over hun gelijkenissen of juist het gebrek daaraan. Het is bekend dat mensensmokkelaars gebruik plegen te maken van look-alike-paspoorten. Om voornoemde redenen schuift de rechtbank ook de verklaring van verdachte terzijde dat hij in december 2016 met zijn zoon [kind 1] (extra kind) zou zijn teruggevlogen nadat deze met de auto door een neef van verdachte naar Athene zou zijn gebracht. Deze verklaring heeft verdachte eerst ter zitting afgelegd, nadat hij in eerste instantie verklaarde zich over de reis van 10 en 11 december 2016 weinig te kunnen herinneren. Bovendien volgt uit het dossier dat verdachte op 10 en 11 december 2016 met zijn kinderen [kind 2] en [kind 3] heeft gevlogen terwijl verdachte ter zitting verklaarde met [kind 4] te hebben gereisd. Verdachtes verklaring kan aldus ook om die reden niet op de hem verweten reis slaan.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat verdachte de handelwijze ten aanzien van de mensensmokkel die hij heeft bekend te hebben gepleegd op 26 februari 2018, ook heeft toegepast tijdens de andere drie reizen. Alle vier de reizen zijn namelijk gemaakt tussen Nederland en Griekenland, met telkens slechts één dag verblijf in Griekenland, waarbij verdachte met meer kinderen terug naar huis is gekeerd dan waarmee hij is vertrokken. Vanwege de overeenkomsten op essentiële punten tussen de reis eindigend op 26 februari 2018 en de overige reizen betrekt de rechtbank het bewijs dat verdachte zich ten aanzien van de reis eindigend op 26 februari 2018 schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel bij het bewijs dat verdachte zich tijdens de overige driereizen eveneens schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel.

Daarmee is komen vast te staan dat verdachte zich tijdens de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het smokkelen van kinderen en dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Dat verdachte de kinderen tijdens alle reizen behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland volgt uit het gegeven dat jonge kinderen logischerwijze niet zelf hun incheck, paspoortcontrole en vliegreis kunnen regelen. Ook ten aanzien hiervan gebruikt de rechtbank de verklaring van verdachte ten aanzien van de mensensmokkel die hij heeft bekend te hebben gepleegd op 26 februari 2018. Verdachte heeft ten aanzien van die reis immers verklaard dat hij de reis heeft geregeld en dat hij degene was die de boardingpassen bij zich had. Nu verdachte over de reizen contact heeft gehad met andere personen in het buitenland die de kinderen – kennelijk – hebben geselecteerd dan wel de reizen tezamen met zijn vrouw heeft gemaakt en aldus geprobeerd heeft als een ogenschijnlijk normaal Syrisch gezien naar Schiphol te reizen, is de rechtbank eveneens van oordeel dat verdachte de feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 10 december 2016 tot en met 26 februari 2018 te Schiphol en in Athene tezamen en in vereniging met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland; immers zijn verdachte en zijn mededaders:

in de periode 10 december 2016 tot en met 11 december 2016 een (onbekend gebleven) kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle) en het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden;

en

in de periode 13 januari 2018 tot en met 14 januari 2018 een (onbekend gebleven) kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen en daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle) en het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden;

en

in de periode 10 februari 2018 tot en met 11 februari 2018 een (onbekend gebleven) kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde persoon een niet op haar naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen en daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle) en het niet op haar naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden.

en

in de periode 13 februari 2018 tot en met 26 februari 2018 [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) en [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland door aan voornoemde personen niet op hun naam gestelde (zogenaamde look-a-like) paspoorten ter beschikking te stellen en daarmee tezamen met voornoemde personen in te checken op luchthaven Athene en vervolgens voornoemde personen te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol en voornoemde personen te begeleiden naar de paspoort(controle) en de niet op hun naam gestelde paspoorten ter controle aan te bieden;

terwijl hij, verdachte en zijn mededaders telkens wisten dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Mensensmokkel, terwijl het feit wordt begaan door meerdere personen die daarvan een beroep of gewoonte maken.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de telefoon van verdachte verbeurd wordt verklaard omdat daarmee het strafbare feit is gepleegd.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn gezin. De vrouw van verdachte heeft de zorg voor vier jonge kinderen. Het is van groot praktisch en financieel belang dat verdachte snel terugkeert naar zijn gezin. De raadsman heeft de rechtbank verzocht een straf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft in de periode van ruim een jaar vijf kinderen vanuit Griekenland naar Nederland gesmokkeld. Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in standhouden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de 'echte' asielzoeker daardoor kan worden geschaad.

De rechtbank vindt het in het bijzondere ernstig dat verdachte zijn eigen kinderen heeft ingezet bij de mensensmokkel. Niet alleen door de gesmokkelde kinderen te laten reizen op de paspoorten van zijn eigen kinderen, maar ook door zijn eigen kinderen te laten meereizen om op die manier geloofwaardiger over te komen als reizend gezin.

Daarnaast vindt de rechtbank het zeer kwalijk dat verdachte zich op het standpunt heeft gesteld – en ook is blijven stellen – dat hij niet in strijd met de wet heeft gehandeld en dat zijn motieven zuiver waren. De rechtbank benadrukt dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij de identiteit van de gemokkelde kinderen niet kende, terwijl hij is blijven volharden in zijn verklaring dat de kinderen familie van hem waren. Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte via de telefoon heeft onderhandeld over de beloning die hij zou ontvangen voor het smokkelen van kinderen. De teksten die verdachte daarbij heeft gebezigd doen denken aan de handel in goederen of vee. De rechtbank kan die omstandigheden niet rijmen met het standpunt van verdachte dat hij vanuit liefdadigheid heeft gehandeld en is van oordeel dat verdachte slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen heeft gehad.

De persoon van verdachte

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 23 april 2018, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld;

- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 23 mei 2018 van
[reclasseringswerker] reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, waaruit volgt dat verdachte onvoldoende probleembesef heeft, omdat hij vindt dat hij niets strafbaars heeft gedaan. Een meldplicht bij de reclassering is niet geïndiceerd omdat verdachte geen problemen ondervindt op de verschillende leefgebieden en omdat het recidiverisico op basis van zijn delictgeschiedenis als laag wordt ingeschat.

De op te leggen straf

Bij de bepaling van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan heeft de rechtbank

gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en naar de volgende

omstandigheden.

Bij het opleggen van de straf neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat verdachte slechts verantwoordelijkheid heeft genomen voor dat deel van het ten laste gelegde waarvoor hij op heterdaad is betrapt. Voor het overige gedeelte van de tenlastelegging heeft verdachte geen enkele verantwoordelijkheid genomen en heeft hij zichzelf in een slachtofferrol geplaatst.

In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met het gegeven dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van 24 maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat 4 maanden daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zullen worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Bijkomende straf

De rechtbank acht het in beslag genomen voorwerp, te weten een Apple telefoon, vatbaar voor de bijkomende straf van verbeurdverklaring nu dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp ervan het feit is begaan.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 4 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

1. STK GSM (Volgnr. 1)

(Omschrijving: wit, merk: Apple)

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.M. ten Bos, voorzitter,
mr. E.C. Smits en mr. B. de Wilde, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.I. Robijns, griffier.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2018.

Mr. De Wilde is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

I – Tenlastelegging

hij in of omstreeks de periode van 10 december 2016 tot en met 26 februari 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, en/of in Athene, in elk geval in Griekenland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het opzettelijk behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, immers heeft/hebben/is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

* in de periode 10 december 2016 tot en met 11 december 2016 een (onbekend gebleven) persoon/kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door:

- aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en/of;

- daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene, en/of;

- vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol, en/of;

- voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle), en/of;

- het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden.

en/of

* in de periode 13 januari 2018 tot en met 14 januari 2018 een (onbekend gebleven) persoon/kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door:

- aan voornoemde persoon een niet op zijn naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en/of;

- daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene, en/of;

- vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol, en/of;

- voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle), en/of;

- het niet op zijn naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden.

en/of

* in de periode 10 februari 2018 tot en met 11 februari 2018 een (onbekend gebleven) persoon/kind behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door:

- aan voornoemde persoon een niet op haar naam gesteld (zogenaamde look-a-like) paspoort ter beschikking te stellen, en/of;

- daarmee tezamen met voornoemd persoon in te checken op luchthaven Athene, en/of;

- vervolgens voornoemd persoon te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol, en/of;

- voornoemd persoon te begeleiden naar de paspoort(controle), en/of;

- het niet op haar naam gesteld paspoort ter controle aan te bieden.

en/of

* in de periode 13 februari 2018 tot en met 26 februari 2018 [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) en/of [gesmokkeld kind] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )) behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of hen/hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, door:

- aan voornoemde perso(o)n(en) niet op hun/zijn naam gesteld(e) (zogenaamde look-a-like) paspoorten ter beschikking te stellen, en/of;

- daarmee tezamen met voornoemde perso(o)n(en) in te checken op luchthaven Athene, en/of;

- vervolgens voornoemde perso(o)n(en) te begeleiden naar en op de luchthaven Schiphol, en/of;

- voornoemde perso(o)n(en) te begeleiden naar de paspoort(controle), en/of;

- de niet op hun/zijn naam gestelde paspoort(en) ter controle aan te bieden.

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

II - Bewijsmiddelen

Een proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, dossier A (Algemeen), doorgenummerde pagina’s 52 t/m 55. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op maandag, 26 februari 2018 voerden wij, verbalisanten, een Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) controle uit bij gate D83 op de binnenkomende vlucht vanuit Athene, Griekenland met Vluchtnummer [vluchtnummer] . Ik, verbalisant, zag vier voor mij onbekende personen, uit de aviobrug van gate D83 komen. Ik, verbalisant, zag dat dit een man, een vrouw en twee kinderen betroffen. Ik vroeg de man, vrouw en de kinderen naar hun documenten. Ik zag dat de man mij een nationaal paspoort

Syrië, twee vluchtelingen paspoorten Nederland, een vreemdelingen paspoort

Nederland en 4 separate Nederlandse verblijfstitels aanbood op namen van:

[verdachte] , [vrouw van verdachte] , [kind 4] en [kind 1] . Bij het controleren van de gelijkenis tussen de aangebrachte foto's in de

bovenstaande documenten en het gelaat van de persoon die reageerde op de naam [kind 1] kregen wij, verbalisanten, twijfels over de gelijkenis van [kind 1] .

Het personeel van de FSD, kon mij, verbalisant, na de controle vertellen dat

" [kind 1] " gebruik maakte van een niet op zijn naam gesteld reisdocument.

Een proces-verbaal van bevindingen van 12 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 219 t/m 221 en bijlagen t/m pagina 243 . Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Nummer 08, 11, 14 en 17: Deze boardingpassen staan op naam van [verdachte] en [vrouw van verdachte] , [kind 4] en [kind 1] . Deze boardingpassen zijn gebruikt voor de reisroute Athene- Amsterdam op 26 februari 2018. Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] en [vrouw van verdachte] op 25 februari 2018 zonder kinderen naar Athene zijn gereisd maar met twee kinderen zijn terug gekomen.

Een proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier B04 (Persoonsdossier [kind 4] (Zich noemende)) doorgenummerde pagina’s 213 t/m 215. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 1 maart 2018 werd door de raad van Kinderbescherming en NIDOS de identiteit van het kind zichtbaar op foto 2 vastgesteld (zich noemende [kind 4] ). Het kind bleek te zijn: [gesmokkeld kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] .

Een proces-verbaal van getuigenverhoor van 16 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 366 t/m 373 en fotobijlagen t/m pagina 378. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de verklaring van [moeder gesmokkeld kind] , zakelijk weergegeven:

Naam: [moeder gesmokkeld kind]

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Nationaliteit : [geboorteland]

O: Wij tonen de getuige een foto van een kind, deze is als bijlage 01 bij dit verhoor gevoegd.

V: Is dit uw zoon?

A: Ja. Hij is gisteren bij mij gekomen.

V: Hoe heet hij?

A: [gesmokkeld kind] is zijn voor naam, de naam van zijn vader is [vader gesmokkeld kind] , hij is geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .

Een proces-verbaal van bevindingen van 16 mei 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier A (Algemeen) doorgenummerde pagina’s 38 t/m 51. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

[moeder gesmokkeld kind] verklaarde dat de gesmokkelde “ [kind 1] ” haar zoon is en dat zijn naam [gesmokkeld kind] is.

Een proces-verbaal van bevindingen (vertaling WhatsAppverkeer tussen [verdachte] en [persoon] ) van 11 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 289 t/m 306. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Berichten van 13-02-2018

Noot verbalisant over foto: Dit is het kind welke op 26 februari 2018 reisde met het vluchtelingenpaspoort op naam van [kind 1] (zoon van [verdachte] ).

[persoon] : Oom, de eerste jongen willen ze in zweden hebben

[verdachte] : Hoe oud is deze?

[persoon] : 13

[persoon] : Nederland

[verdachte] : Maar hij lijkt niet op mijn zoon. Is er niemand anders om je heen behalve hij?

[persoon] : Nee.

[persoon] : Ze willen dat hij naar zweden gaat.

[verdachte] : Oké ik neem hem wel

[verdachte] : 5000

[verdachte] : Zeg tegen hem dat ik hem tot aan zijn moeder brengt.

Een proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 273 t/m 279. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

De twee minderjarige jongens te zien op de afbeeldingen 1 en 2 zijn door [verdachte] en [vrouw van verdachte] gesmokkeld van Athene naar Amsterdam. Bij het Sluisteam is het bekend dat smokkelaars vlak voor vertrek of aan boord van het vliegtuig een foto maken met daarop de persoon of personen die zij smokkelen. Deze foto's worden dan via daarvoor bestemde communicatie applicaties verstuurd naar de familieleden of aan derden die zich bezighouden met de smokkel. In bovengenoemde mobiele telefoon werden verschillende afbeeldingen aangetroffen onder andere de onderstaande afbeeldingen aangetroffen. Door manier hoe deze foto`s zijn gemaakt dan wel verwerkt heeft het Sluisteam sterk het vermoeden dat [verdachte] van het smokkelen van personen zijn beroep of gewoonte heeft gemaakt.

(De rechtbank merkt op dat hierna in het proces-verbaal afbeeldingen van foto's genummerd 6 tot en met 11 zijn opgenomen waarbij elke afbeelding telkens bestaat uit twee foto's van jongens, waarvan één foto een 'gewone' foto betreft en de andere een paspoort foto van een andersuitziende jongen betreft).

De ter terechtzitting van 26 juli 2018 door verdachte afgelegde verklaring onder andere inhoudende, zakelijk weergegeven:

U bespreekt met mij mijn aankomst op Schiphol op 26 februari 2018. Ik heb die reis geregeld. Het klopt dat ik de boardingpassen en dergelijken bij mij had. Het klopt dat het niet de paspoorten van de kinderen waren die met mij reisden. Het klopt dat ik uit Syrië ben gevlucht en dat ik hier een verblijfsvergunning en een paspoort heb gekregen. U zegt dat ik dan wel zou moeten begrijpen hoe belangrijk papieren zijn en dat niet iedereen zomaar een paspoort krijgt. Dat klopt.

Een proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 444 t/m 445 en bijlagen t/m pagina 449. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Door personeel van het Sluisteam, Koninklijke Marechaussee, werd onderzoek verricht naar eerder gemaakte vliegreizen van verdachte en/of [vrouw van verdachte] .

[verdachte] en [vrouw van verdachte] reisden samen met [kind 4] naar Athene op 11 februari 2018 met de vlucht A3-833, echter vlogen [verdachte] en [vrouw van verdachte] op 12 februari 2018 terug met [kind 4] en [kind 3] .

Een proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 450 t/m 452. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Onder verdachte werd een mobiele telefoon, IPhone 4, in beslag genomen. De telefoon werd uitgelezen.

11 februari 2018

WhatsAppberichten tussen [verdachte] en [persoon] ( [telefoonnummer] )

[persoon] : Waar ben je nu? Hoe ver ben je gekomen?

[verdachte] : Vanavond zullen we het merken

[verdachte] : Nu in Athene

[persoon] : Hoe laat is je vlucht?

[verdachte] : Vanavond

12 februari 2018

WhatsAppberichten tussen [verdachte] en [persoon] ( [telefoonnummer] )

[verdachte] : Godzijdank is gisteren allemaal goed gegaan

WhatsAppberichten tussen [verdachte] en [persoon] ( [telefoonnummer] )

[verdachte] : Slaap je? We zijn aangekomen in Nederland godzijdank, wij hebben het meisje met ons meegenomen.

Uit de bovenstaande tekstberichten kunnen wij vaststellen dat [verdachte] op 10 februari 2018 in Griekenland is aangekomen en dat hij op 11 februari 2018 weer terug vloog naar Nederland. In het gesprek tussen [verdachte] en [persoon] , schreef [verdachte] dat hij het meisje had meegenomen.

[verdachte] en [vrouw van verdachte] zijn op 10 februari 2018 naar Athene gereisd met hun zoon [kind 4] . Echter reisden [verdachte] en [vrouw van verdachte] op 11 februari 2018 terug naar Nederland met [kind 4] (zoon) en [kind 3] (dochter).

[verdachte] heeft op 12 februari 2018 een WhatsApp bericht verzonden naar [persoon] met de mededeling dat hij het meisje had meegenomen en dat het allemaal goed was gegaan. [verdachte] verklaarde tegenover personeel van het Sluisteam dat hij op 10 februari 2018 alleen met zijn vrouw en zoon, [kind 4] , naar Griekenland zijn gereisd. Zijn dochter [kind 3] was niet mee. Echter stond zijn dochter, [kind 3] , wel samen met hen op de boeking terug naar Nederland op 11 februari 2018.

De ter terechtzitting van 26 juli 2018 door verdachte afgelegde verklaring onder andere inhoudende, zakelijk weergegeven:

U vraagt mij naar de reis van 10 februari 2018. U zegt dat ik heb verklaard dat ik met mijn vrouw en zoon [kind 4] naar Athene ben geweest. Dat klopt.

Een proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 444 t/m 445 en bijlagen t/m pagina 449. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Door personeel van het Sluisteam, Koninklijke Marechaussee, werd onderzoek verricht naar eerder gemaakte vliegreizen van verdachte en/of [vrouw van verdachte] . Uit de ontvangen gegevens van [reiswebsite] blijkt dat [verdachte] op 13 januari 2018 van Amsterdam naar Athene is gevlogen, maar op 14 januari 2018 met een extra kind, [kind 1] , terug is gekeerd.

Een proces-verbaal van bevindingen van 23 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 315 t/m 317. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Ik, verbalisant, heb de digitale gegevens van de telefoon met het nummer [telefoonnummer] onderzocht. Verdachte en [vrouw van verdachte] hebben beide verklaard dat het de telefoon van [vrouw van verdachte] is. Ik heb het volgende bevonden:

Berichten van 13-01-2017

[vrouw van verdachte] : Zodra je aankomt, moet je me bellen. Hoe laat vertrekt de vlucht morgen

precies?

Berichten van 14-01-2017

[vrouw van verdachte] : Hoe gaat het [verdachte] ? Wat is er gebeurd?

[verdachte] : Goed, we zitten in de bus naar het vliegveld.

[vrouw van verdachte] : Goeie reis. Hebben ze je veel onderzocht? Waar ben je nu? Zodra je in

Nederland landt, kunnen ze misschien vragen gaan stellen. Zeg tegen [kind 2]

dat hij geen Nederlands tegen je moet praten, anders aan ze die andere jongen

aanspreken. Laat ze met elkaar praten en zo ver mogelijk bij de politie vandaan blijven.

[verdachte] : Waar ben je [vrouw van verdachte] ? Maak eten voor me klaar voor morgen. lk moet dan werken. En maak het avondeten klaar.

[vrouw van verdachte] : Zal ik doen, komt die jongen ook met je mee? Zijn jullie al uitgestapt uit het

vliegtuig?

[verdachte] : Het is allemaal goed gegaan, we zijn onderweg.

[vrouw van verdachte] : Godzijdank, is die jongen bij je?

[verdachte] Nee, hij is al weg.

De ter terechtzitting van 26 juli 2018 door verdachte afgelegde verklaring onder andere inhoudende, zakelijk weergegeven:

U vraagt mij naar de reis van 13 januari 2018. U vraagt waarom ik voor één dag naar Athene ben gegaan. Mijn zoon was jarig. Ik had hem daar naartoe gebracht voor een paar dagen.

Een proces-verbaal van bevindingen van 2 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 444 t/m 445 en bijlagen t/m pagina 449. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Door personeel van het Sluisteam, Koninklijke Marechaussee, werd onderzoek verricht naar eerder gemaakte vliegreizen van verdachte en/of [vrouw van verdachte] . Uit onderzoek naar deze digitale gegevens werden onder andere de vliegtickets aangetroffen waaruit blijkt dat [verdachte] en [vrouw van verdachte] op 10 december 2016 van Amsterdam naar Athene zijn gevlogen met [kind 3] en [kind 2] , maar op 11 december 2016 met een extra kind, [kind 1] , terug zijn gekeerd.

Een proces-verbaal van bevindingen van 18 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, dossier C (Zaaksdossier) doorgenummerde pagina’s 426 t/m 428 en bijlagen t/m pagina 436. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit ontvangen gegevens van [luchtvaartmaatschappij] is naar voren gekomen dat op zondag 11

December 2016 [verdachte] , [vrouw van verdachte] , [kind 2] en [kind 1] daadwerkelijk op de vlucht [vluchtnummer] van Athene naar Amsterdam hebben gezeten.

De ter terechtzitting van 26 juli 2018 door verdachte afgelegde verklaring onder andere inhoudende, zakelijk weergegeven:

U vraagt mij naar de reis van 10 december 2016. Ik ben met mijn vrouw, [kind 4] en [kind 2] naar Athene gevlogen.

Ten aanzien van de algemene werkwijze van mensensmokkelaars

Een proces-verbaal van verdenking van 28 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar] , dossier D (Methodiekendossier) doorgenummerde pagina’s 466 t/m 472. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de bevindingen van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit kennis en ervaring, opgedaan tijdens eerdere mensensmokkelonderzoeken, is het bij ons, personeel van het Sluisteam, bekend dat:

  • -

    Vreemdelingen trachten op illegale wijze, via de luchthaven Schiphol, het Schengengebied in te reizen;

  • -

    Deze vreemdelingen doorgaans geholpen worden door personen met dezelfde nationaliteit of van dezelfde origine, die legaal in het Schengengebied, dan wel dan wel elders in Europa woonachtig, dan wel gevestigd zijn;

  • -

    Vreemdelingen hiertoe gebruik maken van valse, vervalste, of zogenaamde ‘look a like’ reis en of verblijfsdocumenten van Schengenstaten;

  • -

    Dat de te smokkelen vreemdeling in het bezit wordt gesteld van de/het reisdocumenten(en) van het achterblijvende familielid;

  • -

    Dat de te smokkelen vreemdeling bij zijn reis naar het Schengenland van bestemming dit/deze reisdocument(en) gebruikt alsware het aan hem verstrekt.