Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7319

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
03-09-2018
Zaaknummer
6604130
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De kantonrechter is van oordeel dat het belang dat KLM heeft bij het werkneemster niet meer als verkeersvlieger in te zetten (de vliegveiligheid) zwaarder weegt dan het belang dat werkneemster heeft aangevoerd om in die functie werkzaam te zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0995
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6604130 \ CV EXPL 18-548

Uitspraakdatum: 29 augustus 2018

Vonnis in de zaak van:

[werkneemster]

wonende te [woonplaats]

eiseres

verder te noemen: [werkneemster]

gemachtigde: mr. J.W. Stam

tegen

de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

gevestigd te Amstelveen

gedaagde

verder te noemen: KLM

gemachtigde: mr. P.Th. Mantel

1 Het procesverloop

1.1.

[werkneemster] heeft bij dagvaarding van 15 januari 2018 een vordering tegen KLM ingesteld. KLM heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 18 juli 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen. Voorafgaand aan de zitting heeft [werkneemster] bij brieven van 9 en 10 juli 2018 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[werkneemster] , geboren [in 1973] , is sinds 4 december 2007 werkzaam als verkeersvlieger bij KLM. Daarvoor heeft zij in een andere functie bij KLM werkzaamheden verricht. Laatstelijk verdiende zij een salaris van € 8.786,25 bruto per maand exclusief emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van de cao voor KLM-vliegers op vleugelvliegtuigen (hierna: de cao) van toepassing.

2.2.

KLM heeft haar vliegers ingedeeld in een aantal units op basis van het vliegtuigtype waarvoor zij zijn gekwalificeerd, te weten de units KLM: B777/B787 (ICA), B747 (ICA), A330 (ICA), B737 (EUR), waarbij ‘ICA’ staat voor intercontinentale vluchten en ‘EUR’ voor vluchten binnen Europa. Voor KLM Cityhopper betreft het de units E190/E175 (EUR). In elke unit bestaat de functie van gezagvoerder (Captain) en First Officer (copiloot). De ‘ICA’ units kennen daarnaast ook de functie Second Officer (hierna: SO).

2.3.

De SO neemt tijdens de vlucht de taken van de First Officer (hierna: FO) waar indien deze vanwege de arbeids- en rusttijdenregelingen dient te rusten of indien de FO de taken van de gezagvoerder waarneemt indien deze dient te rusten. Het vliegbrevet van een Second Officer (hierna: SO) kent een beperking van bevoegdheden, met dien verstande dat een SO het vliegtuig mag besturen in de vluchtfasen boven 20.000 voet. De SO verricht in beginsel geen starts of landingen. In noodsituaties, waarin bijvoorbeeld de Captain en/of FO niet in staat is/zijn het vliegtuig te besturen, neemt de SO hun taken over.

2.4.

Voordat een vlieger bij KLM een bepaalde functie op een bepaald vliegtuigtype kan vervullen moet de vlieger (bij aanvang en bij wisseling tijdens de loopbaan) een op die functie toegespitst opleidingsprogramma met goed gevolg afronden. Een dergelijke opleiding bestaat uit een theoretisch gedeelte, simulatortraining en routetraining.

2.5.

Alle vliegers leggen verder iedere twee jaar de zogenaamde ‘prof checks’ af, standaard tests af om de vaardigheden op peil te houden. De resultaten van de prof checks worden vastgelegd in het vliegersdossier.

2.6.

In de cao is als bijlage 6 opgenomen de Regeling Vliegersloopbaan (RVL). Hierin staat onder meer opgenomen:

(…) 2.3 Senioriteitslijst

(1) Opbouw senioriteitslijst

a. alle vliegers worden opgenomen in een senioriteitslijst.

b. op de datum van indiensttreding als vlieger wordt de vlieger onderaan op de

senioriteitslijst geplaatst, tenzij in overleg tussen de KLM en de VNV anders

wordt overeengekomen*.

(…)

2.4

Onderzoek naar de geschiktheid voor de functie

(1) Indien Vice President Operations betwijfelt of een vlieger voldoet of nog voldoet

aan de voor de functie gestelde geschiktheidseisen, zoals bedoeld in punt 3.3.(1).,

zal hij de kwestie voorleggen aan de beoordelingscommissie.

(2) De beoordelingscommissie is samengesteld uit de volgende vliegers:

a. Vice President Operations of door de Executive Vice President Flight Operations

aangewezen plaatsvervanger (voorzitter),

b. Operations Manager, anders dan van het betrokken vliegtype,

c. Vice President Flight Safety & Quality Assurance,

d. Training Manager van het betrokken vliegtuigtype of diens plaatsvervanger.

Een vertegenwoordiger van de VNV en de personeelsfunctionaris zijn als waarnemer aanwezig bij de besprekingen, doch zijn geen lid van de commissie.

(…)

Indien een waarnemer zich niet kan verenigen met de door de commissie gevolgde procedure of met het door de commissie uitgebrachte advies, heeft hij het recht zijn visie op schrift te stellen en als bijlage bij het verslag van de commissie te doen voegen.

(4) Na ontvangst van het advies van de commissie beslist Executive Vice President Flight Operations in hoogste instantie.

In geval van een afwijkende visie van één of beide waarnemers zal hij geen beslissing nemen dan na het horen van deze waarnemer(s).

Executive Vice President Flight Operations kan in dit verband onder meer besluiten dat de betrokken vlieger tijdelijk in een lagere functie wordt tewerkgesteld (met behoud van zijn functie bestanddeel) of wordt gedemoveerd.

In geval van demotie of het niet voldoen aan de geschiktheidseisen voor een bepaalde andere functie bepaalt Executive Vice President Flight Operations na welke periode – en eventueel onder welke voorwaarden – de betrokken vlieger (wederom) voor opleiding naar een andere (soort) functie in aanmerking komt.

(…)

3.1.

Biedingsprocedure

(1) Bekendmaking voorkeur voor een andere functie (bieding)

a. Vóór iedere opleidingsperiode zal de KLM de vliegers in de gelegenheid

stellen hun voorkeur voor een andere functie kenbaar te maken (te bieden).

(…)

3.3.

Voorwaarden voor opleiding voor een andere functie

(1) In aanmerking komen voor opleiding

Om voor opleiding voor een andere functie in aanmerking te komen dient de vlieger aan de volgende eisen te voldoen:

a. geschiktheid op vliegtechnisch gebied, zulks ter beoordeling van Vice

President Operations met inachtneming van punt 2.4;

b. bezit van de voor de andere functie wettelijk vereiste bevoegdheden en

kwalificaties, niet zijnde de typebevoegdheid;

(…)

3.4

Vervulling van vacatures

(…)

(5) Afbreken opleiding

De KLM kan de opleiding van een vlieger tussentijds afbreken

a. naar aanleiding van een beslissing van Executive Vice President Flight

Operations zoals bedoeld in punt 2.4.(4);

b. indien de vlieger wegens ziekte niet onafgebroken aan de opleiding kan

deelnemen en het niet mogelijk is het gemiste deel van de opleiding in te halen.

In het geval, zoals genoemd onder b, wordt de vlieger wederom tewerkgesteld in de functie die hij vóór de opleiding vervulde, en vervalt de betreffende toewijzing onder handhaving van de bieding. (…)

(6) Benoeming in de functie

De vlieger wordt in een functie benoemd op de dag na het met goed gevolg voltooien van de daarvoor vereiste opleiding.

(…)

2.7.

Nadat [werkneemster] een periode van zeven jaar als SO bij KLM had gewerkt, heeft [werkneemster] geboden op de functie van FO B737. De opleiding is einde 2014 aangevangen.

2.8.

Op 10 februari 2015 adviseert Training Manager [Training Manager 1] :

(…) Aandachtspunten voor [werkneemster] in algemene zin zijn viervoudig:

- eigen verantwoordelijkheid nemen niet alleen over haar training, maar ook over hetgeen van haar verwacht wordt in de uitoefening van haar nieuwe functie.

- vertrouwen in haar eigen kunnen en dat van haar collega

- voldoende mentale weerbaarheid opbouwen zodat er voldoende mentale capaciteit overblijft voor plannen van vluchten, SA opbouw en beheersing van vliegtuig

- stabiel aircraft op final. [werkneemster] geeft aan moeite te hebben met pitch control

In haar persoonlijk plan ziet [werkneemster] vooral waarde in consistentie, rust en herhaling. Momenteel lijkt het alsof [werkneemster] tracht deze zaken te bereiken door omstandigheden zo in te richten dat deze een voor haar bekend en beheersbaar plaatje vormen. Er is [werkneemster] aangegeven dat de doelstelling is om haar een vliegtuig te leren vliegen en niet een trucje uit te voeren.

2.9.

Instructeur [instructeur] adviseert op 18 maart 2015 onder meer het volgende:

(…) [werkneemsters] zelfbeeld is positief over haar performance. Voor een deel is dit correct (LOFT scenario), maar haar basic flying skill, SA tijdens de beschreven situaties, alsmede haar prioriteit stelling is onder de maat, dit is moeilijk over te brengen bij haar.

2.10.

Op 30 maart 2015 adviseert Training Manager [Training Manager 1] :

(…) Ondanks de training met nieuwe scan is vlieggedrag te inconsistent en onvoorspelbaar. De oorzaak hiervan ligt in informatieverwerking, maar is op vliegtechnisch gebied niet te achterhalen. Een BOZ wordt bijeengeroepen.

2.11.

Er heeft een procedure bij de beoordelingscommissie plaatsgevonden. Uit het verslag van de beoordelingscommissie van 10 april 2015 blijkt het volgende:

(…) De commissie concludeert:

1. dat zij op dit ogenblik geen mogelijkheden ziet om op dit moment de opleiding tot F/O 737 met succes af te ronden.

2. dat betrokkende onvoldoende inzicht heeft in de factoren die een succesvolle afronding van de omscholing in de weg staan.

(…)

De commissie adviseert unaniem:

1. dat betrokkene teruggeschoold wordt naar CRCP B777 voor een periode van minimaal 1 jaar waarna zij kan bieden voor een functie waarvan de opleiding aanvangt in het opleidingsseizoen beginnend op 1 juli 2016.

2. dat betrokkene een traject volgt bij een door KLM aan te wijzen psycholoog met als doel te werken aan zelfinzicht en weerbaarheid om de mogelijkheden op een succesvolle omscholing te vergroten.

3. dat betrokkene deze periode gebruikt om zich optimaal voor te bereiden op een volgende omscholing.

(…)

De waarnemer van VNV en de waarnemer van personeelszaken hebben aangegeven akkoord

te zijn met de gevolgde procedure en geen bezwaar te hebben tegen de inhoud van het

advies.

2.12.

Bij brief van 10 juni 2015 heeft de toenmalige Executive Vice President Flight

Operations aan [werkneemster] bericht dat hij het advies van de beoordelingscommissie

overneemt.

2.13.

Na de terug scholing heeft [werkneemster] nog ruim anderhalf jaar de functie van SO

B777 bekleed. Vervolgens heeft zij geboden op de functie van FO E190 (Embraer) bij KLM

Cityhopper. De opleiding is in februari 2017 aangevangen.

2.14.

[Chief Instructor Embraer] , Chief Instructor Embraer, schrijft in het Assessment

Trainingfile over de periode van 14 februari 2017 tot 21 september 2017 over [werkneemster]

onder meer: ‘(…) Kandidaat laat tijdens de type kwalificaties een grillig beeld zien. Dat is te

zien aan de variatie in de beoordelingen, waarbij er met regelmaat onder het gemiddelde

wordt gepresteerd. Uit de trainingfile is duidelijk te zien dat er een significante hoeveelheid

extra training is ingezet. (…) Het handmatig besturen van het vliegtuig gaat gepaard met

moeite en zodoende is er onvoldoende progressie tijdens de type kwalificaties. (…) Met name

onvoldoende techniek met betrekking tot gebruik van het roer (rudder) wordt meerdere

malen aangehaald. Deze vaardigheid is een basistechniek van het besturen van een vliegtuig

die vanaf het eerste moment op de luchtvaartschool wordt onderwezen. De ondergemiddelde

prestaties van kandidaat zijn niet alleen terug te vinden in de simulator. Ook tijdens het

daadwerkelijke vliegen (…) is het opvallend dat kandidaat de basisvaardigheden van het

besturen van het vliegtuig onvoldoende beheerst. (…) controle over het vliegpad de ene keer

net voldoende lijkt en de andere keer onvoldoende is. De instructeur heeft tijdens deze

aircraft training meermaals corrigerend moeten ingrijpen. Verder is het normaal voor

kandidaten om 6 landingen tijdens deze training te voltooien. In dit geval heeft kandidaat er

9 gemaakt, waarbij de progressie nog steeds ruim onvoldoende was. Pas na extra training en

nogmaals 9 landingen werd er een normale performance geconstateerd. (…) belangrijk om

te kunnen vaststellen of de kandidaat in staat is om het vliegtuig veilig te opereren. Immers,

het zou mogelijk kunnen zijn dat de kandidaat de enige persoon is die nog in staat is om het

vliegtuig te besturen als de andere vlieger, om wat voor reden dan ook, uitvalt. (…) niet

voldoende vast kunnen houden van de snelheid, waarbij er op enig moment zelfs interventie

nodig is van de gezagvoerder om het vliegtuig naar een veilige situatie terug te laten keren.

Er is zelfs een aantekening gemaakt waarbij de kandidaat door een onweerswolk vloog, een

uiterst onveilige situatie, waardoor het vliegtuig aan de rand van een overtreksituatie kwam.

(…) Er zijn meerdere verwijzingen te vinden waarbij kandidaat onvoldoende op feedback

reageert. (…) Tijdens de eerste beoordelingscommissie is vastgesteld dat niet-technische

aspecten, zoals stress, invloed hebben op de mentale staat van kandidaat. Dit is tijdens de

type kwalificatie ook opgemerkt en benoemd door de kandidaat. Het is onduidelijk in

hoeverre de mentale staat de performance van de kandidaat beïnvloedt. (…) Echter, een

verkeersvlieger met de verantwoordelijkheden zoals die van een FO Embraer zal te allen

tijde moeten voldoen aan de minimaal gestelde veiligheidsnormen. Gezien deze trainingsfile

concludeer ik dat er een buitengewoon significante hoeveelheid extra training aan kandidaat

besteedt zou moeten worden om het vereiste minimale niveau, voor de functie van FO

Embraer, te bereiken. Verder zal het op peil houden van dit niveau een grote uitdaging met

zich meebrengen voor zowel de kandidaat als het bedrijf. (…) duidelijk dat de kandidaat

dermate moeite heeft met het uitvoeren van de functie van FO Embraer dat deze als

onopleidbaar beschouwd kan worden. (…)

2.15.

Het advies van Training Manager [Training Manager 2] van 14 maart 2017 luidt als volgt:

(…) After a significant amount of additional training the performance of [werkneemster] is still not on standard level (regarding: Manual handling) to complete the type qualification training of the Embraer.

At this time I see no option to train [werkneemster] up tot he required standard with the available resources. Therefore I request the advise of an Evaluation Board in accordance with CAO bijlage 6 artikel 2.4

(…)

2.16.

Er heeft een tweede procedure bij de beoordelingscommissie plaatsgevonden. Uit het verslag van de beoordelingscommissie van 19 april 2017 blijkt het volgende:

(…) De commissie concludeert:

  • -

    [werkneemster] in de opleiding tot First Officer niet binnen de gestelde termijn een voldoende niveau heeft kunnen bereiken.

  • -

    Tijdens de opleiding een gebrek aan basic flying skills gecombineerd met inadequaat stressmanagement is geconstateerd.

  • -

    Het niet duidelijk is of het gebrek aan basic flying skills de oorzaak of het gevolg is van de stress.

  • -

    [werkneemster] zelf aangeeft dat stress de hoofdoorzaak geweest is en dat zij op dit moment dankzij nieuwe (zelf)inzichten weerbaarder is om hier mee om te gaan.

  • -

    Terugscholing naar een Second Officer functie niet wenselijk is.

  • -

    Met in achtneming van bovenstaande zaken ziet de commissie op dit moment voldoende aanknopingspunten om [werkneemster] opnieuw in opleiding te nemen voor de functie van First Officer Embraer.

(…)

De commissie adviseert unaniem:

  • -

    Om [werkneemster] conform eigen wens een (kort) traject met [naam betrokkene] te laten volgen.

  • -

    Hierna op korte termijn te starten met een volledige Type Qualification Embraer voor de functie van First Officer.

  • -

    In het eerste jaar na succesvolle afronding van de opleiding met een linecheck, [werkneemster] één extra simulator training sessie en één extra simulator examen te laten afleggen.

  • -

    In het eerste jaar na succesvolle afronding van de opleiding een minimaal tewerkstellingspercentage van 80% aan te houden.

De waarnemer van VNV en de waarnemer van personeelszaken hebben aangegeven akkoord

te zijn met de gevolgde procedure en geen bezwaar te hebben tegen de inhoud van het

advies.

2.17.

Bij brief van 8 mei 2017 heeft de Executive Vice President Flight Operations aan

[werkneemster] bericht dat hij het advies van de beoordelingscommissie overneemt.

2.18.

Op 7 juni 2017 heeft een overleg plaatsgevonden tussen [werkneemster] , Training Manager [Training Manager 2] en Deputy Training Manager [Deputy Training Manager] , om de start van de derde poging tot omscholing tot FO te bespreken. [werkneemster] heeft in dat gesprek aangegeven klaar te zijn voor de omscholing.

2.19.

Het advies van Deputy Training Manager [Deputy Training Manager] van 7 september 2017 luidt als volgt: ‘(…) During the conversion training [werkneemster] did not reach the required level, also after additional training, regarding (A3) Manual handling skills, (E2) Situational awareness and (E3) Information analysis. (…) I see no option at this time to train [werkneemster] up tot he required standard with the available resources. Therefore I request the advise of an Evaluation Board (…).

2.20.

Er heeft een derde procedure bij de beoordelingscommissie plaatsgevonden. Uit het verslag van de beoordelingscommissie van 21 september 2017 blijkt het volgende:

(…) Als de voorzitter naar haar technische file kijkt, gaan er hele basic dingen mis. De voorzitter geeft vervolgens wat voorbeelden die fout zijn gegaan, en geeft aan dat hij hier van schrikt. Dat zou echt niet meer moeten kunnen in haar 3e opleiding als F/O, aldus de voorzitter. (…) [naam betrokkene 2] geeft aan dat het angstig is om te zien wat voor basis dingen er fout gaan. (…) [Training Manager 2] zegt dat dit ook een fase is waarin je morgen weer in het vliegtuig stapt. Er moet echt iemand ernaast ingrijpen. Dat is heftig, aldus de voorzitter. (…)

(…)

De commissie concludeert dat:

  • -

    [werkneemster] conform het advies van de vorige commissie een traject met [naam betrokkene] heeft afgerond.

  • -

    [werkneemster] de nieuwe opleiding tot First Officer Embraer niet met goed gevolg heeft afgerond.

  • -

    Tijdens de opleiding een gebrek aan basic flying skills is geconstateerd.

  • -

    Er een constant wisselende performance is geconstateerd, waarbij de performance tot onder een acceptabel niveau zakt.

  • -

    [werkneemster] zelf aangeeft dat niet technische oorzaken een rol spelen bij haar onvoldoende functioneren.

  • -

    [werkneemster] sinds 2015 drie maal gestart is aan een opleiding tot First Officer en dat er in deze periode twee maal een niet technisch trainings traject gevolgd is.

  • -

    De commissie na de additionele technische en niet-technische trainingen geen significante verbetering in de resultaten ziet.

  • -

    De commissie onvoldoende perspectief ziet om met additionele technische en/of niet-technische training [werkneemster] te trainen tot een voldoende niveau en daarbij een stabiele performance te waarborgen, welke resulteert in een voor KLM acceptabel veiligheidsniveau.

  • -

    Terugscholing naar een Second Officer functie geen mogelijkheid is.

  • -

    De waarnemer van de VNV heeft aangegeven een nota als bijlage aan het advies te zullen toevoegen.

(…)

De commissie adviseert unaniem:

Om de arbeidsovereenkomst van [werkneemster] in de functie van verkeersvlieger te beëindigen wegens het niet voldoen aan de bekwaamheidseisen voor de functie. (…)

De waarnemer van VNV heeft aangegeven akkoord te zijn met de gevolgde procedure, maar

bezwaren te hebben tegen de inhoud van het advies. De waarnemer van personeelszaken

heeft aangegeven akkoord te zijn met de gevolgde procedure en geen bezwaar te hebben

tegen de inhoud van het advies.

2.21.

Uit het verslag en de nota van afwijkend advies van 2 oktober 2017 blijkt dat de

waarnemer van de VNV vindt dat [werkneemster] verdere psychologische begeleiding zou

moeten krijgen en dat zij, anders dan het oordeel van de beoordelingscommissie, wel zou

voldoen aan de bekwaamheidseisen voor de functie van SO B777. Dit afwijkend advies heeft

de waarnemer ook mondeling toegelicht.

2.22.

Op 13 oktober 2017 heeft [werkneemster] zich ziekgemeld.

2.23.

Bij brief van 1 november 2017 heeft de Executive Vice President Flight Operations aan [werkneemster] bericht dat hij het advies van de beoordelingscommissie overneemt, zodat [werkneemster] niet langer wordt ingezet als verkeersvlieger bij KLM. In de brief wordt tevens medegedeeld dat [werkneemster] op korte termijn zal worden uitgenodigd om de herplaatsingsmogelijkheden in een andere functie te verkennen.

2.24.

Bij brief van 23 november 2017 heeft de waarnemer van VNV KLM verzocht om nader toe te lichten waarom [werkneemster] niet meer kan worden ingezet in haar voorgaande functie van SO B777.

2.25.

Bij brief van 4 december 2017 heeft KLM op voornoemde brief gereageerd en daarbij aangegeven dat [werkneemster] na herstel van ziekte zal worden uitgenodigd voor overleg omtrent herplaatsing.

2.26.

In de bijgestelde probleemanalyse/terugkoppeling van KLM Health Services B.V. van 15 juni 2018 staat dat [werkneemster] beter zal worden gemeld.

3 De vordering

3.1.

[werkneemster] vordert dat de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht verklaart dat KLM gehouden is [werkneemster] te herplaatsen in de functie

van SO B777;

b. KLM veroordeelt om binnen tien dagen na het betekenen van het vonnis, dan wel indien dit later is tien dagen na arbeidsgeschiktheid, alles te doen en of te laten wat nodig is om [werkneemster] in haar gebruikelijke functie als SO B777 te laten werken, hieronder begrepen [werkneemster] te voorzien in alle hiervoor voorgeschreven opleidingen/trainingen, op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 voor iedere dag dat KLM in gebreke is;

c. [werkneemster] , wanneer aan de voorgeschreven opleidingen/trainingseisen is voldaan, concreet als SO B777 in te roosteren voor de gebruikelijke vluchten, te weten (intercontinentale) vluchten volgens het normale routeschema voor B777 en gebruikelijke verdeling onder de andere SO B777, waarbij haar eerste vlucht binnen tien dagen na het voltooien van de opleiding/trainging zal plaatsvinden, op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 voor iedere dag dat KLM in gebreke is;

d. KLM tegen behoorlijk bewijs van kwijting te veroordelen om uiterlijk binnen twee dagen na het betekenen van het vonnis tot betaling over te gaan aan [werkneemster] van het bruto salaris overeenkomstig de cao en behorend bij de functiegroep SO B777 met de passende periodieken tot en met de dag dat het dienstverband op een rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd;

e. KLM veroordeelt tot betaling van de proceskosten en de nakosten;

f. althans een veroordeling uit te spreken, zoveel mogelijk in lijn met en in strekking van het hiervoor gevorderde.

3.2.

[werkneemster] legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. [werkneemster] heeft ruim acht jaar goed gefunctioneerd in de functie van SO B777. Haar beoordelingen waren standaard. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat haar functioneren tijdens de opleiding voor FO Embraer zou zijn veranderd, terwijl op de begeleiding van [werkneemster] door KLM genoeg valt aan te merken. Ook de herplaatsing van FO B737 naar SO B777 in 2015 is zonder enig probleem verlopen. Zonder enige onderbouwing kan KLM niet tot de conclusie komen dat [werkneemster] niet meer ingezet wordt als verkeersvlieger, met name niet omdat de consequenties voor [werkneemster] zo groot zijn.

4 Het verweer

4.1.

KLM betwist de vordering. Zij voert daartoe – samengevat – het volgende aan. KLM heeft een bijzondere en wettelijk vastgelegde verantwoordelijkheid voor de vliegveiligheid. Zij heeft met meer belangen rekening te houden dan met de belangen van haar werknemers. Immers heeft een incident in de luchtvaart (potentieel) desastreuze gevolgen. KLM acht [werkneemster] niet langer geschikt als verkeersvlieger. KLM slaagt er gebruikelijk in om haar vliegers adequaat op te leiden en oplossingen aan te dragen voor problemen waarmee vliegers tijdens de opleiding te maken krijgen. Er zijn niet of nauwelijks vliegers binnen KLM die zo achterblijven in hun performance als [werkneemster] . Het gebeurt zelden dat een vlieger voor de beoordelingscommissie moet verschijnen. In het geval van [werkneemster] is de beoordelingscommissie drie keer bijeengeroepen. De instructeurs en Training Managers hebben in drie omscholingstrajecten zeer veel tijd en aandacht besteed aan de problemen die zich voordoen bij het vliegen door [werkneemster] . Er is alles aan gedaan om tot verbetering te komen. Uiteindelijk heeft het Hoofd Vliegdienst echter moeten vaststellen dat de basale flying skills niet voldoende aanwezig zijn. Dat belet een herplaatsing in de functie van SO om redenen van vliegveiligheid. Bovendien hanteert KLM een beleid op basis waarvan de SO binnen afzienbare termijn naar een hogere functie moet doorstromen. Daartoe is [werkneemster] niet in staat gebleken. Het is niet realistisch om te veronderstellen dat [werkneemster] in de toekomst in staat zal zijn om haar vliegvaardigheden te verbeteren. KLM is bereid om met [werkneemster] , nu zij weer arbeidsgeschikt is, de mogelijkheden tot herplaatsing in een cabine- of grondfunctie te verkennen.

5 De beoordeling

5.1.

Tussen partijen is in geschil of [werkneemster] geschikt is om als SO B777 bij KLM werkzaam te zijn. [werkneemster] stelt dat zij daartoe in staat is, nu zij de functie van SO B777 jarenlang zonder problemen heeft vervuld. [werkneemster] ontkent niet dat tijdens de opleidingen en trainingen is gebleken dat zij niet geschikt was voor de functie van FO. Volgens [werkneemster] lagen er echter niet-technische redenen aan het onvoldoende presteren ten grondslag, hetgeen zij inmiddels heeft opgelost. Volgens KLM is uit de opleidingen en trainingen die [werkneemster] heeft gevolgd gebleken dat de basale vliegprestaties van [werkneemster] zodanig tekort schieten dat zij niet meer als verkeersvlieger werkzaam kan zijn, zodat de beoordelingscommissie terecht heeft geconcludeerd dat [werkneemster] niet (weer) kan worden terug geschoold tot SO.

5.2.

De vorderingen van [werkneemster] zullen worden afgewezen. Ter toelichting dient het volgende.

5.3.

Vaststaat dat in het geval van onvoldoende functioneren van een verkeersvlieger een beoordelingscommissie er pas in laatste instantie aan te pas komt. Onweersproken is dat beoordelingscommissies slechts zelden voorkomen bij KLM. Uit het feit dat ten aanzien van [werkneemster] tot drie keer toe een beoordelingscommissie, naar aanleiding van het advies van Training Managers en instructeurs, is ingeschakeld, leidt de kantonrechter dan ook af dat in voldoende mate aannemelijk is dat er significante onvolkomenheden in de prestaties van [werkneemster] bestaan, in ieder geval voor wat betreft de functie van FO.

5.4.

De kantonrechter is voorts van oordeel dat uit de in het vliegersrapport van [werkneemster] gevoegde verklaringen in voldoende mate blijkt dat [werkneemster] onvoldoende aan de geschiktheidseisen voor de functie van verkeersvlieger voldoet. Zo is het Training Manager [Training Manager 1] in maart 2015 onder meer gebleken dat het vlieggedrag van [werkneemster] te inconsistent en onvoorspelbaar is. Daarbij verklaart instructeur [instructeur] in maart 2015 onder meer dat de basic flying skills van [werkneemster] onder de maat zijn. Training Manager [Training Manager 2] schrijft in zijn advies van maart 2017 dat de performance van [werkneemster] niet op het standaard niveau is. Daarnaast verklaart Deputy Trainer Manager [Deputy Training Manager] in september 2017 onder meer dat het [werkneemster] , ondanks de aangeboden training en informatie, niet lukte het benodigde niveau te behalen. Tenslotte verklaart Chief Instructor Embraer [Chief Instructor Embraer] onder meer dat [werkneemster] in de periode van 14 februari tot 21 september 2017 niet alleen in de simulator onder gemiddelde prestaties laat zien, maar ook tijdens het daadwerkelijk vliegen. Hem is gebleken dat [werkneemster] de basisvaardigheden van het besturen van het vliegtuig onvoldoende beheerst.

5.5.

Voor zover [werkneemster] heeft bedoeld zich op het standpunt te stellen dat zij in de functie van SO B777 de bedoelde basic flying skills niet nodig heeft, omdat zij toch niet hoeft te landen of op te stijgen, volgt de kantonrechter deze stelling niet. Vast staat immers dat in noodsituaties de SO B777 de taken van de Captain en/of FO moet kunnen overnemen. Dat [werkneemster] gedurende haar jaren als SO B777 nog nooit handelingen heeft verricht waarbij zij deze skills heeft moeten toepassen, doet daar niet aan af. Van belang is dat de kans bestaat dat zij die taken moet overnemen, hoe gering die kans ook mag zijn. De kantonrechter is met KLM van oordeel dat het – om veiligheidsrisico’s te voorkomen – ten zeerste van belang is dat iedere verkeersvlieger, op welke positie dan ook, de basale vliegvaardigheden in voldoende mate beheerst.

5.6.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voor oordeel dat een verkeersvlieger die de basic flying skills niet beheerst, niet veilig als verkeersvlieger kan functioneren. In een geval als het onderhavige wegen de veiligheidsbelangen die KLM heeft aangevoerd zwaarder dan het door [werkneemster] gestelde belang om verkeersvlieger te blijven. De kantonrechter is verder van oordeel dat – met name ook gelet op de hoeveelheid aan trainingen en opleidingen en de extra aandacht en kansen die [werkneemster] hierbij reeds zijn geboden KLM redelijkerwijs tot het oordeel heeft kunnen komen om [werkneemster] niet meer in te zetten als verkeersvlieger.

5.7.

Dat de beoordelingscommissie buiten de kaders zou zijn getreden door het advies te geven om [werkneemster] niet meer als verkeersvlieger in te zetten, zoals door [werkneemster] is gesteld, volgt de kantonrechter niet. In de cao staat beschreven dat de beoordelings- commissie er aan te pas komt indien de Vice President Operations twijfelt of de verkeersvlieger voldoet aan de geschiktheidseisen. Nergens uit blijkt dat aan de beoordelingscommissie beperkingen zijn opgelegd in het geven van advies. Dat de commissie het advies heeft gegeven zoals zij in het onderhavige geval heeft gedaan, acht de kantonrechter in het belang van de vliegveiligheid. Nu vast staat dat [werkneemster] drie maal niet in staat is geweest een opleiding met succes af te ronden, waarbij eveneens tot uiting is gekomen dat het haar (onder meer) ontbreekt aan basic flying skills, oordeelt de kantonrechter dat de beoordelingscommissie in redelijkheid tot dit advies heeft kunnen komen.

5.8.

De stelling van [werkneemster] dat de oorzaak van haar ondermaatse prestaties tijdens de opleidingen en trainingen niet is gelegen in technische vliegaspecten maar in psychische aspecten en dat zij de oorzaak van haar ondermaats presteren inmiddels heeft opgelost door een niet-technisch traject, acht de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Ten eerste is naar het oordeel van de kantonrechter niet vast komen te staan waaraan de ondermaatse prestaties te wijten zijn. Daarbij komt dat thans ook niet vastgesteld kan worden dat [werkneemster] , voor zover al vastgesteld zou kunnen worden wat de ondermaatse prestaties heeft veroorzaakt, die problemen nu zijn opgelost. De kantonrechter herhaalt nogmaals dat het belang van de veiligheid in dit geval zwaarder weegt dan het belang dat [werkneemster] heeft bij terugkeer in de functie van SO B777.

5.9.

De kantonrechter is van oordeel dat het, gelet op alle trainingen, opleidingen en andere (extra) ondersteuning die [werkneemster] reeds heeft gehad en de door de Training Managers, instructeurs en de beoordelingscommissie gegeven adviezen, dermate onzeker is dat [werkneemster] de basic flying skills op voldoende niveau zal krijgen, dat het verzoek van [werkneemster] om haar te herplaatsen in de functie van SO B777, moet worden afgewezen. Dat [werkneemster] , gelet op het inmiddels verlopen van haar brevet, eerst weer succesvol de reguliere opleiding voor SO B777 moet doorlopen om in die functie te worden herplaatst, zodat er aldus nog een capaciteitentest plaatsvindt, doet hieraan niet af. KLM heeft [werkneemster] naar het oordeel van de kantonrechter al voldoende kansen gegeven om aan te tonen dat zij de benodigde skills beheerste.

5.10.

De stelling van [werkneemster] dat haar angsten, waardoor haar prestaties ondermaats waren, mede zijn ontstaan door de wisseling van instructeurs dan wel de wijze waarop zij door hen is bejegend, kan evenmin tot een ander oordeel leiden. De kantonrechter is met KLM van oordeel dat een verkeersvlieger juist ook onder de meest stresserende omstandigheden optimaal, adequaat en consistent moet reageren, aldus ook in de situatie dat sprake is van een wijze van bejegening die [werkneemster] niet welgevallig was.

5.11.

Daarbij komt dat naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate is vast komen te staan dat binnen KLM een doorgroeimodel geldt, waardoor van een SO wordt verwacht dat hij/zij doorgroeit naar de functie van FO. De kantonrechter volgt hierbij de stelling van KLM dat een van de gedachten achter het doorgroeimodel is dat de vlieg- veiligheid in het geding kan komen indien een verkeersvlieger te lang in de functie van SO blijft hangen, omdat de vliegwerkzaamheden van de SO – zoals in het voorgaande reeds naar voren is gekomen – beperkt zijn (er worden geen starts en landingen verricht), terwijl van iedere vlieger wel verwacht wordt dat zij de flying skills beheersen.

5.12.

De kantonrechter herhaalt dat de kans dat zowel de Captain als de FO uitvallen, en aldus een beroep op de SO moet worden gedaan, weliswaar zeer gering is, maar indien dit noodzakelijk zou zijn en het gaat mis, zijn de gevolgen zeer ernstig. Nu meermaals is gebleken dat [werkneemster] niet in staat is om door te groeien tot de functie van FO, is de kantonrechter van oordeel dat, ook nu [werkneemster] te kennen heeft gegeven (in ieder geval voorlopig) als SO te willen blijven werken, dit de vliegveiligheid niet ten goede komt.

5.13.

De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van [werkneemster] zal afwijzen.

5.14.

Nu de overige stellingen van partijen niet tot een ander oordeel kunnen leiden, behoeven deze geen verdere behandeling.

5.15.

De proceskosten komen voor rekening van [werkneemster] , omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt [werkneemster] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor KLM worden vastgesteld op een bedrag van € 500,00 aan salaris van de gemachtigde;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter