Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7236

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
21-08-2018
Zaaknummer
15.043137.18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zedenzaak, ontucht met binnendringen bij minderjarige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.043137.18 (P)

Uitspraakdatum: 7 augustus 2018

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 juli 2018 in de zaak tegen:

[Voornaam Ve] [Achternaam Ve] ,

geboren op 6 november 1971 te Den Helder,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [Adres Ve]

.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.G.T. Kramer en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J.J. Jorna, advocaat te Den Helder, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 6 augustus 2014 in de gemeente Den Helder, in elk geval in Nederland, met [Voornaam slo] [Achternaam slo] (geboren op [geboortedatum] 2002), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, en zijnde een kind dat hij, verdachte toen verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, en/of zijnde een aan zijn, verdachtes, zorg, opleiding of waakzaamheid

toevertrouwde minderjarige (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Voornaam slo] [Achternaam slo] , hebbende verdachte (telkens) zijn, verdachtes, vinger(s) en/of tong tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [Voornaam slo] [Achternaam slo] geduwd en/of gebracht;

Feit 2

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met

6 augustus 2014 in de gemeente Den Helder, in elk geval in Nederland (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, althans met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, A. [Achternaam slo] , geboren op [geboortedatum] 2002),

bestaande die ontucht hierin dat hij verdachte telkens:

- de borsten en/of de buik en/of de billen en/of de vagina van die A. [Achternaam slo] heeft betast, en/of

- die A. [Achternaam slo] heeft gezoend, en/of

- aan de borsten en/of de vagina van die A. [Achternaam slo] heeft gelikt, en/of

- de hand van die A. [Achternaam slo] op zijn, verdachtes, (stijve) penis heeft gelegd.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide tenlastegelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend beide tenlastegelegde feiten, inclusief alle daarin opgenomen feitelijke handelingen, te hebben gepleegd. Zijn raadsman heeft aangegeven dat beide tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezenverklaard.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van beide tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van A. [Achternaam slo] d.d. 14 juli 2017 (dossierpagina 12-22);

  • -

    een schriftelijk bescheid, te weten de geboorteakte betreffende A. [Achternaam slo] (dossierpagina 10).

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 6 augustus 2014 in de gemeente Den Helder met [Voornaam slo] [Achternaam slo] , geboren op [geboortedatum] 2002, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en zijnde een kind dat hij, verdachte toen verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [Voornaam slo] [Achternaam slo] , hebbende verdachte zijn vingers en tong tussen de schaamlippen en/of in de vagina van [Voornaam slo] [Achternaam slo] geduwd of gebracht;

Feit 2

hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 6 augustus 2014 in de gemeente Den Helder ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, A. [Achternaam slo] , geboren op [geboortedatum] 2002, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte,

- de borsten en de buik en de billen en de vagina van A. [Achternaam slo] heeft betast en

- A. [Achternaam slo] heeft gezoend en

- aan de borsten en de vagina van A. [Achternaam slo] heeft gelikt en

- de hand van A. [Achternaam slo] op zijn, verdachtes, stijve penis heeft gelegd.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt en opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd.

Feit 2

ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek conform artikel 27 Wetboek van Strafrecht, een proeftijd van twee jaren en oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om aan verdachte enkel een taakstraf op te leggen van 200 uren, waarvan 100 uren voorwaardelijk, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De raadsman acht oplegging van een gevangenisstraf niet aangewezen, gelet op het tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde feiten en het belang van verdachte om zijn baan te kunnen behouden, die bij een onvoorwaardelijke detentie in gevaar zal komen.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en het door de reclassering opgesteld rapport d.d. 18 juli 2018 is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende langere tijd meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van steeds verdergaande ontuchtige handelingen met de dochter van zijn toenmalige partner, destijds 11 jaar oud, die verdachte verzorgde en opvoedde als behorend tot zijn gezin. Verdachte heeft het zeer jonge meisje vaak op intieme plaatsen betast en zelfs meerdere keren zijn tong en vingers tussen haar schaamlippen gebracht. Ook heeft hij haar hand op zijn stijve penis gelegd. Dit alles gebeurde voornamelijk in haar slaapkamer, een plek waar zij zich bij uitstek veilig had moeten kunnen voelen. Zelfs de aanwezigheid van andere kinderen in dezelfde kamer kon verdachte er klaarblijkelijk niet van weerhouden het vertrouwen dat het slachtoffer in verdachte stelde telkens weer te beschamen.

Handelingen zoals verdachte die heeft gepleegd, vormen een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van een jong en kwetsbaar meisje. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen ondervinden. Verdachte heeft op grove wijze telkens weer misbruik gemaakt van zijn rol als stiefvader en van de kwetsbaarheid van het slachtoffer. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.

Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten is in beginsel enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige omvang passend en geboden. Bij het bepalen van de strafmaat dient de rechtbank echter ook rekening te houden met de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is niet eerder in aanraking gekomen met politie en justitie en heeft zich na de bewezenverklaarde feiten enige tijd vrijwillig onder behandeling gesteld van een psycholoog. De rechtbank neemt mee dat verdachte (uiteindelijk) openheid van zaken heeft gegeven over de door hem verrichte seksuele handelingen en dat hij heeft aangegeven open te staan voor verdere behandeling van eventueel aan zijn gedragingen ten grondslag liggende problematiek. De feiten zijn bovendien gepleegd in 2014 en er zijn geen aanwijzingen dat verdachte is voortgegaan met het plegen van soortgelijke feiten. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het opleggen van een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt niet langer opportuun.

De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, een forse voorwaardelijke gevangenisstaf en een werkstraf van de maximale duur opleggen. Verdachte dient zich te realiseren dat indien hij zich binnen de op drie jaar te stellen proeftijd wederom schuldig maakt aan enig strafbaar feit, de officier van justitie ongetwijfeld de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf zal eisen. Gelet op de persoon van verdachte en het kennelijke verloop van de eerder vrijwillig ondergane behandeling, waarbij de psycholoog niet op de hoogte was van de volle ernst en omvang van de door verdachte gepleegde seksuele handelingen, acht de rechtbank verdere ambulante behandeling noodzakelijk. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zullen dan ook de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden meldplicht en behandelverplichting worden verbonden. Verdachte dient zich te realiseren dat het niet of niet voldoende nakomen van die bijzondere voorwaarden eveneens tot gevolg kan hebben dat de voorwaardelijke gevangenisstraf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 57, 244, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één (1) dag, met bevel dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van deze straf in mindering wordt gebracht.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie (3) jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Reclassering Nederland op het adres [Adres reclassering] en zich hierna blijft melden zo vaak en zolang als de reclassering dat gedurende de proeftijd nodig acht om het toezicht uit te voeren;

  • -

    zich laat behandelen door de Divisie Forensische Psychiatrie of de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, en zich zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener gedurende de proeftijd geeft voor de behandeling. De behandeling start zo spoedig mogelijk en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 240 (tweehonderdveertig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. de Mos, voorzitter,

mr. H.E.C. de Wit en mr. H.E. van Harten, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.A.K Ramdjan,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 augustus 2018.