Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:7161

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-08-2018
Datum publicatie
20-08-2018
Zaaknummer
6706693 \ CV EXPL 18-1666
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Incidentele vordering tot zekerheidsstelling ex artikel 224 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6706693 \ CV EXPL 18-1666

Uitspraakdatum: 15 augustus 2018

Vonnis in het incident in de zaak van:

de rechtspersoon naar het recht van Hong Kong

Airhelp Limited

statutair gevestigd te Hong Kong

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident

verder te noemen: Airhelp

gemachtigde: mr. H. Yildiz

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Corendon Dutch Airlines B.V.

statutair gevestigd te Lijnden

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident

verder te noemen: Corendon

gemachtigde: mr. B.S. Friedberg

1 Het procesverloop

1.1.

Airhelp heeft bij dagvaarding van 12 februari 2018 een vordering tegen Corendon ingesteld. Corendon heeft een incidentele conclusie strekkende tot zekerheidstelling voor proceskosten ex artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) genomen. Airhelp heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 De vordering in de hoofdzaak

2.1.

Airhelp vordert dat de kantonrechter Corendon veroordeelt tot betaling van € 400,00. Zij legt aan de vordering ten grondslag dat passagier [passagier] (hierna: de passagier) een vervoersovereenkomst heeft gesloten voor een vlucht op 24 juli 2017 met vluchtnummer CD 521 van Amsterdam naar Al Hoceima (Marokko) op 24 juli 2017 en dat deze vlucht is verstoord. Op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) stelt Airhelp dat Corendon gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. Voorts vordert Airhelp Corendon te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van € 60,00 en tot betaling van de proceskosten.

3 De vordering en het verweer in het incident

3.1.

Corendon vordert - samengevat - in het incident te bepalen dat Airhelp op grond van artikel 224 Rv binnen vier weken na de datum van dit vonnis zekerheid dient te stellen tot een bedrag van € 2.500,00 middels een bankgarantie van een gerenommeerde Nederlandse bank dan wel door overmaking op de derdengeldenrekening van de raadsman van Corendon, met veroordeling van Airhelp in de kosten van het incident.

3.2.

Corendon legt aan haar vordering ten grondslag dat Airhelp in Hong Kong is gevestigd en dat Airhelp zich niet kan beroepen op de uitzonderingsbepalingen van artikel 224 Rv. Corendon stelt dat voor haar de situatie dreigt te ontstaan dat in het geval Airhelp de hoofdzaak verliest en veroordeeld zal worden in de proceskosten, Airhelp zich zal kunnen onttrekken aan verhaal. Corendon stelt dat zij nauwelijks in staat zal zijn om een dergelijke kostenveroordeling in Hong Kong te verhalen, althans dat in een dergelijk geval de kosten daarvan geenszins opwegen tegen de hoogte van de veroordeling. Er bestaat volgens Corendon dienaangaande geen verdrag tussen Nederland en Hong Kong (China).

3.3.

Airhelp verzet zich tegen zekerheidstelling. Zij voert aan dat zij voor Corendon “een bekende” is en dat het nog nooit is voorgekomen dat Airhelp, nadat zij in de kosten is veroordeeld, niet heeft betaald. Volgens Airhelp volgt uit artikel 224 lid 1 onder d Rv dat dit artikel restrictief dient te worden toegepast. Airhelp voert voorts aan dat een verplichting tot zekerheidsstelling verregaande gevolgen zou hebben voor de rechtspositie van passagiers.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Vast staat dat Airhelp is gevestigd in Hong Kong (China). Het geschil heeft derhalve internationale aspecten, zodat allereerst moet worden onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is daarvan kennis te nemen. Aangezien Corendon is gevestigd in Nederland, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 2 (Rv). Op grond van artikel 99 Rv is de kantonrechter te Noord-Holland (locatie Haarlem) relatief bevoegd.

4.2.

De kantonrechter overweegt dat op de voet van artikel 224 lid 1 Rv allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen, verplicht zijn op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden. Die verplichting bestaat niet indien er sprake is van één van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingsgronden. Niet in geschil is dat Airhelp geen woonplaats in Nederland heeft. Het gevolg hiervan is dat artikel 224 lid 1 Rv van toepassing is en Airhelp in beginsel zekerheid dient te stellen. Airhelp heeft betoogd dat zij één van de grotere spelers is in de nichemarkt (de kantonrechter begrijpt: “van luchtvaartclaims”) en dat Corendon met Airhelp bekend is. Deze omstandigheid valt echter niet onder de in artikel 224 Rv genoemde uitzonderingen en doet daarom niet af aan de verplichting van Airhelp om uit hoofde van artikel 224 Rv cautie te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan zij veroordeeld zou kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat het nog nooit is voorgekomen dat Airhelp, nadat zij in de proceskosten is veroordeeld, niet heeft betaald. Voor zover Airhelp zich beroept op artikel 224 lid 2 sub d Rv, overweegt de kantonrechter als volgt. Een schending van de effectieve toegang tot de rechter, als bedoeld in artikel 224 lid 2 sub d Rv, is vooral aan de orde als de geringe middelen waarover Airhelp beschikt het stellen van zekerheid een te groot obstakel vormen. Gesteld noch gebleken is dat de financiële situatie van Airhelp in de weg staat aan het stellen van zekerheid. Een beroep op de uitzonderingsclausule van artikel 224 lid 2 sub d Rv gaat daarom niet op. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat zich een andere uitzonderingsgrond in de zin van artikel 224 lid 2 sub a, b of c Rv voordoet, zodat de vordering van Corendon toewijsbaar is. Airhelp heeft geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van het bedrag waarvoor volgens Corendon zekerheid gesteld dient te worden, zodat de kantonrechter daarbij zal aansluiten en het bedrag waarvoor Airhelp zekerheid dient te stellen zal begroten op € 2.500,00, vermeerderd met de daarover verschuldigde btw.

4.3.

Corendon heeft gevorderd de termijn als bedoeld in artikel 616, lid 3 sub a Rv te bepalen op vier weken na dit vonnis. Airhelp heeft hiertegen geen verweer gevoerd, zodat de kantonrechter deze termijn zal vaststellen zoals door Corendon gevorderd. De kantonrechter zal ambtshalve eenzelfde termijn bepalen waarbinnen Corendon de gestelde zekerheid moet hebben geweigerd of aanvaard. De kantonrechter wijst partijen erop dat zij om verlenging van deze termijnen kunnen vragen, dat het door Airhelp niet binnen de termijn stellen van zekerheid in beginsel leidt tot haar niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak en dat het door Corendon niet binnen de gestelde termijn reageren op de zekerheid in beginsel leidt tot het verval van haar bevoegdheid om zekerheid te eisen.

4.4.

Voor de wijze waarop zekerheidstelling op basis van artikel 224 Rv dient te geschieden, moet aansluiting gezocht worden bij het bepaalde in artikel 6:51 Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge dit artikel staat de vorm van de zekerheid in beginsel ter keuze van Airhelp zelf. Het is thans niet aan de kantonrechter om daarover in deze procedure een beslissing te nemen. De vordering zal daarom worden toegewezen op de na te melden wijze.

4.5.

De proceskosten in het incident komen voor rekening van Airhelp omdat zij ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

5.1.

beveelt Corendon uiterlijk op 12 september 2018 ten behoeve van Corendon zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan zij zou kunnen worden veroordeeld tot een bedrag van in totaal € 2.500,00 door – zulks ter keuze van Airhelp – hetzij overmaking op de derdengeldenrekening van de advocaat van Corendon, hetzij het stellen van een bankgarantie van een gerenommeerde Nederlandse bank, totdat onherroepelijk over de hoofdzaak is beslist;

5.2.

bepaalt dat Corendon binnen vier weken na het stellen van zekerheid, die zekerheid moet weigeren of aanvaarden;

5.3.

veroordeelt Airhelp in de kosten van het incident, aan de zijde van Corendon tot op heden begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde;

5.4.

wijst af het anders of meer gevorderde;

in de hoofdzaak:

5.5.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 10 oktober 2018 te 10:00 uur voor akte uitlating door Corendon omtrent de gestelde zekerheid.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter