Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:6474

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
27-07-2018
Zaaknummer
6829449 \ OA VERZ 18-65
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek wegens verwijtbaar handelen / verstoorde arbeidsverhouding afgewezen. Werkgever verwijt werknemer dat hij tijdens de sollicitatieprocedure relevante informatie heeft verzwegen, maar werknemer is voldoende transparant geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0888
XpertHR.nl 2018-20001679
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6829449 \ AO VERZ 18-65 BL

Uitspraakdatum: 10 juli 2018

Beschikking in de zaak van:

de naamloze vennootschap Holland Casino N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhave

verzoekende partij

verder te noemen: Holland Casino

gemachtigde: mr. T.J.C.M. Broekman, advocaat te Utrecht

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verder te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. D.H.J. Roeters van Lennep, jurist bij FNV Individuele Belangenbehartiging te Amsterdam

1 Het procesverloop

1.1.

Holland Casino heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 12 juni 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

[verweerder] , geboren op [geboortedag] 1973, is op 1 maart 2016 in dienst getreden bij Holland Casino. De laatste functie die [verweerder] vervulde, is die van Manager Security & Responsible Gaming, locatie Zandvoort, met een salaris van € 5.052,50 bruto per maand, te vermeerderen met 8,3% vakantietoeslag en 20% wisseldiensttoeslag.

2.2.

Voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Holland Casino was [verweerder] gedurende 18 jaar werkzaam als leidinggevende bij de politie, de laatste 3 jaar in de functie van teamchef van een zogenoemd Flexteam. Uit dien hoofde had [verweerder] de beschikking over (onder meer) busjes pepperspray, die hij met toestemming van de politie thuis bewaarde.

2.3.

Op 2 november 2015 is [verweerder] aangehouden en in verzekering gesteld wegens verdenking van diefstal van goederen (waaronder een darmspoelapparaat) uit het bedrijf Colon Care Center, en valsheid in geschrifte. De partner van [verweerder] [naam 1] ) was destijds medevennoot van dit bedrijf, en verwikkeld in een zakelijk conflict met de andere vennoot [naam 2] ). Diezelfde dag is [verweerder] door de politie buiten functie gesteld.

2.4.

[verweerder] heeft vervolgens op 11 november 2015 gesolliciteerd naar zijn huidige functie bij Holland Casino.

2.5.

Naar aanleiding daarvan is [verweerder] uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, dat plaatsvond op 2 december 2015. Namens Holland Casino is dit gesprek gevoerd door [naam 3] (Manager Operations Security) en [naam 4] (Directeur Security), beiden voormalig politieambtenaar.

2.6.

In opdracht van Holland Casino is [verweerder] vervolgens gescreend door de firma CVOK. Deze screening is op 27 januari 2016 afgerond met een positieve uitslag.

2.7.

Op 30 januari 2016 heeft [verweerder] een Verklaring Omtrent het Gedrag aan Holland Casino verstrekt.

2.8.

Op 2 februari 2016 heeft [verweerder] een sollicitatie-informatieformulier ingevuld en ondertekend. Dit formulier vermeldt de vraag of [verweerder] weleens met politie en/of justitie in aanraking is geweest. [verweerder] beantwoordt deze vraag bevestigend en licht dit toe met de opmerking “Momenteel werkzaam bij de politie”. Het formulier vermeldt verder dat het verstrekken van valse of onjuiste gegevens aanleiding kan zijn de sollicitatieprocedure of arbeidsovereenkomst onmiddellijk te beëindigen.

2.9.

Ook is op 2 februari 2016 de arbeidsovereenkomst door Holland Casino opgesteld, die op 5 februari 2016 door [verweerder] is ondertekend.

2.10.

Vervolgens heeft [verweerder] op 10 februari 2016 bij de politie een verzoek ingediend tot ontslagverlening per 1 april 2016. De uitdiensttreding is geregeld via een op 25 februari 2016 ondertekende vaststellingsovereenkomst.

2.11.

Bij besluit van 7 maart 2016 heeft de politie met ingang van 1 april 2016 eervol ontslag verleend aan [verweerder] .

2.12.

In oktober 2017 solliciteert [verweerder] naar een plek in het Management Development (MD) programma van Holland Casino. Dit programma biedt een ontwikkeltraject aan een selecte groep medewerkers, die de potentie en ambitie hebben om door te groeien naar de functie van (assistent) manager. Bij brief van 7 december 2017 heeft Holland Casino aan [verweerder] zijn deelname aan het MD-programma bevestigd.

2.13.

Op 11 december 2017 is [verweerder] door zijn leidinggevende [naam 3] gevraagd om (samen met collega [naam 5] ) onderzoek te doen naar het declaratiegedrag van twee croupiers.

2.14.

Op 14 december 2017 heeft de terechtzitting plaatsgevonden in de strafzaak tegen [verweerder] , waarbij hem ten laste zijn gelegd – samengevat – diefstal van goederen toebehorend aan Colon Care Center en/of [naam 2] (feit 1), opzettelijke aanranding van de eer en/of goede naam van Colon Care Center en/of [naam 2] (feit 2) en wederrechtelijke toe-eigening van een busje pepperspray dat [verweerder] uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had (feit 3).

2.15.

Op 16 december 2017 heeft [verweerder] telefonisch contact opgenomen met [naam 3] . In dit telefoongesprek is gesproken over de terechtzitting.

2.16.

Bij vonnis van 28 december 2017 is [verweerder] vrijgesproken van feit 2, en zijn de feiten 1 en 3 bewezen verklaard. [verweerder] is daarvoor strafbaar verklaard, zonder oplegging van een straf of maatregel.

2.17.

In een WhatsApp bericht van 31 december 2017 schrijft [verweerder] aan [naam 3] :

“He [naam 3] , helaas slecht nieuws ontvangen van de rechtbank. De verduistering van de darmspoelmachine en pepperspray is bewezen geacht zonder strafoplegging. Je zult begrijpen dat dit een behoorlijke klap is en dat mijn geloof in de rechtsstaat totaal is verdwenen. Hoger beroep aangetekend en toch maar hoop houden dat gerechtigheid zal volgen. Ik houd je uiteraard op de hoogte. (…)”

waarop [naam 3] als volgt reageert:

“Bedankt voir de info [verweerder] . Goeie jaarwisseling en ik spreek je snel.”

2.18.

Op 1 januari 2018 vraagt [naam 3] in een e-mail aan [verweerder] (en [naam 5] ) om een statusupdate van het onderzoek naar het declaratiegedrag van twee croupiers.

2.19.

Bij brief van 8 januari 2018 heeft Holland Casino aan [verweerder] laten weten dat hij per 1 januari 2018 in aanmerking komt voor een periodieke salarisverhoging op basis van zijn beoordeling en ervaring. Daarbij schrijft Holland Casino dat zij blij is dat [verweerder] in haar team zit en erop te vertrouwen dat hij zijn werk met dezelfde inzet blijft doen.

2.20.

Naar aanleiding van het strafvonnis is [verweerder] op 29 januari 2018 formeel geïnterviewd door Holland Casino, volgens een ‘Vraag-Antwoordsysteem’. Van dit interview is een verslag gemaakt. Daaruit blijkt (pagina 6, 3e alinea) dat aan [verweerder] is gevraagd:

“Waarom heb je het aspect van de pepperspray al die tijd niet verteld, ook niet tijdens bilateraal overleg met je leidinggevende [naam 3] . Dat deed je pas medio december 2017. Waarom?”

waarop [verweerder] heeft geantwoord:

“Ik zag het niet als een issue en wist pas van de tenlastelegging tijdens de dagvaarding. Ik heb het niet achtergehouden.”

2.21.

Aansluitend op het interview is [verweerder] door Holland Casino met onmiddellijke ingang geschorst.

2.22.

In een gesprek op 30 januari 2018 heeft Holland Casino aan [verweerder] medegedeeld dat zij het dienstverband wenst te beëindigen. In een brief van 31 januari 2018 bevestigt Holland Casino dit aan [verweerder] , en schrijft – voor zover van belang – het volgende:

“(…) Deze beslissing is het gevolg van het feit dat u tijdens uw sollicitatie bij Holland Casino onjuiste c.q. onvolledige c.q. geen informatie hebt verstrekt over een aantal zaken waarvan u had kunnen weten althans had kunnen vermoeden dat deze voor Holland Casino essentieel waren voor de beoordeling van uw geschiktheid voor de functie van Manager Security & Responsible Gaming. Voor Holland Casino is essentieel dat iemand die wordt aangesteld c.q. werkzaam is in een leidinggevende functie bij de afdeling Security & Responsible Gaming te allen tijde betrouwbaar en integer handelt. Gezien de feiten is het vertrouwen van Holland Casino in u zeer ernstig geschaad en is er geen basis voor verdere samenwerking. (…)”

Daarbij heeft Holland Casino een voorstel gedaan tot beëindiging van het dienstverband door middel van een vaststellingsovereenkomst. [verweerder] is hiermee niet akkoord gegaan.

3 Het verzoek

3.1.

Holland Casino verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e dan wel g BW. Daarbij verzoekt Holland Casino geen rekening te houden met de voor haar geldende opzegtermijn en te bepalen dat Holland Casino geen transitievergoeding aan [verweerder] verschuldigd is.

3.2.

Aan dit verzoek legt Holland Casino ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] , dan wel een verstoorde arbeidsverhouding, waardoor van Holland Casino niet langer verwacht kan worden het dienstverband in stand te laten. Ter onderbouwing daarvan heeft Holland Casino het volgende naar voren gebracht.

3.3.

[verweerder] is op 2 november 2015 aangehouden, in verzekering gesteld en per direct door de politie uit zijn functie gesteld wegens verduistering in dienstbetrekking van pepperspray. [verweerder] heeft Holland Casino hiervan niet op de hoogte gesteld in de sollicitatieprocedure, terwijl een dergelijke verduistering voor Holland Casino een zeer relevant feit is. Een Manager Security & Responsible Gaming moet immers volstrekt integer en betrouwbaar zijn. [verweerder] heeft Holland Casino tijdens de sollicitatieprocedure bewust op het verkeerde been gezet door het verzwijgen van relevante informatie. [verweerder] heeft alleen verteld als medeverdachte betrokken te zijn bij een geëscaleerd, louter zakelijk geschil van zijn partner, in het kader waarvan hij met zijn vriendin zaken uit het bedrijf had weggenomen. Voor het eerst door de WhatsApp van 31 december 2017 is Holland Casino op de hoogte geraakt van de pepperspray kwestie. Verder heeft [verweerder] tijdens het sollicitatiegesprek de indruk gewekt dat hij de politie vrijwillig verliet. Over zijn buitendienststelling heeft [verweerder] gezwegen.

Door het bewust verzwijgen van relevante informatie is het vertrouwen van Holland Casino in [verweerder] dusdanig geschaad dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Daarbij speelt mee dat [verweerder] als leidinggevende een voorbeeldfunctie heeft en door zijn strafrechtelijke veroordeling en een krantenbericht daarover de positie van [verweerder] onhoudbaar is geworden.

4 Het verweer

4.1.

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Er is geen sprake van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten. [verweerder] heeft aan zijn informatieplicht voldaan door tijdens het sollicitatiegesprek en bij de screening door CVOK mede te delen dat sprake was van een verdenking van een strafbaar feit, en de context daarvan te schetsen. Tijdens het sollicitatiegesprek was [verweerder] nog geen verdachte van verduistering in dienstbetrekking van een busje pepperspray. Van die tenlastelegging was [verweerder] pas in december 2017 op de hoogte. [verweerder] heeft Holland Casino hiervan toen direct op de hoogte gesteld. Zijn aanhouding en non-actiefstelling op 2 november 2015 hielden geen verband met de pepperspray. Van misleiding of op het verkeerde been zetten is geen sprake geweest.

4.2.

Van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding is evenmin sprake. [verweerder] heeft altijd (zeer) goed gefunctioneerd en uit niets blijkt dat er tot 29 januari 2018 enig probleem was. Voor zover in de ogen van Holland Casino sprake is van een verstoring in de arbeidsverhouding dan heeft zij er niets aan gedaan om de verhouding weer goed te krijgen. Er is in elk geval geen sprake van een duurzame verstoring. Naar herplaatsingsmogelijkheden heeft Holland Casino in het geheel niet gekeken.

4.3.

[verweerder] verzoekt om toelating tot de overeengekomen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom. [verweerder] heeft er groot belang bij om zo snel mogelijk zijn reguliere werk te hervatten en weer deel te kunnen nemen aan het MD-traject.

4.4.

Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] (subsidiair) om toekenning van een billijke vergoeding van € 79.112,40, wegens ernstig verwijtbaar handelen van Holland Casino. Verder maakt [verweerder] in dat geval aanspraak op de transitievergoeding van € 4.321,57, omdat van zijn kant geen sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet ook worden beoordeeld of aan [verweerder] een billijke vergoeding dient te worden toegekend.

5.2.

De kantonrechter stelt voorop dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (artikel 7:669 lid 1 BW). In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

Verwijtbaar handelen of nalaten

5.3.

Holland Casino voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding primair is gelegen in (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] , waardoor van Holland Casino niet langer verwacht kan worden het dienstverband in stand te laten. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Holland Casino in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden echter geen redelijke grond op voor ontbinding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat [verweerder] tijdens het sollicitatiegesprek op 2 december 2015 uit eigen beweging aan Holland Casino heeft verteld dat hij verdacht werd van diefstal van een darmspoelmachine, die hij had weggenomen in verband met een zakelijk conflict waarin zijn partner ( [naam 1] ) betrokken was. Verder staat vast dat [verweerder] zich, in het kader van dit geëscaleerde geschil, een busje pepperspray van de politie heeft toegeëigend ten behoeve van [naam 1] . Dit busje pepperspray is op 2 november 2015 door de politie aangetroffen in de tas van [naam 1] en in beslag genomen.

5.5.

Holland Casino verwijt [verweerder] dat hij in de sollicitatieprocedure niet heeft gemeld dat hij ook verdacht werd van verduistering in dienstbetrekking van het busje pepperspray, en van de maatregelen die de politie naar aanleiding daarvan tegen hem had getroffen. Dit verwijt is evenwel ten onrechte gemaakt. [verweerder] is op 2 november 2015 niet aangehouden wegens verdenking van verduistering in dienstbetrekking, maar wegens diefstal van (onder meer) een darmspoelmachine, toebehorend aan Colon Care Center. Van die verdenking heeft hij Holland Casino in het sollicitatiegesprek op de hoogte gesteld. [verweerder] voert aan dat de pepperspraykwestie op dat moment nog niet speelde en dat hij zelf pas door de dagvaarding begin december 2017 bekend werd met zijn vervolging voor dit feit. Niet gebleken is dat deze lezing van [verweerder] in strijd is met de waarheid. Holland Casino heeft de stelling van [verweerder] dat, alhoewel vast staat dat de politie er al vanaf 2 november 2015 mee bekend was dat [verweerder] zich een busje pepperspray had toegeëigend, de politie hem hierop niet heeft aangesproken, niet weersproken. Evenmin weersproken is dat de buitenfunctiestelling van [verweerder] verband hield met de verdenking van de diefstal van de goederen van Colon Care en niet met de verduistering van de pepperspray. Ook de referenten van de politie die in januari 2016 door Holland Casino zijn benaderd hebben hierover kennelijk niets gezegd, terwijl een van die referenten degene was die [verweerder] destijds heeft aangehouden en in verzekering heeft gesteld. Onder de gegeven omstandigheden ligt het in de rede te veronderstellen dat het voor [verweerder] zelf ook nieuw was dat hem in de dagvaarding kort voor de zitting van 14 december 2017 de wederrechtelijke toe-eigening van een busje pepperspray ten laste werd gelegd.

5.6.

Verder is aannemelijk dat [verweerder] Holland Casino op 16 december 2017, twee dagen na de strafzitting, heeft geïnformeerd over de hem tenlastegelegde feiten, waaronder de pepperspraykwestie. [verweerder] is daarover dus direct open geweest tegenover Holland Casino. Dat Holland Casino eerst op 31 december 2017 over de pepperspray heeft vernomen is niet aannemelijk. [naam 3] erkent dat hij op 16 december 2017 door [verweerder] is gebeld over de strafzitting. Verder geeft Holland Casino in de onder de feiten geciteerde passage uit het verslag van het interview op 29 januari 2018 zelf aan dat [verweerder] het aspect van de pepperspray medio december 2017 heeft verteld. Holland Casino heeft ter zitting verklaard dat zij dit interview zorgvuldig heeft voorbereid, onder meer door bij [naam 3] navraag te doen naar de gang van zaken. De aan [verweerder] te stellen vragen zijn van tevoren opgesteld. Dat sprake is geweest van een vergissing of een ongelukkig geformuleerde vraag, zoals Holland Casino ter zitting verklaart, is niet aannemelijk. Verder duidt ook de wijze waarop [verweerder] zijn WhatsApp van 31 december 2017 heeft geformuleerd erop dat de verduistering van pepperspray eerder met [naam 3] is besproken.

5.7.

Het komt in deze zaak dus neer op de vraag of [verweerder] in het sollicitatiegesprek uit zichzelf melding had moeten maken van het feit dat hij zich een busje peperspray van de politie had toegeëigend, terwijl deze gebeurtenis kennelijk voor de politie op dat moment geen aanleiding is geweest om tegenover [verweerder] actie te ondernemen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend. [verweerder] is tijdens de sollicitatieprocedure tegenover Holland Casino voldoende transparant geweest over de zaken die toen concreet speelden. Het feit dat [verweerder] werd verdacht van diefstal van een darmspoelmachine stond er voor Holland Casino kennelijk niet aan in de weg hem aan te nemen als Manager Security & Responsible Gaming. De omstandigheid dat [verweerder] niet heeft verteld dat hij vanwege deze verdenking was aangehouden, in verzekering en buiten functie gesteld leidt niet tot een ander oordeel. Centraal staat de verdenking van het strafbare feit, waarover [verweerder] eigener beweging heeft verteld. Niet is gesteld of gebleken dat Holland Casino vervolgens aan [verweerder] heeft gevraagd welke strafrechtelijke of arbeidsrechtelijke maatregelen zijn genomen naar aanleiding van deze verdenking. Van [verweerder] hoefde niet verwacht te worden dat hij ook deze aanvullende informatie uit zichzelf met Holland Casino deelde.

5.8.

Ook de wijze waarop [verweerder] het sollicitatie-informatieformulier heeft ingevuld leidt niet tot een ander oordeel. Dit formulier is ingevuld op 2 februari 2016. Diezelfde dag is het door HR Services van Holland Casino ingevoerd en is de arbeidsovereenkomst opgesteld. Op 3 februari 2016 is het formulier na controle door HR Services geparafeerd. Het sollicitatiegesprek waarin [verweerder] zijn strafrechtelijke verdenking aan de orde heeft gesteld had reeds 2 maanden eerder plaatsgevonden. Toen [verweerder] het formulier invulde had Holland Casino dus al besloten een arbeidsovereenkomst met hem aan te gaan. Kennelijk hield het formulier verband met de administratieve afwikkeling daarvan, en heeft Holland Casino aanleiding gezien ermee akkoord te gaan dat de strafrechtelijke verdenking van [verweerder] niet in het formulier werd opgenomen.

5.9.

Holland Casino voert verder als grond voor verwijtbaar handelen of nalaten aan dat [verweerder] tijdens zijn sollicitatie ten onrechte de indruk heeft gewekt dat hij de politie vrijwillig verliet. Vast staat dat de aanhouding van [verweerder] op 2 november 2015 en de daaraan ten grondslag liggende verdenkingen voor de politie geen aanleiding zijn geweest om [verweerder] op staande voet te ontslaan. Verder staat vast dat [verweerder] , na ondertekening van de arbeidsovereenkomst met Holland Casino, de politie heeft verzocht hem ontslag te verlenen, waarna de politie [verweerder] per 1 april 2016 eervol ontslag heeft verleend. Niet is weersproken dat voor [verweerder] de aanleiding voor zijn vertrek bij de politie is geweest het inzetten van de dwangmiddelen naar aanleiding van de verdenking van diefstal. In de ogen van [verweerder] was sprake van een overtrokken reactie van het OM, die hij persoonlijk als beschamend en belastend voor zijn positie binnen de politie heeft ervaren. In die zin is de mededeling van [verweerder] dat hij vrijwillig is weggegaan bij de politie misschien iets mooier voorgesteld dan de zaken feitelijk waren, maar niet geheel onwaar.

Verstoorde arbeidsverhouding

5.10.

Holland Casino verzoekt subsidiair om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW. Daarvoor is vereist dat die verhouding duurzaam en ernstig verstoord is (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 46). [verweerder] onderschrijft niet dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en wil graag weer aan het werk.

5.11.

Aan dit verzoek legt Holland Casino vrijwel dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag als aan het verzoek om ontbinding wegens verwijtbaar handelen. Holland Casino stelt dat haar vertrouwen in [verweerder] door het bewust verzwijgen van relevante informatie dusdanig is geschaad dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Zoals hiervoor is overwogen was met betrekking tot de pepperspraykwestie nog geen sprake van een strafrechtelijke verdenking en bestond voor [verweerder] geen aanleiding daarvan in het sollicitatiegesprek melding te maken.

5.12.

Ook tijdens het dienstverband is [verweerder] voldoende transparant geweest over de strafzaak. Kort nadat [verweerder] zelf wist dat hij ook strafrechtelijk werd vervolgd voor verduistering in dienstbetrekking van een busje pepperspray heeft hij Holland Casino hierover op 16 december 2017 geïnformeerd. Dit is vervolgens voor Holland Casino geen aanleiding geweest om [verweerder] in de luwte te plaatsen, in afwachting van de uitkomst van de strafzaak en van een door Holland Casino in te stellen onderzoek. [verweerder] was kort voordien gevraagd een gevoelig onderzoek uit te voeren naar het declaratiegedrag van croupiers. Als Holland Casino twijfelde over de integriteit en betrouwbaarheid van [verweerder] , had het voor de hand gelegen hem van dit onderzoek af te halen. Dat is echter niet gebeurd, ook niet toen [naam 3] op 31 december 2017 bekend werd met de bewezenverklaring. Verder heeft [verweerder] in januari 2018 een loonsverhoging gekregen vanwege goed functioneren, en is hij op 10 januari 2018 gewoon volgens plan gestart met het MD-programma. Ook op dit punt heeft Holland Casino kennelijk geen aanleiding gezien om [verweerder] dit traject te ontzeggen, dan wel hem aan te zeggen dat verdere deelname onzeker was gelet op de bewezenverklaring van de verduistering in dienstbetrekking.

5.13.

Ook kan Holland Casino niet worden gevolgd in haar stelling dat de positie van [verweerder] als leidinggevende onhoudbaar is geworden met zijn veroordeling en het krantenbericht daarover. Als Holland Casino niet het risico wilde lopen een medewerker in dienst te hebben die veroordeeld is voor een strafbaar feit had zij [verweerder] niet moeten aannemen. [verweerder] heeft Holland Casino er in het sollicitatiegesprek immers van op de hoogte gesteld dat hij verdacht werd van een strafbaar feit. Dat vervolgens een veroordeling is gevolgd had Holland Casino kunnen verwachten. Verder staat tussen partijen niet ter discussie dat [verweerder] altijd (zeer) goed gefunctioneerd heeft.

5.14.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een zodanig ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding dat van Holland Casino in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren.

5.15.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Holland Casino zal afwijzen en dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden.

5.16.

Dit betekent dat het verzoek van [verweerder] tot wedertewerkstelling wordt toegewezen. Daarbij overweegt de kantonrechter dat het voorstelbaar is dat deze wedertewerkstelling (voorlopig) in een andere (voor [verweerder] bereisbare) vestiging van Holland Casino zal plaatsvinden. De termijn waarbinnen [verweerder] moet worden toegelaten zal gesteld worden op 7 dagen na betekening van deze beschikking. De kantonrechter zal aan de wedertewerkstelling een dwangsom verbinden zoals verzocht, met dien verstande dat deze zal worden beperkt tot maximaal € 25.000,00.

5.17.

De proceskosten komen voor rekening van Holland Casino, omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de verzochte ontbinding af;

6.2.

veroordeelt Holland Casino om [verweerder] binnen 7 dagen na betekening van deze beschikking toe te laten tot het verrichten van zijn werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat Holland Casino daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 25.000,00;

6.3.

veroordeelt Holland Casino tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verweerder] tot en met vandaag vaststelt op € 600,00 voor salaris gemachtigde;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op 10 juli 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter