Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:6252

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-07-2018
Datum publicatie
19-07-2018
Zaaknummer
15/860198-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Hells Angels Haarlem, treasurer (penningmeester), leiding geven aan een criminele organisatie; brandstichting, mishandeling, poging tot afpersing, wapenbezit, teelt en uitvoer van hennep. Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Amsterdam Osdorp (Bunker)

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/860198-16

Uitspraakdatum: 18 juli 2018

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17 mei 2018, 31 mei 2018, 7 juni 2018, 13 juni 2018, 20 juni 2018 en 4 juli 2018 in de zaak tegen:

[verdachte] Leine ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] ,

thans gedetineerd in PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. J. van der Putte en mr. S.M. de Vries en van hetgeen verdachte en zijn raadsman,

mr. Chr. Flokstra, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Feit 1.

[ZD C-27: Deelneming aan een criminele organisatie met geweldsoogmerk]

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2014 tot en met 26 januari 2017 te Haarlem en/of elders in Nederland

leiding heeft gegeven,

althans heeft deelgenomen aan een organisatie,

welke organisatie (al dan niet in wisselende samenstellingen) bestond uit (onder meer)

  • -

    Hells Angels, charter Haarlem (gevormd door: verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] ) en/of

  • -

    [medeverdachte 9] en/of

  • -

    [medeverdachte 10] ,

welke organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, te weten één of meer misdrijven omschreven in:

  • -

    artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen) en/of

  • -

    artikel 141a van het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van geweld tegen personen of goederen) en/of

  • -

    artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk brand stichten of een ontploffing te weeg brengen) en/of

  • -

    artikel 170 van het Wetboek van Strafrecht (een gebouw of een voor het publiek toegankelijke plaats opzettelijk vernielen of beschadigen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen is te duchten) en/of

  • -

    artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht (een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander of tegen een derde wederrechtelijk dwingen iets te doen of niet te doen of te dulden) en/of

  • -

    artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en/of bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zware mishandeling of brandstichting) en/of

  • -

    artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht (doodslag) en/of

  • -

    artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht (moord) en/of

  • -

    artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (mishandeling) en/of

  • -

    artikel 301 van het Wetboek van Strafrecht (mishandeling gepleegd met voorbedachte raad) en/of

  • -

    artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling) en/of

  • -

    artikel 303 van het Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad) en/of

  • -

    artikel 304 aanhef en onder sub 2 van het wetboek van strafrecht (mishandeling, mishandeling met voorbedachte raad en/of zware mishandeling van een of meer ambtenaren gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn / hun bediening)

  • -

    artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (diefstal met geweld) en/of

  • -

    artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht (afpersing) en/of

  • -

    artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie (voorhanden hebben van (een) wapen(s) en munitie van de categorie(ën) II en III van de Wet wapens en munitie);

Feit 2.

[ZD C-08: Kasteel (incl C-04 Begles, C-05 Bornrif, C-06 Champigny en C-07 Stereo)]

c. [ZD C-05: Bornrif, brandstichting]

PRIMAIR:

hij op of omstreeks 26 september 2015 te Hoogwoud, gemeente Opmeer, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een gebouw, zijnde een sporthal aan [adres] te Hoogwoud,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en aldaar opzettelijk op een of meer plekken bij bovengenoemd gebouw (motor)benzine, althans een brandbare stof, met open vuur in aanraking gebracht,

ten gevolge waarvan voornoemd gebouw gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat gebouw en/of in de directe nabijheid gelegen bedrijfspand(en) / voertuig(en) en/of zich in die bedrijfspand(en) / voertuig(en) bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

SUBSIDIAIR:

een of meer (onbekend gebleven) persoon/personen op of omstreeks 26 september 2015 te Hoogwoud, gemeente Opmeer, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht in/aan een gebouw, zijnde een sporthal aan [adres] te Hoogwoud,

immers heeft/hebben deze persoon/personen toen en aldaar opzettelijk op een of meer plekken bij bovengenoemd gebouw (motor)benzine, althans een brandbare stof, met open vuur in aanraking gebracht,

ten gevolge waarvan voornoemd gebouw gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat gebouw en/of in de directe nabijheid gelegen bedrijfspand(en) / voertuig(en) en/of zich in die bedrijfspand(en) / voertuig(en) bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was,

welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in of omstreeks in of omstreeks de periode van 22 september 2015 tot en met 26 september 2015 te Zwaag en/of te Alkmaar en/of te Haarlem en/of te Hoogwoud, gemeente Opmeer, in elk geval in Nederland,

opzettelijk heeft uitgelokt

door het doen van giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), opzettelijk, als president, danwel lid/leden van (motor)club Hella Angels MC (charter Haarlem), zijnde een (motor)club met een bedreigend(e) en/of gewelddadig(e) imago/reputatie, aan die (onbekend gebleven) dader(s) de opdracht en/of instructies gegeven en/of (laten) (door)geven, met betrekking tot de locatie(s) waar de brand gesticht moest worden en/of het object dat in brand gestoken moest worden;

d. [ZD C-06: Champigny, brandstichting]

(vervolgens)

PRIMAIR:

hij op of omstreeks 04 november 2015 te Hoogwoud, gemeente Opmeer, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een personenauto (merk Volkswagen, type Caddy, [kenteken] , toebehorend aan [slachtoffer 1] - zijnde de eigenaar van sporthal [naam] ) aan de [adres] , zijnde het woonadres van voornoemde [slachtoffer 1] ,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en aldaar opzettelijk op een of meer plekken bij bovengenoemd voertuig (motor)benzine, althans een brandbare stof, met open vuur in aanraking gebracht,

ten gevolge waarvan voornoemde personenauto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan

- levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in (in de directe nabijheid gelegen) woning(en) / bedrijfspand(en) / voertuig(en) bevindende personen, en/of

- gemeen gevaar voor dat voertuig en/of voor in de directe nabijheid gelegen woning(en) / bedrijfspand(en) / voertuig(en) en/of zich in die woning(en) / bedrijfspand(en) / voertuig(en) bevindende goederen,

in elk geval levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander en/of gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

SUBSIDIAIR:

[medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] , althans een of meer (onbekend gebleven) persoon/personen op of omstreeks 04 november 2015 te Hoogwoud, gemeente Opmeer, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht in/aan een personenauto (merk Volkswagen, type Caddy, [kenteken] , toebehorend aan [slachtoffer 1] -zijnde de eigenaar van sporthal [naam] ) aan de [adres] , zijnde het woonadres van voornoemde [slachtoffer 1] ,

immers heeft/hebben deze persoon/personen toen en aldaar opzettelijk op een of meer plekken bij bovengenoemd voertuig (motor)benzine, althans een brandbare stof, met open vuur in aanraking gebracht,

ten gevolge waarvan voornoemde personenauto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan

- levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in (in de directe nabijheid gelegen) woning(en) / bedrijfspand(en) / voertuig(en) bevindende personen, en/of

- gemeen gevaar voor dat voertuig en/of voor in de directe nabijheid gelegen woning(en) / bedrijfspand(en) / voertuig(en) en/of zich in die woning(en) / bedrijfspand(en) / voertuig(en) bevindende goederen,

in elk geval levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander en/of gemeen gevaar voor goederen, te duchten was,

welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in of omstreeks de periode van 30 oktober 2015 tot en met 04 november 2015 te Zwaag en/of te Akersloot, gemeente Castricum, en/of te Haarlem, in elk geval in Nederland,

opzettelijk heeft uitgelokt

door het doen van giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), opzettelijk, als president, danwel lid/leden van (motor)club Hells Angels MC (charter Haarlem), zijnde een (motor)club met een bedreigend(e) en/of gewelddadig(e) imago/reputatie, aan die (onbekend gebleven) dader(s) de opdracht en/of instructies gegeven en/of (laten) (door)geven, met betrekking tot de locatie(s) waar de brand gesticht moest worden en/of het object dat in brand gestoken moest worden;

e. [ZD C-07: Stereo, bedreiging door schieten]

(vervolgens)

hij op of omstreeks 22 maart 2016 Hoogwoud, gemeente Opmeer, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] - zijnde de eigenaar van sporthal [naam] - heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) meerdere schoten afgevuurd op de (toegangsdeur van de) sporthal van voornoemde [slachtoffer 1] ( [naam] );

en/of

f. [ZD C-07: Stereo, bedreiging]

(vervolgens)

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 24 maart 2016 te Haarlem en/of Uitgeest en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] - zijnde de eigenaar van sporthal [naam] - (telkens) schriftelijk heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

(kort na bovengenoemde beschieting (onder e.) van 22 maart 2016)

opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] - via (een) (whats'app/sms) tekstbericht(en)) (telkens) - dreigend de woorden toegevoegd:

- “ ik dacht dat ik duidelijk was geweest blijkbaar niet dus moet een stap verder gaan gaat de choppershow door dan gaat het een heel zwaar jaar worden voor jou en je omgeving!!! Mvg” en/of

- “ hoop voor jou en je naaste dat je de juiste beslissing maakt! Want hun lichaamelijke en geestelijke toestandt lijkt me belangrijker dan de show! Je weet dat ik serieus ben en nooit zal stoppen tenzij jij de juiste beslissing neemt voor jou en je naaste! Mvg “ en/of

- “ hoe zal iedereen het vinden de risico wat je neemt met hun veiligheid met de weet dat jij dat had kennen voorkomen succes gokker!”

- althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

g. [ZD C-29: Orleans, 2 x bedreiging door schieten]

(vervolgens)

hij op een of meer tijdstippen omstreeks 16 december 2016 en/of omstreeks 12 januari 2017 te Hoogwoud, gemeente Opmeer, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) [slachtoffer 1] - zijnde de eigenaar van sporthal [naam] - heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) meerdere schoten afgevuurd op de (ramen en/of toegangsdeur van de) sporthal van voornoemde [slachtoffer 1] ( [naam] );

en/of

h. [ZD C-08: Kasteel, poging dwang]

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 29 maart 2015 tot en met 12 januari 2017 te Haarlem en/of Hoogwoud, gemeente Opmeer, en/of Amsterdam en/of Uitgeest en/of Zwaag en/of [geboorteplaats] , in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen

[slachtoffer 1] - zijnde de eigenaar van sporthal [naam] –

(meermalen) door geweld en/of bedreiging met geweld en/of enige andere feitelijkheid, gericht tegen die [slachtoffer 1] , wederrechtelijk te dwingen tot iets te doen, niet te doen of te dulden (te weten het geen doorgang laten vinden van een motorshow / choppershow van Rogues MC, welke in zijn, [slachtoffer 1] , sporthal zou worden gehouden)

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk:

- een of meermalen brand gesticht in / aan voornoemde sporthal en/of

- brand gesticht in de auto van die [slachtoffer 1] (op diens erf) en/of

- een of meermalen schoten afgevuurd op voornoemde sporthal en/of

- een of meermalen aan die [slachtoffer 1] (dreigend) te kennen geven dat hij, [slachtoffer 1] de motorshow / choppershow moest afgelasten;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 3.

[ZD C-13: Vuurduin]

hij op of omstreeks 19 juli 2015 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer 2] (die lid was van Satudarah MC) heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met kracht in/op/tegen het gezicht en/of de neus te stompen en/of te slaan;

Feit 4.

PRIMAIR:

[ZD C-14: Uitkijk]

hij op of omstreeks 18 augustus 2015 te Alkmaar,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 3] (die lid was van de Hells Angels, althans een zogeheten ‘hangaround’ van de Hells Angels was) te dwingen tot de afgifte van een motorfiets, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

een afspraak heeft gemaakt met die [slachtoffer 3] bij de McDonald’s te Alkmaar (aan de Robijnstraat 1), waarna verdachte en/of zijn medeverdachte aldaar:

als lid/leden van (motor)club Hells Angels MC (charter Haarlem), zijnde een (motor)club met een bedreigend(e) en/of gewelddadig(e) imago/reputatie,

  • -

    die [slachtoffer 3] kenbaar heeft/hebben gemaakt dat hij zijn motorfiets moest inleveren, en/of dat dit de regels zijn van de club, zijnde (motor)club Hells Angels MC (charter Haarlem),

  • -

    die [slachtoffer 3] , met kracht, met gebalde vuist, in/tegen het gezicht heeft/hebben gestompt/geslagen, en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd ‘we pakken je meer af dan je motor’ en/of ‘je hebt ook nog een vrouw’ en/of ‘het gaat je meer kosten dan je denkt’,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR:

hij op of omstreeks 18 augustus 2015 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 3] (die lid was van de Hells Angels, althans een zogeheten ‘hangaround’ van de Hells Angels was) heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] , met kracht, met gebalde vuist, in/tegen het gezicht te stompen/slaan;

Feit 5.

PRIMAIR:

[ZD C-16: Westpoint]

hij in of omstreeks de periode van 20 september 2015 tot en met 30 december 2015 te Alkmaar en/of ‘t Veld, gemeente Hollands Kroon, en of elders in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 4] te dwingen tot:

- de afgifte van een geldbedrag van 500 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de naam van een persoon (welke persoon twee maal de naam " [naam] " had genoemd en/of van welke persoon de naam bij die [slachtoffer 4] bekend is),

als lid van (motor)club Helle Angels MC (charter Haarlem), zijnde een (motor)club met een bedreigend(e) en/of gewelddadig(e) imago/reputatie

- die [slachtoffer 4] kenbaar gemaakt dat hij 500 euro moest betalen (als boete omdat hij hem, verdachte, een whatsappbericht had gestuurd met een inhoud of strekking die hem, verdachte, niet aanstond), en/of

- met een/of meer mededader(s) is gegaan naar een auto waarin die [slachtoffer 4] zich bevond, waarna verdachte en/of zijn mededader(s):

*het portier van die auto heeft/hebben geopend en, met kracht, die [slachtoffer 4] in/tegen het gezicht en/of op de neus heeft/hebben gestompt en/of geslagen, en/of

*een (groot) mes is/zijn gaan pakken/halen, en/of

*een vuurwapen is/zijn gaan halen, en/of

- op één of meer tijdstip(pen), met een/of meer mededader(s), bewapend met een vuurwapen, op zoek is gegaan naar die [slachtoffer 4] en/of de woning van de vriendin van die [slachtoffer 4] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR:

hij op of omstreeks 25 december 2015 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met voorbedachten rade [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] , een- of meermalen, met kracht, in/tegen het gezicht en/of op de neus te stompen en/of te slaan;

Feit 6.

[ZD C-19: Boor]

hij op of omstreeks 04 maart 2016 te Haarlem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (automatisch) vuurwapen van categorie II (onder 2e), te weten een machinegeweer / pistoolmitrailleur (merk M84 Scorpion) en/of een geluiddemper van categorie I (onder 3e) voorhanden heeft gehad.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Feit 7.

PRIMAIR:

[ZD C-20: Slechtvalk]

hij op of omstreeks 07 april 2016 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan:

[slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , althans een of meer lid/leden van de (motor)club Mongols MC

opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen:

samen met zijn, verdachtes, mededaders, gewapend met één of meer vuurwapen(s) en/of mes(sen), is gegaan naar het Van der Valkhotel Rotterdam, gelegen aan de Energieweg 2, waarna verdachte en/of zijn mededaders:

  • -

    met een pistool, althans een vuurwapen, op/in de richting van een of meer van voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben geschoten, en/of

  • -

    tegen het lichaam van [slachtoffer 5] en/of een of meer (andere) leden van die Mongols MC heeft/hebben geschopt en/of geslagen (terwijl die persoon /personen op de grond lag / lagen), en/of

  • -

    met een stoel heeft/hebben geslagen in het gezicht van die [slachtoffer 6] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR:

hij op of omstreeks 07 april 2016 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, op een voor publiek toegankelijke plaats en ruimte van het Van der Valkhotel Rotterdam, gelegen aan de Energieweg 2,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , althans een of meer lid/leden van de (motor)club Mongols MC en/of goederen,

welk geweld bestond uit het

  • -

    met een pistool, althans een vuurwapen, op/in de richting van een of meer leden van de (motor)club Mongols MC schieten en/of

  • -

    tegen het lichaam van [slachtoffer 5] en/of een of meer (andere) leden van die Mongols MC schoppen en/of slaan (terwijl die persoon / personen op de grond lag/lagen) en/of

  • -

    een of meer mes(sen) trekken en/of

  • -

    slaan tegen een of meer (beveiligings)camera’s;

  • -

    met een stoel slaan in het gezicht van [slachtoffer 6] ;

Feit 8.

[ZD C-25: Pyloon]

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 maart 2015 tot en met 26 januari 2017 te Alkmaar en/of te Heerhugowaard, althans in Nederland en/of in Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

- buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 1750 en/of 800 hennepstekken, althans een groot aantal hennepstekken, in elk geval een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

en/of

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

- heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (op een of meer locaties waaronder in elk geval een pand aan de [adres] te Heerhugowaard) (telkens) een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 9.

[ZD C-28: Water]

hij op of omstreeks 9 december 2016 te Hoofddorp, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen [slachtoffer 8] heeft mishandeld door die [slachtoffer 8] , een- of meermalen, met kracht, te stompen en/of te slaan;

Feit 10.

[wapen aangetroffen in pand Otterkoog]

hij op of omstreeks 26 januari 2017 te Alkmaar (in een pand gelegen aan de [adres] )

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (merk Star, model S 9mm/380 Auto)

en/of

(bijbehorende) munitie van categorie III (te weten: 15 patronen met de opdruk "V" en/of 19 patronen met de opdruk 11 S&B11 / "9mm"/ "Br.C" en/of 4 patronen met de opdruk "M/380 auto11 ),

voorhanden heeft gehad.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Inleiding

Op 17 maart 2015 is onder leiding van de officier van justitie te Noord-Holland onderzoek Toren opgestart. Het onderzoek heeft zich bij aanvang gericht op drie leden van de Hells Angels, chapter Haarlem: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] Leine. Gedurende het onderzoek heeft het onderzoek zich uitgebreid met de overige leden van de Hells Angels Haarlem: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] . Naast deze personen zijn op enig moment tijdens het opsporingsonderzoek ook de partner van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 10] , en de [medeverdachte 9] (hier ook: de Stichting) als verdachten aangemerkt.

Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier, dat bestaat uit 32 afzonderlijke zaaksdossiers, waarvan een deel aan verdachte ten laste is gelegd. De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit bewezen acht. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zal de rechtbank ook per feit aangeven indien daar tot (partiele) vrijspraak wordt gekomen. Vervolgens zal de rechtbank de vraag beantwoorden of verdachte (als leider) samen met andere leden van de Hells Angels Haarlem, [medeverdachte 10] en de Stichting heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

4 Bewijs

4.1.

Standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 (onder c. primair en h.), 3, 4 primair, 5 primair, 6, 7 primair, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten.

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 2 (onder d. primair en subsidiair, e., f. en g.) ten laste gelegde feiten.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 2 (onder c. primair en subsidiair, d. primair en subsidiair, e., f., g. en h.), 4 primair, 5, 6, 7 primair en subsidiair, 9, 10 ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van feit 8 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van het telen, bereiden, verwerken en bewerken van hennep alleen de datum van 18 november 2015 bewezen kan worden verklaard. Voor het overige dient verdachte te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Feit 2 (ZD C-08: Kasteel (incl C-04 Begles, C-05 Bornrif, C-06 Champigny en

C-07 Stereo))

4.3.1.1. d. ZD C-06: Champigny

Vrijspraak

Ten aanzien van de ten laste gelegde brandstichting aan de auto van [slachtoffer 1] op 4 november 2015, heeft de verdediging aangevoerd dat de inhoud van de zich in dit zaaksdossier bevindende tap- en OVC gesprekken niet zien op een (opdracht tot) brandstichting maar op een radio die [medeverdachte 1] in de P.I. wilde hebben. Deze radio moest via [medeverdachte 10] door [verdachte] worden aangeschaft.

De rechtbank overweegt dat – wat er ook zij van dit door de verdediging aangevoerde scenario – het dossier onvoldoende concrete aanknopingspunten biedt om vast te kunnen stellen dat [verdachte] een aandeel in deze brandstichting heeft gehad, zodat hij van dit feit zal worden vrijgesproken.

4.3.1.2. e. ZD C-07: Stereo en g. ZD C-29 Orleans (bedreiging door schieten)

Vrijspraak

De rechtbank is met de officieren van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] zich al dan niet samen met anderen heeft schuldig heeft gemaakt aan de beschietingen op de toegangsdeur van sportcomplex [naam] in Hoogwoud op 22 maart 2016 (zaaksdossier C-07 Stereo), 16 december 2016 en 12 januari 2017 (zaaksdossier C-29 Orleans). Hoewel bij de laatste beschieting de letters ‘ROGUES’ boven de ingang van het complex zijn geschilderd – zijnde de naam van een motorclub waarmee de Hells Angels Haarlem in die periode een conflict hadden – is in het dossier geen bewijsmiddel voorhanden waaruit een strafrechtelijk relevante betrokkenheid van [verdachte] bij deze schietincidenten valt af te leiden. De rechtbank zal [verdachte] van deze feiten vrijspreken.

4.3.1.3. f. ZD C-07: Stereo (bedreiging)

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de dreigberichten die [slachtoffer 1] (eigenaar van de sporthal) in maart 2016 op zijn telefoon heeft ontvangen door [verdachte] zijn verzonden. [verdachte] was tijdens het versturen van de twee dreigberichten op 23 maart 2016 niet aanwezig in de omgeving van waaruit de bedreigende tekstberichten werden verstuurd. [verdachte] bevond zich op 24 maart 2016 wel in de omgeving van waaruit een dreigbericht is verzonden, maar die omstandigheid is onvoldoende om hem aan te merken als medepleger van de bedreiging van [slachtoffer 1] . [verdachte] zal van dit feit worden vrijgesproken.

4.3.1.4. h. ZD C-08: Kasteel (dwang)

Vrijspraak

Volgens de tenlastelegging wordt [verdachte] verweten dat hij samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te dwingen de choppershow van Rogues MC die in zijn sporthal zou plaatsvinden geen doorgang te laten vinden, door brand te stichten in die sporthal en de auto van [slachtoffer 1] , schoten af te vuren op de sporthal en hem dreigend te kennen te geven de choppershow af te gelasten.

Zoals hierna zal worden overwogen, acht de rechtbank alleen bewezen dat [verdachte] een rol heeft gespeeld bij de brandstichting aan de sporthal [naam] op 26 september 2015. De rechtbank beschouwt [verdachte] als opdrachtgever aan derden om deze brand te stichten, welke opdracht hij van [medeverdachte 1] had gekregen. Uit de bewijsmiddelen volgt echter niet dat [verdachte] door het laten uitvoeren van deze brandstichting het opzet heeft gehad om daarmee [slachtoffer 1] te dwingen te stoppen met zijn choppershow. [verdachte] zal van dit feit worden vrijgesproken.

4.3.1.5. c. ZD C-05: Bornrif (brandstichting)

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen de volgende feiten vast. Op 29 maart 2015 omstreeks 21.30 uur is door onbekend gebleven daders brand gesticht aan de vroegere entree van het pand aan [adres] te Hoogwoud (zaaksdossier C-04, Begles). Dit pand maakt deel uit van sportcomplex [naam] . Op 22 september 2015 vindt er in de P.I. in Zwaag een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1] zegt daarin tegen [medeverdachte 10] : ‘Weet je nog die ene dag..’, ‘Dat moet weer, maar dan aan de zijkant’, ‘Snap je wat ik bedoel wat er moet gebeuren?’, ‘Kankersportzaal weet je nog?’, ‘De fik d’r in’, ‘Niet waar we de eerste keer waren, maar bij dat andere, het interesseert me niet, het moet snel gebeuren’. [medeverdachte 10] antwoordt hierop: ‘Ik ga het zeggen, hier niet praten’, ‘Iets cryptischer was ook mogelijk geweest’. [medeverdachte 1] zegt dan: ‘Het is heel belangrijk’. [medeverdachte 10] zegt dat zij het zal doorgeven, zegt dat ze hier niet wil praten en dat ze genoeg weet. Later in dit gesprek zegt [medeverdachte 1] : ‘Vergeet je [verdachte] niet?’ en ‘Zeg dat het heel belangrijk is, zodat het voor de nieuwe week..’.

De zinnen ‘dat moet weer, nu aan de zijkant’, ‘kankersportzaal weet je nog’ en ‘de fik erin’ zijn naar het oordeel van de rechtbank vanwege de specifieke overeenkomsten met de kort daarop volgende brandstichting aan de sporthal, voor geen andere uitleg vatbaar dan dat [medeverdachte 1] [medeverdachte 10] opdraagt om aan [verdachte] door te geven dat er voor de tweede keer brand moet worden gesticht in de sporthal.

[medeverdachte 10] belt vlak na het bezoek [verdachte] op en gaat bij hem langs. Vervolgens gaat [verdachte] – terwijl hij ziek thuis is – naar het clubhuis, alwaar hij Johan Descendre spreekt. De volgende dag belt [medeverdachte 10] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vraagt of zij [verdachte] nog heeft gezien. [medeverdachte 10] antwoordt daarop dat zij hem heeft gezien en dat alles goed is. Op 25 september 2015 belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 10] en zegt dat hij [verdachte] niet meer belt totdat hij blij is. Die nacht wordt er (op 26 september 2015 om 1.40 uur) voor de tweede keer brand gesticht bij de sporthal, dit keer aan de zijkant van het pand. De ochtend erna wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [verdachte] zegt dat ze vanavond een feestje hebben. [medeverdachte 1] antwoordt daarop: ‘Draai dan maar een keertje voor mij ‘the roof is on fire’’. Gelet op het voorgaande in onderling verband bezien en bij gebreke van een andersluidende aannemelijke verklaring van [verdachte] , kan het niet anders dan dat [medeverdachte 10] de opdracht van [medeverdachte 1] tot brandstichting aan (de zijkant van) de sporthal aan [verdachte] heeft doorgegeven. Het feit dat de brand in sporthal [naam] van 26 september 2015 aan de zijkant is aangestoken, bevestigt dat de brand is gesticht zoals door [medeverdachte 1] is opgedragen en dat [verdachte] de brandstichting door anderen, die onbekend zijn gebleven, heeft laten uitvoeren. Hoewel [verdachte] de brand niet zelf heeft gesticht, is de bijdrage van [verdachte] aan de brandstichting in de voorbereiding van zodanig gewicht geweest, dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

4.3.2.

Feit 3 (ZD C-13: Vuurduin)

Op basis van de bewijsmiddelen die in de bijlage zijn opgenomen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op 19 juli 2015 te Alkmaar [slachtoffer 2] heeft mishandeld, door hem met kracht tegen het gezicht en/of de neus te slaan.

4.3.3.

Feit 4 (ZD C-14: Uitkijk)

Bewijsoverweging

Op basis van de bewijsmiddelen die in de bijlage zijn opgenomen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] samen met een ander of anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] op 18 augustus 2015 af te persen door hem met geweld en bedreiging met geweld te dwingen zijn motor af te geven.

[verdachte] heeft ter terechtzitting een alternatief scenario geschetst dat er op neerkomt dat hij [slachtoffer 3] weliswaar een keer een klap heeft gegeven maar dat er van een afpersing geen sprake is geweest. Volgens [verdachte] was de ontmoeting met [slachtoffer 3] bij de Mac Donalds in Alkmaar bedoeld om de clubkleding terug te krijgen en om [slachtoffer 3] zijn openstaande rekening te laten betalen. Dit betrof een rekening van de bar en kosten van cadeaus, het ging om honderden euro’s. [slachtoffer 3] zou tijdens de ontmoeting hebben gezegd dat hij geen geld had. [verdachte] heeft toen geopperd dat [slachtoffer 3] zijn motor zou verkopen en dat hij hem daarbij kon helpen. [verdachte] heeft bekend dat hij [slachtoffer 3] heeft geslagen, maar dit was een reactie uit irritatie omdat de hand van [verdachte] tussen de schuifdeur van de bestelbus van [slachtoffer 3] kwam.

Dit alternatieve scenario is naar het oordeel van de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden. Allereerst volgt uit een OVC gesprek tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 1] van 22 juli 2015 (map K 2.1, p. 36-48), ongeveer een maand voor de ontmoeting bij de Mac Donalds, dat [verdachte] [slachtoffer 3] twee maanden clubgeld vooruit heeft laten betalen en dat [slachtoffer 3] voorts € 160,-- voor een openstaande rekening moest betalen. Daarmee valt niet te rijmen dat [slachtoffer 3] tijdens de ontmoeting op 18 augustus 2015 een openstaande rekening van honderden euro’s zou moeten betalen. Bovendien volgt uit datzelfde afgeluisterde gesprek dat verdachte en zijn medeverdachten de motor van [slachtoffer 3] wilden verkopen en mogelijk een deel van de verkoopopbrengst wilden schenken aan de ouders van [medeverdachte 10] . Dit past niet bij de verklaring van [verdachte] .

Voorts kan de klap die [verdachte] aan [slachtoffer 3] heeft gegeven geen onmiddellijke reactie zijn geweest op de door [verdachte] gestelde omstandigheid dat de hand van [verdachte] tussen de schuifdeur van zijn bestelbus kwam, omdat op de observatiebeelden is te zien dat zowel [verdachte] als [slachtoffer 3] op het moment van de klap helemaal niet (meer) in de buurt van de auto van [slachtoffer 3] staan. In het licht van de bewijsmiddelen gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] [slachtoffer 3] een klap heeft gegeven om het dreigement dat [slachtoffer 3] zijn motor moest inleveren, kracht bij te zetten.

4.3.4.

Feit 5 (ZD C-16: Westpoint)

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [verdachte] aan [slachtoffer 4] kenbaar heeft gemaakt dat hij een geldbedrag van € 500,- moest betalen, omdat [slachtoffer 4] hem een WhatsApp-bericht had gestuurd met een inhoud die [verdachte] niet aanstond. Het kenbaar maken dat [slachtoffer 4] geld moet betalen (linksom 500 of rechtsom 800) houdt op zichzelf nog niets concreets in over het mogelijk door verdachte jegens [slachtoffer 4] te plegen geweld dan wel bedreiging met geweld.

De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of motorclub Hells Angels MC (charter Haarlem) kan worden aangemerkt als een motorclub met een bedreigende en/of gewelddadige reputatie. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Die bedreigende en gewelddadige reputatie blijkt uit de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage onder I., onderdeel B.1. en hetgeen de rechtbank daarover onder 4.3.10. punt II.A heeft overwogen.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of het als lid van die motorclub aan [slachtoffer 4] kenbaar maken dat hij een geldbedrag moet betalen, als ‘dwingen met geweld of bedreiging met geweld’ kan worden aangemerkt en zo ja, of dat voldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van een poging tot afpersing. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is en wel om het navolgende.

Het doel van de vorderingen dan wel mededelingen die [verdachte] aan [slachtoffer 4] voorhield, was om [slachtoffer 4] geld afhandig te maken zonder dat aan die vordering enig bestaansrecht of rechtsgrond kon worden toegekend. Een in financieel of zakelijk opzicht volstrekt irrelevante en in de ogen van de rechtbank futiele gebeurtenis is door [verdachte] aangegrepen om club gerelateerde belangen aan die vordering ten grondslag te leggen. Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk onmiskenbaar dat [verdachte] het noemen van de club, het clubhuis en de naam van zijn president door [slachtoffer 4] en vervolgens ook door Stef uit Beverwijk, aangrijpt om hen te beschuldigen van het in diskrediet brengen van de club. Deze beschuldiging gebruikt hij vervolgens om [slachtoffer 4] voor het blok te zetten om geld te betalen en (later ook) de naam van de persoon die zich Stef noemt te geven. Op die manier werd een door [slachtoffer 4] te verrichten tegenprestatie verzonnen. Uit de inhoud van tapgesprekken en OVC gesprekken volgt een sfeer van intimidatie, dreiging en geweld die [verdachte] rond de kwestie heeft gecreëerd. Door de eisen die hij blijft stellen, ook wel verwoord in de gesprekken die hij met [naam] voert, het genoegen dat hij kennelijk schept in de mededeling dat [slachtoffer 4] met de rolluiken dicht zit, zijn verklaring als hij hoort dat [slachtoffer 4] mogelijk gelieerd is aan (een van de supportclubs van) de Bandidos (“dan gaat er helemaal gejaagd op hem worden, maar dan is het door meerdere”) en gelet op het feit dat [slachtoffer 4] en zijn vriendin geen aangifte durven te doen uit angst voor represailles van de Hells Angels, heeft verdachte een dermate dreigende situatie voor [slachtoffer 4] gecreëerd en in stand gehouden, dat de vrees van [slachtoffer 4] voor geweld van de zijde van [verdachte] , juist als lid van de motorclub Hells Angels Haarlem, gerechtvaardigd was. Daarbij wordt ondanks bereidheid van [slachtoffer 4] en zijn vriendin [naam] om desgewenst excuses aan te bieden voor het onbewust veroorzaken van woede bij [verdachte] , geen ruimte gelaten om op voet van gelijkwaardigheid dit door [verdachte] zelf ontworpen probleem op maatschappelijk gangbare en aanvaardbare wijze uit te praten dan wel te laten rusten.

Conclusie van het voorgaande is dat het onder voornoemde omstandigheden als lid van Hells Angels Haarlem, een motorclub met een bedreigende en gewelddadige reputatie, aan [slachtoffer 4] kenbaar maken dat hij een geldbedrag moet betalen, als een poging tot ‘dwingen met bedreiging met geweld’ kan worden aangemerkt.

Partiële vrijspraak

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte op 20 december 2015 heeft geprobeerd [slachtoffer 4] door geweld en bedreiging met geweld te dwingen gegevens ter beschikking te stellen, te weten de naam van een persoon die hem had gebeld. Op 30 september 2015 wordt [verdachte] gebeld door een man die zich Stef uit Beverwijk noemt en die hem aanspreekt op zijn afperspraktijken en of [medeverdachte 1] daar van weet. Vanaf dat moment wil [verdachte] van [slachtoffer 4] de naam weten van die Stef. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij aan [slachtoffer 4] heeft gevraagd wat de naam van die jongen was en, omdat hij niet reageerde, heeft hij [slachtoffer 4] een klap gegeven.

De raadsman heeft aangevoerd dat dit geen afpersing als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht oplevert, nu een naam geen enkele economische waarde vertegenwoordigt en er dus geen sprake is van het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen.

De rechtbank overweegt dat de opvatting dat aan een bij afpersing verkregen gegeven een economische waarde moet kunnen worden toegekend, geen steun vindt in het recht (Hoge Raad 28 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7959). Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen moet wel vastgesteld kunnen worden dat verdachte met het verkrijgen van dat gegeven (in dit geval: de naam) het oogmerk had om zich wederrechtelijk te bevoordelen.

In onderhavige zaak kan de rechtbank niet vaststellen dat [verdachte] het oogmerk heeft gehad om zich met het afdwingen van de naamsgegevens te bevoordelen, omdat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid hoe dat voordeel voor verdachte economische waarde zou kunnen hebben, omdat niet duidelijk is geworden wat de bedoeling is geweest van [verdachte] om met die informatie te doen. De rechtbank zal verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.

4.3.5.

Feit 6 (ZD C-19: Boor)

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op 4 maart 2016 in Haarlem samen met anderen een vuurwapen van het merk Scorpion en een geluiddemper voorhanden heeft gehad. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in het OVC-gesprek van 3 maart 2016 praten over een wapen, dat qua kenmerken exact overeenkomt met het vuurwapen dat in de nacht van 4 maart 2016 is aangetroffen in de kofferbak van een auto waarvan de inzittenden kort daarvoor in het clubhuis van de Hells Angels in Haarlem waren geweest. Op dat moment waren ook [medeverdachte 1] en [verdachte] in het clubhuis aanwezig. In de open haard van het clubhuis is een kogel aangetroffen en de rechtbank gaat er op basis van het vergelijkend onderzoek van het NFI van uit dat die kogel is afgevuurd met de later aangetroffen Scorpion. Hieruit volgt dat de Scorpion in het clubhuis is geweest. Dat [medeverdachte 1] en [verdachte] daarvan op de hoogte waren, blijkt uit het OVC-gesprek van 3 maart 2016. Tijdens dat gesprek zegt [verdachte] dat “die andere er ligt”, “in een tas maar gescheiden”, waarna verdachten over de kenmerken van het “ding” spreken. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat de Scorpion ook op 4 maart 2016 in het clubhuis aanwezig was en dat zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] daar beschikkingsmacht over heeft gehad.

4.3.6.

Feit 7 (ZD C-20: Slechtvalk)

Vrijspraak

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachten hebben geweld gebruikt tegen de Mongols [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 9] door te slaan en gooien met stoelen en glazen, en zijn mede verantwoordelijk voor het geweld dat in en buiten het hotel is gepleegd door andere Hells Angels, omdat de vechtpartij een vooropgezet plan was van meerdere chapters van Hells Angels en er wapens meegenomen waren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit. Kort gezegd heeft de verdediging daartoe aangevoerd dat verdachte en zijn medeverdachten geen geweldshandelingen hebben verricht, noch daaraan een (substantiële) bijdrage hebben geleverd.

Het oordeel van de rechtbank

De toedracht

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 5 april 2016 gaan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar het clubhuis van de Hells Angels in Amsterdam. Als ze bij het clubhuis wegrijden, zegt [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] : “Dat wordt dus knokken en vastzitten”, “want [bijnaam] wil zich bewijzen”. Uit het dossier blijkt dat met ‘ [bijnaam] ’ [naam 1] wordt bedoeld. [naam 1] is full colour member van de Hells Angels Rotterdam. [medeverdachte 1] zegt daarop: “Wij gaan rustig achterover leunen” en “als ze maar zien dat wij er zijn, dat is het belangrijkste”. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] doelen tijdens dit gesprek op een geplande ontmoeting tussen leden van de Hells Angels en leden van de Mongols MC, waarbij gesproken zal worden over de oprichting van een nieuw chapter van de Mongols in Nederland. Deze ontmoeting vindt op 7 april 2016 plaats in het Van der Valk hotel in Rotterdam. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] hebben ter zitting verklaard dat zij wisten dat er op 7 april 2016 een gesprek zou plaatsvinden en dat zij daar aanwezig waren om te laten zien dat de andere Hells Angels er niet alleen voor zouden staan. Ze wilden op die manier de club vertegenwoordigen.

Op 7 april 2016 vertrekken [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 6] in de auto van [verdachte] naar het Van der Valk hotel in Rotterdam. Tijdens de rit zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 6] dat er brothers zijn die hij nog nooit gezien heeft en dat [medeverdachte 6] daarom niet de verkeerde moet slaan als het nodig is. Later zegt [medeverdachte 1] “wij gaan gewoon chillen” en dat hij een vessie met BHV heeft voor als het uit de hand loopt. Voornoemde uitlatingen die zijn gedaan op 5 en 7 april 2016 duiden er op dat verdachten niet een vooropgezet plan hadden om deel te nemen aan een vechtpartij met de Mongols, maar dat zij er wel rekening mee hielden dat het in het hotel tot een handgemeen zou kunnen komen.

De vier Haarlemse Hells Angels komen rond 18.30 uur aan bij het Van der Valk hotel in Rotterdam. Zij gaan aan een hoge tafel bij de bar in het restaurant zitten. Met name [medeverdachte 1] en [verdachte] lopen een aantal keren naar buiten en gaan dan weer aan tafel zitten. In een ander deel van het restaurant van het hotel is een aantal Amsterdamse Hells Angels aanwezig. Vlak voor 20.00 uur komt een aantal Rotterdamse Hells Angels binnen en zij gaan in de lobby zitten. Iets na 20.00 uur lopen vier leden van de Mongols het hotel binnen. Direct nadat de Mongols het restaurant binnenlopen, vindt er in het hotel een confrontatie plaats tussen leden van de Hells Angels en leden van de Mongols. De Mongols [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 9] raken daarbij gewond. Op grond van de camerabeelden kan worden vastgesteld dat de Rotterdamse Hells Angel [naam 2] bovenop [slachtoffer 5] heeft gezeten en daarbij meerdere slaande bewegingen heeft gemaakt en dat de Rotterdamse Hells Angel [naam 1] een trappende beweging heeft gemaakt in de richting van het hoofd van [slachtoffer 5] . Vervolgens is de Rotterdamse Hells Angel [naam 3] erbij gekomen en hij heeft een armbeweging in de richting van [slachtoffer 5] gemaakt. Tegelijkertijd zijn er andere vechtpartijtjes tussen Hells Angels en Mongols ontstaan, waarbij [slachtoffer 6] en [slachtoffer 9] letsel oplopen. Vervolgens haalt Mongol [naam 4] een vuurwapen tevoorschijn, waarna hotelgasten het hotel ontvluchten. Buiten het hotel wordt op leden van de Mongols geschoten, waarbij [slachtoffer 7] gewond raakt aan zijn achterhoofd. [verdachte] en [medeverdachte 2] worden vlak na de vechtpartij buiten aangehouden. [medeverdachte 6] wordt meer dan een uur na de vechtpartij aangehouden in een berghok in het hotel. [medeverdachte 1] wordt niet aangehouden.

Hebben verdachten geweldshandelingen verricht?

Anders dan de officieren van justitie hebben gesteld, is de rechtbank van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 6] zelf geweldshandelingen hebben uitgevoerd. Op de camerabeelden die beschikbaar zijn en ter zitting zijn bekeken, is dit ook niet waar te nemen.

Gelet op de onoverzichtelijke situatie in zowel lobby als restaurant, waarover ook aan de hand van de verschillende getuigenverklaringen geen boven redelijke twijfel verheven duidelijkheid is kunnen ontstaan, acht de rechtbank dit een te vergaande conclusie van de officieren van justitie.

De getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] hebben verklaard over vier mannen die aan een verhoogde tafel bij de bar zaten. In het licht van de verklaringen van verdachten ter zitting gaat de rechtbank ervan uit dat dit [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 6] zijn geweest. [getuige 1] heeft verklaard dat deze mannen richting de lobby liepen en dat hij zag dat in de lobby een man werd geslagen en geschopt. [getuige 1] heeft niet verklaard dat een van de vier mannen die hij eerder had gezien dit geweld heeft gebruikt. [getuige 2] en [getuige 3] weten niet of de vier mannen die bij de bar zaten bij de vechtpartij betrokken waren. [getuige 4] verklaart aanvankelijk dat de vier mannen die bij de bar zaten op de vuist gingen in de lobby, maar later in haar verklaring zegt zij dat het ook een andere man kan zijn geweest die heeft geslagen en dat zij het in een waas heeft gezien. Naar het oordeel van de rechtbank is de verklaring van [getuige 4] , die onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, niet voldoende betrouwbaar om aan te kunnen nemen dat het een van verdachten is geweest die in de lobby geweld heeft gebruikt.

In het dossier bevinden zich verder nog verklaringen van [getuige 5] , die tijdens een enkelvoudige fotoconfrontatie heeft verklaard [medeverdachte 6] te herkennen als de man die in het hotel met een vuurwapen heeft rondgelopen. De rechtbank is met de officieren van justitie en de verdediging van oordeel dat niet van de juistheid van de verklaring van [getuige 5] kan worden uitgegaan, nu uit de overige inhoud van het dossier kan worden afgeleid dat [naam 4] , lid van de Mongols, de man met het wapen is.

Tot slot hebben de officieren van justitie gewezen op de OVC-opname die op 16 september 2016 is gemaakt in het clubhuis van Hells Angels Haarlem, waar [medeverdachte 1] zegt: “Hee als justitie zijn shit beter had geregeld en Van der Valk betere camera’s had gehad ja? Dan had hij vastgezeten, had hij vastgezeten, had hij vastgezeten en had ik vastgezeten ja?”. Hoewel deze opmerking vragen oproept, kan op basis hiervan niet worden aangenomen dat de verdachten geweldshandelingen hebben verricht in het hotel.

Hebben verdachten zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling of openlijke geweldpleging?

Zoals hiervoor is overwogen, bevat het dossier geen bewijs dat de leden van Hells Angels Haarlem geweld hebben gebruikt tegen de in de tenlastelegging genoemde personen, maar is gebleken dat leden van andere chapters van de Hells Angels de in de tenlastelegging beschreven geweldshandelingen hebben verricht. Hoewel de rechtbank uit het OVC gesprek afleidt dat in ieder geval [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vooraf in het clubhuis van de Hells Angels Amsterdam een voorbespreking hebben gehad over de ontmoeting met de Mongols in het Van der Valk hotel, kan die omstandigheid niet de conclusie dragen dat de Haarlemse Hells Angels daar naartoe zijn gegaan met de bedoeling deel te nemen aan een vechtpartij. Uit de bewijsmiddelen kan niet meer worden vastgesteld dan een gezamenlijk plan om aanwezig te zijn bij een ontmoeting met leden van de Mongols en daarbij rustig achterover te leunen. Evenmin blijkt dat zij wapens hebben meegenomen naar het hotel of dat zij wisten dat andere Hells Angels dit zouden doen. Ook is niet gebleken dat verdachte de geweldshandelingen op enige wijze door verbale of fysieke handelingen heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen aan het ontstaan of het voortduren daarvan. De bijdrage van verdachte heeft er enkel in bestaan dat hij samen met de andere drie leden van Hells Angels Haarlem de groep van Hells Angels die geweld heeft gepleegd, getalsmatig heeft versterkt. Deze bijdrage is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende significant om verdachte aan te merken als medepleger van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling of hem schuldig te achten aan het openlijk in vereniging plegen van geweld. De enkele wetenschap van een mogelijke confrontatie is hiertoe niet voldoende. De rechtbank zal verdachte daarom van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

4.3.7.

Feit 8 (ZD C-25: Pyloon)

Bewijsoverweging

De raadsman heeft aangevoerd dat [verdachte] van de uitvoer van hennep moet worden vrijgesproken. Allereerst kan niet worden bewezen dat de stekken Nederland hebben verlaten. Uit het gegeven dat de veronderstelde afnemers Duitsers zijn kan niet worden afgeleid dat de stekken over de Nederlandse grens zijn gebracht, omdat er niets bekend is over de terugreis van de Duitsers.

Voorts kan niet worden bewezen dat de stekken hennepstekken betreffen, nu er geen stekken in beslag zijn genomen.

Ten slotte heeft de raadsman aangevoerd dat het medeplegen van uitvoer van hennep niet kan worden bewezen. Indien ervan wordt uitgegaan dat de gesprekken tussen [verdachte] en de Duitsers over hennepstekken gaan, is het duidelijk dat dit een verkoop tussen twee partijen betreft en dat [verdachte] niet betrokken is bij hetgeen de Duitsers verder met de hennepstekken gaan doen. De enkele vermoedelijke wetenschap van [verdachte] dat de hennepstekken naar Duitsland zouden gaan, maakt hem nog geen medepleger van die uitvoer, omdat hij de hennepstekken alleen ter verkoop heeft aangeboden, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt het volgende.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] in oktober en november 2015 contact heeft onderhouden met een persoon die gebruik maakt van een Duits telefoonnummer en dat deze persoon bestellingen doet bij [verdachte] . Uit die contacten en afgeluisterde gesprekken waarin [verdachte] daarover praat leidt de rechtbank af dat er 2500 hennepstekken zijn besteld en dat een prijs van € 6.000 is afgesproken. Op 2 november 2015 laat [verdachte] weten dat hij er donderdag 1750 kan leveren en op vrijdag 750. Op 5 november 2015 zijn de Duitsers [naam 5] en [naam 6] vanuit Duitsland naar de woning van [verdachte] in Nederland gereden en na het in ontvangst nemen van de stekken – in de [adres] te Alkmaar – zijn zij weer terug naar Duitsland gegaan. Dit blijkt onder meer uit het eindverslag van het rechtshulpverzoek aan Duitsland, waarin is vermeld dat [naam 5] in Keulen woont en dat hij op 4 november 2015 een auto in Keulen heeft gehuurd, waarmee hij op 5 november 2015 naar [verdachte] is gereden. Deze auto heeft hij op 5 november 2015 om 22.20 uur weer bij de autoverhuur in Keulen ingeleverd. De rechtbank is van oordeel dat hiermee bewezen kan worden dat de hennepstekken van Nederland naar Duitsland zijn vervoerd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] een paar dagen later [naam 5] heeft geïnformeerd dat hij over de resterende (800 in plaats van 750) hennepstekken beschikte. Uit de sms-contacten kan worden afgeleid dat hij op 10 november 2015 wederom vanuit Duitsland naar [verdachte] is gereden. [verdachte] is die dag – evenals op 5 november 2015 – naar de [adres] in Alkmaar gereden om daar de 800 stekken over te dragen. Naar het oordeel van de rechtbank kan het gelet op het eerdere transport van 5 november 2015 niet anders dan dat ook deze stekken naar Duitsland zijn gebracht.

Het verweer dat niet is vastgesteld dat de stekken waarover [verdachte] het heeft, hennepstekken betreffen, wordt verworpen. De stelling van de raadsman dat een veroordeling voor het opzettelijk uitvoeren van hennep slechts mogelijk is indien een test is gedaan op basis waarvan is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van hennep, vindt geen steun in het recht. Gelet op het feit dat [verdachte] zich in voornoemde periode bezig hield met hennepteelt, dat de afgesproken prijs past bij de prijs voor een dergelijke hoeveelheid hennepstekken en de Duitsers na de eerste levering terugkwamen om de tweede bestelling op te halen, acht de rechtbank bewezen dat het hennepstekken betrof.

Uit de tekst van artikel 1, vijfde lid van de Opiumwet volgt dat onder het buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet, is begrepen het ten vervoer aanbieden van die middelen naar het buitenland. Daaronder moet worden verstaan dat de feitelijke beschikkingsmacht over de hennep wordt overgedragen, waarna de middelen buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht. Gelet op wat hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] wist dat de hennepstekken naar Duitsland zouden worden uitgevoerd en uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] bij die uitvoer nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de uitvoer van hennepstekken naar Duitsland op 5 en 10 november 2015.

Voorts acht de rechtbank op grond van de in de bewijsmiddelenbijlage opgenomen bijlage bewezen dat [verdachte] samen met anderen in de periode van 1 juli 2015 tot en met 18 november 2015 hennep heeft geteeld en bewerkt.

4.3.8.

Feit 9 (ZD C-28: Water)

Vrijspraak

Op 9 december 2016 om 22:08 uur belt [getuige 6] naar de politie met de melding dat zij en haar vriend, [getuige 7] , worden bedreigd door vier mannen van de Hells Angels. Even later belt [getuige 7] naar de politie en hij zegt dat zijn vader is neergeslagen. Ter plaatse treffen de verbalisanten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [naam 7] aan. [medeverdachte 2] , [verdachte] en [naam 7] dragen kleding van de Hells Angels. Ook treffen de verbalisanten [slachtoffer 8] aan. Hij heeft een bult op zijn voorhoofd en zijn gelaat zit onder het bloed. [slachtoffer 8] verklaart dat hij in orde is en dat er niets aan de hand is. [medeverdachte 1] vertelt dat [slachtoffer 8] is gevallen, dat hij daarna een tijdje op de auto heeft geleund en dat er daarom bloed op de auto zit. [slachtoffer 8] bevestigt dit. Ook nadat het viertal vertrokken is verklaart [slachtoffer 8] dat het een ongeluk was. Hij zegt dat hij het onder controle heeft en dat de politie verder niets voor hem kan doen. De verbalisanten hebben vervolgens [getuige 7] aangesproken, maar hij wilde er aan de deur niet over praten. [getuige 6] verklaart telefonisch dat er sprake was van een conflict, maar dat zij daar niets van heeft gezien. [getuige 7] wilde ook telefonisch de politie niet te woord staan. In 2017 is [getuige 6] nogmaals gehoord. Zij vertelt dat er vier mannen voor de deur stonden en dat zij niet precies weet wat er voor de deur is gebeurd. Wel zag zij dat haar schoonvader ineens op de grond lag en dat hij waarschijnlijk een klap had gekregen van één van de vier jongens.

Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet met voldoende mate van zekerheid vast te stellen wat de gang van zaken is geweest op 9 december 2016, waardoor het niet boven redelijke twijfel is verheven dat [verdachte] en/of de medeverdachten het letsel bij [slachtoffer 8] hebben veroorzaakt door hem te slaan. Ook als wel zou worden aangenomen dat [slachtoffer 8] is geslagen, dan kan op basis van de bewijsmiddelen niet worden vastgesteld wie dat heeft gedaan en of daarbij een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de medeverdachte(n) heeft bestaan. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank [verdachte] van het hem ten laste gelegde vrijspreken.

4.3.9.

Feit 10 (wapen aangetroffen in pand Otterkoog)

Vrijspraak

De rechtbank is – anders dan de officier van justitie – van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. Op 26 januari 2016 is in [naam bedrijf] , gelegen aan de [adres] te Alkmaar, een vuurwapen en munitie aangetroffen. De vader van [verdachte] , [vader verdachte] , is de directeur van het [bedrijf] . Het wapen zat in een T-shirt. Dit T-shirt zat in een plastic tas die in een ijzeren kast in de woonkamer op de eerste verdieping stond. Bij dit wapen zat een klip met munitie en een losse kogel. Op het wapen is DNA-materiaal van [naam] aangetroffen. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het vuurwapen niet op een zichtbare plaats lag, zodat daaruit niet kan worden geconcludeerd dat [verdachte] zich bewust was of had moeten zijn van de aanwezigheid van het vuurwapen, en daarover kon beschikken. In het dossier bevinden zich afgeluisterde gesprekken tussen [verdachte] en [naam] , waarin zij over een wapen praten en daarmee lijken te schieten. Op basis van de inhoud van deze gesprekken kan echter niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat zij spreken over of gebruik maken van het wapen dat op 26 januari 2016 in het [bedrijf] is aangetroffen. Op het vuurwapen zijn bovendien geen vingerafdrukken of andere forensische sporen, die aan [verdachte] te koppelen zijn, aangetroffen. [verdachte] zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

4.3.10.

Feit 1 (ZD C-27: Deelneming aan een criminele organisatie met geweldsoogmerk)

Bewijsoverweging

I. Organisatie

De rechtbank stelt voorop dat onder ‘een organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon – om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt – moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is (Hoge Raad 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134).

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen het volgende af. De [medeverdachte 9] is in 1979 opgericht. De Stichting staat ingeschreven op het adres aan de [adres] te Haarlem en zij is eigenaar van het aldaar gelegen pand. [medeverdachte 8] is voorzitter van de Stichting. Hells Angels, charter Haarlem, is in 1980 opgericht. Het charter gebruikt het pand aan de [adres] te Haarlem als clubhuis. De Stichting beschikt over een bankrekening, waarop de club Hells Angels Haarlem geld stort om vaste lasten te betalen. De penningmeester heeft de beschikking over de bankrekening van de Stichting. In de ten laste gelegde periode zijn [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] allen lid van dit charter. [medeverdachte 1] is president, [medeverdachte 3] is vice-president, [medeverdachte 4] is road captain, [verdachte] is treasurer (penningmeester), [medeverdachte 5] is secretary en [medeverdachte 2] is de sergeant at arms. [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] zijn full colour member. De leden dragen een hesje, de zogenaamde ‘colours’, waardoor zichtbaar is dat zij lid zijn van Hells Angels, charter Haarlem. Zij betalen contributie voor het lidmaatschap. Op donderdagavond vergaderen de leden in het clubhuis. Hells Angels Haarlem heeft eigen clubregels. Beslissingen worden op democratische wijze genomen, waarbij alle leden een stem hebben in te nemen beslissingen.

[medeverdachte 10] is geen lid van Hells Angels, charter Haarlem. Ten tijde van de detentie van haar partner [medeverdachte 1] was zij wel de cruciale schakel tussen [medeverdachte 1] en andere leden van Hells Angels, charter Haarlem. Met name met [verdachte] en [medeverdachte 2] onderhield zij telefonisch contact en zij had ontmoetingen met hen, onder meer over club gerelateerde zaken.

De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen Hells Angels, charter Haarlem, bestaande uit de leden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] , samen vormend Hells Angels charter Haarlem, en [medeverdachte 10] en de [medeverdachte 9] gedurende de ten laste gelegde periode.

II. Oogmerk van de organisatie

Vervolgens is de vraag aan de orde of de organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven, maar niet is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is (HR 15 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6148). Voor een bewezenverklaring is voldoende dat het plegen van misdrijven wordt beoogd, zodat geen aanvang hoeft te zijn gemaakt met het daadwerkelijk plegen daarvan. Voor bewijs van het bestanddeel “oogmerk” zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie (HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0502, NJ 2008/559).

A. Bedreigende en gewelddadige reputatie

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de Hells Angels Haarlem een bedreigende en gewelddadige reputatie hebben. Personen die zeggen slachtoffer te zijn geworden van een strafbaar feit gepleegd door een lid of leden van Hells Angels Haarlem, of daarover een (getuigen)verklaring zouden kunnen afleggen, geven aan dat zij dit niet durven in verband met hun veiligheid omdat zij bang zijn te worden geconfronteerd met geweld. Daarnaast blijkt dat leden van de motorclub hun bedreigende en/of gewelddadige reputatie, waarvan zij zich ook bewust zijn, in het dagelijks leven tegen willekeurige personen inzetten.

Zo blijkt uit een afgeluisterd gesprek dat [medeverdachte 2] vertelt over dat hij een buschauffeur te pakken heeft gehad die naar aanleiding van een verkeerssituatie had geclaxonneerd. [medeverdachte 2] zou zijn uitgestapt waarop die persoon toen deze zag dat hij een Hells Angel was, excuserend reageerde. [medeverdachte 2] voegde hem vervolgens toe: “Luister, zeg tegen je kankercollega’s nog een keer hier mans rijden, ja, stomp ik al jullie kankerkoppen eraf.”

[medeverdachte 1] zegt in een gesprek dat is afgeluisterd: “Stoer doen voor je maatje en dat er dan in één keer twee Hells Angels zo uitstappen. Dat is mooi hè, geen klap uitgedeeld en toch geïntimideerd.”

Uit het dossier blijkt verder dat een medeweggebruiker schade aan de Mercedes van [medeverdachte 10] zou hebben veroorzaakt. In een afgeluisterd gesprek waaraan [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 10] deelnemen wordt besproken dat [verdachte] de schadeafwikkeling op zich dient te nemen en dat hij dan wel een clubfoto op de app moet zetten omdat dit helpt. Deze voorbeelden zijn exemplarisch voor de bedreigende en gewelddadige reputatie van de Hells Angels Haarlem, die zij zichzelf ook toedichten gelet op de uitspraken van [medeverdachte 2] dat het charter als kei en kei hard bekend staat en van president [medeverdachte 1] dat zij het beestachtige chapter zijn en hoe slechter hun naam, des te beter het is.

B. Belonen van geweld

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank bovendien af dat door Hells Angels Haarlem een oorkonde, een patch en een symbool gebruikt worden, waaruit blijkt dat het gebruik van geweld wordt beloond. In het clubhuis hangt een oorkonde met betrekking tot Deathhead Purple Heart. Deze oorkonde geeft aan dat een ieder die de Purple Heart heeft verdiend zijn bloed heeft gegeven ter verdediging en eer van de Hells Angels. Ook staat het woord “dequiallo” op de muur geschreven. “Dequiallo” verwijst naar toegepast geweld door clubleden van Hells Angels richting overheidspersoneel. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] dragen de patch “dequiallo” op hun colours. Dat deze term een andere betekenis zou hebben of dat verdachte niet bekend was met deze betekenis, acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen niet aannemelijk. Bovendien wordt de ball peen hammer door Hells Angels Haarlem als symbool gebruikt. De bolhamerspeld of bolhamerpatch is bedoeld voor leden die geverifieerd geweld namens de club hebben gebruikt. Achter de bar in het clubhuis ligt een ball peen hammer op een sokkel, met een verwijzing naar het 20-jarig bestaan van de club. Op de motor van [medeverdachte 5] is eveneens een ball peen hammer aangetroffen.

Verdachten zelf hebben over de betekenis van patches, pin en symbolen en ”overige club gerelateerde zaken niet willen verklaren. Het woord omerta staat op de muur van het clubhuis geschreven. Verdachte [medeverdachte 8] fluistert in de arrestantenbus, waarin hij en andere aangehouden leden van de Hells Angels Haarlem vervoerd worden: “zwijgen… met alles”.

C. Gepleegde strafbare feiten

Uit de bewijsmiddelen die betrekking hebben op de na te noemen zaaksdossiers blijkt dat leden van Hells Angels Haarlem zich in de ten laste gelegde periode schuldig hebben gemaakt aan verschillende misdrijven, die naar het oordeel van de rechtbank rechtstreeks verband houden met de club Hells Angels Haarlem en waaruit het oogmerk van de organisatie op die misdrijven kan worden afgeleid.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben [slachtoffer 10] wederrechtelijk gedwongen tot het beëindigen van zijn lidmaatschap bij motorclub No Surrender en het niet meer dragen van zijn “colours” (zaaksdossier C-02, Alt). Toen bleek dat [slachtoffer 10] zijn lidmaatschap nog niet had opgezegd, is hij in zijn café in Haarlem in het gezicht geslagen. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat deze feiten zijn gepleegd omdat [slachtoffer 10] lid is van een andere motorclub en Hells Angels Haarlem deze niet duldt in “hun stad”.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben zich voorts – ondanks een technische vrijspraak in verband met de ten laste gelegde periode – in het contact met [slachtoffer 11] schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk dwingen van [slachtoffer 11] tot het sluiten van zijn pas geopende tattooshop aan de [adres] in Haarlem (zaaksdossier C-01, Budel). Volgens de bewijsmiddelen was de reden daarvoor dat de Hells Angels geen tattooshop van [slachtoffer 11] in Haarlem wilden hebben.

[medeverdachte 1] heeft tweemaal opdracht gegeven tot brandstichting aan sporthal [naam] in Hoogwoud (zaaksdossier C-04, Begles, en C-05, Bornrif). Bij een van die brandstichtingen heeft hij de opdracht daartoe via [medeverdachte 10] aan [verdachte] gegeven, die voor de verdere uitvoering moest zorgdragen (zaaksdossier C-05, Bornrif). [medeverdachte 1] heeft ook op verschillende momenten dreigberichten naar [slachtoffer 1] verstuurd (zaaksdossier C-04, Begles, en C-07, Stereo). Met de brandstichtingen aan de sporthal en de dreigberichten heeft [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] als eigenaar van sporthal [naam] proberen te dwingen om de jaarlijks georganiseerde choppershow van motorclub Rogues MC geen doorgang te laten vinden (zaaksdossier C-08, Kasteel).

[verdachte] heeft in Alkmaar Satudarah-lid [slachtoffer 2] mishandeld (zaaksdossier C-13, Vuurduin). Tijdens die mishandeling is volgens een getuige “tering Satudarah” geroepen. De dag na de mishandeling verzamelde zich een grote groep leden van Satudarah in de binnenstad van Alkmaar, op zoek naar [verdachte] . [medeverdachte 2] is gebeld door een onbekend gebleven man met de mededeling dat hij gebeld is door [naam] , national sergeant van Satudarah. De NNman zegt: ‘En een van jullie heb gisteren een prospect, of met een paar man, een prospect van Satudarah in elkaar gerost in Alkmaar’ en ‘vandaar dat ik het aan het uitzoeken ben en of ik dus iemand van 81 Haarlem, die in Alkmaar woont en of ik niet een nummertje voor hem heb. Ken ik jouw nummer geven?’. [medeverdachte 2] reageert: ‘ja, natuurlijk’. Even later wordt [medeverdachte 2] gebeld door [naam] , die vraagt wanneer en waar het gebeurd is. [medeverdachte 2] geeft hier antwoord op en zegt: “maar ik heb het al besproken met die andere [naam] , dus euhh..’. Hieruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] contact heeft gehad met de sergeant at arms van Satudarah om het voorval te bespreken. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de mishandeling verband houdt met het feit dat [slachtoffer 2] lid is van Satudarah en niet dat het een persoonlijk akkefietje van [verdachte] met [slachtoffer 2] betrof.

[medeverdachte 2] heeft zich in Haarlem schuldig gemaakt aan mishandeling (met voorbedachte raad) van No Surrender-lid [slachtoffer 7] (zaaksdossier C-15, Martini). Uit de afgeluisterde gesprekken die [medeverdachte 2] nadien met [medeverdachte 1] heeft gevoerd, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] [slachtoffer 7] heeft mishandeld vanwege het feit dat hij in Haarlem op de motor reed met een hesje van No Surrender.

[verdachte] en [medeverdachte 2] hebben geprobeerd [slachtoffer 3] , die hangaround bij Hells Angels Haarlem was en vanwege zijn gezondheidstoestand wilde stoppen, af te persen door hem met geweld en bedreiging met geweld te dwingen zijn motor af te geven (zaaksdossier C-14, Uitkijk).

[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van [slachtoffer 4] door hem met bedreiging met geweld te dwingen tot afgifte van een geldbedrag van € 500,- (zaaksdossier C-16, Westpoint). Uit de bewijsmiddelen volgt onmiskenbaar dat [verdachte] het noemen van de club, het clubhuis en de naam van zijn president door [slachtoffer 4] en later ook door Stef uit Beverwijk, aangrijpt om hen te beschuldigen van het in diskrediet brengen van de club. Deze beschuldiging gebruikt hij vervolgens om [slachtoffer 4] voor het blok te zetten om geld te betalen en (later ook) de naam van de persoon die zich Stef noemt te geven. Wanneer [slachtoffer 4] die naam weigert te geven, slaat [verdachte] [slachtoffer 4] in het gezicht.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben [slachtoffer 12] afgeperst door hem met bedreiging met geweld te dwingen tot afgifte van € 10.000,- (zaaksdossier C-17, Millenium). [slachtoffer 12] heeft tegenover de politie verklaard dat [naam] , destijds lid van Hells Angels Haarlem, achter de afpersing zit en dat hij mensen binnen de Hells Angels heeft overgehaald om aan hem een boete op te leggen. Uit gesprekken die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben gevoerd blijkt ook dat zij een beslissing van een ander moesten uitvoeren. Zij stonden achter deze beslissing en hebben de afpersing vervolgens uitgevoerd.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben zich ook schuldig gemaakt aan de afpersing van [slachtoffer 13] door hem met geweld en bedreiging met geweld te dwingen tot afgifte van € 15.000,- (zaaksdossier C-18, Wester). [slachtoffer 13] was lid van Alcatraz Wanted, een supportclub van Hells Angels Haarlem, en had – in de ogen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] – verzuimd een envelop met ingezameld geld te bezorgen bij de vrouw van een gedetineerd lid van Alcatraz Wanted. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als leden van Hells Angels Haarlem daarin aanleiding hebben gezien om aan [slachtoffer 13] als lid van een supportclub een boete op te leggen.

[medeverdachte 1] en [verdachte] hebben in het clubhuis van Hells Angels Haarlem een vuurwapen van het merk Scorpion en een geluiddemper voorhanden gehad (zaaksdossier C-19, Boor). Gelet op de aangetroffen kogel in de openhaard van het clubhuis is in het clubhuis met het wapen geschoten.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 8] hebben ieder (een) wapen(s) en munitie van categorie III voorhanden gehad (zaaksdossier C-22, Spits, respectievelijk C-30, Hoek). Een van de clubregels van Hells Angels Haarlem is aan vuurwapens gewijd. Blijkens regel 10 moeten vuurwapens bij betreding van het clubhuis worden ingeleverd bij de sergeant at arms en op een veilige plek worden weggelegd. Uit afgeluisterde gesprekken blijkt bovendien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in de ten laste gelegde periode ook de beschikking hebben gehad over een vuurwapen.

D. Conclusie

Gelet op de bedreigende en gewelddadige reputatie van Hells Angels Haarlem, de heersende cultuur waarin geweld beloond wordt, de uitingen van (het gebruik van) geweld en de concreet gepleegde strafbare feiten is de rechtbank van oordeel dat de organisatie tot oogmerk had het plegen van de volgende misdrijven: openlijke geweldpleging, brandstichting, dwang, bedreiging, (zware) mishandeling (met voorbedachte raad en van ambtenaren), afpersing en overtreding van de Wet wapens en munitie. Van de overig ten laste gelegde misdrijven waarop het oogmerk van de organisatie gericht zou zijn, acht de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig. In het bijzonder overweegt de rechtbank dat zij het bestaan van de patch Filty Few, die zou worden toegekend aan leden die ten behoeve van de Hells Angels iemand hebben gedood of daaraan hebben bijgedragen, onvoldoende vindt om bewezen te achten dat het oogmerk van de organisatie mede was gericht op moord en doodslag. Aan geen van de leden van Hells Angels Haarlem is een dergelijke patch toegekend en uit het dossier blijkt, behalve het uiten van kwade taal in die trant, onvoldoende concreet dat leden handelingen verrichten of voorbereiden die gericht waren op moord of doodslag.

III. Deelname

Volgens vaste rechtspraak is van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr sprake indien een persoon behoort tot de organisatie, en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

De verdachte dient in dat verband in zijn algemeenheid te weten (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat de verdachte wetenschap heeft van een of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd, of dat zijn opzet is gericht op het plegen van die misdrijven, ook niet wanneer het gaat om misdrijven van uiteenlopende aard. Elke bijdrage aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken.

[verdachte] is sinds 2011 lid van de Hells Angels Haarlem. Hij heeft in de ten laste gelegde periode de functie van treasurer (penningmeester) bekleed, een kaderfunctie binnen Hells Angels Haarlem. [verdachte] heeft een aandeel gehad in de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie door verschillende misdrijven te plegen, zoals hierboven onder II. C. beschreven.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] in de ten laste gelegde periode als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit de negen leden van Hells Angels Haarlem, [medeverdachte 10] en de [medeverdachte 9] .

4.4.

Bewezenverklaring

In de bijlage heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 (onder c. primair), 3, 4 primair, 5 primair, 6 en 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1.

[ZD C-27: Deelneming aan een criminele organisatie met geweldsoogmerk]

hij in de periode van 1 mei 2014 tot en met 26 januari 2017 te Haarlem en elders in Nederland

leiding heeft gegeven aan een organisatie,

welke organisatie bestond uit

  • -

    Hells Angels, charter Haarlem, gevormd door: verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] ) en

  • -

    [medeverdachte 9] en

  • -

    [medeverdachte 10] ,

welke organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, te weten één of meer misdrijven omschreven in:

  • -

    artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen) en

  • -

    artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht (het opzettelijk brand stichten of een ontploffing te weeg brengen) en

  • -

    artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht (een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander of tegen een derde wederrechtelijk dwingen iets te doen of niet te doen of te dulden) en

  • -

    artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen en/of bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zware mishandeling of brandstichting) en

  • -

    artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (mishandeling) en

  • -

    artikel 301 van het Wetboek van Strafrecht (mishandeling gepleegd met voorbedachte raad) en

  • -

    artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling) en

  • -

    artikel 303 van het Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad) en

  • -

    artikel 304 aanhef en onder sub 2 van het wetboek van strafrecht (mishandeling, mishandeling met voorbedachte raad en/of zware mishandeling van een of meer ambtenaren gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn / hun bediening) en

  • -

    artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht (afpersing) en

  • -

    artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie (voorhanden hebben van (een) wapen(s) en munitie van de categorie(ën) II en III van de Wet wapens en munitie);

Feit 2.

c. [ZD C-05: Bornrif, brandstichting]

PRIMAIR:

hij op 26 september 2015 te Hoogwoud, gemeente Opmeer,

tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk brand heeft gesticht aan een gebouw, zijnde een sporthal aan [adres] te Hoogwoud,

immers hebben zijn mededaders toen en aldaar opzettelijk op een of meer plekken bij bovengenoemd gebouw motorbenzine, met open vuur in aanraking gebracht,

ten gevolge waarvan voornoemd gebouw gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

Feit 3.

[ZD C-13: Vuurduin]

hij op 19 juli 2015 te Alkmaar opzettelijk [slachtoffer 2] (die lid was van Satudarah MC) heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met kracht tegen het gezicht en/of de neus te slaan;

Feit 4.

PRIMAIR:

[ZD C-14: Uitkijk]

hij op 18 augustus 2015 te Alkmaar,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld

[slachtoffer 3] (die een zogeheten ‘hangaround’ van de Hells Angels was) te dwingen tot de afgifte van een motorfiets, toebehorende aan die [slachtoffer 3] ,

een afspraak heeft gemaakt met die [slachtoffer 3] bij de McDonald’s te Alkmaar aan de Robijnstraat 1, waarna verdachte en/of zijn medeverdachte aldaar:

als leden van motorclub Hells Angels MC (charter Haarlem), zijnde een motorclub met een bedreigende en gewelddadige reputatie,

- die [slachtoffer 3] kenbaar heeft/hebben gemaakt dat hij zijn motorfiets moest inleveren, en dat dit de regels zijn van de club, zijnde motorclub Hells Angels MC (charter Haarlem),

- die [slachtoffer 3] , met kracht, met gebalde vuist, tegen het gezicht heeft geslagen, en

- die [slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd ‘we pakken je meer af dan je motor’ en ‘je hebt ook nog een vrouw’ en ‘het gaat je meer kosten dan je denkt’,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 5.

PRIMAIR:

[ZD C-16: Westpoint]

hij in de periode van 20 september 2015 tot en met 30 december 2015 te Alkmaar en ‘t Veld, gemeente Hollands Kroon,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld

[slachtoffer 4] te dwingen tot:

- de afgifte van een geldbedrag van 500 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 4] ,

als lid van motorclub Hells Angels MC (charter Haarlem), zijnde een motorclub met een bedreigende en/of gewelddadige reputatie

- die [slachtoffer 4] kenbaar gemaakt dat hij 500 euro moest betalen (als boete omdat hij hem, verdachte, een whatsappbericht had gestuurd met een inhoud of strekking die hem, verdachte, niet aanstond),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 6.

[ZD C-19: Boor]

hij omstreeks 4 maart 2016 te Haarlem, tezamen en in vereniging met anderen, een automatisch vuurwapen van categorie II (onder 2̊), te weten een machinegeweer / pistoolmitrailleur (merk M84 Scorpion) en een geluiddemper van categorie I (onder 3̊) voorhanden heeft gehad.

Feit 8.

[ZD C-25: Pyloon]

hij op tijdstippen in de periode van 5 november 2015 tot en met 10 november 2015 te Alkmaar en te Heerhugowaard, en in Duitsland tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk

- buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 1750 en 800 hennepstekken, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II,

en

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2015 tot en met 18 november 2015 tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk

- heeft geteeld en bewerkt in een pand aan de [adres] te Heerhugowaard een groot aantal hennepplanten en delen daarvan, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

Feit 2

c. primair

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 3

mishandeling

Feit 4 primair

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 5 primair

poging tot afpersing

Feit 6

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie,

terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 8

medeplegen van

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van de sancties

7.1.

Standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest. Met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen is gevorderd een beslissing te nemen zoals weergegeven op een aan de vordering ter terechtzitting gehecht beslagoverzicht.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft verzocht een aanzienlijk lagere straf op te leggen dan door de officieren van justitie geëist.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de hoofdstraf die aan [verdachte] moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

[verdachte] heeft in de 2,5 jaar dat hij is geobserveerd en getapt stelselmatig strafbare feiten gepleegd. In die periode heeft hij zich schuldig gemaakt aan het leiding geven aan een criminele organisatie, brandstichting, mishandeling, een poging tot afpersing en het medeplegen van een poging tot afpersing, het medeplegen van het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen, het medeplegen van hennepteelt en het medeplegen van de uitvoer van hennep.

De criminele organisatie waaraan [verdachte] mede leiding gaf, bestond uit het Haarlemse charter van motorclub Hells Angels (gevormd door de negen full colour members, te weten: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] ), [medeverdachte 10] (partner van [medeverdachte 1] ), alsmede uit de [medeverdachte 9] . Deze criminele organisatie had het oogmerk om misdrijven te plegen.

[medeverdachte 10] is, met name in de periodes waarin [medeverdachte 1] gedetineerd zat, steeds een belangrijke zo niet onmisbare schakel geweest tussen [medeverdachte 1] en andere leden van de Hells Angels Haarlem. Zij heeft club gerelateerde berichten van [medeverdachte 1] doorgegeven aan andere leden en [medeverdachte 1] en met name aan [verdachte] , en hen op de hoogte gehouden van de zaken die binnen de club speelden. Zij adviseerde [medeverdachte 1] en heeft hem onder meer geholpen bij het doorgeven van een opdracht tot brandstichting. [medeverdachte 1] besprak met haar de stand van zaken omtrent een aantal afpersingen en pogingen daartoe. De [medeverdachte 9] had een faciliterende rol. De Stichting heeft het clubhuis ter beschikking gesteld, alwaar de strafbare feiten werden gepleegd.

Sinds [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] lid zijn geworden van de Hells Angels Haarlem, is dit charter onder presidentschap van [medeverdachte 1] uitgegroeid tot een motorclub met een steeds meer bedreigende en gewelddadigere reputatie. [medeverdachte 1] had als president volledig gezag over de zaken en leden van het charter.

[medeverdachte 1] wilde dat de Hells Angels Haarlem de enige motorclub in Haarlem en omgeving zou blijven. Volgens [medeverdachte 1] is de basisregel van een Hells Angel ‘dat je je patch verdedigt, kan beschermen en je territorium schoon houdt’. Alles was erop gericht de baas in Haarlem te zijn. [medeverdachte 1] en andere leden van Hells Angels Haarlem hebben dit naar leden van andere motorclubs uitgedragen door hen te intimideren en geweld te gebruiken. Zij wilden de macht in Haarlem.

De rechtbank ziet deze ontwikkeling als rechtstreeks gevolg van de macht die [medeverdachte 1] vanaf zijn komst in 2014 naar zich toe heeft weten te trekken. Hij wist zich daarbij volledig gesteund door de rest van de zogenoemde 'jonge garde', waaronder in ieder geval [medeverdachte 2] en [verdachte] , als ook door de steun en aanmoediging die hij van zijn partner [medeverdachte 10] kreeg. Samen met voornoemde vertrouwelingen kon hij geweldsmisdrijven plegen om zijn territorium schoon te houden en van het Haarlemse charter het 'beestachtige charter' te maken. Zo kwam het Haarlemse charter als 'kei en keihard' bekend te staan.

Onder leiding van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] is een aantal leden van de Hells Angels Haarlem vertrokken. De leden die bleven, de zogenoemde 'oude garde', wisten wat 'de lijn' was en zetten deze lijn samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] (de jonge garde) voort. [verdachte] had een kaderfunctie binnen de club, te weten die van Treasurer en was in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de financiën van het charter, waaronder het innen van contributie en boetes.

Het gebruik van geweld werd door leden van de Hells Angels Haarlem niet geschuwd. In het clubhuis van de Hells Angels Haarlem staan allerlei slag- en steekwapens tentoongesteld en staat het woord ‘dequiallo’ op de muur. Het gebruik van geweld tegen overheidsambtenaren werd beloond met de patch ‘dequiallo’.

Uit het dossier blijkt dat [verdachte] deze patch graag wilde ‘halen’. Hij heeft in 2015 al gezegd: ‘als ik aangehouden word, ga ik voor dequiallo’ en toen hij op 26 januari 2017 werd aangehouden heeft hij tegen [medeverdachte 4] gezegd: ‘Ik wilde nog voor dequiallo gaan’. [verdachte] droeg de patches ‘horror team’ en ‘multi terror’ op zijn hesje.

[verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben meerdere gesprekken gevoerd waarin wapengeweld wordt goedgekeurd en verheerlijkt. [verdachte] heeft samen met [medeverdachte 1] een wapen voorhanden gehad. Met dit wapen, een pistoolmitrailleur met geluidsdemper, is in het clubhuis geschoten. Ook [medeverdachte 8] en [medeverdachte 2] hebben een wapen voorhanden gehad. Toen het wapen van [medeverdachte 2] tijdens een zoeking door de politie werd aangetroffen, heeft [medeverdachte 2] hierover gesproken met andere leden van de Hells Angels Haarlem. Geen enkel lid heeft het wapenbezit veroordeeld, het in bezit hebben van een wapen werd als normaal beschouwd.

Onder leiding van de jonge garde met [medeverdachte 1] als president, heeft Hells Angels Haarlem de afgelopen jaren een waar schrikbewind gevoerd, waarbij al dan niet willekeurig slachtoffers werden gemaakt.

Zo hebben [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en andere leden van de Hells Angels Haarlem geprobeerd een cafébaas in Haarlem te dwingen zijn lidmaatschap bij No Surrender op te zeggen. Zij hebben hem meermalen opgezocht in zijn café en hebben op enig moment zijn No Surrender colours afgepakt. Zij hebben hem uiteindelijk op het gezicht geslagen toen bleek dat hij nog steeds lid was.

[verdachte] heeft op 19 juli 2015 tijdens een uitgaansavond in Alkmaar zonder enige aanleiding een lid van motorclub Satudarah in zijn gezicht geslagen.

[medeverdachte 2] is op 17 december 2015 een lid van No Surrender die in zijn colours in Haarlem op de motor reed, achterna gereden en heeft hem vervolgens zonder enige aanleiding mishandeld.

[medeverdachte 2] is op 17 december 2015 een lid van No Surrender die in zijn colours in Haarlem op de motor reed, achterna gereden en heeft hem vervolgens zonder enige aanleiding mishandeld.

Ook in de omgeving van Haarlem werden geen leden van andere motorclubs getolereerd. Nadat op 9 juni 2016 door een lid van de Hells Angels Haarlem werd vernomen dat er leden van de motorclub Mongols in Zandvoort reden, is een aantal leden van de Hells Angels Haarlem naar Zandvoort gegaan om deze Mongols te zoeken.

De Hells Angels Haarlem hadden ook een conflict met motorclub Rogues MC uit Opmeer. Na een schermutseling tussen [medeverdachte 1] en een lid van de Rogues in september 2014 waren de leden van de Hells Angels Haarlem niet meer welkom bij de choppershow van de Rogues, die jaarlijks plaatsvindt in een sporthal in Hoogwoud. [medeverdachte 1] heeft vervolgens besloten dat deze choppershow dan maar niet door moest gaan. Hij heeft gedurende langere tijd geprobeerd om de eigenaar van de sporthal, [slachtoffer 1] , te dwingen om de choppershow af te gelasten door op twee verschillende momenten brand te laten stichten aan de sporthal telkens gevolgd door het versturen van dreigberichten aan zijn adres. Bij de tweede brandstichting had [verdachte] de opdracht daartoe van [medeverdachte 1] via [medeverdachte 10] doorgekregen en heeft hij voor de verdere uitvoering zorggedragen.

Dat [slachtoffer 1] niet voor deze terreur is gezwicht, is bewonderenswaardig te noemen.

Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] blijkt dat zijn dochter niet meer in de sporthal durft te werken, dat zijn vrouw uit angst voor nieuwe brandstichtingen de woning heeft verlaten en dat [slachtoffer 1] inmiddels toch heeft besloten om af te zien van het organiseren van de choppershow in 2019.

[verdachte] en andere leden hebben de bedreigende en/of gewelddadige reputatie van de Hells Angels Haarlem gebruikt om mensen te intimideren en af te persen. Dit middel hebben zij ook ingezet tegen willekeurige personen die toevallig op hun pad kwamen, bijvoorbeeld om sneller een schade aan een auto af te wikkelen of door verkeersdeelnemers te intimideren.

Personen die bij de politie hebben aangegeven dat zij slachtoffer zijn geworden van een misdrijf gepleegd door leden van de Hells Angels Haarlem, hebben geen verklaringen af durven leggen. Zij vrezen voor hun veiligheid, omdat zij bang zijn om met geweld geconfronteerd te worden. Dat deze angst terecht is, blijkt uit de strafbare feiten die [verdachte] en andere leden van de Hells Angels Haarlem in de afgelopen jaren hebben gepleegd.

[medeverdachte 1] heeft samen met [medeverdachte 2] [slachtoffer 12] afgeperst. [slachtoffer 12] heeft uiteindelijk € 10.000,- aan [medeverdachte 1] betaald, omdat hij vreesde dat er anders geweld tegen hem zou worden gebruikt. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren zich daarbij bewust van de gewelddadige dreiging die er van hun lidmaatschap van de Hells Angels Haarlem uitging. Het enige dat [slachtoffer 12] over de afpersing wilde verklaren is dat hij inderdaad een boete van € 10.000,- moest betalen aan de Hells Angels Haarlem en dat hij doodsbang was. [slachtoffer 12] heeft geen aangifte gedaan.

Voorts heeft [medeverdachte 1] samen met [medeverdachte 2] [slachtoffer 13] afgeperst. [slachtoffer 13] was lid van Alcatraz Wanted, een supportclub van Hells Angels Haarlem, en heeft een geldbedrag van € 15.000,- betaald, nadat hij van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] klappen had gekregen waardoor een ziekenhuisbehandeling nodig was. Om te kunnen betalen heeft [slachtoffer 13] geld gekregen van zijn broer en schoonzus, die daarvoor de spaarrekening van hun kinderen hebben moeten leeghalen. [slachtoffer 13] heeft geen aangifte gedaan.

[verdachte] en [medeverdachte 2] hebben geprobeerd om [slachtoffer 3] zijn motor afhandig te maken. [slachtoffer 3] was hangaround van Hells Angels Haarlem, maar wilde wegens gezondheidsredenen stoppen. [medeverdachte 1] was op dat moment gedetineerd. [medeverdachte 10] heeft berichten van [verdachte] en [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] doorgegeven over het voornemen van [slachtoffer 3] om zijn lidmaatschap als hangaround bij Hells Angels Haarlem te beëindigen en heeft voorts de vraag overgebracht wat er met zijn motor moest gebeuren. [medeverdachte 1] heeft hierop gezegd dat [slachtoffer 3] niet terug mag naar supportclub Redline en dat hij zijn motor ‘lekker moet laten staan’. Vervolgens hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] een ontmoeting gehad met [slachtoffer 3] , waarbij [verdachte] [slachtoffer 3] in zijn gezicht heeft geslagen en hij door [verdachte] en [medeverdachte 2] is bedreigd. [slachtoffer 3] is vervolgens zo bang geworden, dat hij allerlei veiligheidsmaatregelen heeft genomen. [slachtoffer 3] heeft geen aangifte gedaan.

[verdachte] heeft geprobeerd om [slachtoffer 4] af te persen voor een bedrag van € 500,-. [verdachte] was boos vanwege een WhatsApp bericht waarin het clubhuis werd genoemd en vond dat daardoor de club in diskrediet was gebracht. Vervolgens heeft [verdachte] door intimidatie en dreiging met geweld een dreigende situatie voor [slachtoffer 4] gecreëerd. [slachtoffer 4] heeft bij een confrontatie daadwerkelijk een klap gehad. De politie heeft daarna ingegrepen. [slachtoffer 4] heeft geen aangifte gedaan uit angst voor represailles.

Gelet op het voorgaande heeft [verdachte] samen met de andere twee kaderleden leiding gegeven aan een criminele organisatie, die zeer ernstige strafbare feiten heeft gepleegd. In deze organisatie werd het plegen van strafbare feiten gestimuleerd en gefaciliteerd. De feiten werden gepleegd in de context van het lidmaatschap van de Hells Angels Haarlem. [verdachte] heeft zich daarnaast ook zelf schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten. De meeste van deze feiten zien op het bedreigen en angst aanjagen van anderen.

De hiervoor genoemde personen die door de Hells Angels Haarlem zijn afgeperst of waar een poging daartoe is gedaan, zijn nog altijd zo bang voor de Hells Angels dat zij geen aangifte hebben willen doen en ook thans, soms wel drie jaar na het strafbare feit, nog altijd niet willen verklaren.

De brandstichtingen, dwang en afpersingen zijn ernstige strafbare feiten, waarbij de impact op de slachtoffers zeer groot is. Ook het voorhanden hebben van (automatische) vuurwapens zijn ernstige strafbare feiten.

Al deze vormen van criminaliteit werken ontwrichtend en ondermijnend voor de samenleving. Hells Angels Haarlem heeft zich door het plegen van al deze strafbare feiten laten leiden door macht en territoriumdrift. Zij hebben zich hiermee bewust buiten de democratische rechtsorde geplaatst.

[medeverdachte 1] heeft als president een initiërende rol gehad in dit geheel om een leven te kunnen leiden waarbij hij zich niet beperkt hoefde te voelen door de geldende normen en waarden in de samenleving en zich omringd wist door leden die hem welgezind waren en zich ondergeschikt aan hem opstelden. [verdachte] steunde zijn president en zei dat hij 100 duizend procent achter hem stond, wat hij ook moest doen en wat hij ook moest zeggen. [medeverdachte 2] beaamt dat [medeverdachte 1] de baas in Holland is; ‘jij bent Hitler ouwe’.

In dit kader is het bij de rechtbank niet onopgemerkt gebleven dat [verdachte] en [medeverdachte 2] zich tijdens de gelijktijdige behandeling ter terechtzitting volledig afhankelijk van (de proceshouding van) [medeverdachte 1] hebben opgesteld en dat zij hem voortdurend van bijval hebben voorzien als hij over context en duiding van afgeluisterde gesprekken of overige onderzoeksbevindingen verklaarde of juist zweeg. Dit past volledig bij het oogmerk van de criminele organisatie die de Hells Angels Haarlem is en welk oogmerk verdachte en zijn medeverdachten steeds hebben willen verbloemen door zich ofwel te houden aan de clubregel dat er gezwegen moet worden ofwel door zich er steeds van bewust te zijn dat ‘als je dingen zegt het dingen moeten zijn die je op verschillende manieren kan interpreteren’, zodat als het uitkomt ‘je er altijd nog een slinger aan kan geven’ want ‘ik weet gewoon, intimidatie is geen strafbaar feit.’

De rechtbank rekent het [verdachte] zwaar aan dat hij zichzelf buiten de wet heeft willen plaatsen en door middel van terreur wilde laten zien dat de Hells Angels Haarlem de baas in Haarlem zijn.

[verdachte] heeft zich voorts schuldig gemaakt aan hennepteelt en de uitvoer van hennepstekken. Van hennep is algemeen bekend dat het de gezondheid van de gebruikers kan schaden en dat het verslavend kan werken. [verdachte] heeft door de teelt en de uitvoer van hennep(stekken) bijgedragen aan het in stand houden van het criminele circuit waarin de hennep wordt geproduceerd en waar winst wordt gemaakt met de handel daarin.

De rechtbank zal bij het opleggen van de straf rekening houden met het feit dat [verdachte] geen relevante documentatie heeft.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Deze straf is aanzienlijk lager dan door de officieren van justitie geëist, omdat de rechtbank [verdachte] voor een aantal feiten vrijspreekt, waarvan de officieren van justitie tot bewezenverklaring hebben gerekwireerd.

7.4.

Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten

- Leren vest van Hells Angels, IBN code BAL23.01.07.001,

dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat

het voorwerp aan verdachte toebehoort en dat het onder 1 bewezen verklaarde feit met behulp hiervan is begaan.

7.5.

Vermogensmaatregel

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten,

  • -

    Shotgun balletjes pistool, IBN code VijZ15.04.01.001

  • -

    AK47 nepwapen, IBN code VijZ15.05.01.001

  • -

    Pistool 9mm star, IBN code otto12.02.01.001

  • -

    Patroonhouder met 6 patronen, zilver, IBN code otto12.02.01.002

  • -

    9mm patroon, IBN code otto12.02.01.005

  • -

    12 scherpe patronen munitie, IBN code otto12.04.01.001

  • -

    Taser, IBN code otto12.04.01.002

  • -

    13 scherpe patronen munitie, IBN code otto12.04.02.001

  • -

    Wikkels, in plastic zakje, IBN code GOLF.04.001

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Deze voorwerpen behoren verdachte toe en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten en tevens is het ongecontroleerde bezit ervan in strijd met de wet of het algemeen belang.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 33, 33a, 36b, 36d, 45, 47, 57, 63, 140, 157, 300, 317 van het Wetboek van Strafrecht,

artikel 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,

artikel 3 en 11 van de Opiumwet,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 (onder d. primair en subsidiair, e., f., g. en h.), 7 primair en subsidiair, 9 en 10 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 (onder c. primair), 3, 4 primair, 5 primair, 6 en 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (VIJF) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

Leren vest van Hells Angels, IBN code BAL23.01.07.001.

Onttrekt aan het verkeer:

  • -

    Shotgun balletjes pistool, IBN code VijZ15.04.01.001

  • -

    AK47 nepwapen, IBN code VijZ15.05.01.001

  • -

    Pistool 9mm star, IBN code otto12.02.01.001

  • -

    Patroonhouder met 6 patronen, zilver, IBN code otto12.02.01.002

  • -

    9mm patroon, IBN code otto12.02.01.005

  • -

    12 scherpe patronen munitie, IBN code otto12.04.01.001

  • -

    Taser, IBN code otto12.04.01.002

  • -

    13 scherpe patronen munitie, IBN code otto12.04.02.001

  • -

    Wikkels, in plastic zakje, IBN code GOLF.04.001.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mr. M.W. Groenendijk en mr. N. Boots, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. L.L. de Vries en mr. S.C. Naeije,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 juli 2018.