Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:6110

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-07-2018
Datum publicatie
14-01-2019
Zaaknummer
AWB - 16 _ 3923
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Ontvankelijkheid bezwaarschrift, onttrekking en het douanetoezicht en douaneschuldenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 14-01-2019
FutD 2019-0174
NTFR 2019/181
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummers: HAA 16/3923 tot en met HAA 16/3926

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 19 juli 2018 in de zaken tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Rotterdam Rijnmond, verweerder.

Procesverloop

HAA 16/3923

Verweerder heeft met dagtekening 16 januari 2015 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt voor € 566.077,84 aan douanerechten op industriële producten (de rechtbank begrijpt: landbouwproducten).

HAA 16/3924

Verweerder heeft met dagtekening 17 juli 2015 aan eiseres een utb uitgereikt voor

€ 786.488,87 aan douanerechten op industriële producten (de rechtbank begrijpt: landbouwproducten).

HAA 16/3925

Verweerder heeft met dagtekening 17 juli 2015 aan eiseres een utb uitgereikt voor

€ 120.488,45 aan douanerechten op industriële producten (de rechtbank begrijpt: landbouwproducten).

HAA 16/3926

Verweerder heeft met dagtekening 23 september 2014 aan eiseres een utb uitgereikt voor

€ 289.530,35 aan douanerechten op industriële producten (de rechtbank begrijpt: landbouwproducten).

Alle zaken

Verweerder heeft bij afzonderlijke uitspraken op bezwaar gedagtekend 12 juli 2016 de utb’s gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2017 te Haarlem. De beroepen zijn gelijktijdig behandeld met de beroepen met de zaaknummers HAA 16/3927 tot en met HAA 16/3930. Namens eiseres is verschenen [A] . Namens verweerder zijn verschenen mr. Ü. Gürsültür en mr. E.H. Mennes, bijgestaan door [B] , [C] (werkzaam bij de FIOD) en [D] (werkzaam bij de FIOD).

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is opgericht op 16 mei 1991. [A] (hierna: [A] ) is sinds de oprichting enig aandeelhouder en bestuurder (alleen/zelfstandig bevoegd) van eiseres. Volgens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bestaan de activiteiten van eiseres uit: ‘Groothandel in groenten en fruit; in- en verkoop van, de commissiehandel en de agentuur in groenten, fruit en aanverwante produkten, de im- en export alsmede het vervoer daarvan’. Het bezoekersadres van eiseres is blijkens voornoemd uittreksel [A ADRES] .

HAA 16/3923

2. In de periode 20 januari 2010 tot en met 9 juni 2010 heeft [A BEDRIJF] B.V. (tot 1 februari 2010: [A BEDRIJF] B.V.; hierna: [A BEDRIJF] ) middels het opmaken van T1-documenten 20 zendingen verse knoflook met land van oorsprong China en met als afzender eiseres onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer geplaatst. Het kantoor van vertrek is steeds in Nederland en het kantoor van bestemming is steeds in Slovenië. De geadresseerde is [B BEDRIJF] te Servië.

HAA 16/3924

3. In de periode 9 augustus 2010 tot 1 maart 2011 heeft Rotterdam [C BEDRIJF] B.V. (hierna: [C BEDRIJF] ) middels het opmaken van T1-documenten 26 zendingen verse knoflook met land van oorsprong China en met als afzender eiseres onder de douaneregeling extern douanevervoer geplaatst. Het kantoor van vertrek is steeds in Nederland en het kantoor van bestemming is steeds in Slovenië. De geadresseerde is het bedrijf [B BEDRIJF] te Servië.

HAA 16/3925

4. Op 9 augustus, 21 september en 10 november 2010 en op 10 februari 2011 heeft [C BEDRIJF] middels het opmaken van T1-documenten 4 zendingen verse knoflook met land van oorsprong China en met als afzender eiseres onder de douaneregeling extern douanevervoer geplaatst. Het kantoor van vertrek is steeds in Nederland en het kantoor van bestemming is steeds in Slovenië. De geadresseerde is het bedrijf [B BEDRIJF] te Servië.

HAA 16/3926

5. In de periode 27 september 2011 tot en met 13 maart 2012 heeft [C BEDRIJF] middels het opmaken van T1-documenten 10 zendingen verse knoflook met land van oorsprong China en met als afzender eiseres onder de douaneregeling extern douanevervoer geplaatst. Het kantoor van vertrek is steeds in Nederland en het kantoor van bestemming is steeds in Zwitserland. De geadresseerden zijn [D BEDRIJF] in [B PLAATS] en [E BEDRIJF] in [C PLAATS] .

Alle zaken

6. De FIOD is onder de naam ‘ [X] ’ (later gewijzigd in ‘Knoflook’) een strafrechtelijk onderzoek gestart. Bij brief van 6 december 2013 heeft de Officier van Justitie van het Functioneel Parket Rotterdam zich akkoord verklaard met het ter fiscaalrechtelijk gebruik vrijgeven van de tijdens dat onderzoek ter beschikking gekomen bewijsmiddelen aan de Douane, Rotterdam Rijnmond.

7. Uit het FIOD-onderzoek blijkt onder meer het volgende:

zaak HAA 16/3923:

Verse knoflook werd door eiseres gekocht in China en opgeslagen in het douane-entrepot van [A BEDRIJF] te [D PLAATS] . [A BEDRIJF] kreeg opdracht van [E] (hierna: [E] ) om op naam van eiseres de verse knoflook aan te geven voor de regeling extern douanevervoer met bestemming Servië. De ‘transito knoflook’ werd echter niet vervoerd naar Servië, maar vertrok van [A BEDRIJF] rechtstreeks naar het douane-entrepot van [F BEDRIJF] B.V. te [A PLAATS] (hierna: [F BEDRIJF] ). Bij [F BEDRIJF] werd de knoflook zonder betaling van de verschuldigde douanerechten als vrije knoflook (‘duty-paid’) ingeslagen. Het T1-document werd gezuiverd bij de uitgaande grens van de EU in Slovenië met gebruikmaking van een partij bevroren knoflook. Dezelfde partij bevroren knoflook werd meerdere malen gebruikt voor de aanzuivering van T1-documenten voor verse knoflook.

zaak HAA 16/3924:

Verse knoflook werd door eiseres gekocht in China en opgeslagen in het douane-entrepot van [F BEDRIJF] . [C BEDRIJF] kreeg opdracht van [E] om op naam van eiseres de verse knoflook aan te geven voor de regeling extern douanevervoer met bestemming Servië. De ‘transito knoflook’ werd echter niet vervoerd naar Servië, maar werd zonder het douane-entrepot van [F BEDRIJF] te verlaten en zonder betaling van de verschuldigde douanerechten binnen de opslagloods verplaatst en onder een ander partijnummer fictief ingeslagen als vrije knoflook (‘duty-paid’). Het T1-document werd gezuiverd bij de uitgaande grens van de EU in Slovenië met gebruikmaking van een partij bevroren knoflook. Dezelfde partij bevroren knoflook werd meerdere malen gebruikt voor de aanzuivering van T1-documenten voor verse knoflook.

zaak HAA 16/3925:

Verse knoflook werd door eiseres gekocht in China en opgeslagen in het douane-entrepot van [F BEDRIJF] . [C BEDRIJF] kreeg opdracht van [E] om op naam van eiseres de verse knoflook aan te geven voor de regeling extern douanevervoer met bestemming Servië. De ‘transito knoflook’ werd echter niet vervoerd naar Servië, maar vertrok rechtstreeks van het douane-entrepot van [F BEDRIJF] naar [G BEDRIJF] in [E PLAATS] (hierna: [G BEDRIJF] ). Bij [G BEDRIJF] werd de knoflook zonder betaling van de verschuldigde douanerechten als vrije knoflook (‘duty-paid’) ingeslagen. Het T1-document werd gezuiverd bij de uitgaande grens van de EU in Slovenië met gebruikmaking van een partij bevroren knoflook. Dezelfde partij bevroren knoflook werd meerdere malen gebruikt voor de aanzuivering van T1-documenten voor verse knoflook.

zaak HAA 16/3926:

Verse knoflook werd door eiseres gekocht in China en opgeslagen in het douane-entrepot van [F BEDRIJF] . [C BEDRIJF] kreeg opdracht van [E] om op naam van eiseres de verse knoflook aan te geven voor de regeling extern douanevervoer met bestemming Zwitserland. De ‘transito knoflook’ werd echter niet vervoerd naar Zwitserland, maar vertrok rechtstreeks van het douane-entrepot van [F BEDRIJF] naar [G BEDRIJF] . Bij [G BEDRIJF] werd de knoflook zonder betaling van de verschuldigde douanerechten als vrije knoflook (‘duty-paid’) ingeslagen. Het T1-document werd gezuiverd bij de uitgaande grens van de EU met Zwitserland met gebruikmaking van een partij bevroren knoflook. Dezelfde partij bevroren knoflook werd meerdere malen gebruikt voor de aanzuivering van T1-documenten voor verse knoflook.

8. Uit het FIOD-onderzoek blijkt voorts dat in de administratie van eiseres onder meer de navolgende bescheiden zijn aangetroffen:

-uitgaande CMR-vrachtbrieven voor het vervoer van verse knoflook van Nederland naar een bestemming buiten de EU;

- inkomende CMR-vrachtbrieven voor het vervoer van verse knoflook vanuit Slowakije, Hongarije of Duitsland naar een Nederlandse opslagloods;

- verkoopfacturen voor de verkoop van transito verse knoflook door eiseres aan een afnemer buiten de EU;

- inkoopfacturen voor vrije (‘duty paid’) verse knoflook door eiseres;

- verkoopfacturen voor de verkoop van vrije (‘duty paid’) verse knoflook door eiseres aan afnemers binnen de EU;

- “ vrijstellingen”, dat wil zeggen documenten van eiseres die - onder de vermelding “vrijstelling” - telkens een zending knoflook beschrijven. De partijnummers die op deze vrijstellingen staan, komen overeen met de partijnummers op de CMR-vrachtbrieven;

- transito voorraadlijsten;

- vrije (‘duty paid’) voorraadlijsten en

- arrival notices inzake de aankomst van ‘duty paid’ knoflook vanuit Hongarije, Slowakije of Duitsland in een opslagloods in Nederland.

9. Uit het FIOD-onderzoek blijkt voorts dat [E] opdracht gaf aan [A BEDRIJF] en aan [C BEDRIJF] om T1-documenten op te maken en daartoe ook de benodigde gegevens doorgaf, zoals de bestemming. De vrachtbrieven en overige bescheiden werden door [E] geleverd. Volgens [A] heeft [E] de hiervoor onder 8 genoemde bescheiden opgemaakt. In de woning van [E] zijn in zijn computer documenten aangetroffen die ook zijn aangetroffen in de administraties van eiseres en [F BEDRIJF] . Het betreft onder andere onjuiste T1-documenten, valse CMR-vrachtbrieven, voorraadoverzichten van [F BEDRIJF] , vrijstellingen en arrival notes.

10. [A] heeft ten overstaan van de FIOD onder meer verklaard dat hij in 2009 is gaan samenwerken met [E] wat betreft de handel in verse knoflook. [E] was mondeling gemachtigd om namens eiseres te handelen. [F BEDRIJF] en [C BEDRIJF] wisten ook dat [E] namens eiseres mocht handelen. [E] verzorgde alle documentatie en deed de gehele logistiek. De vertegenwoordigingsbevoegdheid van [E] blijkt voorts uit een overeenkomst tussen [E] en eiseres van 1 november 2009, waarin afspraken worden gemaakt over door [E] namens eiseres “gedane en nog af te sluiten transacties”.

11. [F] (toenmalig bestuurder van [A BEDRIJF] ), [G] (commercieel manager [C BEDRIJF] ), [H] (bestuurder van [F BEDRIJF] ) en [I] (medewerker financiële en douaneadministratie bij [G BEDRIJF] ) hebben ten overstaan van de FIOD verklaard dat zij er vanuit gingen dat [E] namens eiseres mocht handelen. [I] en [F] hebben verklaard dat [A] en [E] samen langs zijn gekomen voor de knoflook. [G] heeft verklaard dat hij [A] en [E] samen heeft ontmoet. [H] heeft verklaard dat [E] tekende voor eiseres, maar omdat [E] niet genoemd werd in het uittreksel van de Kamer van Koophandel heeft hij erop aangedrongen dat onder het contract met eiseres ook de handtekening van [A] kwam te staan, hetgeen kennelijk gebeurd is.

Geschil
12.In geschil is allereerst of in zaak HAA 16/3923 het bezwaar ontvankelijk is.

In alle zaken is voorts in geschil of sprake is van een onttrekking aan het douanetoezicht en of eiseres terecht als douaneschuldenaar is aangemerkt.

13. Eiseres stelt dat zij de utb in zaak HAA 16/3923 heeft ontvangen toen deze op 20 mei 2015 per mail door [B] van de Douane aan [A] is verzonden. Zij heeft vervolgens binnen zes weken bezwaar gemaakt.

Eiseres stelt daarnaast dat geen sprake is van een onttrekking aan het douanetoezicht aangezien voor de in de utb’s begrepen zendingen de T1-documenten zijn aangezuiverd. Voorts is zij ten onrechte als douaneschuldenaar aangemerkt, aangezien ze niet op de hoogte was noch betrokken was bij door [E] gepleegde fraude. De in- en opslag van de knoflook, de documentatie, de vervoersdocumenten en de communicatie werd door [E] geregeld. Zij is gebruikt als instrument en als dekmantel voor de fraude, aldus eiseres. Bovendien is er een – geantedateerde - overeenkomst tussen eiseres en [E] waarin [E] ermee akkoord gaat dat hij tot 10 jaar na aflevering volledig aansprakelijk wordt gesteld voor alle kosten voorvloeiend uit het niet of niet correct aanzuiveren van T1-documenten met betrekking tot transactie die op naam van eiseres zijn of nog worden afgesloten.

14. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het bezwaar in zaak HAA 16/3923 niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding. De utb is op 16 januari 2015 verzonden aan het bij verweerder bekende adres van eiseres zoals dat in het systeem BVR (Beheer Van Relaties) staat. Het bezwaarschrift is pas op 2 juni 2015 ontvangen. Dat is te laat. Van verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake.

Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat sprake is van een onttrekking aan het douanetoezicht, aangezien de knoflook de EU nooit heeft verlaten. Eiseres is primair op grond van artikel 203, derde lid, eerste gedachtestreepje, van het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW) als douaneschuldenaar aangemerkt. [E] heeft zonder enige controle alle handelingen uit naam van eiseres verricht. Het handelen van [E] kan daarom worden aangemerkt als handelen namens eiseres.

15. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Vooraf, alle zaken

16. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 19 december 2017 heeft eiseres direct na afloop van de zitting - op eigen initiatief - per brief die is afgegeven aan de bode in alle zaken een nader stuk ingediend. Nu dit stuk de rechtbank geen aanleiding geeft tot heropening van het onderzoek, blijft het stuk buiten beschouwing.

Ontvankelijkheid bezwaar, zaak HAA 16/3923

17. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verbinding met artikel 22j, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken en vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de voor bezwaar vatbare beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van bekendmaking. Artikel 6:9, eerste lid, van de Awb bepaalt dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

18. De utb gedagtekend 16 januari 2015 is verzonden naar het adres [B ADRES] . Het daartegen gericht bezwaarschrift gedagtekend 27 mei 2015 is door verweerder ontvangen op 2 juni 2015.

19. Nu verweerder de utb heeft verzonden naar het adres [B ADRES] en niet naar het hiervoor onder 1 genoemde adres dat is vermeld in het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, te weten [A ADRES] , heeft de bekendmaking van de utb niet op juiste wijze plaatsgevonden. De bezwaartermijn vangt daarom aan op de dag dat eiseres de utb onder ogen heeft gekregen (vgl. HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:960). Op 20 mei 2015 heeft [B] , werkzaam bij verweerder, de utb per mail verstuurd aan [A] en eiseres heeft de utb toen voor het eerst onder ogen gekregen. Het op 2 juni 2015 ingediende bezwaarschrift is derhalve tijdig ingediend. Verweerder heeft in de uitspraak op bezwaar terecht geoordeeld dat het bezwaar ontvankelijk is en het andersluidende standpunt in beroep wordt door de rechtbank niet gevolgd.

Onttrekking aan het douanetoezicht

20. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) dient het begrip onttrekking aan het douanetoezicht in artikel 203 van het CDW aldus te worden opgevat dat het elk handelen omvat dat tot gevolg heeft dat de douaneautoriteiten, ook als is het maar tijdelijk, de toegang wordt belemmerd tot onder douanetoezicht staande goederen en wordt belet de in artikel 37, eerste lid, van het CDW bedoelde controles uit te voeren. Het wegnemen van het T1-document van de goederen waarop het betrekking heeft moet worden gekwalificeerd als een onttrekking van die goederen aan het douanetoezicht (vgl. HvJ 29 april 2004, zaak C-222/01, British American Tabacco Manufacturing B.V., r.o. 47 en 53).

21. De utb die voorwerp van geschil is in zaak HAA 16/3925 heeft betrekking op vier zendingen. Voor drie van die zendingen waarvoor de T1-documenten eindigend met C45B937, C9D3723 en D34FAB0 zijn opgemaakt, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een onttrekking aan het douanetoezicht. Deze utb moet daarom worden verminderd met € 91.329,60 tot € 29.158,85.

22. Voor alle overige in de utb’s betrokken zendingen zijn de T1-documenten en de verse knoflook waarop die T1-documenten betrekking hadden in Nederland van elkaar gescheiden. De T1-documenten gingen immers met een lading bevroren knoflook naar de buitengrens van de EU in Slovenië of met Zwitserland, terwijl de verse knoflook bij [F BEDRIJF] of [G BEDRIJF] achterbleef, zoals blijkt uit de hiervoor onder 7 opgenomen feiten en de onder 8 genoemde documenten. Aldus is sprake van een onttrekking aan het douanetoezicht. Dat de T1-documenten zijn gezuiverd betekent, anders dan eiseres kennelijk meent, niet dat geen onttrekking heeft plaatsgevonden. De T1-documenten zijn immers niet samen met de goederen waarop zij betrekking hadden aangebracht op het douanekantoor van bestemming in de zin van artikel 92 van het CDW.

Douaneschuldenaar

23. Op grond artikel 203, derde lid, eerste gedachtestreepje, van het CDW is onder meer de persoon die de goederen aan het douanetoezicht heeft onttrokken douaneschuldenaar. Gelet op hetgeen hiervoor in deze uitspraak onder de feiten is overwogen, heeft [E] de verse knoflook aan het douanetoezicht onttrokken

door de op die verse knoflook betrekking hebbende T1-documenten aan de grens in Slovenië of aan de grens met Zwitserland te laten zuiveren met behulp van bevroren knoflook, terwijl de verse knoflook in een koelloods in Nederland achterbleef. De niet-communautaire knoflook die in Nederland achterbleef kreeg enkel op papier de status vrije (‘duty paid’) knoflook. Op die manier werd voorkomen dat douanerechten en aanvullende heffingen moesten worden betaald over de verse Chinese knoflook. Aangezien [A] als bestuurder van eiseres [E] mondeling heeft gemachtigd om namens eiseres te handelen, eiseres de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [E] in de overeenkomst van 1 november 2009 schriftelijk heeft bevestigd en [E] ook naar de buitenwereld door [A] als zodanig werd gepresenteerd, kan het handelen van [E] aan eiseres worden toegerekend en heeft verweerder eiseres terecht als douaneschuldenaar aangemerkt. De overeenkomst tussen eiseres en [E] , wat daar verder ook van zij, betekent niet dat verweerder eiseres niet als douaneschuldenaar kan aanspreken, reeds omdat het schuldenaarschap voorvloeit uit artikel. 203, derde lid, van het CDW en niet uit een overeenkomst tussen partijen.

24. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep in zaak HAA 16/3925 gegrond en dienen de beroepen in de zaken HAA 16/3923, HAA 16/3924 en HAA 16/3926 ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

25. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, nu eiseres vóór het sluiten van het onderzoek ter zitting geen kosten heeft gesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep in de zaken HAA 16/3923, HAA 16/3924 en HAA 16/3926

ongegrond;

- verklaart het beroep in zaak HAA 16/3925 gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar in zaak HAA 16/3925;

- vermindert de utb in zaak HAA 16/3925 tot € 29.158,85;

- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.A. Onderwater, voorzitter, mr. M.H.L.C. Bijvoet en mr. W.M.C. Schipper, leden, in aanwezigheid van mr. S. Plesman-Jalink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2018.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.