Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:5536

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-07-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
6471435
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gemengde overeenkomst. Licentie software en implementatie. Inhoud overeenkomst. Opzegging of ontbinding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 6471435 CV EXPL 17-8360

Uitspraakdatum: 4 juli 2018

Vonnis in de zaak van:

de vennootschap onder firma Drukkerij Inktvis V.O.F. (handelsnaam Inktvis Media)

gevestigd te Huissen

eiseres

verder te noemen: Inktvis

gemachtigde: mr S.J. van Susante

tegen

de besloten vennootschap TNR Software B.V.

gevestigd te Limmen

gedaagde

verder te noemen: TNR

gemachtigde: mr. R.A. Rila

1 Het procesverloop

1.1.

Inktvis heeft bij dagvaarding van 8 november 2017 een vordering tegen TNR ingesteld. TNR heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

Op 5 juni 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Inktvis een conclusie van antwoord in reconventie genomen.

2 De feiten

2.1.

Inktvis is op enig moment op zoek gegaan naar een softwarepakket ten behoeve van haar financiële en boekhoudkundige processen.

2.2.

Op 24 mei 2016 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van TNR en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van Inktvis. Tijdens dit gesprek heeft TNR de wensen van Inktvis geïnventariseerd.

2.3.

Op 30 juni 2016 is een overeenkomst tussen partijen met betrekking tot het softwarepakket Multipress tot stand gekomen.

2.4.

Bij e-mail d.d. 1 juli 2016 heeft TNR de bestelling aan Inktvis bevestigd en stemt zij in met de door Inktvis voorgestelde betalingsregeling in drie termijnen. Tevens doet TNR een aantal datavoorstellen voor trainingen en implementatie om per 1 september 2016 operationeel te zijn met Multipress.

2.5.

Bij brief d.d. 1 juli 2016 heeft TNR aan Inktvis de opdracht formeel bevestigd. In de daarbij gevoegde orderbevestiging is het totale orderbedrag van € 10.160,75 exclusief btw gespecificeerd en staat vermeld welke aanvullende modules er zullen worden geleverd.

2.6.

Op 4 augustus 2016 is vervolgens contact tussen partijen over de planning van de installatie van Multipress. Op 5 september 2016, 15 september 2016 en 31 oktober 2016 is [naam 1] bij Inktvis geweest om de implementatie af te ronden.

2.7.

In de daarop volgende periode hebben partijen veelvuldig met elkaar gecommuniceerd. Bij e-mail van 27 december 2016 schrijft [naam 1] aan [naam 2] onder meer het volgende:
Voor de koppeling moet nog wel het een en ander geregeld worden. (…)

2.8.

Bij WhatsApp-gesprek van 18 januari 2017 09:21:43 schrijft [naam 1] aan [naam 2] “Ik weet vanmiddag meer over de Moneybird koppeling.
Bij WhatsApp-gesprek van 26 januari 2017 19:22:53 schrijft [naam 2] aan [naam 1] ‘En werkt het al?’. Waarop [naam 1] onder meer als volgt antwoordt ‘Ik ben nog wel een tijd bezig. Ik heb meerdere kopieen van jouw factuurexport. Een staat klaar voor onze Api, Een die ik nu maak voor de webwinkelfacturen api voor wooncommerce en moneybird, daar heb ik niemand voor nodig en kan ik zelf regelen en dan heb ik tenminste een korte termijnoplossing als het vanuit MP via onze API niet werkt. (…)
Kan jij mij de lijst met betaalde facturen sturen? (…) De ontwikkelaar van MultiPress gaat zelf de API nakijken en werkend maken, want het moet gewoon goed werken vanuit MultiPress.

2.9.

Op 28 februari 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Inktvis en TNR.

2.10.

Bij e-mail van 13 maart 2017 schrijft TNR aan Inktvis onder meer het volgende:
Inzake jullie wens om het lopende Multipress contract op te zeggen het volgende:
(…)
Om dit zo snel mogelijk te kunnen afhandelen:
-Zouden wij graag jullie opzegging schriftelijk willen ontvangen.
-Zouden wij graag daarbij ook de reden(en) weten.
-Als binnen 2 maanden na installatie van de software deze word geretourneerd en aan bepaalde voorwaarden is voldaan kan er een restitutie plaatsvinden van een groot deel van het softwarebedrag. Mondeling gaven jullie aan daar toch recht op te hebben ondanks dat deze periode reeds verstreken is. Ook hiervoor graag jullie argumentatie. (…)

2.11.

Bij e-mail van 14 maart 2017 reageert Inktvis onder meer als volgt:
(…) We hebben hier vervolgens over getelefoneerd en afgesproken dat ik uiteraard bereid ben om schriftelijk te vermelden dat we opzeggen, maar daarbij een duidelijke kanttekening wil maken dat ons ongenoegen reeds in een eerder stadium is aangegeven, en vanuit jullie steeds de belofte is gedaan het systeem volgens afspraak draaiend te krijgen. Hetgeen niet is gelukt en daardoor het vertrouwen door InktvisMedia is opgezegd, tevens door jou aan ondergetekende in het gesprek van 28-02 is bevestigd, en daardoor de opzegging onvermijdelijk is.

2.12.

Bij brief van 14 juni 2017 schrijft TNR aan Inktvis onder meer het volgende:
Na verschillende gesprekken met u ter plaatse en via telefoon en na uitgebreide correspondente, lijkt het ons duidelijk dat een verdere samenwerking geen zin heeft. In geen van enkele van de gevoerde correspondentie brengt u enig concreet element naar voor die de niet-conformiteit van onze geleverde diensten zou aantonen.
Op grond van het niet voldoen van de facturen 216650 dd. 29/11/2016 en 216705 dd. 18/12/2016 voor een totaalbedrag van € 3,676,44 zien wij ons genoodzaakt om de overeenkomst met onmiddellijke ingang te verbreken.

2.13.

Bij brief van 13 juli 2017 heeft Inktvis de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en verzocht om teruggave van het reeds betaalde bedrag van € 12.399,33.

3 De vordering

3.1.

Inktvis vordert dat de kantonrechter de overeenkomst tussen partijen primair vernietigt en subsidiair ontbindt. Tevens vordert Inktvis dat de kantonrechter TNR veroordeelt tot betaling van € 15.950,93.

3.2.

Inktvis legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de overeenkomst tussen TNR en Inktvis onder invloed van dwaling tot stand is gekomen. Immers heeft [naam 1] van TNR de onjuiste inlichtingen verstrekt dat Multipress aan de eisen van Inktvis zou voldoen, hetgeen achteraf niet bleek te kunnen. De overeenkomst dient daarom te worden vernietigd. Subsidiair beroept Inktvis zich op ontbinding van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst. Inktvis stelt dat sprake is van een tekortkoming aan de zijde van TNR, die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. Multipress voldoet niet en kan ook niet voldoen aan de eisen van Inktvis. Multipress is daarom onbruikbaar voor Inktvis. Inktvis vordert het door haar betaalde bedrag van € 12.399,33 inclusief btw terug van TNR. Daarnaast stelt Inktvis dat zij schade heeft geleden en dat TNR die schade dient te vergoeden. Inktvis heeft namelijk extra personeel moeten inhuren voor een bedrag van € 3.551,60.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

TNR betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat niet is overeengekomen dat TNR een koppeling met het boekhoudprogramma van Inktvis tot stand zou brengen. Voor het overige is het feit dat de werkzaamheden zijn uitgelopen het gevolg van de door Inktvis steeds opnieuw aangebrachte dan wel gewenste wijzigingen. Overigens is geen sprake van een fatale opleveringstermijn.

4.2.

TNR vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter Inktvis veroordeelt tot betaling van € 3.676,44. Zij legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Inktvis de overeenkomst met TNR per e-mail van 14 maart 2017 eenzijdig heeft opgezegd. Als gevolg van deze opzegging is de overeenkomst per 14 maart 2017 geëindigd. Omdat de overeenkomst is geëindigd voordat de opdracht was volbracht en het einde van de overeenkomst aan Inktvis is toe te rekenen, heeft TNR recht op het volle loon . Dit betekent dat Inktvis gehouden is om het openstaande factuurbedrag van € 3.676,44 aan TNR te voldoen.

4.3.

Inktvis betwist de tegenvordering en stelt dat de e-mail van 14 maart 2017 op verzoek van TNR in de door TNR gebezigde termen is verstuurd. De bedoeling van Inktvis was genoegzaam helder in het daaraan voorafgaande gesprek, te weten het vertrouwen opzeggen en aansturing op ontbinding van de overeenkomst.

5 De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

5.1.

De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

5.2.

TNR heeft aan Inktvis verkocht en geleverd een software pakket voor de bedrijfsvoering van de drukkerij, genaamd MultiPress. Inktvis heeft de overeenkomst in maart 2017 beëindigd omdat de oplevering veel langer duurde dan zij mocht verwachten en omdat de koppeling met haar boekhoudprogramma Moneybird niet tot stand was gebracht. Inktvis voert aan dat de module Facturering/Financiële export/Basis en de module Facturering/Financiële export/Verkoopfacturen in de offerte zijn opgenomen in verband met deze koppeling en daarvoor door Inktvis zijn aangeschaft. Er is overeengekomen dat de koppeling tot stand zou worden gebracht. Inmiddels blijkt dat het niet lukt om deze koppeling tot stand te brengen, zodat sprake is geweest van dwaling aan de zijde van Inktvis ten tijde van het aangaan van de overeenkomst. TNR had haar immers moeten vertellen dat dit niet mogelijk was en dat MultiPress op meer onderdelen niet aan de wensen van Inktvis kon voldoen. De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de koppeling tussen MultiPress en Moneybird niet mogelijk is en evenmin dat MultiPress op de overige door Inktvis genoemde punten niet aan haar wensen zou kunnen voldoen, zodat evenmin kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van dwaling. TNR stelt immers dat de koppeling met Moneybird te maken is, maar dat Inktvis niet bereid was daar extra voor te betalen. Indien dat juist is, is geen sprake van een onjuiste veronderstelling aan de zijde van Inktvis en ook geen sprake van dwaling. Het had op de weg van Inktvis gelegen haar stellingen op dit punt nader te onderbouwen, hetgeen zij heeft nagelaten. Dit betekent dat het beroep op dwaling wordt verworpen.

5.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter stelt Inktvis wel terecht dat TNR tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Het standpunt van TNR dat niet was overeengekomen dat de koppeling tot stand zou worden gebracht houdt geen stand. Daartoe is het volgende redengevend.

5.4.

Uit de door Inktvis overgelegde Whatsapp gesprekken tussen [naam 1] van TNR en [naam 2] van Inktvis, zoals weergegeven onder de feiten hiervoor onder nr. 2.8., blijkt dat [naam 1] bezig is de koppeling tot stand te brengen. TNR heeft daar slechts tegen in gebracht dat [naam 1] niet meer deed dan inventariseren of het mogelijk was een koppeling tot stand te brengen, echter dat vindt geen steun in de gebezigde terminologie. [naam 1] gebruikt immers bewoordingen als “voor de koppeling moet nog wel het een en ander geregeld worden”, “Ik weet vanmiddag meer over de Moneybird koppeling” en “De ontwikkelaar van MultiPress gaat zelf de API nakijken en werkend maken, want het moet gewoon goed werken vanuit MultiPress”. Daarnaast heeft Inktvis ter zitting aangevoerd dat zij in het kader van het totstandbrengen van de koppeling de APR-code van haar Moneybird licentie aan TNR ter beschikking stelde. TNR heeft geen andere verklaring voor het gebruik van deze code door TNR naar voren gebracht, en dat heeft zij ook niet gedaan ten aanzien van de stelling van Inktvis dat de twee door haar extra aangeschafte financiële modules hiervoor bedoeld waren.

5.5.

Daar komt bij dat TNR wel stelt dat het tot stand brengen van de koppeling maatwerk was en dat zij daarvoor een afzonderlijke offerte heeft uitgebracht, maar dit standpunt vindt geen steun in de stukken en is ook overigens onvoldoende onderbouwd. Tenslotte is van belang dat uit de eigen stellingen van TNR blijkt dat een koppeling met een door haar klanten gebruikt boekhoudprogramma eigenlijk altijd tot stand wordt gebracht. Het pakket MultiPress heeft daarom ook standaard mogelijkheden tot koppelen met 70 verschillende boekhoudprogramma’s. De wens van Inktvis om dit pakket te kunnen koppelen met het boekhoudprogramma dat zij in gebruik had was dus gebruikelijk, hetgeen de verplichting op de leverancier legt om al in de offertefase er expliciet op te wijzen als dit niet mogelijk is dan wel te wijzen op extra kosten of risico’s. Dat betekent dat ook indien de stelling van TNR dat de koppeling met Moneybird niet was inbegrepen in de offerte stand zou houden, dit voor haar rekening en risico komt aangezien niet gesteld of gebleken is dat zij Inktvis heeft gewezen op de (on)mogelijkheden van het koppelen van Moneybird met MultiPress. Aan bewijs op dit punt komt de kantonrechter om die reden niet toe.

5.6.

Een en ander betekent dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en dat Inktvis gerechtigd was op basis daarvan de overeenkomst te ontbinden. De vraag of er al dan niet sprake was van een fatale opleveringstermijn en of Inktvis al dan niet zelf voor vertraging heeft gezorgd kan daarmee buiten beschouwing blijven.

5.7.

Het standpunt van TNR dat de e-mail van Inktvis van 14 maart 2017 gezien moet worden als een opzegging van een overeenkomst van opdracht en dat tegen die achtergrond geen ontbinding meer mogelijk is, snijdt geen hout. Inktvis heeft in een gesprek met [naam 1] van 28 februari 2017 aangegeven niet verder te willen met TNR. Vervolgens is op uitdrukkelijk verzoek van [naam 1] in een e-mail een bevestiging daarvan gekomen. Als Inktvis dit als een opzegging van een overeenkomst van opdracht had bedoeld, dan had zij ook het aanbod van [naam 1] om de samenwerking te beëindigen en uitsluitend de openstaande facturen te crediteren geaccepteerd. Dat heeft zij echter uitdrukkelijk niet gedaan, zij heeft wekenlang aangedrongen op een reëel voorstel van TNR. Dit betekent dat de beëindiging van de overeenkomst door Inktvis niet uitgelegd kan worden als een opzegging in de zin van artikel 7: 408 lid 1 BW zoals TNR betoogt. Daarbij is ook relevant dat sprake is van een gemengde overeenkomst. Er wordt immers een softwarepakket en licentie verkocht, en daarnaast worden diensten (implementatie en service) verleend. Uit het feit dat Inktvis direct gestopt is met het gebruik van het software programma blijkt veeleer dat zij daarmee heeft bedoeld de overeenkomst te ontbinden. Gezien de tekortkoming aan de zijde van TNR op een belangrijk onderdeel van de overeenkomst, was zij daartoe ook gerechtigd. Voor zover daar nog onduidelijkheid over heeft bestaan bij TNR was de brief van 13 juli 2017 van de rechtsbijstandsverzekeraar van Inktvis op dat punt in ieder geval duidelijk. Een ingebrekestelling was voorts niet nodig omdat TNR blijkens al het voorgaande van oordeel was dat zij de koppeling niet tot stand hoefde te brengen, zodat op grond van artikel 6:83c BW een ingebrekestelling niet nodig was. TNR was immers niet van plan op dit punt de overeenkomst na te komen.

5.8.

TNR vordert in de zaak van de tegenvordering betaling van de openstaande facturen ad € 3.676,44. Aangezien Inktvis echter de overeenkomst met TNR, zoals hiervoor is overwogen, rechtsgeldig heeft ontbonden, kan TNR geen aanspraak meer maken op betaling van deze facturen. Dit deel van de vordering van TNR zal dus worden afgewezen.

5.9.

De conclusie is dat Inktvis de overeenkomst in ieder geval op 13 juli 2017 rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden. Voor zover er aan haar zijde verplichtingen tot ongedaanmaking zijn ontstaan, heeft zij daaraan voldaan. Zij heeft immers het gebruik van de software gestaakt. Nu de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden, heeft Inktvis recht op terugbetaling van de door haar aan TNR betaalde bedragen. De vordering tot betaling van een bedrag van € 12.393,33 inclusief btw zal dus ook worden toegewezen. De gevorderde ontbinding van de overeenkomst zal echter worden afgewezen, nu de overeenkomst reeds op 13 juli 2017 is ontbonden.

5.10.

De wettelijke rente is met ingang van 28 juli 2017 toewijsbaar. Anders dan Inktvis vordert, is er geen grondslag voor toewijzing van de wettelijke handelsrente, aangezien art. 6:119a BW niet van toepassing is op de uit de wet voortvloeiende verbintenis tot ongedaanmaking. De kantonrechter zal derhalve slechts de wettelijke rente ex art. 6:119 BW toewijzen.

5.11.

Ingevolge artikel 6:74 BW is TNR gehouden aan Inktvis de schade te vergoeden die zij heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Inktvis vordert een bedrag van € 3.551,60. Dit deel van de vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. TNR heeft betwist dat Inktvis deze kosten heeft gemaakt en Inktvis heeft niet aan de hand van stukken of anderszins voldoende concreet gesteld dat zij dergelijke kosten daadwerkelijk heeft gemaakt.

5.12.

De proceskosten in de zaak van de vordering en in de zaak van de tegenvordering komen voor rekening van TNR, omdat zij ongelijk krijgt. De proceskosten in de zaak van de tegenvordering worden vanwege de nauwe samenhang met de zaak van de vordering op nihil gesteld.
6. De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.

veroordeelt TNR tot betaling aan Inktvis van € 12.399,33 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt TNR tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Inktvis tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 90,00

griffierecht € 939,00

salaris gemachtigde € 600,00 ;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

6.5.

wijst de vordering af;

6.6.

veroordeelt TNR tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Inktvis tot en met vandaag vaststelt op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter