Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:5379

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-06-2018
Datum publicatie
04-07-2018
Zaaknummer
5402776
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Relatie tussen werkgevers en werknemer beëindigd, geen verstoorde arbeidsverhouding; werkneemster heeft gedurende lange tijd na relatiebreuk nog werkzaamheden verricht; ook geen ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel h BW (restgrond)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0767
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5402776 \ OA VERZ 16-344(WS)

Uitspraakdatum: 28 juni 2018

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Power Internet B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Sint Pancras

verzoekende partij

verder te noemen: Power Internet

gemachtigde: mr. H.G.R. Meulmeester, advocaat te Amsterdam

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verder te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. E.A.T. den Haan-van Wijk, advocaat te Alkmaar

1 Het procesverloop

1.1.

Power Internet heeft op 29 september 2016 een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerster] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend. Op 1 november 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. Namens Power Internet is verschenen de heer [naam] , vergezeld door de gemachtigde. [verweerster] is in persoon verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. De gemachtigde van [verweerster] heeft bij het naar voren brengen van haar standpunten gebruik gemaakt van een pleitnota. Op de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden met als doel dat partijen hun geschil oplossen door middel van mediation.

1.2.

Omdat de mediation is geëindigd zonder dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen, heeft op 7 juni 2018 weer een zitting plaatsgevonden. Power Internet is op die zitting verschenen bij haar gemachtigde. De heer [naam] is niet verschenen. [verweerster] is in persoon verschenen, vergezeld door haar gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben Power Internet en [verweerster] bij brieven van 6 april, 1 juni en 4 juni 2018 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[verweerster] , geboren op [geboortedag] 1969, is op 24 juni 2009 in dienst getreden bij Power Internet. Haar huidige salaris bedraagt € 2.500,- bruto per maand. Bij Power Internet werken momenteel 15 mensen.

2.2.

[verweerster] heeft een affectieve relatie gehad met de directeur van Power Internet, de heer [naam] (verder: [naam] ). [verweerster] en [naam] hebben samen een dochter genaamd Bo, geboren op [geboortedatum] .

2.3.

De relatie tussen [verweerster] en [naam] is op 1 juni 2015 beëindigd.

2.4.

[verweerster] is met ingang van april 2016 vrijgesteld van werkzaamheden.

2.5.

[verweerster] heeft – via een brief van haar gemachtigde van 5 september 2016 – verzocht om weer tot het werk toegelaten te worden. Power Internet heeft daarop geantwoord dat [verweerster] niet toegelaten zou worden tot haar werkzaamheden.

2.6.

Op 29 september 2016 heeft Power Internet een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de rechtbank ingediend. Tijdens de behandeling van dit verzoekschrift op 1 november 2016 is de procedure aangehouden om te proberen via mediation een oplossing te bereiken.

2.7.

De mediation is beëindigd zonder dat een oplossing is bereikt.

2.8.

In de periode december 2016 tot eind mei 2018 heeft [verweerster] weer werkzaamheden verricht voor Power Internet. Eind mei 2018 is [verweerster] andermaal vrijgesteld van haar werkzaamheden.

3 Het verzoek

3.1.

Power Internet verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW. Subsidiair verzoekt Power Internet ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel h BW.

3.2.

Aan dit verzoek legt Power Internet (primair) ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van Power Internet redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ter onderbouwing daarvan heeft Power Internet het volgende naar voren gebracht.

De aanwezigheid van [verweerster] op de werkvloer brengt dusdanige spanningen met zich mee dat er gesproken moet worden van een verstoorde arbeidsverhouding. Dit komt ook door de kleine omvang van het bedrijf. De verstoorde verhouding tussen [verweerster] en [naam] is ernstig en duurzaam te noemen, hetgeen onder meer blijkt uit het gegeven dat partijen het, voor wat betreft de afwikkeling van hun relatie, niet eens kunnen worden over nagenoeg alle onderwerpen. De problemen die [naam] en [verweerster] in hun privérelatie hebben werken door in de arbeidsrelatie.

3.3.

Subsidiair legt Power Internet aan het verzoek ten grondslag dat sprake is van andere omstandigheden zodanig dat van Power Internet redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Power Internet stelt ter onderbouwing daartoe dat van de kleine onderneming als Power Internet in alle redelijkheid niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren nu de affectieve relatie tussen [verweerster] [naam] is beëindigd en er geen reële mogelijkheden zijn binnen Power Internet zijn om [verweerster] te werk te stellen. Er is geen reële verwachting, gezien de conflictueuze situatie tussen [verweerster] en [naam] , dat zulks op korte termijn aldus zal veranderen.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[verweerster] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Zij voert daartoe – samengevat – het volgende aan.

Er is geen sprake van een onwerkbare situatie. [verweerster] kan prima met haar collega’s overweg en ook heeft zij - na de relatiebreuk – nog een tijd goed samengewerkt met [naam] . Bovendien heeft zij recent weer haar werkzaamheden langdurig verricht. Er is dus geen sprake van een verstoring van de arbeidsrelatie dusdanig ernstig en duurzaam dat van Power Internet in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Van [naam] als werkgever mag worden verwacht dat hij zich volwassen en professioneel opstelt en doet wat nodig is om een goede arbeidsrelatie te behouden. De arbeidsovereenkomst moet los gezien worden van de persoonlijke relatie.

4.2.

Het voorgaande betekent volgens [verweerster] ook dat er geen sprake is van een restgrond zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel h van het BW.

4.3.

[verweerster] verzoekt dat een voorlopige voorziening getroffen wordt die inhoudt dat Power Internet wordt veroordeeld om [verweerster] weder te werk te stellen, op straffe van een boete van € 1.000,- per dag. [verweerster] legt hieraan ten grondslag dat van een goed werkgever worden verwacht dat hij een werknemer toestaat de bedongen arbeid te verrichten, tenzij een zwaarwegend belang zich daartegen verzet, waarbij dat belang zwaarder moet wegen dan dat van de werknemer. Van een dergelijk belang is hier, gelet op het gestelde, geen sprake.

4.4.

Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] (subsidiair) om toekenning van een transitievergoeding van € 8.289,- en een billijke vergoeding van € 40.000,-. [verweerster] legt aan de toekenning van de billijke vergoeding ten grondslag dat [naam] uit frustratie over de persoonlijke relatie met [verweerster] aanstuurt op een beëindiging van het dienstverband. Dat is ernstig verwijtbaar.

4.5.

Power Internet heeft verweer gevoerd tegen het tegenverzoek.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet ook worden beoordeeld of aan [verweerster] een billijke vergoeding dient te worden toegekend.

5.2.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verweerster] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

5.3.

Power Internet voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (“g-grond”). [verweerster] betwist primair dat van een dergelijke verstoring van de arbeidsverhouding sprake is en dus verzoekt [verweerster] om afwijzing van het verzoek. Dat primaire verweer zal eerst worden beoordeeld.

5.4.

In HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998, NJ 2017/203, (Mediant) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat als uitgangspunt moet worden aanvaard dat de wettelijke bewijsregels van overeenkomstige toepassing zijn in procedures strekkende tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst. De toepasselijkheid van de wettelijke bewijsregels brengt onder meer mee dat de werkgever de aan zijn ontbindingsverzoek ten grondslag liggende feiten en omstandigheden zal moeten stellen en, bij voldoende gemotiveerde betwisting door de werknemer, zal moeten bewijzen. Daarbij verdient opmerking dat voor bewijs in het burgerlijk procesrecht niet steeds is vereist dat de te bewijzen feiten en omstandigheden onomstotelijk komen vast te staan, maar kan volstaan dat deze voldoende aannemelijk worden. Het vorenstaande is niet anders in het geval dat de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt. De rechter zal moeten onderzoeken of, uitgaande van de feiten en omstandigheden die — zo nodig na bewijslevering — zijn komen vast te staan, in redelijkheid kan worden geoordeeld dat sprake is van deze door de werkgever aangevoerde ontslaggrond (zie HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182 en HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:220).

5.5.

De kantonrechter overweegt allereerst dat het moment waarop het verzoek is ingediend in beginsel bepalend is voor de vraag of er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In dat verband heeft Power Internet betoogd dat de arbeidsverhouding dusdanig is verslechterd dat verdere samenwerking niet meer mogelijk is. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Power Internet in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.6.

Het vaststaande feit dat partijen hebben geprocedeerd over het ouderlijk gezag en nog steeds procederen over een omgangsregeling brengt niet met zich mee dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Vast is immers eveneens komen te staan dat [verweerster] na de beëindiging van de relatie in juni 2015 nog tot april 2016 bij Power Internet is blijven werken. Ook is vast komen te staan dat [verweerster] vervolgens in de periode december 2016 tot eind mei 2018 bij Power Internet heeft gewerkt. Kennelijk was de arbeidsverhouding in die lange periode niet zo slecht dat van Power Internet niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Aan die laatste periode is een einde gekomen doordat Power Internet [verweerster] (andermaal) op non actief heeft gesteld. [naam] heeft [verweerster] op 31 mei 2018 als volgt bericht: “Het is niet aan jou om te bepalen of jij wel of niet naar het werk komt. Uit je mail blijkt ook wel dat jij gewoon maar doet waar jij zin in hebt. Voor de laatste keer er is geen werk”. De gemachtigde van Power Internet heeft op de tweede zitting bevestigd dat [verweerster] is vrijgesteld van werk omdat er geen werk zou zijn. Er zou ook toestemming aan het UWV zijn gevraagd om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op bedrijfseconomische gronden. De vrijstelling van werk houdt dus geen verband met de gestelde verstoorde arbeidsverhouding maar met de omstandigheid dat er onvoldoende werk zou zijn. Ter zitting is door [verweerster] nog aangevoerd dat zij samen met [naam] haar ouders bezoekt en dat zo’n bezoek nog in de week van de tweede zitting heeft plaatsgevonden. [naam] heeft deze stelling, door niet te verschijnen op de tweede zitting, niet weersproken zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de stelling van [verweerster] . Al deze feiten en omstandigheden zijn voldoende aannemelijk en maken dat in redelijkheid niet kan worden geoordeeld dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.7.

Power Internet voert ook aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in andere omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (“h-grond”). Power Internet heeft echter geen andere feiten of omstandigheden gesteld dan die ter onderbouwing van de g-grond al zijn gesteld. Ook ter onderbouwing van de h-grond wordt immers gewezen op het verbreken van de affectieve relatie en de conflictueuze verhoudingen sedertdien. De “h-grond” is een zogenaamde restgrond en kan niet worden gebruikt voor het repareren van een op een van de andere gronden onvoldoende onderbouwd ontslag. De restgrond kan bijvoorbeeld worden gebruikt in geval van detentie, illegaliteit van de werknemer en het niet beschikken over een tewerkstellingsvergunning. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Power Internet in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden dan ook geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel h BW.

5.8.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Power Internet zal afwijzen en dat de arbeidsovereenkomst dus niet zal worden ontbonden.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van Power Internet, omdat zij ongelijk krijgt.

De voorlopige voorziening

5.10.

Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat geen aanleiding omdat in de zaak van het tegenverzoek een oordeel wordt gegeven over het verzoek van [verweerster] om haar toe te laten tot de werkplek.

Het tegenverzoek

5.11.

Omdat de verzochte ontbinding niet wordt uitgesproken behoeven de subsidiaire verzoeken tot toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding geen bespreking.

5.12.

[verweerster] heeft verzocht haar toe te laten tot de werkplek. Hoewel dit verzoek als voorlopige voorziening is gevorderd, heeft de gemachtigde van [verweerster] desgevraagd bevestigd dat het verzoek mede als een zelfstandig tegenverzoek moet worden gezien.

5.13.

[verweerster] is door Power Internet op 31 mei 2018 op non-actiefgesteld omdat er geen werk meer voor handen zou zijn. [verweerster] heeft Power Internet op 31 mei 2018 laten weten dat er wat haar betreft voldoende werk is en dat zij wil blijven werken.

5.14.

Bij schorsing en op non-actiefstelling wordt aan de werknemer een verbod opgelegd de werkzaamheden te verrichten. De rechtmatigheid ervan wordt getoetst aan de beginselen van goed werkgeverschap (artikel 7:611 van BW). Daarbij geldt dat het recht op (weder)tewerkstelling van de werknemer slechts moet wijken indien de werkgever aannemelijk maakt dat hij een redelijke grond heeft - bijvoorbeeld ernstig wangedrag van de werknemer - voor de op non-actiefstelling, dit afgezet tegen het belang van de werknemer. Bij de beoordeling van de vordering tot wedertewerkstelling dient dan ook een belangenafweging plaats te vinden tussen het belang van de werkgever en dat van de werknemer.

5.15.

Power Internet heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat er onvoldoende werk voor handen is. De enkele stelling dat er geen werk meer is en dat er een aanvraag voor toestemming bij het UWV is gedaan, is onvoldoende temeer omdat [verweerster] betwist dat er geen werk meer is. Dat betekent dat niet aannemelijk is gemaakt dat er een goede reden is om [verweerster] op non actief te stellen en dat de vordering van [verweerster] moet worden toegewezen. De kantonrechter zal aan de veroordeling tot wedertewerkstelling een dwangsom verbinden omdat [naam] tijdens de eerste zitting meerdere malen heeft verklaard dat [verweerster] “er niet in komt”. De dwangsom zal worden bepaald op een bedrag van

€ 400,00 per dag met daarbij een maximum van € 20.000,00.

5.16.

De proceskosten komen voor rekening van Power Internet, omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten begroot de kantonrechter aan de zijde van [verweerster] op nihil.

6 De beslissing

De kantonrechter:

Het verzoek

6.1.

wijst de verzochte ontbinding af;

6.2.

veroordeelt Power Internet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verweerster] tot en met vandaag vaststelt op € 600,00 voor salaris gemachtigde.

De voorlopige voorziening

6.3.

wijst het verzoek af.

Het tegenverzoek

6.4.

veroordeelt Power Internet tot onmiddellijke toelating van [verweerster] tot haar werkplek en haar de volledige, laatstelijk verrichte werkzaamheden te laten verrichten op verbeurte van een dwangsom van € 400,00 per dag, met een maximum € 20.000,00, voor iedere dag dat Power Internet hieraan geen gehoor geeft;

6.5.

wijst het tegenverzoek voor het overige af;

6.6.

veroordeelt Power Internet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verweerster] tot en met vandaag begroot op nihil.

Deze beschikking is gewezen door mr. W.A. Swildens, kantonrechter en op 28 juni 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter