Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:5348

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
20-07-2018
Zaaknummer
5813630 / CV EXPL 17-2671
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Vertraging bij vertrek vanaf Schiphol is niet ontstaan als gevolg van de buitengewone omstandigheid, gelegen in de onwel geworden passagier, maar als gevolg van het nadien tekort aan zuurstofflessen. Dit betreft een operationeel probleem.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5813630 / CV EXPL 17-2671

Uitspraakdatum: 11 april 2018

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier 1] ,

2. [passagier 2] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kind [minderjarige 1] ,

3. [passagier 3] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

4. [passagier 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

5. [passagier 5] ,

6. [passagier 6] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

7. [passagier 7] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjaige kinderen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ,

8. [passagier 8] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers,

gemachtigde: mr. mr. I.G.B. Maertzdorff, mr. M.J.R. Hannink en M.A.P. Duinkerke (LL.B.),

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht: FZE Free Zone Establishment (Verenigde Arabische Emiraten) Emirates,

statutair gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

hierna te noemen: Emirates,

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 29 december 2016 een vordering tegen Emirates ingesteld. Emirates heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Emirates een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers onder sub 1 tot en met 6 hebben met Emirates een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Emirates de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Dubai met vlucht EK150 en van Dubai naar Colombo (Sri Lanka) met vlucht EK348 op 29 juli 2015.

2.2.

De passagiers onder sub 7 en 8 hebben met Emirates een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Emirates de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Dubai met vlucht EK150 en van Dubai naar Bali op 29 juli 2015.

2.3.

Vlucht EK150 is vertraagd uitgevoerd waardoor de passagiers de aansluitende vluchten hebben gemist. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming Colombo, respectievelijk Bali.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van Emirates gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Emirates heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.6.

De passagiers zijn door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens de minderjarige kinderen te voeren.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Emirates, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 6.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juli 2015, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 847,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 11 september 2015 dan wel vanaf de dag der dagvaarding;
- de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Emirates vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

Emirates betwist de vordering. Zij voert onder meer het volgende aan.

Vlucht EK150 maakt deel uit van de rotatievlucht Dubai-Amsterdam-Dubai. De vlucht naar Amsterdam (EK149) is probleemloos uitgevoerd en met een korte vertraging van negen minuten gearriveerd. Bij nadering van Schiphol werd een passagier onwel. De bemanning heeft direct via Medlink contact opgenomen met een arts. De arts adviseerde om zuurstof toe te dienen. De passagier is na aankomst te Amsterdam naar de medische post gebracht. Van de 20 zuurstofflessen aan boord van het toestel zijn er in totaal vijf flessen door de zieke passagier verbruikt. Het maximum tekort zuurstofflessen is vier. Conform toepasselijke regelgeving mag een toestel niet vertrekken zonder minimaal één vervangende zuurstoffles. Emirates is direct opzoek gegaan naar vervangende zuurstofflessen. Emirates heeft met verschillende luchtvaartmaatschappijen en andere partijen op Schiphol contact opgenomen. Uiteindelijk heeft KLM om 21:23 uur (lokale tijd) aangegeven dat Emirates een zuurstoffles mocht lenen. De zuurstoffles is opgehaald en geïnstalleerd. Daarnaast moest de documentatie in orde worden gemaakt. De vertrekprocedure is vervolgens afgerond. De onderhavige vlucht is als gevolg hiervan om 23:34 (lokale tijd) met een vertraging van één uur en 54 minuten aangevangen, waardoor de passagiers in Dubai hun aansluitende vlucht hebben gemist.

4.2.

Vlucht EK150 met een vertraging uitgevoerd als gevolg van een medisch incident. Emirates doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Er is volgens Emirates sprake van een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale activiteit van een luchtvaartmaatschappij. Het betreft een van buiten komende oorzaak waarop Emirates geen invloed kan uitoefenen.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De Verordening is van toepassing op onderhavig geschil.

5.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming Colombo, respectievelijk Bali. Dit brengt met zich mee dat Emirates op grond van de Verordening gehouden is de passagiers te compenseren, tenzij Emirates kan aantonen dat de vertraging is ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheid die, ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen, niet voorkomen hadden kunnen worden.

5.3.

Ten aanzien van de door Emirates gestelde buitengewone omstandigheden geldt (in algemene zin) het volgende. In de punten 14 en 15 van de Considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

5.4.

De vlucht in kwestie EK150 maakte deel uit van de rotatievlucht Dubai-Amsterdam-Dubai. De voorgaande vlucht van Dubai naar Amsterdam (EK149) is met een kleine aankomstvertraging van negen minuten uitgevoerd. Tijdens de voorgaande vlucht is een passagier aan boord van het toestel onwel geworden. De zieke passagier heeft op advies van een arts (Medlink) zuurstof toegediend gekregen. Na de landing is de passagier naar de medische post gebracht. Een zieke passagier aan boord van een toestel is een van buiten komende omstandigheid waar een luchtvaartmaatschappij geen invloed op kan uitoefenen en is derhalve een buitengewone omstandigheid.

5.5.

Nu tijdens vlucht EK149 een buitengewone omstandigheid heeft voorgedaan dient de vraag te worden beantwoord of Emirates alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen.

5.6.

Gebleken is dat de passagier vijf van de twintig zuurstofflessen heeft gebruikt. Een luchtvaartmaatschappij mag volgens de toepasselijke regelgeving een vlucht uitvoeren met maximaal vier zuurstofflessen tekort. Bij aankomst op Schiphol constateerde Emirates dat zij geen zuurstofflessen op voorraad had. Emirates stelt dat zij direct op zoek is gegaan naar zuurstofflessen door met verschillende luchtvaartmaatschappijen en andere partijen op Schiphol contact op te nemen. Uiteindelijk heeft Emirates een zuurstoffles mogen lenen van KLM. De vlucht in kwestie (EK150) is uiteindelijk met een vertraging van één uur en 54 minuten aangevangen.

5.7.

De luchthaven Schiphol is een grote internationale ‘hub’ waar Emirates dagelijks op vliegt. Van een grote maatschappij als Emirates mag, naar het oordeel van de kantonrechter, in alle redelijkheid worden verwacht dat zij voldoende reserve zuurstofflessen op voorraad heeft op een luchthaven als Schiphol. De kantonrechter constateert dat de vertraging bij vertrek vanaf Schiphol niet is ontstaan als gevolg van de buitengewone omstandigheid, gelegen in de onwel geworden passagier, maar als gevolg van het nadien tekort aan zuurstofflessen. Dit betreft een operationeel probleem. Emirates heft dan ook niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht, worden toegewezen.

5.8.

Emirates betwist wettelijke rente verschuldigd te zijn over de hoofdsom. De vertraging van de vlucht is ontstaan op 30 juli 2015. Per die datum hebben de passagiers schade geleden. Er is, in tegenstelling tot hetgeen Emirates stelt, in dit geval sprake van een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, welke schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Gelet hierop zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 30 juli 2015.

5.9.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Emirates heeft deze vordering betwist. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht dan wel hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit buitengerechtelijke incassokosten in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. De kantonrechter zal de vordering of het gevorderde bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 705,00.

5.10.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Emirates worden veroordeeld in de proceskosten, alsmede in de nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Emirates tot betaling aan de passagiers van € 7.305,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.600,00 vanaf 30 juli 2015 en over € 705,00 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Emirates tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 96,57;
griffierecht € 223,00;
salaris gemachtigde € 500,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt Emirates tot betaling van € 100,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten maken, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg kantonrechter en op 11 april 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter