Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:5346

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-07-2018
Datum publicatie
19-07-2018
Zaaknummer
5699416 / CV EXPL 17-1115
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Het grootste gedeelte van de vertraging van de passagiers is niet ontstaan als gevolg van een buitengewone omstandigheid (te weten een vliegtuigcrash en de daaropvolgende sluiting van het luchtruim), maar als gevolg van operationele problemen die zich na de buitengewone omstandigheid hebben voorgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2018, afl. 5, p. 266
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5699416 / CV EXPL 17-1115

Uitspraakdatum: 4 juli 2018

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier 1] ,

2. [passagier 2] ,

beiden pro se en in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ,
allen wonende te [woonplaats] ,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers,

gemachtigde: mr. H.W. Leemans,

tegen

de buitenlandse rechtspersoon FZE Free Zone Establishment (Verenigde Arabische Emiraten) Emirates,

statutair gevestigd te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

hierna te noemen: Emirates,

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 9 januari 2017 een vordering tegen Emirates ingesteld. Emirates heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Emirates een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Emirates een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Emirates de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Dubai met vluchtnummer EK150 en van Dubai naar Jakarta (Indonesië) met vluchtnummer EK358 op 3 augustus 2016, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht heeft meer dan 41 uur vertraging opgelopen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Emirates gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Emirates heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.5.

De passagiers zijn door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens hun minderjarige kind te voeren.

3 De vordering

De passagiers vorderen dat Emirates, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 3.228,04, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 447,80 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.1.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Emirates vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.

3.2.

De passagiers vorderen tevens ingevolge artikel 6 en 9 lid 1, sub a, van de Verordening een bedrag van € 103,04. Daarnaast vorderen de passagiers nog een bedrag van € 125,00 aan gemaakte reiskosten die volgens de passagiers voor vergoeding in aanmerking komen op basis van de Conventie van Montreal.

4 Het verweer

4.1.

Emirates betwist de vordering. Zij voert onder meer het volgende aan.

Vlucht EK150 is onderdeel van de rotatie Dubai-Amsterdam-Dubai, met vluchtnummers EK149 en EK150. Op 3 augustus 2016 om 08:37 uur (UTC) heeft zich op de luchthaven van Dubai (landingsbaan 12L/30R) een ernstig ongeval voorgedaan. Een toestel van Emirates is als gevolg van windshear hard op de landingsbaan terecht gekomen. Een motor brak af en het toestel vloog in de brand. Als gevolg van het ongeval heeft de luchtverkeersleiding het luchtruim boven de luchthaven van Dubai gesloten. De sluiting van het luchtruim blijkt uit de Notice to Airman.

4.2.

Door het ongeval is er schade veroorzaakt aan de landingsbaan 12L/30R. Deze baan kon niet meer gebruikt worden. De luchthaven opende “single runway operations” waardoor slechts beperkt luchtverkeer mogelijk was. Hieruit volgt dat een groot deel van de dag geen luchtverkeer kon plaatsvinden van en naar Dubai. Na opening van het luchtruim was slechts beperkt vliegverkeer mogelijk.

4.3.

De planning van de luchthaven van Dubai was van 3 augustus tot en met 5 augustus 2016 volledig ontregeld. De onderhavige rotatievlucht EK149 stond gepland te vertrekken op 3 augustus 2016 om 10:44 uur (UTC). Op dat moment was het luchtruim gesloten en kon de vlucht niet aanvangen. Het luchtruim is om 14:30 uur (UTC) weer geopend. Na opening van het luchtruim mocht vlucht EK149 niet direct aanvangen. Een vertrekvertraging van vlucht EK149 was dus niet te voorkomen. Uiteindelijk is vlucht EK149 met een vertraging van

12 uur en 25 minuten aangevangen. Het toestel is met een vertraging van 11 uur en 21 minuten gearriveerd op Schiphol. Aldaar is de vertrekprocedure zo snel mogelijk uitgevoerd en om 09:15 uur (UTC), met een vertraging van 10 uur en 58 minuten vertrokken. Vlucht EK150 is om 14:56 uur (UTC) in Dubai gearriveerd. Van Emirates kan niet worden verwacht dat zij voor al haar geplande vluchten op buitenstations vliegtuigen van andere luchtvaartmaatschappijen zou inhuren. De passagiers zijn met de eerst mogelijk vlucht naar Jakarta vervoerd.

4.4.

De passagiers konden op vertoon van hun boardingpasses gratis eten en drinken krijgen op de luchthaven van Dubai. Waarom de passagiers hier geen gebruik van hebben gemaakt is voor Emirates onduidelijk. Emirates betwist dat kosten zijn gemaakt voor eten en drinken, omdat de passagiers geen bonnen konden verstrekken. Emirates betwisten tevens dat de passagiers taxikosten hebben gemaakt om hun bagage, die met een vertraging was aankomen in Jakarta, op te halen. Deze kosten komen voor rekening van de passagiers.

4.5.

Emirates betwist wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten aan de passagiers verschuldigd te zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De Verordening is van toepassing op onderhavig geschil.

5.2.

Volgens de oorspronkelijke planning zouden de passagiers op 3 augustus 2016 om 20:50 uur (UTC) vanaf Schiphol vertrekken en op 4 augustus 2016 om 02:30 uur (UTC) in Dubai aankomen. Om 06:55 uur (UTC) zouden de passagiers vanuit Dubai vliegen naar Jakarta om daar om 15:10 uur (UTC) aan te komen. Uiteindelijk zijn de passagiers op 6 augustus 2016 om 08:30 uur (UTC) aangekomen op de eindbestemming Jakarta.

5.3.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van méér dan 41 uur zijn aangekomen op de eindbestemming Jakarta. De kern van het geschil is of Emirates de passagiers compensatie is verschuldigd in verband met de vertraging van de vlucht. Emirates is niet verplicht compensatie te betalen als zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van de Verordening, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen, niet kon worden voorkomen.

5.4.

Ten aanzien van de door Emirates gestelde buitengewone omstandigheden geldt (in algemene zin) het volgende. In de punten 14 en 15 van de Considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

5.5.

Vast staat dat als gevolg van een vliegtuigcrash op landingsbaan 12L/30R het luchtruim van Dubai op 3 augustus 2016 van 08:37 uur tot 14:30 uur (UTC) gesloten is geweest. Door de sluiting van het luchtruim was geen vliegverkeer van en naar Dubai mogelijk. De rotatievlucht EK149 is hierdoor later dan gepland aangevangen. De kantonrechter acht een vliegtuigcrash een van buiten komende oorzaak waarop een luchtvaartmaatschappij geen invloed kan uitoefenen. De sluiting van het luchtruim en daarmee de luchthaven van Dubai kan naar het oordeel van de kantonrechter worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid.

5.6.

Nu zich op 3 augustus 2016 een buitengewone omstandigheid, namelijk de vliegtuigcrash en de sluiting van het luchtruim, heeft voorgedaan dient de vraag te worden beantwoord of Emirartes alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de vlucht te voorkomen dan wel te beperken.

5.7.

Emirates heeft weliswaar in haar conclusie van antwoord een toelichting op de overgelegde NOTAM’s, maar gaat in haar toelichting voorbij aan NOTAM 1161 van 18:30 uur (lokale tijd). Het staat niet ter discussie dat dit ziet op het opengaan van de luchthaven, althans voor één baan. Bij repliek hebben de passagiers er op gewezen dat uit NOTAM 1161 volgt dat prioriteit wordt gegeven aan vliegtuigen van Emirates en dat er geen restricties waren voor vertrekkende vliegtuigen nadat eerst de grotere vliegtuigen waren vertrokken (“dispensation for base carrier subj to capacity after allocation of lager acft no restriction of dep subj to capacity after allocation of lager acft”). Ook hebben de passagiers gewezen op het feit dat diverse vluchten al waren omgeleid naar, onder andere, de tweede luchthaven van Dubai (Al Maktoum International Airport) en dus niet zijn geland op de onderhavige luchthaven en daar vandaag ook niet meer behoefden te vertrekken. De passagiers hebben aangevoerd dat het de keuze van Emirates is geweest om het onderhavige toestel eerst zes uur na het openstellen van de luchthaven (om 02:30 uur lokale tijd op 4 augustus 2016) naar Amsterdam te laten vertrekken en dat dit geen beslissing van de luchtverkeersleiding te Dubai is geweest.

Het had op de weg van Emirates gelegen om hierop te reageren bij dupliek. Emirates is in het geheel niet ingegaan op de berichtgeving in NOTAM 1161. Emirates heeft slechts in algemene zin gereageerd dat de passagiers voorbijgaan aan het feit dat de onderhavige rotatievlucht niet de enige was die gepland stond te vertrekken ten tijde van het sluiten van het luchtruim. Dat betekent dat de stellingen van de passagiers als voornoemd als onweersproken gebleven zijn komen vast te staan. Daarmee staat vast dat de (grote) toestellen van Emirates prioriteit hebben gekregen na het opengaan van de luchthaven en er geen restricties golden voor ‘departures’. Uiteraard kunnen niet alle aanwezige toestellen gelijktijdig om 18:30 uur (lokale tijd) vertrekken, maar het was aan Emirates om met stukken te onderbouwen op grond van welke beslissing van de luchtverkeersleiding het betreffende toestel waarmee de vlucht zou worden uitgevoerd desondanks eerst zes uur na de openstelling van de luchthaven kon vertrekken. Emirates heeft echter geen nadere informatie daaromtrent vertrekt, hetgeen voor haar rekening moet blijven. Daar komt nog bij dat geen enkele informatie is vertrekt waarom de passagiers eerst op 6 augustus 2016 naar Jakarta konden vertrekken.

5.8.

De kantonrechter is van oordeel dat het grootste gedeelte van de vertraging van de passagiers niet is ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden, maar als gevolg van operationele problemen die zich na de buitengewone omstandigheid hebben voorgedaan. Emirates heeft dan ook niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. Gelet hierop zal het gevorderde bedrag aan compensatie worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is, als onvoldoende gemotiveerd weersproken, eveneens toewijsbaar vanaf 11 november 2016.

5.9.

Ingevolge artikel 9 van de Verordening hebben passagiers bij een vertraagde vlucht recht op verzorging. De passagiers hebben een bedrag van € 103,04 aan gemaakte verzorgingskosten gevorderd. Zij hebben als bewijs een creditcardafschrift overgelegd. De kantonrechter acht dit voldoende om aan te nemen dat de passagiers deze kosten gemaakt hebben. De gemaakte verzorgingskosten zullen worden toegewezen. Het gevorderde bedrag aan taxikosten ad € 125,00 zal worden afgewezen nu de passagiers geen bewijs hebben overgelegd waaruit blijkt dat zij deze kosten gemaakt hebben.

5.10.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Emirates heeft deze vordering betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

5.11.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Emirates worden veroordeeld in de proceskosten. Ook de nakosten zullen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Emirates tot betaling aan de passagiers van € 3.103,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Emirates tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 97,31;
griffierecht € 223,00;
salaris gemachtigde € 350,00;

6.3.

veroordeelt Emirates tot betaling aan de passagiers van € 87,50 nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten maken;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter en op 4 juli 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter