Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:5319

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-03-2018
Datum publicatie
19-07-2018
Zaaknummer
5308172 / CV EXPL 16-7343
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Geen weersomstandigheden die op zichzelf de vlucht hebben verhinderd. Algemene beperkingen zijn inherent aan het voeren van een luchtvaartonderneming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5308172 / CV EXPL 16-7343

Uitspraakdatum: 28 maart 2018

Vonnis in de zaak van:

1. [passagier 1] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kind [minderjarige] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

2. [passagier 2] ,

3. [passagier 3] ,

4. [passagier 4] ,

5. [passagier 5] ,

6. [passagier 6] ,

7. [passagier 7] ,

8. [passagier 8] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

9. [passagier 9] ,

wonende te [woonplaats] ,

10. [passagier 10] ,

10. [passagier 11] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

12. [passagier 12] ,

wonende te [woonplaats] ,

13. [passagier 13] ,

13. [passagier 14] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

15. [passagier 15] ,

wonende te [woonplaats] ,

16. [passagier 16] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. L.J.J. Hoezen (EUclaim B.V.),

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht Sociedad anónima Vueling Airlines S.A.,

statutair gevestigd te Barcelona (Spanje) en kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde,

hierna te noemen: Vueling,

gemachtigde: mr. M.C. Leijten en mr. M.A.E.C. van Haren.

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 18 mei 2016 een vordering tegen Vueling ingesteld. Vueling heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Vueling een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers onder sub 1 tot en met 13 en 15 hebben met Vueling een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Vueling de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Barcelona (Spanje) met vlucht VY8323 op 4 september 2015.

2.2.

De passagiers onder sub 14 en 16 hebben met Vueling een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Vueling de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Barcelona met vlucht VY8323 en via Barcelona naar Ibiza (Spanje) met vlucht VY3532 op 4 september 2015.

2.3.

Vueling heeft vlucht VY8323 geannuleerd.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van Vueling gevorderd in verband met voornoemde annulering.

2.5.

Vueling heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.6.

De passagier onder sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens zijn minderjarige kind te voeren.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Vueling bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 4.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 september 2015, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 726,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 15 oktober 2015 dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Vueling vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier ten aanzien van de passagiers onder sub 1 tot en met 13 en 15. Ten aanzien van de passagiers onder sub 14 en 16 wordt gelet op de afstand van de vlucht een compensatie bedrag ad € 400,00 per passagier gevorderd.

4 Het verweer

4.1.

Vueling betwist de vordering. Vueling doet een beroep op buitengewone omstandigheden en heeft hiertoe onder meer het volgende aangevoerd. Op 4 september 2015 hadden zowel de luchthaven van Barcelona als Schiphol te maken met extreme weersomstandigheden. Rondom de luchthaven van Barcelona bestonden deze extreme weersomstandigheden uit zeer hevige regen- en onweersbuien. Rondom Schiphol was sprake van harde windstoten. Het METAR rapport, een twitter-bericht van Eurocontrol bevestigen dit. Ook uit twee andere bronnen blijkt dat sprake was van slechte weersomstandigheden.

4.2.

Vliegvelden hanteren bepaalde maximum waarden ten aanzien van de weersomstandigheden. Komen de weersomstandigheden boven deze waarden, dan is het risico op ongelukken tijdens landing en/of opstijgen van vliegtuigen rondom deze vliegvelden te groot. De op 4 september 2015 gemeten windstoten tot 20 knopen zijn substantieel harder dan de door Schiphol gehanteerde maximum waarden.

4.3.

Het gevolg van de weersomstandigheden was dat op Schiphol meer tijd tussen de vertrekkende en aankomende vluchten moest worden ingepland om op die manier de vliegveiligheid te waarborgen. In de onderhavige situatie had de vlucht echter niet alleen te maken met vertragingen op de luchthaven van vertrek, maar ook nog eens op de luchthaven van Barcelona. De luchtverkeersleiding van Barcelona zag aanleiding om maatregelen te nemen. Deze maatregelen hielden in dat er een capaciteitsbeperking gold op de luchthaven waardoor en minder vliegtuigen per uur konden vertrekken en landen.

4.4.

De maatregelen hadden een ernstig verstorend effect op het vliegverkeer rondom Schiphol en Barcelona. De forse vertragingen gedurende de dag hadden al gevolg dat er tegen het einde van de dag niet genoeg tijd resteerde om alle vluchten met bestemming Barcelona nog te laten plaatsvinden. Vueling heeft de passagiers zo snel mogelijk geïnformeerd over de annulering van de vlucht en tevens een vervangende vlucht aangeboden.

4.5.

Indien Vueling gehouden is compensatie te betalen aan de passagiers geldt volgens Vueling het volgende. Na annulering van de vlucht heeft Vueling de passagiers een vervangende vlucht aangeboden. Alle passagiers, met uitzondering van de passagiers onder sub 1, 10 en 11 hebben van dit aanbod gebruik gemaakt. Daarbij heeft Vueling onverschuldigd de vliegtickets van de passagiers onder sub 2 tot en met 7 en sub 14 en 16 terugbetaald. Voornoemde passagiers hadden immers al gebruik gemaakt van de optie op een vervangende vlucht waardoor zij niet langer recht hadden op terugbetaling van het vliegticket. De compensatie die Vueling verschuldigd zou zijn aan de passagiers onder sub 2 tot en met 7, 14 en 16 dient verminderd te worden met het bedrag dat zij reeds van Vueling hebben ontvangen in het kader van terugbetaling van de tickets.

4.6.

Vueling betwist buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn aan de passagiers.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De Verordening is van toepassing op onderhavig geschil.

5.2.

Vast staat dat de vlucht van Amsterdam naar Barcelona is geannuleerd. De passagiers, met uitzondering van de passagiers onder sub 1, 10 en 11, zijn door deze annulering meer dan drie uur later op de eindbestemming Barcelona of Ibiza aangekomen. Op grond van de Verordening is Vueling compensatie aan de passagiers verschuldigd, tenzij Vueling kan aantonen dat de vertraging is ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5, lid 3 van de Verordening die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.

5.3.

Ten aanzien van het beroep van Vueling op buitengewone omstandigheden geldt (in algemene zin) het volgende. In de punten 14 en 15 van de Considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer voordoen in geval van weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

5.4.

Voor zover er op 4 september 2015 sprake was van de door Vueling gestelde slechte weersomstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken dat de weersomstandigheden op zichzelf de annulering van vlucht VY8323 tot gevolg heeft gehad. Vueling heeft aangevoerd dat de luchtverkeersleiding capaciteitsrestricties heeft opgelegd. Zij heeft echter geen document of verklaring van de luchtverkeersleiding te Barcelona ter onderbouwing van deze stelling overgelegd. Ondanks de gestelde capaciteitsrestricties is gebleken dat wel degelijk vliegverkeer van en naar Barcelona dan wel Schiphol mogelijk was op 4 september 2015. Naar het oordeel is niet voldoende gebleken dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van de weersomstandigheden of als gevolg van vertragingen van voorgaande vluchten. Bovendien zijn algemene beperkingen opgelegd door luchtverkeersleiding naar het oordeel van de kantonrechter inherent aan het voeren van een luchtvaartonderneming. Bij een beperking van het aantal vluchten door de luchtverkeersleiding is het een operationele keuze van de luchtvaartmaatschappij welke vluchten doorgaan en welke niet.

5.5.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat niet is voldaan aan de vereisten van punt 15 van de Considerans van de Verordening en dat derhalve geen sprake is van buitengewone omstandigheden. Nu geen sprake is van buitengewone omstandigheden komt de kantonrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of Vueling voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de gevolgen van een eventuele vertraging te voorkomen. de vordering tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging en de afstand van de vlucht worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken eveneens toewijsbaar.

5.6.

Ten aanzien van de gevorderde verrekening van de compensatie en de terugbetaling van de tickets oordeelt de kantonrechter als volgt. Op grond van artikel 8 van de Verordening kan een luchtvaartmaatschappij de keuze maken om de passagiers een alternatieve vlucht aan te bieden of de ticketprijs aan de passagiers terug te betalen. Vueling heeft de passagiers onder sub 2 tot en met 7, 14 en 16 zowel een vervangende vlucht aangeboden, waarvan de passagiers gebruik hebben gemaakt, als de ticketprijs terugbetaald. Dit is een keuze geweest van Vueling. Vueling heeft onvoldoende aangegeven waarom de terugbetaling van dit bedrag als onverschuldigd dient te worden aangemerkt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de ticketprijs te verrekenen met het compensatiebedrag.

5.7.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Vueling heeft deze vordering betwist. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht dan wel hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit buitengerechtelijke incassokosten in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. De kantonrechter zal de buitengerechtelijke incassokosten dan ook toewijzen tot het wettelijk tarief, te weten € 580,00. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

5.8.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Vueling worden veroordeeld in de proceskosten, alsmede in de nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Vueling tot betaling aan de passagiers van € 5.130,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.550,00 vanaf 4 september 2015, en over € 580,00 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Vueling tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 94,09;
griffierecht € 223,00;
salaris gemachtigde € 500,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt Vueling tot betaling van € 100,00 aan nasalaris, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten maken;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido kantonrechter en op 28 maart 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter