Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:5305

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
5218839 / CV EXPL 16-6211
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Niet duidelijk waarom besluit van de luchtverkeersleiding is genomen en of dit besluit de oorzaak is geweest van de vertraging van de vlucht in kwestie. Bovendien is niet gebleken dat sprake was van slechte weersomstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5218839 / CV EXPL 16-6211

Uitspraakdatum: 14 februari 2018

Vonnis in de zaak van:

  1. [passagier 1] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kind [minderjarige 1] ,

  2. [passagier 2] ,

  3. [passagier 3] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

4. [passagier 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

5. [passagier 5] ,

wonende te [woonplaats] ,

6. [passagier 6] ,

7. [passagier 7] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

8. [passagier 8] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ,

9. [passagier 9] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

10. [passagier 10] ,

10. [passagier 11] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

12. [passagier 12] ,

wonende te [woonplaats] ,

13. [passagier 13] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers,

gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff, mr. M.J.R. Hannink en M.A.P. Duinkerke (EUclaim B.V.),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Corendon Dutch Airlines B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

hierna te noemen: Corendon,

gemachtigde: mr. M.E. Futselaar.

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 13 juli 2016 een vordering tegen Corendon ingesteld. Corendon heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Corendon een schriftelijke reactie heeft gegeven.

1.3.

Op 5 september 2017 hebben de passagiers een antwoordakte overgelegd.

1.4.

Op 6 december 2017 hebben de passagiers producties overgelegd ten behoeve van het geplande pleidooi.

1.5.

Corendon heeft verzocht om pleidooi. Dit verzoek is op 12 december 2017 door Corendon ingetrokken.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Corendon een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Corendon de passagiers zou vervoeren van Amsterdam naar Heraklion (Griekenland) op 26 juli 2015, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Corendon gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Corendon heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Corendon, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 6.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juli 2015, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 847,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten alsmede de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en het Sturgeon‑arrest van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 november 2009. De passagiers stellen dat Corendon vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

Corendon betwist de vordering. Corendon stelt zich op het standpunt dat de vlucht is vertraagd als gevolg van buitengewone omstandigheden, te weten weersomstandigheden en een besluit van de luchtverkeersleiding zoals omschreven in put 14 en 15 van de considerans van de Verordening.

4.2.

Gedurende 25 juli 2015 was sprake van een zware zomerstorm. Deze storm heeft ertoe geleid dat Corendon niet alleen veel hinder heeft ondervonden in het uitvoeren van de vluchtrotaties op 25 juli 2015 maar ook op de daarop volgende dagen. Als gevolg van de storm en besluiten van de luchtverkeersleiding kon het toestel waarmee de vlucht in kwestie werd uitgevoerd op 26 juli 2015 niet volgens planning vertrekken vanaf Schiphol. Corendon voert aan dat de luchtverkeersleiding restrictiecode 93 en restrictiecode 81 heeft opgelegd.

4.3.

Corendon betwist buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn aan de passagiers.

5 De beoordeling

5.1.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat de kantonrechter te Haarlem bevoegd is van onderhavig geschil kennis te nemen en dat de Verordening van toepassing is op het geschil.

5.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van méér dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming Heraklion. Gelet hierop is Corendon compensatie verschuldigd aan de passagiers, tenzij Corendon kan aantonen dat de vertraging is ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden en die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden.

5.3.

Corendon heeft aangevoerd dat de vertraging is ontstaan als gevolg van slechte weersomstandigheden rondom de luchthaven Schiphol op 25 juli 2015 en dat Corendon hierdoor nog hinder heeft ondervonden op 26 juli 2015. De vertraging is volgens Corendon mede ontstaan door een besluit van de luchtverkeersleiding. Corendon stelt dat sprake is van een buitengewone omstandigheid en doet hiertoe een beroep op punt 14 en 15 van de considerans van de Verordening. In punt 15 staat dat sprake is van een buitengewone omstandigheid bij een langdurige vertraging als gevolg van een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag. De passagiers betwisten de door Corendon gestelde buitengewone omstandigheid.

5.4.

Corendon heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat de reden van het aangevoerde besluit van de luchtverkeersleiding is geweest en of dit besluit de oorzaak is geweest van de vertraging van de vlucht in kwestie. Uit het door Corendon overgelegde bericht van de luchtverkeersleiding wordt niet duidelijk waarom de luchtverkeersleiding dit besluit heeft genomen. Bovendien is niet gebleken dat op 26 juli 2015 op Schiphol sprake was van slechte weersomstandigheden die er voor zorgde dat het toestel niet eerder konden vertrekken en een latere slot-tijd toegewezen heeft gekregen van de luchtverkeersleiding.

5.5.

Corendon heeft onvoldoende gesteld en onvoldoende feiten aangevoerd om vast te kunnen stellen of sprake is geweest van een buitengewone omstandigheid in de zin van de Verordening. Nu de buitengewone omstandigheid niet is komen vast te staan, komt de kantonrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vertraging, ondanks het treffen van alle redelijke maatregen, niet kon worden voorkomen. Corendon is, gelet op de duur van de vertraging, gehouden de passagiers te compenseren. De vordering zal worden toegewezen.

5.6.

Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente oordeelt de kantonrechter als volgt. Op grond van artikel 6:83 sub b BW is de vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade direct opeisbaar en treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in op het moment waarop de schade geacht wordt te zijn gelden. Nu de vertraging van de vlucht heeft plaatsgevonden op 26 juli 2015 zal de wettelijke rente over het compensatiebedrag vanaf deze datum worden toegewezen.

5.7.

De passagiers maken aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De passagiers hebben middels specificaties voldoende aangetoond dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht om betaling van hun vordering te verkrijgen. Daarmee staat voldoende vast dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht, dan wel hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit buitengerechtelijke incassokosten in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 695,00. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

5.8.

Corendon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, alsmede in de nakosten ad € 100,00 voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Corendon tot betaling aan de passagiers van € 7.095,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.400,00 vanaf 26 juli 2015, en over € 695,00 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Corendon tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 94,09;
griffierecht € 223,00;
salaris gemachtigde € 500,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

veroordeelt Corendon tot betaling van € 100,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido kantonrechter en op 14 februari 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.