Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:4745

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-05-2018
Datum publicatie
07-06-2018
Zaaknummer
6575957 CV EXPL 18-187
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst voor de duur van 7 maanden. Opnemen van vakantiedagen voordat deze zijn opgebouwd. Werkgever is terecht overgegaan tot verrekening van teveel genoten vakantiedagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0649
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6575957 / CV EXPL 18-187

Uitspraakdatum: 23 mei 2018

Vonnis in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats]

eiseres

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. E.P. Koevoets

tegen

de besloten vennootschap Landgoed Groenendaal B.V.,

h.o.d.n. Restaurant Landgoed Groenendaal,

gevestigd te Heemstede

gedaagde

verder te noemen: Groenendaal

gemachtigde: mr. R. van Viersen

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 27 december 2017 een vordering tegen Groenendaal ingesteld. Groenendaal heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 25 april 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] bij brief van 18 april 2018 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is bij Groenendaal op 1 juli 2016 in dienst getreden in de functie van medewerker bediening. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van 7 maanden met een gemiddelde arbeidstijd van 24 uur per week. Het brutoloon is vastgesteld op € 1.425,00 per maand. De CAO Horeca is op de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard.

2.2.

Voorafgaande aan de indiensttreding heeft [eiseres] aangegeven dat zij al een vakantie had geboekt voor de periode 21 juli tot en met 14 augustus 2016 (drie weken), waarmee Groenendaal akkoord is gegaan.

2.3.

Het restaurant was van 27 december 2016 tot en met 1 januari 2017 gesloten.

2.4.

Bij brief van 28 december 2016 heeft Groenendaal aan [eiseres] geschreven dat haar arbeidsovereenkomst op 31 januari 2017 eindigde en dat haar geen nieuwe arbeidsovereenkomst zou worden aangeboden. In de brief is ook vermeld:

Volgens mijn administratie heb je (tot 31 januari) in totaal 8,75 vakantiedagen opgebouwd en heb je er afgelopen jaar al 13 opgenomen. Graag ontvang ik van jou een voorstel hoe we dit met elkaar kunnen verrekenen.

2.5.

[eiseres] heeft bij brief van 28 april 2017 Groenendaal verzocht om het door Groenendaal in de eindafrekening verrekende bedrag van € 504,68 bruto, binnen veertien dagen aan haar uit te keren met bijbehorende bruto/netto specificatie.

2.6.

Bij brief van 9 juni 2017 heeft [eiseres] Groenendaal gesommeerd om het in de brief van 28 april 2017 genoemde bedrag binnen vijf dagen over te maken en de bruto/netto specificatie toe te sturen. Daarnaast heeft [eiseres] geschreven dat zij, bij gebreke hiervan, aanspraak maakt op de wettelijke verhoging en de wettelijke rente met een vergoeding voor gemaakte en nog te maken kosten.

2.7.

Groenendaal heeft hieraan geen gevolg gegeven.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert - samengevat - dat de kantonrechter Groenendaal veroordeelt tot:

A. betaling van € 504,68 bruto aan inhouding loon wegens teveel opgenomen vakantiedagen;

B. betaling van € 27,44 bruto aan teveel ingehouden loon voor wachtdagen;

C. betaling van € 42,57 bruto aan te weinig uitbetaalde vakantietoeslag;

D. betaling van de wettelijke verhoging van 50% over de onder A, B en C genoemde punten;

E. betaling van de wettelijke rente over de onder A tot en met D genoemde punten vanaf de dag dat die bedragen verschuldigd zijn;

F. betaling van € 129,30 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

G. afgifte van een deugdelijke bruto-netto specificatie van de betaling aan [eiseres] , binnen 10 dagen na datum vonnis, met een dwangsom van € 100,00 per dag dat Groenendaal hiermee in gebreke blijft;

H. betaling van de proceskosten;

I. betaling van de nakosten.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de door Groenendaal opgestelde eindafrekening niet klopt. Groenendaal gaat uit van een verkeerd aantal door [eiseres] opgenomen vakantiedagen en een onjuist bedrag aan uurloon. Bovendien mogen teveel genoten vakantiedagen volgens jurisprudentie niet door een werkgever worden verrekend, zoals Groenendaal heeft gedaan. Als Groenendaal al zou mogen verrekenen, dan zou dat 88 minus 69,89 = 18,11 uur zijn, wat een waarde vertegenwoordigt van € 248,13 bruto (18,11 x € 13,70). Groenendaal berekent in elk geval € 256,55 bruto (€ 504,68 minus € 248,13) te veel, maar vanwege het niet mogen verrekenen € 504,68 bruto te veel. Ook heeft Groenendaal teveel uur per wachtdag verrekend. Over de posten A en B heeft [eiseres] nog recht op 8% vakantietoeslag, zijnde € 42,57.

4 Het verweer

4.1.

Groenendaal betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat [eiseres] meer vakantiedagen heeft opgenomen dan ze in totaal had opgebouwd. [eiseres] heeft vooraf meegedeeld dat zij in de zomer 3 weken met vakantie wilde gaan. Dit waren al meer vakantiedagen dan waarop [eiseres] bij een arbeidsduur van 7 maanden recht had. Partijen hebben daarom bij de ondertekening van het contract expliciet mondeling afgesproken dat, ingeval van vroegtijdige beëindiging van het contract, de teveel opgenomen vakantiedagen verrekend zouden worden. [eiseres] heeft daarop aangegeven dat vanzelfsprekend te vinden. Een dergelijke afspraak is gebruikelijk en ook logisch, aldus Groenendaal.

5 De beoordeling

5.1.

[eiseres] heeft ter zitting betwist dat zij tevoren met Groenendaal is overeengekomen dat bij voortijdige beëindiging van het contract de door haar teveel genoten vakantiedagen zullen worden verrekend. Ter onderbouwing van haar stelling dat Groenendaal deze vakantiedagen in dit geval niet mag verrekenen, heeft [eiseres] verwezen naar 4 uitspraken (uit 1994, 1995 en twee uit 2010). De kantonrechter volgt deze uitspraken echter niet. Zoals de kantonrechter te Roermond (vonnis 14 maart 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:2261) heeft overwogen, komt het opnemen van verlofdagen voordat deze zijn opgebouwd, neer op een voorschot op het loon. Als de werknemer vervolgens uit dienst treedt voordat de bij wijze van voorschot opgenomen dagen zijn opgebouwd, moet dit loon geacht worden onverschuldigd te zijn betaald door de werkgever. De werkgever kan de tegenwaarde van de teveel opgenomen verlofdagen daarom op grond van artikel 6:203 BW bij het einde van het dienstverband terugvorderen van de werknemer.

5.2.

Ter zitting heeft [eiseres] naar voren gebracht dat de aangehaalde zaak van de kantonrechter te Roermond niet zonder meer gelijk is te stellen aan de onderhavige zaak, omdat uit de aangehaalde zaak niet blijkt wie de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. De kantonrechter volgt haar daarin niet. De wijze waarop en op initiatief van wie de overeenkomst is geëindigd is in dit kader zonder belang. De conclusie is dat Groenendaal in het onderhavige geval terecht is overgegaan tot verrekening van teveel genoten vakantiedagen.

5.3.

Vervolgens dient te worden beoordeeld hoeveel uren Groenendaal mocht verrekenen. Ter zitting is komen vast te staan dat [eiseres] in de maanden juli en augustus 2016 11 vakantiedagen heeft opgenomen. In de week na Kerstmis heeft [eiseres] niet gewerkt. In de maand december 2016 heeft zij ook 1 dag en 6 uur vakantie genoten. Hieruit volgt dat het totaal aantal door [eiseres] opgenomen vakantie 102 uur (12 dagen van 8 uur en 6 uur) betreft.

5.4.

Partijen zijn het er ter zitting over eens geworden dat [eiseres] 8,75 vakantiedag (afgerond 70 uur) had opgebouwd. [eiseres] heeft daarom 102 minus 70 is 32 uur teveel vakantie uren opgenomen. Het geldende uurloon is ter zitting vastgesteld op € 13,70 bruto. De conclusie is dat Groenendaal een bedrag van € 438,40 bruto (32 keer € 13,70 bruto) mocht verrekenen. Nu Groenendaal € 504,68 bruto heeft verrekend, zal de vordering ten aanzien van het teveel ingehouden loon wegens teveel opgenomen vakantiedagen tot een bedrag van € 66,28 (€ 504,68 minus € 438,40) worden toegewezen.

Ter zitting is ook vastgesteld dat [eiseres] op zondag 25 december 2016 heeft gewerkt en dat over die dag 200% loon diende te worden betaald, maar dat zij 100% loon heeft ontvangen. Zij heeft echter het extra loonbedrag over die dag niet gevorderd, zodat de kantonrechter het hiermee gemoeide bedrag niet kan toewijzen..

5.5.

Tegen het gevorderde onder B en C heeft Groenendaal geen gemotiveerd verweer gevoerd, zodat de vordering ten aanzien van beide posten worden toegewezen.

5.6.

De vordering tot betaling van de wettelijke verhoging onder punt D wordt afgewezen. De ratio van toewijzing van wettelijke verhoging ontbreekt, nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet meer bestaat en dus geen prikkel tot correcte en tijdige betaling van het loon nodig is. De wettelijke rente over de onder punt A, B en C toe te wijzen bedragen is wel toewijsbaar.

5.7.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat gesteld noch gebleken is dat een kosteloze aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek heeft plaatsgevonden.

5.8.

Groenendaal zal worden veroordeeld tot afgifte van een deugdelijke bruto-netto specificatie van de betaling aan [eiseres] binnen veertien dagen na de verzenddatum van het vonnis. De kantonrechter ziet geen aanleiding tot oplegging van een dwangsom nu [eiseres] niets ter onderbouwing van die vordering heeft gesteld.

5.9.

Nu beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Groenendaal tot betaling aan [eiseres] van € 66,28 bruto aan inhouding loon wegens teveel opgenomen vakantiedagen;

6.2.

veroordeelt Groenendaal tot betaling aan [eiseres] van € 27,44 bruto aan teveel ingehouden loon voor wachtdagen;

6.3.

veroordeelt Groenendaal tot betaling aan [eiseres] van € 42,57 bruto aan te weinig uitbetaalde vakantietoeslag;

6.4.

veroordeelt Groenendaal tot betaling aan [eiseres] van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen vanaf de respectieve dagen dat die bedragen zijn verschuldigd;

6.5.

veroordeelt Groenendaal tot afgifte van een deugdelijke bruto-netto specificatie van de betaling aan [eiseres] binnen 14 dagen na de verzenddatum van het vonnis;

6.6.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

6.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.8.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en op 23 mei 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter