Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3808

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-05-2018
Datum publicatie
10-05-2018
Zaaknummer
6663748
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek van werkgever tot ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Wel sprake van verwijtbaar handelen door werknemer, maar niet zodanig dat van werkgever niet kan worden verwacht dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. Geen sprake van verstoorde arbeidsverhouding. Verzoek wedertewerkstelling toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0555
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr.: 6663748 \ AO VERZ 18-30

Uitspraakdatum: 4 mei 2018

Beschikking in de zaak van:

De stichting Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs,

gevestigd te Haarlem

verzoekende partij

verder te noemen: het Nova College

gemachtigde: mr. S.E.H. van Thoor

tegen

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. H. Oomen en mr. M.J. Folkeringa

1 Het procesverloop

1.1.

Het Nova College heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [werknemer] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 24 april 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft het Nova College bij brieven van 12, 16 en 19 april 2018 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] , geboren [in 1968] , is op 1 augustus 2014 in dienst getreden bij het Nova College als docent buitensport bij het CIOS. Het salaris bedraagt thans € 2.411,40 bruto per maand op basis van 0,6 fte, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO MBO van toepassing. Naast zijn dienstverband bij Nova is [werknemer] tevens werkzaam bij de brandweer [plaats 1] . [werknemer] is verder voorzitter van een vereniging [vereniging] van waaruit hij expedities organiseert.

2.2.

Bij het Nova College geldt een integriteitscode, waarin is opgenomen dat alle medewerkers zich op een manier gedragen waarin ze het Nova College niet benadelen en zichzelf niet bevoordelen en waarin ook iedere schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden.

2.3.

In de agenda van het teamoverleg van 22 augustus 2016 is als 1e punt opgenomen: ‘Geld derden (bijlage)’. In de bijlage met de titel ‘Inkomsten CIOS van derden’ staat: ‘Het is niet de bedoeling dat docenten of studenten eigen bankrekeningen gaan openen hiervoor. Ook een stichting starten is niet toegestaan. (…) In overleg met de accounthouder van de unit CIOS zijn wij tot de volgende procedure gekomen:

1. Alle projecten krijgen een project naam: (…)

2. De inkomsten worden overgemaakt naar de bankrekening van het Nova College

3. (…)

2.4.

Op 5 december 2017 moest [werknemer] in de ochtend een mountainbike les geven. [werknemer] had voor die dag mountainbikes gehuurd bij Step & Ko. [werknemer] is op 5 december 2017 niet bij Step & Ko geweest omdat hij werkzaamheden moest verrichten bij de brandweer. Een vierdejaars student, [student A] , heeft de les van [werknemer] overgenomen.

2.5.

Het Nova College heeft [werknemer] per WhatsApp bericht uitgenodigd voor een gesprek op 6 december 2017. In dit gesprek heeft het Nova College [werknemer] aangegeven dat er een vervolgbespreking zou komen met de directeur van de CIOS afdeling van het Nova College, [directeur] (hierna: [directeur] ).

2.6.

Op 18 december 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [werknemer] enerzijds en [directeur] , [opleidingsmanager] (Opleidingsmanager), [opleidingsmanager 2] (Opleidingsmanager) en [medewerker personeelszaken] (Personeelszaken) anderzijds. In dat gesprek is aan [werknemer] meegedeeld dat hij ontslagen zou worden. Aan het einde van dat gesprek is [werknemer] per direct geschorst.

2.7.

Bij e-mail van 21 december 2017 van 14:54 uur heeft [directeur] aan de collega’s van het Nova College geschreven: ‘(…) Ik heb besloten het dienstverband met collega [werknemer] te beëindigen. Er zijn zwaarwegende redenen m.b.t. het functioneren van betrokkene die ten grondslag liggen aan dit besluit. (…)

2.8.

Eveneens bij e-mail van 21 december 2017, van 20:53 uur, ontving [werknemer] het verslag van het gesprek van 18 december 2017. In dit verslag staat – voor zover van belang – het volgende: ‘(…) Op 5 december 2017 was [werknemer] werkzaam bij de brandweer terwijl hij ingeroosterd was om buitensportles (fietsen op de mountainbike) te geven. Op deze bewuste dag heeft [werknemer] zijn afwezigheid niet gecommuniceerd met zijn leidinggevende en heeft hij risico’s genomen door een vierdejaars CIOS student die niet bevoegd is, deze les te laten verzorgen. [werknemer] heeft al eerder toegegeven dat hij 5 december jl. werkzaam was bij de brandweer. In zijn opties was het mogelijk om deze les bij een stagiaire te beleggen. Het betrof een basisles. Doordat de firma Step en Co. navraag heeft gedaan bij [opleidingsmanager 2] naar [werknemer] zijn afwezigheid is men op de hoogte gebracht van de situatie. () [werknemer] geeft aan dat zijn keuze om niet vooraf te communiceren geen goede keuze is geweest. Hij biedt hiervoor zijn excuses aan. (…) Op basis van bovenstaande geeft [directeur] aan de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. (..) Gezien de ernst van de situatie zal op basis van de CAO de ordemaatregel worden toegepast. Dit betekent dat [werknemer] geschorst wordt. (..) Op de vraag van [werknemer] om de ordemaatregel niet toe te passen zal nadere beraadslaging moeten plaatsvinden. [directeur] benadrukt in zijn afronding dat deze beraadslaging plaatsvindt met inachtneming van het besluit om het dienstverband te beëindigen. (…) De vervolgafspraak zal vrijdag 22 december a.s. plaatsvinden. (..)’ Daarnaast staat in dit verslag dat de studentendossiers niet op orde zijn, dat [werknemer] geen BPV bezoeken aflegt en dat het examineren niet op orde is.

2.9.

Bij e-mail van 22 december 2017 heeft [werknemer] laten weten dat het verslag geen juiste weergave is van wat er besproken is, dat hij niet heeft ingestemd met beëindiging van het dienstverband, en dat hij de e-mail van [directeur] aan de collega’s kwalijk vindt. [werknemer] heeft bezwaar gemaakt tegen de non-actiefstelling en zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van werk. Hij heeft tevens laten weten dat hij nog inhoudelijk zal reageren.

2.10.

Op 28 december 2017 heeft het Nova College aan [werknemer] een concept vaststellingsovereenkomst gestuurd en het besluit van Nova College dat hij voor vier weken wordt geschorst.

2.11.

Begin januari 2018 heeft het Nova College aan de studenten van het vierde jaar hoofdkeuzevak Buitensport bericht dat ‘het CIOS heeft besloten het dienstverband met [werknemer] te beëindigen’.

2.12.

Bij brief van 10 januari 2018 heeft de gemachtigde van [werknemer] bezwaar gemaakt tegen de schorsing. [werknemer] heeft bij dezelfde brief inhoudelijk gereageerd op het gespreksverslag van 18 december 2017.

2.13.

Bij e-mail van 16 januari 2018 heeft het Nova College haar voornemen om de schorsing te verlengen kenbaar gemaakt, hetgeen bij e-mail van 18 januari 2018 is gebeurd. De commissie van Beroep mbo heeft het beroep van [werknemer] tegen het besluit tot schorsing en de verlenging daarvan op formele gronden gegrond verklaard.

2.14.

Op 30 januari 2018 heeft de gemachtigde van het Nova College [werknemer] bericht dat uit aanvullend onderzoek was gebleken dat [werknemer] een kamp zou hebben georganiseerd, waarbij hij met de slager een afspraak zou hebben gemaakt over de facturering van het vlees voor de barbecue.

2.15.

Bij e-mail van 7 februari 2018 heeft keurslager [keurslager] (hierna: [keurslager] ) aan het Nova College het volgende geschreven: ‘Wij hebben een rekening naar het Cios gestuurd van de bbq voor het kamp tweede jaars, georganiseerd door vierde jaars buitensport. Dit bedrag van 15 euro p.p. is een rieele prijs voor de bbq van 250 personen, verdeeld over 2 dagen. Wij wilden het voor een lager bedrag doen, namelijk de inkoopsprijs. De hr [werknemer] stelde voor om het hele bedrag in rekening te brengen (3750 incl btw) en een bedrag van 1750 te doneren aan het eindproject voor de klas van het vierde jaars Cios. Dus zo zijn alle gemaakte kosten en winst gedoneerd aan het eindproject. Wij vinden het project van het vierde jaar buitensport een geweldig project en wilden hier graag onze bijdrage aan leveren. Dit is onze verklaring en hier houden wij het bij. (…)

2.16.

In een factuur van 12 november 2017 aan [keurslager] heeft [werknemer] namens [vereniging] het volgende geschreven: ‘Onderwerp: donatie eindproject 4de jaars Buitensport 2018 (…) Onderstaand de gegevens met betrekking tot uw donatie voor het CIOS Buitensport 2018. Voor een transparant en verantwoord financieel beleid, kunt u het bedrag overmaken op de [vereniging] . Namens de gehele klas 4de jaars Buitensport danken wij u voor het vertrouwen in de organisatie. Het bedrag van € 1875,00 kunt u overmaken op onderstaande rekening (..)’ Kantonrechter: volgt bankrekening [vereniging] .

2.17.

Naar aanleiding van de mededeling van het Nova College aan de studenten dat ‘het CIOS heeft besloten het dienstverband met [werknemer] te beëindigen’ heeft een aantal studenten zich bij het Nova College gemeld met de mededeling dat zij op verzoek van [werknemer] een bedrag van € 500,00 hebben overgemaakt naar de rekening van [vereniging] .

2.18.

Als productie 11 heeft het Nova College overgelegd een ongedateerd bericht van [werknemer] aan de vierdejaarsstudenten, waarin staat geschreven: ‘Vrienden even een zakelijke mededeling. Ik heb nog even contact gehad met de contactpersoon die onze vluchten regelt. Alles kan voor een zeer gunstig tarief in orde gemaakt worden, maar dan moet er snel gehandeld worden. Maandag middag moet er een aanbetaling gedaan worden om de vluchten te blokken. Dus dit weekend moet de eerste betaling van e500,00 per persoon bijgeschreven staan op onderstaande rekening.

GEEN UITZONDERINGEN.

Dit is mijn expeditie vereniging waar een aparte post voor het eindproject op is aangemaakt. Dit is noodzakelijk om snel te kunnen handelen. Via de 3de gelden rekening CIOS gaat dat niet. Er is volledige transparantie naar jullie toe over inkomsten en uitgaven.

[vereniging]

NL12 (….)

2.19.

Op 19 januari 2018 heeft [directeur] aan de collega’s van het Nova College geschreven: ‘Op 21 december jl. zijn jullie geïnformeerd over de afwezigheid van jullie collega [werknemer] . In dit bericht is ten onrechte genoemd dat het CIOS besloten heeft het dienstverband met hem te beëindigen. [werknemer] is op dit moment afwezig wegens het ontstaan van een verschil van inzicht in de samenwerking. Er vindt op dit moment overleg plaats om tot een passende oplossing te komen (…).’ Een vergelijkbare rectificatie is naar de studenten gemaild.

2.20.

Op 15 februari 2018 heeft het Nova College het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend en heeft zij [werknemer] bericht dat hij voor de duur van de ontbindingsprocedure is geschorst.

3 Het verzoek

3.1.

Het Nova College verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden. Aan dit verzoek legt het Nova College primair ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd –verwijtbaar handelen van [werknemer] , dat zodanig is dat van het Nova College redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ter onderbouwing daarvan heeft het Nova College het volgende naar voren gebracht.

3.2.

[werknemer] heeft bij [keurslager] vlees besteld voor een barbecue voor de tweedejaarsstudenten van het CIOS buitenkamp. [keurslager] heeft voor deze barbecue aan het Nova College een factuur gestuurd van € 3.749,75 (15 euro per persoon). Volgens het Nova College heeft [keurslager] het volledige bedrag bij het Nova College in rekening gebracht en heeft [keurslager] , die bereid was de barbecue tegen kostprijs te verzorgen, op verzoek van [werknemer] een bedrag van € 1875,00 overgemaakt op de bankrekening van [vereniging] ten behoeve van het eindproject van de vierdejaarsstudenten. Hierdoor heeft [werknemer] het Nova College financieel benadeeld en heeft [werknemer] gehandeld in strijd met de integriteitscode en het beleid ten aanzien van de ontvangst van gelden van derden.

3.3.

[werknemer] heeft eveneens in strijd met het derdengeldrekeningbeleid en de integriteitscode vierdejaarsstudenten verzocht om met spoed € 500,00 over te maken naar de bankrekening van [vereniging] voor vliegtickets ten behoeve van het eindproject. Daarnaast was het Nova College ontstemd over de dwingende toon van de WhatsApp. Er bestond geen enkele aanleiding om betalingen via de vereniging van [werknemer] te laten verlopen; het Nova College heeft een account bij Key Travel, zodat spoedbetalingen ook via de derdengeldenrekening van het Nova College gedaan kunnen worden.

3.4.

Verder is [werknemer] op 5 december 2017 niet aanwezig geweest op een mountainbike les omdat hij moest werken voor de brandweer. [werknemer] heeft hij zich laten vervangen door een vierdejaarsstudent zonder lesbevoegdheid. Daarmee heeft [werknemer] onaanvaardbare risico’s genomen. [werknemer] heeft zijn afwezigheid op deze dag niet vooraf gemeld bij of besproken met zijn leidinggevende. Evenmin heeft [werknemer] verlof gevraagd voor deze dag. Uit verder onderzoek bij het bedrijf Step & Ko is gebleken dat [werknemer] op 27 september 2016 eveneens afwezig is geweest bij een les kanoën. Op 8 en 22 november 2016 heeft [werknemer] de mountainbike les aan een instructeur van Step &Ko overgelaten; [werknemer] fietste toen wel zelf mee. Bovendien heeft [werknemer] de instructeurskosten niet op de factuur gezet. In plaats daarvan heeft [werknemer] extra fietsen op de factuur laten zetten.

3.5.

Naar het oordeel van het Nova College rechtvaardigt het handelen van [werknemer] ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op de grond van verwijtbaar handelen, artikel 7:669 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek (BW). Subsidiair moet de arbeidsovereenkomst worden ontbonden op grond van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, artikel 7:669 lid 3 sub g BW. Het Nova College is het vertrouwen in [werknemer] als docent volledig kwijt, waardoor van het Nova College niet langer kan worden verwacht dat zij het dienstverband met [werknemer] voortzet.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[werknemer] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij voert daartoe – samengevat – het volgende aan. [werknemer] is een enthousiaste vakdocent en heeft het beste voor met zijn studenten. Hij wordt door zijn studenten positief beoordeeld. [werknemer] erkent dat hij minder goed is in de administratieve kant van zijn werkzaamheden en dat hij daar steken heeft laten vallen. [werknemer] heeft steeds vanuit zijn enthousiasme gehandeld.

4.2.

Met betrekking tot de factuur van de barbecue in september 2017 heeft [werknemer] erkend dat [keurslager] een bedrag van € 1.875,00 op de rekening van [vereniging] heeft overgemaakt in het kader van sponsoring van het eindproject van de vierdejaarsstudenten. Dit is echter niet, zoals het Nova College stelt, op verzoek van [werknemer] gebeurd. De zoon van [keurslager] , [student A] – vierdejaarsstudent Buitensport – heeft [werknemer] verteld dat zijn vader bereid was de barbecue tegen kostprijs te verzorgen en vervolgens een donatie te doen aan het eindproject. [werknemer] heeft hierbij geen vraagtekens gezet. Hij vond het een goede manier van het werven van sponsors.

4.3

[werknemer] erkent eveneens dat hij vierdejaarsstudenten heeft verzocht € 500,00 over te maken op de rekening van [vereniging] voor tickets ten behoeve van het eindproject. Deze rekening is gebruikt omdat vanaf die rekening sneller geld over gemaakt kan worden dan via de rekening van het Nova College. Het Nova College is bekend met het bestaan van deze rekening. [werknemer] benadrukt dat geen sprake is van zelfverrijking of ondoorzichtige constructies. De vierdejaarsstudenten weten precies welke bedragen er binnen gekomen zijn op de rekening en welke betalingen zijn gedaan. [werknemer] weet niet meer of hij op het teamoverleg van 22 augustus 2016 aanwezig is geweest. Het beleid van augustus 2016 ten aanzien van de derdengeldenrekening is aan de aandacht van [werknemer] ontsnapt.

4.4.

Ten aanzien van het incident op 5 december 2017 heeft [werknemer] erkend dat hij die dag niet aanwezig is geweest omdat hij werkzaamheden moest verrichten voor de brandweer. Omdat het een kennismakingles betrof aan tweedejaarsstudenten was van enige risicovolle activiteiten tijdens deze les geen sprake, waardoor [werknemer] heeft geoordeeld dat deze les kon worden verzorgd door zijn stagiaire, een vierdejaarsstudent Buitensport. Bovendien is het op het Nova College ook niet ongebruikelijk dat lessen worden waargenomen door vierdejaarsstudenten of dat lessen door externe instructeurs worden verzorgd. [werknemer] betwist dat hij op 27 september 2016 afwezig was. [werknemer] erkent dat er op 8 en 22 november 2016 instructeurs zijn meegefietst. Gelet op de samenstelling van de groep lag dat in de rede. Step & Ko heeft vervolgens gevraagd om de kosten van de instructeur buiten de factuur te houden; dat was niet op initiatief van [werknemer] .

4.5.

Volgens [werknemer] is geen sprake van verwijtbaar handelen van zijn kant. Het besluit tot het ontslag van [werknemer] was feitelijk al op 18 december 2017 genomen. Op die datum was het Nova College enkel bekend met het incident van 5 december 2017. Het Nova College is eerst later bekend geworden met de factuur van [keurslager] en de betalingen door de studenten op de rekening van [vereniging] . Volgens [werknemer] is sprake geweest van een incidentele onjuiste inschatting.

4.6.

Volgens [werknemer] is evenmin sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. [werknemer] kan prima overweg met zijn collega’s. En een goed gesprek zou de lucht zonder meer klaren. Het Nova College heeft [werknemer] op 18 december 2017 volledig overvallen met de mededeling dat hij geschorst zou worden en dat zijn ontslag in gang gezet zou worden. Het Nova College heeft niets gedaan om de arbeidsverhouding met [werknemer] te verbeteren. [werknemer] vindt de manier waarop het Nova College met hem omgesprongen is grievend en onnodig beschadigend. De schorsing is langdurig en diffamerend. Desondanks ziet [werknemer] geen bezwaren om terug te keren op de werkvloer.

4.7.

Voor het geval het verzoek van het Nova College wordt afgewezen, verzoekt [werknemer] wedertewerkstelling binnen 24 uur na betekening van de beschikking op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat het Nova College nalaat om aan deze veroordeling te voldoen.

4.8.

Voor het geval ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond wordt toegewezen verzoekt [werknemer] om toekenning van een billijke vergoeding en een transitievergoeding ter hoogte van € 3.273,00 en veroordeling van het Nova College in de kosten van de procedure.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door het Nova College in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.2.

Ten aanzien van het incident op 5 december 2017 had [werknemer] moeten overleggen met zijn leidinggevende. Hij had bespreekbaar moeten maken dat hij die dag geen les kon geven in verband met zijn werkzaamheden bij de brandweer en met zijn leidinggevende de optie van de vervanging door zijn stagiaire, de vierdejaarsstudent, moeten bespreken. Door dat niet te doen lijkt de indruk gewekt te worden dat [werknemer] aan het zicht van het Nova College heeft willen onttrekken dat hij die dag niet op zijn werk aanwezig was, terwijl hij geen verlof had aangevraagd. Het Nova College heeft er (terecht) een punt van gemaakt dat de vierdejaarsstudent geen lesbevoegdheid had; aan de andere kant heeft het Nova College onweersproken gelaten de stelling van [werknemer] dat het vaker gebeurde (en niet alleen bij hem) dat stagiaires lessen overnamen. De manier waarop [werknemer] op 5 december 2017 heeft geopereerd is minst genomen te kwalificeren als ‘behoorlijk onhandig’.

5.3.

De beschuldigingen die zien op gedragingen uit 2016 worden door [werknemer] betwist. De kantonrechter oordeelt dat deze beschuldigingen niet vast zijn komen te staan en overigens gedateerd zijn, zodat deze in de onderhavige beoordeling geen rol van betekenis spelen.

5.4.

Met betrekking tot de betalingen die [werknemer] heeft laten verrichten op de rekening van [vereniging] overweegt de kantonrechter als volgt. Uit de stukken blijkt dat het A-4 waarop in 2016 het beleid van het Nova College ten aanzien van gelden van derden is vastgelegd, bij de stukken ten behoeve van het teamoverleg in augustus 2016 naar het e-mailadres van [werknemer] zijn gestuurd. [werknemer] heeft ook niet betwist dat hij deze stukken heeft ontvangen. Niet vaststaat of [werknemer] bij de bespreking van dat stuk op het teamoverleg aanwezig is geweest. Er zijn geen notulen waaruit blijkt wie aanwezig waren en wat er is besproken. Helder is wel dat het beleid in augustus 2016 is gewijzigd. Niet betwist is dat betalingen voorheen via allerhande privérekeningen liepen, waaronder de rekening van [vereniging] .

5.5.

Onweersproken is dat het Nova College wist van het bestaan van de rekening van [vereniging] . Nergens uit blijkt dat het Nova College na het teamoverleg van 2016 ooit heeft gerefereerd aan dit overleg en [werknemer] erop heeft gewezen dat hij zich van nu af aan overeenkomstig dit nieuwe beleid moest gaan gedragen.

5.6.

Vaststaat dat [werknemer] met de betalingen op deze rekening niet het doel had zichzelf te verrijken; de betalingen vonden naar die rekening plaats omdat hij van mening was dat hij met die rekening ‘sneller kon schakelen’ dan met de derdengeldenrekening van het Nova College. Het Nova College betwist dat en heeft gesteld dat zij ook spoedbetalingen kan verrichten en heeft verricht.

5.7.

Wat daar ook van zij, de kantonrechter oordeelt dat [werknemer] minst genomen niet handig heeft geopereerd. [werknemer] had beter anders – overeenkomstig het beleid van het Nova College – kunnen handelen. Ook had [werknemer] ten aanzien van de factuur van [keurslager] overleg kunnen (en moeten) voeren met zijn leidinggevende. [werknemer] heeft zelf in zowel het verweerschrift als ter zitting aangegeven dat hij het beter anders had kunnen doen.

5.8.

De gedragingen van [werknemer] zijn verwijtbaar maar niet zodanig verwijtbaar dat van het Nova College in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat het om een gering aantal gedragingen gaat in een beperkte tijdsduur, dat [werknemer] op geen enkel moment de intentie heeft gehad om zichzelf te bevoordelen maar steeds het slagen van het ambitieuze eindproject voor ogen heeft gehad. Het Nova College heeft [werknemer] niet aangesproken op zijn gedragingen maar meteen aangestuurd op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, terwijl het op de weg van het Nova College had gelegen om met [werknemer] om de tafel te gaan zitten, haar kritiek te bespreken en met [werknemer] duidelijke en concrete afspraken te maken over wat er van hem werd verwacht.

5.9.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst evenmin ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Voor zover de arbeidsovereenkomst is verstoord, is dit in belangrijke mate te wijten aan de wijze waarop het Nova College na het incident van 5 december 2017 heeft geopereerd. Zij heeft [werknemer] direct geschorst en aan het docentenkorps en de studenten meegedeeld dat het dienstverband met [werknemer] zou worden beëindigd. Daarmee heeft het Nova College onnodig op de zaken vooruitgelopen en de verhoudingen op scherp gezet. Dat zij later rectificaties heeft gestuurd maakt het voorgaande niet anders. Niet gebleken is dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord is, zodat de arbeidsovereenkomst evenmin op deze grond zal worden ontbonden.

5.10.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van het Nova College zal afwijzen. De proceskosten komen voor rekening van het Nova College, omdat zij ongelijk krijgt. De proceskosten van [werknemer] zullen in dat geval worden vastgesteld op een bedrag van € 600,00 voor salaris van de gemachtigde van [werknemer] .

het tegenverzoek

5.11.

[werknemer] heeft bij afwijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van het Nova College verzocht om wedertewerkstelling in zijn functie. De kantonrechter overweegt dat die vordering door [werknemer] op grond van artikel 7:686a lid 3 BW kan worden ingediend in deze verzoekschriftprocedure, omdat het gaat om een vordering die voldoende verband houdt met het verzoek tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

5.12.

Het verzoek van [werknemer] zal, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, worden toegewezen. Dat het Nova College heeft betoogd dat de schorsing van [werknemer] eindigt op het moment dat de ontbindingsprocedure eindigt maakt dat niet anders. De kantonrechter zal aan de wedertewerkstelling een dwangsom verbinden zoals verzocht.

5.13.

De proceskosten komen voor rekening van het Nova College, omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

wijst de verzochte ontbinding af;

6.2.

veroordeelt het Nova College tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 600,00 (salaris gemachtigde);

6.3.

wijst het meer of anders verzochte af;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

het tegenverzoek

6.5.

veroordeelt het Nova College om [werknemer] binnen 24 uur na betekening van deze beschikking toe te laten tot de uitoefening van de bedongen arbeid op de gebruikelijke wijze, op straffe van een aan [werknemer] te verbeuren dwangsom van € 1.000,00 per dag of een gedeelte van een dag dat het Nova College nalaat aan deze veroordeling te voldoen;

6.6.

veroordeelt het Nova College tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op nihil;

6.7.

wijst het meer of anders verzochte af;

6.8.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en op 4 mei 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter