Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3740

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
14-05-2018
Zaaknummer
6595671 CV EXPL 18-412
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Vordering ontbinding/ontruiming afgewezen ondanks huurschuld van meer dan 3 maanden. Redelijkheid en billijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/137
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 6595671 \ CV EXPL 18-412

datum uitspraak: 9 mei 2018

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de stichting Stichting Ymere

te Amsterdam

eiseres

hierna te noemen Ymere

gemachtigde: M.O. de Boer

tegen

1 [gedaagde 1] (ingetrokken)
te [woonplaats]
hierna te noemen [gedaagde 1]

gemachtigde: mr. B. Parmentier

2. [gedaagde 2]

te [woonplaats]

hierna te noemen [gedaagde 2]

gemachtigde: mr. P.H. van Dijck

1 De procedure

1.1.Ymere heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gedagvaard op 12 januari 2018. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben ieder afzonderlijk schriftelijk geantwoord. Ymere heeft naar aanleiding van het verweer van [gedaagde 1] de procedure tegen haar ingetrokken en gepersisteerd bij haar vordering jegens [gedaagde 2] .

1.2.

Op 12 april 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde 2] huurt van Ymere de woonruimte aan [adres] tegen een maandelijkse huurprijs van € 524,65, bij vooruitbetaling te voldoen.

2.2.

[gedaagde 2] heeft ondanks aanmaningen niet alle huurpenningen voldaan. Per 12 januari 2018 had [gedaagde 2] een huurschuld van € 2.198,90.

2.3.

[gedaagde 2] heeft na dagvaarding diverse bedragen in mindering betaald op de huurschuld, waardoor deze tot en met april 2018 € 1.866,53 bedraagt.

3 De vordering

Ymere vordert (samengevat) ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woonruimte en veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling van € 1.866,53 aan huurachterstand tot en met april 2018 en € 479,14 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met rente en kosten. [gedaagde 2] houdt zich niet aan zijn betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst. Bovendien is hij de tussen partijen getroffen betalingsregeling in verband met een eerdere huurschuld niet correct nagekomen.

4 Het verweer

[gedaagde 2] heeft de huurachterstand van € 1.866,53 erkend. [gedaagde 2] voert verweer tegen de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte. Daartoe voert hij aan dat hij wegens ernstige gezondheidsproblemen en de daarmee gepaard gaande medische kosten, niet in staat was om aan de tussen partijen overeengekomen betalingsregeling te voldoen. Als gevolg van zijn ernstige ziekte en medische behandelingen raakte hij vervolgens zijn baan kwijt en kwam hij hierdoor nog verder in betalingsproblemen. Sinds januari 2018 heeft hij weer werk en een regelmatig inkomen, zodat hij zowel de lopende huur kan voldoen als ook de huurschuld kan inlopen. Ontbinding en ontruiming heeft voor [gedaagde 2] , gelet op zijn persoonlijke situatie, onredelijk grote gevolgen.

5 De beoordeling

5.1.

Nu de vordering jegens [gedaagde 1] is ingetrokken, ligt alleen de vordering jegens [gedaagde 2] ter beoordeling voor.

5.2.

[gedaagde 2] heeft de hoogte van de huurachterstand erkend, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente daarover.

Daarmee staat vast dat [gedaagde 2] een huurachterstand heeft van meer dan drie maanden huur, hetgeen in beginsel een ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De kantonrechter overweegt echter dat een deel van de huidige vordering betrekking heeft op een eerdere betalingsregeling, die door persoonlijke omstandigheden van [gedaagde 2] niet correct is nagekomen. Ter zitting heeft de gemachtigde van Ymere gesteld dat zij tot dagvaarden is overgegaan toen ook de maanden december 2017 en januari 2018 niet werden betaald. De kantonrechter stelt vast dat het feitelijk nu nog gaat om deze twee maanden huurachterstand en een deel aflossing op een eerdere betalingsregeling.

5.3.

Ondanks de door [gedaagde 2] geschetste ernstige gezondheidsproblemen en de financiële gevolgen daarvan, heeft [gedaagde 2] er alles aan gedaan om aan zijn verplichtingen jegens Ymere te kunnen voldoen. Zo heeft hij inmiddels een flink deel van de huurachterstand ingelopen en de lopende huur van februari tot en met april 2018 betaald. Ook heeft hij zich aangemeld voor gemeentelijke schuldhulpverlening, krijgt hij inmiddels hulp van Stichting Humanitas, heeft hij een cursus financieel beheer gevolgd, heeft hij weer werk gevonden en is hij daardoor in staat om weer aan zijn maandelijkse betalingsverplichtingen jegens Ymere te voldoen. Gelet op deze bijzondere omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de redelijkheid en billijkheid zich verzetten tegen de gevorderde ontbinding en ontruiming. Deze vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

5.4.

Ymere heeft € 479,14 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. [gedaagde 2] betwist deze verschuldigd te zijn. De kosten zijn terecht gemaakt nu Ymere zich genoodzaakt zag om [gedaagde 2] tot betaling te bewegen, toen hij zijn betalingsregeling niet correct was nagekomen. De kosten zijn conform het Besluit voor vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en op grond van de wet komen deze voor rekening van [gedaagde 2] . De vordering zal dan ook worden toegewezen. Eveneens zal de gevorderde wettelijke rente, waarvan de verschuldigdheid niet is betwist, worden toegewezen.

5.5.

[gedaagde 2] heeft ter zitting aangegeven dat hij samen met Stichting Humanitas een betalingsvoorstel zou willen doen. De gemachtigde van Ymere heeft zich ter zitting bereid verklaard om na vonniswijzing een redelijke betalingsregeling te treffen. [gedaagde 2] dient daartoe zo snel mogelijk contact met de gemachtigde van Ymere op te nemen.

5.6.

Nu beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren zoals hierna te melden.

6 Beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde 2] om aan Ymere te betalen € 2.345,67 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.866,53 vanaf 12 januari 2018 tot de dag van de volledige betaling;

6.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.