Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3709

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
15/820093-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren voor het medeplegen invoer cocaïne (meermalen gepleegd).

Verweer met betrekking tot bewijsuitsluiting verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/820093-17 (P)

Uitspraakdatum: 12 april 2018

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 mei 2017 en 29 maart 2018 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op 01 augustus 1979 te Paramaribo (Suriname),

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. T.M. Fikkers, en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.H. Tiemens, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 14 februari 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te Paramaribo, althans in Suriname en/of in/op Curaçao, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, eenmaal of meermalen (telkens),

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) heeft gebracht,

(de onder andere onder - de al dan niet reeds veroordeelde ((drugs)koeriers)

- [medeverdachte 1] (820581-16) en/of [medeverdachte 2] (820544-16) en/of [medeverdachte 3] (820545-16) en/of [medeverdachte 4] (820575-16) en/of [medeverdachte 5] (820471-16) aangetroffen)

(een of meerdere) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

EN/OF

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 14 februari 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te Paramaribo, althans in Suriname en/of in/op Curaçao, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, eenmaal of meermalen (telkens),

om een of meer feit(en), bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet) brengen van

(de onder andere onder — de al dan niet reeds veroordeelde ((drugs)koeriers) - [medeverdachte 1]

(820581-16) en/of [medeverdachte 2] (820544-16) en/of [medeverdachte 3] (820545-16) en/of [medeverdachte 4]

(820575-16) en/of [medeverdachte 5] (820471-16) aangetroffen (grote) hoeveelhe(i)d(en)

(althans)) (een of meer) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of zich en/of een ander of anderen (daartoe) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft verschaft immers, heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), een of meermalen (telkens):

- ( telefonische) contacten met (een of meer) organisator(en), leverancier(s) en/of koper(s) en/of afnemer(s) en/of transporteurs en/of (een) (andere) tussenperso(o)n(en) en/of mededader(s) in de handel van verdovende middelen gelegd en/of onderhouden, en/of;

- ( een) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) geworven en/of voorbereid en/of voorzien van en/of bereid gevonden om met (cocaïne gevulde) (niet eigen) bagage vanuit Suriname naar Schiphol, Nederland te reizen en/of om (cocaïne gevulde) (niet eigen) bagage van de bagageband in Nederland te pakken en daarmee de Douane te passeren , en/of;

- ( die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) (doen) voorzien van (een) vliegticket(s) en/of (een)

reisdocument(en) en/of (een) telefoon(s) en/of (hand)geld en/of onderkomen/huisvesting in Suriname en/of Nederland en/of (informatie over) (een) (met cocaïne gevulde) koffer(s) en/of rei(s)(zen) en/of transport(en), en/of;

- ( de bagage van en/of) (die) perso(o)n(en)f(drugs)koerier(s) gefotografeerd, en/of om (die/dergelijke) foto(’s) van (de bagage van en/of) (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) gevraagd, en/of (die/dergelijke) foto(’s) en/of reisinformatie van/over (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerîer(s) doorgestuurd aan en/of ontvangen van (een) mededader(s),

en/of;

- ( een) instructie(s) en/of suggestie(s) aan (een) mededader(s) gegeven over het uithalen van (drugs uit) (een) koffer(s) en/of over het verdere vervoer/verblijf/te regelen onderdak voor die perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s), en/of;

- ( die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) op Schiphol en/of het vliegveld in Suriname afgezet, en/of telefonische contact(en) met (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) gelegd en/of gehad en/of onderhouden, en/of;

- zich (met een auto) naar Schiphol begeven om ((delen van) de bagage van) een of meer van (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) op te halen, en/of zich op Schiphol als snorder/taxichauffeur voorgedaan, en/of (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) opgewacht, en/of met hem/haar/hen contact gemaakt en/of gezocht en/of proberen te zoeken (met het doel om (de bagage van) (die) perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) met die auto van Schiphol weg te brengen), en/of;

- de (inhoud van die) bagage van die perso(o)n(en)/(drugs)koerier(s) overgenomen.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2

Standpunt van de verdediging

Bewijsuitsluiting

Onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 4 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:584) heeft de raadsvrouw bepleit dat het onderzoek aan de mobiele telefoon van het merk Samsung GT-N7100 Galaxy die onder verdachte in beslag is genomen, onrechtmatig is geweest. De telefoon en de bijbehorende sim-kaart zijn, zoals uit het dossier blijkt, uitgelezen middels UFED forensische software, waarbij de inhoud van de telefoon volledig is onderzocht. Daarmee is een compleet beeld verkregen van aspecten van het persoonlijk leven van verdachte, inclusief zijn contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto’s. Aldus is sprake van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte en is, in het licht van artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van Mens (EVRM), sprake van een geval waarbij de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer dusdanig ingrijpend is, dat op voorhand had moeten worden voorzien dat het onderzoek onder toezicht van de officier van justitie en zelfs door de rechter-commissaris had moeten worden uitgevoerd.

Nu voor het onderzoek aan de telefoon van verdachte geen machtiging van de officier van justitie dan wel de rechter-commissaris is verstrekt, is volgens de raadsvrouw sprake van een vormverzuim ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), dat – gelet op artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 EVRM – gezien de enorme inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte tot gevolg heeft dat ook artikel 6 EVRM (het recht op een eerlijk proces) is geschonden De raadsvrouw heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat al het bewijs dat door middel van het uitlezen van deze mobiele telefoon is verkregen, moet worden uitgesloten van het bewijs. Daarnaast heeft de raadsvrouw nog aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 5] uitgesloten moet worden van het bewijs nu hij tegenstrijdig en op punten in strijd met de waarheid heeft verklaard en daarmee als onbetrouwbaar moet worden bestempeld.

3.3

Reactie van de officier van justitie op het verweer tot bewijsuitsluiting.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een schending van artikel 6 EVRM, omdat de schade die verdachte stelt te hebben geleden, op geen enkele wijze is onderbouwd. Bovendien stelt hij dat – wanneer ten tijde van de inbeslagname en het onderzoek aan de telefoon deze jurisprudentie van de Hoge Raad al bekend zou zijn geweest – hij daartoe toestemming zou hebben gegeven.

3.4.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsuitsluiting

De rechtbank is van oordeel dat, nu de inhoud van de telefoon volledig door middel van forensische software is doorzocht, er sprake is geweest van een dermate verstrekkend onderzoek, dat daarvoor blijkens de door de raadsvrouw genoemde jurisprudentie van de Hoge Raad mogelijk rechterlijke toetsing en in ieder geval tussenkomst van een officier van justitie vereist was. Vast staat dat een rechterlijke machtiging niet heeft plaatsgevonden en evenmin blijkt van toestemming door een officier van justitie. Wel heeft de officier van justitie in dit kader ter terechtzitting aangegeven dat hij toestemming zou hebben gegeven voor het uitlezen van de telefoon als voornoemde jurisprudentie op dat moment reeds bestond..

De rechtbank overweegt dat bij het ontbreken van een wettelijke legitimatie voor het volledig uitlezen van de telefoon, zij de vraag of dit in dit geval moet leiden tot enig rechtsgevolg, ontkennend beantwoordt. De rechtbank houdt daarbij rekening met de in artikel 359a Sv genoemde factoren, te weten het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, kan daarbij niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang, zodat een eventuele schending van dit belang door een vormverzuim geen nadeel oplevert in voormelde zin.

Hoewel de verdachte mogelijk kan zijn getroffen in het belang dat het geschonden voorschrift dient, namelijk bescherming van zijn privé leven als de gebruiker van de telefoon, is de rechtbank van oordeel dat deze inbreuk dan niet zo ingrijpend is geweest dat om die reden zou moeten worden overgegaan tot bewijsuitsluiting. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de gegevens uit de telefoon, waarover de Koninklijke marechaussee (KMar) heeft gerelateerd, betrekking hebben op verdachtes mogelijke betrokkenheid bij het meermalen medeplegen van invoer van cocaïne. In het dossier zijn geen aanwijzingen, en door de verdachte en zijn raadsvrouw is dit bovendien niet voldoende gesteld, dat een verdere inbreuk heeft plaatsgevonden op het privéleven van verdachte. Ook overigens is namens verdachte niet onderbouwd welk nadeel hij, anders dan de ontdekking van mogelijk belastende gegevens, heeft gehad. Hierdoor is niet gebleken van enig rechtens te respecteren nadeel dat verdachte van de gestelde schending zou hebben ondervonden. Tenslotte stelt de rechtbank vast dat ook niet is gebleken dat door het van de kant van de verdediging gestelde vormverzuim een inbreuk is gemaakt op verdachtes recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het EVRM.

Gelet op het voorgaande slaagt het verweer van de raadsvrouw dan ook niet.

3.5.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Vaststelling identiteit verdachte [medeverdachte 6]

Bevindingen

Uit de analyse van de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon van het merk Samsung Galaxy, komt naar voren dat vanaf 20 mei 2016 tot en met de dag van [verdachte] aanhouding op 19 september 2016, er nagenoeg dagelijks meerdere malen contact is via whats-app tussen de contactpersoon [bijnaam B], telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 6], en de contactpersoon [bijnaam H].

In de whats-app is tevens te zien dat [bijnaam B] [bijnaam H] vaak broer noemt en dat [bijnaam H] [bijnaam B] weer regelmatig [bijnaam BR] noemt. Aan het contact [bijnaam B] is een profielfoto gekoppeld (van een negroïde man met een zonnebril).

Daarnaast is bij [verdachte] een telefoon van het merk Samsung Galaxy Grand Neo Plus in beslag genomen. Uit analyse van deze telefoon valt op te maken dat deze in de periode vanaf 26 december 2016 tot en met 1 februari 2017 dagelijks contact heeft via whats-app tussen de contactnaam [bijnaam BR] en de contactnaam [bijnaam H].2

[verdachte] heeft ter terechtzitting op 29 maart 2018 verklaard dat hij de gebruiker is van de accountnaam [bijnaam H].3 Voornoemde whats-app profielfoto is door twee documentdeskundigen van de Koninklijke Marechaussee (KMar) vergeleken met een foto op een scan van een deel van een aanvraagformulier voor een Nederlands reisdocument op naam van [medeverdachte 6]4. Gelet op de overeenkomsten van het gelaat op beide foto’s trekken deze documentdeskundigen de conclusie dat de personen op de twee verschillende afdrukken van de gelaatsfoto’s één en dezelfde persoon moeten zijn.5

Op 4 oktober 2017 heeft [medeverdachte 6] tijdens zijn verhoor bij de KMar verklaard dat hij vaak op het adres van zijn nichtje, [betrokkene 1], in Amsterdam logeert. Tijdens de raadkamerbehandeling van de zaak van [medeverdachte 6] op 18 oktober 2017 in het kader van de vordering gevangenhouding, heeft zijn toenmalige raadsman, mr. B.R. Koenders, tevens aangegeven dat [medeverdachte 6] bij [betrokkene 1] op het [adres betrokkene 1] kan verblijven. Ter zitting is vervolgens een handgeschreven briefje op naam van [betrokkene 1] overhandigd waarin zij verklaart dat [medeverdachte 6] gedurende het proces bij haar kan verblijven. Uit onderzoek naar het telefoonnummer in gebruik bij [betrokkene 1] (nummer [telefoonnummer betrokkene 1]) komt naar voren dat dit nummer in de periode van 22 maart 2016 tot en met 8 mei 2017 zeven keer contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 6] ([bijnaam B]) en in de periode 14 november 2016 tot en met 8 mei 2017 één keer met het nummer [telefoonnummer verdachte] ([bijnaam BR]). Zowel het nummer [telefoonnummer medeverdachte 6] als nummer [telefoonnummer verdachte] zijn (whats-app) contacten in de telefoon van verdachte [verdachte]. Het nummer [telefoonnummer medeverdachte 6] staat in de telefoon opgeslagen onder de naam “[bijnaam B]” Het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] staat opgeslagen onder de naam “[bijnaam BR]”.6

Op 8 januari 2017 vindt er tussen [bijnaam BR] en [bijnaam H] een whats-app gesprek plaats waarin wordt gesproken over het adres gelegen aan de [oud adres medeverdachte 6]. Uit bevraging in de Basisregistratie Personen komt naar voren dat [medeverdachte 6] twee maal op dit adres ingeschreven heeft gestaan. Inmiddels is [medeverdachte 6] geëmigreerd naar Paramaribo, Suriname.

In de periode van 11 januari 2017 tot en met 12 januari 2017 vindt er tussen [bijnaam BR] en [bijnaam H] een whatsapp gesprek plaats waarin op 11 januari 2017 [bijnaam BR] tegen [bijnaam H] zegt dat hij hem morgen ziet. Op 12 januari 2017 laat [bijnaam BR] aan [bijnaam H] weten: “Was moe 7 u geland”. Uit onderzoek naar de passagierslijsten van de KLM is gebleken dat op 18 augustus 2016 en op 11 januari 2017 [medeverdachte 6] aan boord van de KL0713 respectievelijk de KL0736 zat. De vlucht KL0736 had als tijdstip van landen 06.56 uur. 7 Het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 6] van [bijnaam B] heeft op 18 augustus 2016 een aantal malen telefonisch contact vanaf Schiphol, waarvan het laatste contact 11.22 uur is geweest. Hierna zijn er geen telefonische contacten meer zichtbaar. Gebleken is dat de KL0713 op 18 augustus 2016 te 11.25 uur is vertrokken vanaf Schiphol.8

Overwegingen

Gelet op het door de verdediging van [medeverdachte 6] ingebrachte onderzoeksrapport van 7 november 2017, waarbij de bevindingen van de documentdeskundigen ter discussie zijn gesteld, overweegt de rechtbank dat de herkenning in dit rapport niet zo stellig is als in het hiervoor genoemde proces-verbaal van de ID-desk van de KMar. Het onderzoeksrapport levert echter geen contra indicatie op dat de twee personen op de betreffende foto’s niet dezelfde personen zouden kunnen zijn. De rechtbank zal dit proces-verbaal van herkenning, in samenhang met de overige hiervoor opgesomde bewijsmiddelen, daarom wel voor het bewijs bezigen.

Conclusie

Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 6] de gebruiker is van telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 6] en het daaraan gekoppelde whats-app accountnaam “[bijnaam B]” en dat hij de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] en de daaraan gekoppelde whats-app accountnaam “[bijnaam BR]”.

Zaaksdossier C1

Op 4 september 2016 is [medeverdachte 2] met een aantal familieleden, waaronder [medeverdachte 3], vanuit Suriname aangekomen op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. Tijdens een douanecontrole werden in een op haar naam staande witte koffer van het merk Princess meerdere zakjes bonbons aangetroffen. Na het openen van één van de zakjes werd een bonbon doormidden gesneden, waarbij een witte substantie werd waargenomen. Bij het testen van deze witte substantie met een MMC-cocaïnetest trad een positief resultaat op. In de zwart/witte koffer van het merk Atlantica werden vervolgens pakjes met koekjes en een apart pakket aangetroffen. Bij deze controle gaf [medeverdachte 2] ongevraagd aan dat zij naast haar eigen witte Princess koffer twee koffers van de bagageband heeft afgehaald die niet op haar naam stonden, namelijk de zwart/witte koffer van het merk Atlantica en een zwarte koffer van het merk Samsonite.9 Voordat de twee koffers van haar kleindochter, [medeverdachte 3], aan een controle werden onderworpen werd [medeverdachte 3] emotioneel en zei: “Oma heeft mij gevraagd of ik chocolaatjes voor haar wilde meenemen omdat haar eigen koffers te vol zaten. Ik heb meerdere spulletjes van haar gekregen en in mijn beide koffers gestopt. De blauwe staat op naam van mijn zoontje.” In beide koffers van [medeverdachte 3], een paarse en een blauwe, werden meerdere pakketjes etenswaren aangetroffen met daarin een witkleurig substantie. Bij het testen van de witte substantie met een MMC-cocaïnetest trad een positief resultaat op. In de koffer van het merk Samsonite werden plastic zakken aangetroffen met daarin etenswaren.10

Het nettogewicht van de in de koffer van het merk Princess op naam van [medeverdachte 2] aangetroffen -9- pakketten bevindende witte stof bedroeg 3.422,5 gram. Representatieve monsters van de witte stof in deze pakketten zijn ter analyse verzonden naar het Douane Laboratorium in Amsterdam.11 Uit onderzoek van dit laboratorium is gebleken dat dit opgestuurde onderzoeksmateriaal telkens cocaïne bevat.12

Het nettogewicht van de in de blauwe en paarse koffers op naam van [medeverdachte 3] aangetroffen -8- pakketten bevindende witte stof bedroeg 3.209,5 gram. Representatieve monsters van de witte stof in deze pakketten zijn ter analyse verzonden naar het Douane Laboratorium in Amsterdam.13 Uit onderzoek van dit laboratorium is gebleken dat het opgestuurde onderzoeksmateriaal telkens cocaïne bevat.14

Tijdens de aanhouding van [verdachte] d.d. 19 september 2016 werd een Samsung mobiele telefoon aangetroffen. Uit de analyse van de gesprekken in de telefoon is naar voren gekomen dat [bijnaam H] en [bijnaam B] in de periode van 3 september 2016 tot en met 6 september 2016 via de whatsapp regelmatig contact met elkaar hebben, waarin onder meer wordt gesproken over foto’s. Deze whats-app gesprekken verliepen als volgt:

Datum, Tijd (UTC+2)

Soort

Wederpartij

Inhoud

03-09-2016 17:41:35 t/m 17:41:40

ontvangen

[bijnaam B]

"Morgen [bijnaam BR]'' "Stuur foto’s"

03-09-2016 17:43:36 t/m 17:45:22

ontvangen

[bijnaam B]

"Ok" "Is goed. Voor jou altijd."

03-09-2016 17:45:55 t/m 17:46:03

verzonden

[bijnaam B]

"Scootv gaat ook gaan d" "Ge" "Geel"

03-09-2016 17:26:28 t/m 17:46:36

verzonden

[bijnaam B]

"Ok geen probleem." "Dan zie ik hem daar''

03-09-2016 17:46:36

ontvangen

[bijnaam B]

"Daarna moet hij je die dingen geven"

03-09-2016 17:49:56

verzonden

[bijnaam B]

"Ok. [bijnaam BR]"

03-09-2016 22:50:51 t/m 22:51:11

ontvangen

[bijnaam B]

"[bijnaam BR]" "Heb foto’s" "Zo" "Manting"

"Zal je kijke" "Gaat laat weg" ''Toch geel"

03-09-2016 22:51:18

verzonden

[bijnaam B]

"Ok geen probleem"

03-09-2016 22:51:26 t/m 22:51:31

ontvangen

[bijnaam B]

"Oké jij check" ''Tijd wel toch"

03-09-2016 22:51:37 t/m 22:52:14

verzonden

[bijnaam B]

"Stuur ze wanneer je t heb" "Ja heb al gekeken" "Maar check manting weer'' "Alleen kijken toch"

03-09-2016 22:52:26 t/m 22:52:34

ontvangen

[bijnaam B]

"Ai daar petten" "Je hoort waar''

03-09-2016 22:52:46

verzonden

[bijnaam B]

"Ok"

04-09-2016

Datum, Tijd (UTC+2)

Soort

Wederpartij

Inhoud

04-09-2016 6:07:39 t/m 6:28:33

verzonden

[bijnaam B]

"Ok seti" 'Waar moet ik ze petten."

04-09-2016 13:44:57 t/m 13:45:08

ontvangen

[bijnaam B]

"Scooty overleggen" "Hij weet" "Hoelaat" "Komt het"

04-09-2016 13:45:23 t/m 13:46:18

verzonden

[bijnaam B]

"Is er al" "Scooty weet niets" "Hij zou zelf niet hier komen" "Ik heb hem gezegd"

04-09-2016 13:46:41 t/m 13:47:20

ontvangen

[bijnaam B]

"Doe brada zou zeker laaste moment" "Bellen" "Kijk dat ze bijde dingen bij ze hebben hoor''

04-09-2016 13:47:43 t/m 13:48:08

verzonden

[bijnaam B]

"Ok" "[bijnaam medeverdachte 4] heeft geen begeleiding toch?"

04-09-2016 13:49:06 t/rn 13:49:17

ontvangen

[bijnaam B]

"No niet dat ik weet" 'Waarom"

04-09-2016 13:50:14 t/m 13:59:54

verzonden

[bijnaam B]

"Ok" "Bijna leeg hier hoor''

04-09-2016 14:03:47 t/m 14:03:51

ontvangen

[bijnaam B]

"Dus nog niets" "is wel lang man"

04-09-2016 14:06:56

verzonden

[bijnaam B]

"Jaa"

04-09-2016 14:07:06 t/m 14:07:13

ontvangen

[bijnaam B]

"Maar zijn in grote" "Ploeg"

"Dus niemand komt"

04-09-2016 14:14:22 t/m 14:14:34

verzonden

[bijnaam B]

"Er komen geen mensen uit su meer" "Moet ik nog ff wachten?"

04-09-2016 14:15:58 t/m 14:16:12

ontvangen

[bijnaam B]

"Sang" "Wat is dit man" "

Maar was ie optiid no"

04-09-2016 14:16:29

verzonden

[bijnaam B]

"Ja ik was op tijd"

04-09-2016 14:17:28

ontvangen

[bijnaam B]_

"Dus niemand meer komt''

04-09-2016 14:19:07

verzonden

[bijnaam B]

"Nee man"

04-09-2016 14:20:29 t/m 14:31:07

ontvangen

[bijnaam B]

"Ze waren7 persoon zo" "Heel raar'' "[bijnaam BR]"

04-09-2016 14:32:10 t/m 14:32:15

verzonden

[bijnaam B]

"Nee man heb geen enkele ploeg gezien" "Ai heel raar''

04-09-2016 14:33:22 t/m 14:33:28

ontvangen

[bijnaam B]

"Maar nupas zegt hij me ook hou niet van ploeg" "Dalijk 1 verpest alels"

04-09-2016 14:34:06

verzonden

[bijnaam B]

"Ok"

04-09-2016 14:34:14

uitgaand

[bijnaam B]

Outgoing call

04-09-2016 20:52:06

verzonden

[bijnaam B]

"[bijnaam BR]"

In voornoemde telefoon zijn tevens afbeeldingen aangetroffen van etenswaren, gelijkend op de etenswaren die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij zich hadden.

Ook zijn foto’s aangetroffen waarop dezelfde koffers te zien zijn waarin de verdovende middelen zijn gevonden die verdachten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met zich voerden, alsmede foto’s waarop [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] te zien zijn. Zij droegen op deze foto’s dezelfde kleding als op het moment dat ze zijn aangehouden. Op 4 september 2016 tussen 5:22:51 en 5:23:33 uur ontving [bijnaam H] van [bijnaam B] op de whatsapp deze 5 foto’s van deze koffers en verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].15

Zaaksdossier C2

Op 18 september 2016 om 09.30 uur werd [medeverdachte 4], komende van vlucht KL0714 vanuit Paramaribo (Suriname) op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, aangehouden.16 In haar grijze koffer van het merk Monsca was een zakje ‘noodles’ opgeborgen en na controle werd daarin een pakket aangetroffen met daarin een witte substantie die een sterk chemische lucht afgaf. Bij het testen van de witte substantie uit dit pakket met een MMC-testset trad een positieve kleurreactie op, zodat het vermoeden ontstond dat het cocaïne zou kunnen zijn.17

Uiteindelijk werden in de koffer 14 pakketten verpakt in zakjes etenswaar aangetroffen met daarin een witte stof die qua kleur en samenstelling leek op cocaïne. Het nettogewicht van de in de pakketten bevindende witte stof bedroeg 6.903,1 gram. Veertien monsters van de witte stof in deze pakketten zijn ter analyse verzonden naar het Douane Laboratorium in Amsterdam.18 Uit onderzoek aldaar is gebleken dat het opgestuurde onderzoeksmateriaal telkens cocaïne bevatte.19 Getuige [medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat [medeverdachte 4] en haar oma bewust bezig waren met de smokkel van verdovende middelen.20

Op camerabeelden is gezien dat [verdachte] op 18 september 2016 om 07.48 uur over Plaza Shopping Center Schiphol loopt in de richting van de informatiebalie van Aankomsthal 3. Vervolgens is te zien dat [verdachte] in Aankomsthal 4 loopt en positie inneemt achter het aldaar gesitueerde dranghekje bij de schuifdeuren. [verdachte] houdt zich vervolgens steeds enkele minuten op op verschillende locaties nabij de schuifdeuren in Aankomsthal 4.

Om 09:34 uur is te zien dat [verdachte] wederom positie inneemt ter hoogte van het dranghek voor de uitgang van Aankomsthal 4. Uit Whatsapp-chatgesprekken van de onder [verdachte] in beslaggenomen mobiele telefoon, betreffende de Samsung Note 2, telefoonnummer [telefoonnummer verdachte], met als contact naam [bijnaam H], is gebleken dat [verdachte] een chatgesprek had met contact [bijnaam B] en contact [betrokkene 2]. [verdachte] heeft van [bijnaam B], via een chatgesprek, een foto alsmede een filmpje ontvangen waarop [medeverdachte 4] te zien is op de dag van haar aanhouding. Dat dit beeldmateriaal is gemaakt op 18 september 2016 blijkt uit het feit dat zij op dat moment werd begeleid door een collega in burger, die zowel op de foto als op het filmpje staat afgebeeld. Dezelfde foto alsmede het filmpje heeft [verdachte] op zijn beurt via een chatgesprek gedeeld met zijn contact [betrokkene 2]. In het chatgesprek met [betrokkene 2] werd het volgende gezegd door contact [betrokkene 2] tegen [verdachte]; “Het heeft echt wreed een haartje gescheeld” en “Je was echt heeeel dichtbij”. [verdachte] stelt tevens in dit chatgesprek dat degene die het filmpje gemaakt heeft, recht achter hem stond.

Om 09:38:11 uur is op de beelden te zien dat een verbalisant van het Drugs Team Schiphol van de KMar in burger de aangehouden [medeverdachte 4] voortduwt in een rolstoel. Op dat moment brengt de man met de rastaharen zijn hand omhoog. [verdachte] staat op dat moment enkele meters voor de man met de rastaharen. Voornoemde verbalisant in burger slaat rechts af in de richting van de spandoekenautomaat in Aankomsthal 4. De man met de rastaharen richt op dat zelfde moment zijn hand op [medeverdachte 4] en beweegt zijn arm mee in de richting van de collega in burger en [medeverdachte 4] tijdens hun verplaatsing door Aankomsthal 4.

De foto en het filmpje, aangetroffen op de mobiele telefoon van [verdachte], zijn genomen vanuit dezelfde hoek als de locatie waar de man met de rastaharen zich ophield op het moment dat de verbalisant in burger en [medeverdachte 4] in Aankomsthal 4 arriveren. [verdachte] geeft tijdens zijn chatgesprek met contact [betrokkene 2] aan dat degene die het filmpje heeft gemaakt recht achter hem stond.

Op de camerabeelden is te zien dat de man met de rastaharen op dat moment enkele meters achter [verdachte] stond.

Op de snapshot van het filmpje is exact dezelfde pilaar te zien waar de man met de rastaharen tegenaan geleund stond. Nadat [medeverdachte 4] is afgevoerd, verlaten [verdachte] en de man met de rastaharen, separaat van elkaar de luchthaven via dezelfde route als ze gekomen zijn.21

In de chatsessie in de periode van 18 september 2016 tot en met 19 september 2016 tussen [bijnaam B] en [bijnaam H] worden op 18 september 2016 de volgende berichten, vlak na de aankomst van [medeverdachte 4] uit Suriname op Schiphol, gestuurd:

Van [bijnaam H] aan [bijnaam B]:

09:39 uur “[bijnaam medeverdachte 4] is er”

Van [bijnaam B] aan [bijnaam H]:

09:46 uur: “Oke top”

09:56 uur. “pet [bijnaam medeverdachte 4] thuis pak alles behalve kleren”

“kijk goed”

“paar zijn “los”

09:57 uur “ later krijgt ze der pap”

“Of pak hele kof weg”

Op 18 september 2016 om 12:08 uur stuurt [bijnaam H] aan [bijnaam B]: “Ik ben hier bij [bijnaam medeverdachte 4]. Ze zeggen dat borgoe [bijnaam medeverdachte 4] heeft genomen hoor.”

Om 22:06 uur stuurt [bijnaam B] aan [bijnaam H]:

“Is pijnlijk”

“Was zo blij”

“Toen je me zij ze is er”

Hierop antwoordt [bijnaam H] aan [bijnaam B]:”Broer ik voel t ook. Toen ik daar was en ik hoorde dat [bijnaam medeverdachte 4] gepakt was, ik heb bijna gehuild. Dan zeg ik je veel.”

In de telefoon van [verdachte] is tevens een foto van een notitie aangetroffen met daarop een naam, telefoonnummer en een adres geschreven. De naam die onder andere op deze notitie staat weergegeven is de naam Eline, welke overeenkomt met de naam van [medeverdachte 4]. Ook het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 4], aangetroffen bij [medeverdachte 4] tijdens haar aanhouding, komt overeen met het telefoonnummer dat op de notitie staat weergegeven. Het adres op de notitie, [adres medeverdachte 4] is het adres waar [medeverdachte 4] staat ingeschreven bij de gemeentelijke basis administratie.

Daarnaast is in de telefoon een foto aangetroffen waarop onder meer een tweetal periodes staan weergegeven, alsmede onder meer “vorige ticket 700” en “handgeld 500”. .

Deze reisperiodes komen overeen met de data waarop [medeverdachte 4] vanuit Amsterdam naar Paramaribo en vanuit Paramaribo naar Amsterdam is gereisd, namelijk 23 augustus 2016 en 17 september 2016.22

Het communicatienummer [telefoonnummer medeverdachte 4], in gebruik bij [medeverdachte 4], heeft in de periode van 6 augustus 2016 tot en met 29 augustus 2016 88 keer contact gehad met het communicatienummer [telefoonnummer verdachte] in gebruik bij [verdachte]. Ook het nummer [telefoonnummer medeverdachte 4], in gebruik bij [medeverdachte 4], heeft in de periode 25 augustus 2016 tot en met 29 augustus 2016 20 keer contact gehad met het nummer +[telefoonnummer verdachte] in gebruik bij [verdachte].23

Zaaksdossier C3

Op 19 september 2016 ontving Douane Schiphol Passagiers op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een MMA-melding dat er op de binnenkomende vlucht van Surinam Airways met vluchtnummer PY 994 twee koffers aanwezig zijn met vermoedelijk verdovende middelen. Het zou mogelijk gaan om handbagage die als bagage was ingecheckt, zogenaamde “limited release bagage”. De limited release bagage werd gelost op bagageband 19A in bagagekelder West van terminal 3. Rijkspeurhond Mylo vertoonde verhoogde interesse in een zwart gestreepte rolkoffer, hetgeen zou kunnen inhouden dat er verdovende middelen in de koffer aanwezig zijn. Aan de koffer bevond zich een bagagelabel op naam gesteld van [betrokkene 3]. In de koffer werden diverse zakken met etenswaren aangetroffen, die massief aanvoelden. Vervolgens is met een fretboortje een opening gemaakt in een pakket met gedroogde vis. Bij het terugtrekken van het boortje bleef een witte substantie achter waarna het pakket werd geopend. Onder een laag visstukjes werd een crèmekleurig pakket aangetroffen. Hierop is besloten om de pakketten met vermoedelijk verdovende middelen te vervangen door drie zogenaamde neppakketten en een pak printpapier. De koffer werd vervolgens op bagageband 19A geplaatst om de bij de koffer behorende passagier te kunnen onderkennen.24 Nadat de zwart gestreepte rolkoffer op bagageband 19 was verschenen, werd deze er vanaf gehaald door een manspersoon met rastaharen die later [medeverdachte 1] blijkt te zijn. [medeverdachte 1] plaatste de zwart gestreepte rolkoffer op een bagagetrolley waarop reeds een zwarte rolkoffer en een bruine handtas lagen, waarna hij zich richting de uitgang begaf en zijn weg vervolgde in aankomsthal 4 in de richting van de Hema, waar hij contact maakte met een onbekende man die later [verdachte] blijkt te zijn. [medeverdachte 1] en [verdachte] begaven zich tezamen, met de bagagetrolley en de zwart gestreepte rolkoffer, naar parkeergarage P1. Aldaar werden zij beiden aangehouden.25

Uit de beschikbare camerabeelden van de Camera Toezicht Ruimte van de KMar blijkt dat [medeverdachte 1] op 19 september 2016 om 12:34 uur met zijn bruine handtas vanaf aankomst 4 richting bagageband 19 loopt. Om 12:35 uur loopt hij bij het gedeelte waar de honderdprocentcontrole plaatsvindt bij bagageband 19. Op de door [medeverdachte 1] meegevoerde bagagekar ligt zijn bruine handtas.26 Om 13:03 uur staat [medeverdachte 1] bij bagageband 19 in afwachting van zijn ruimbagage. Om 13:10 uur haalt [medeverdachte 1] zijn eigen zwarte rolkoffer van de band.27 Om 13:33 uur verschijnt de zwart gestreepte rolkoffer op de bagageband. Medewerkers van de KMar zien dat [medeverdachte 1] de zwart gestreepte koffer van de band haalt.28 Om 13:40 uur is te zien dat [medeverdachte 1] de douanecontrole middels de X-ray scan ondergaat en de zwarte koffer, de zwart gestreepte koffer en zijn bruine handtas op de band plaatst, waarna hij om 13:41 uur de douanecontrole passeert en zich in de richting van de uitgang begeeft. Om 13:42 uur verlaat hij de reclaimhal richting Schiphol Plaza, bij aankomsthal 4 en loopt in de richting van de Hema. Om 13:43 uur maakt [medeverdachte 1] contact met [verdachte] en groet hij hem door middel van een vuist tegen vuist begroeting. [medeverdachte 1] heeft een mobiele telefoon in zijn hand en toont iets daarop aan [verdachte]. Vervolgens is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] om 13:44 uur gezamenlijk richting Schiphol Plaza Shopping Center lopen.29

In de zwart gestreepte rolkoffer die door [medeverdachte 1] van de bagageband is gehaald, werden zes (6) pakketten/zakken aangetroffen met daarin een witte stof. Het totale nettogewicht daarvan bedroeg 4.911,2 gram. Hiervan zijn 22 representatieve monsters genomen.30 Door het Douanelaboratorium is het materiaal onderzocht en is vastgesteld dat het materiaal van alle bovenvermelde nummers cocaïne bevatte.31

In de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon van het merk Samsung worden onder meer whatsapp-gesprekken aangetroffen daterend uit de periode van 20 mei 2016 tot 19 september 2016 tussen “[bijnaam B]” en “[bijnaam H]”.32

Onder meer werd op 5 september 2016 het volgende gesprek gevoerd:

05-09-2016

Datum, Tiid (UTC+2)

05-09-2016 14:26:07

verzonden

[bijnaam B]

"[bijnaam BR] ik weet dat je strest. Maar laat ff weten als woensdag door gaat. Want als t niet door gaat ga ik gewoon werken.

05-09-2016 14:31:49

ontvangen

[bijnaam B]

"Gaat door [bijnaam BR]''!

05-09-2016 14:32:31

verzonden

[bijnaam B]

"Ok"

05-09-2016 16:35:58

uitgaand

[bijnaam B]

Outgoing call

05-09-2016 18:34:56

ontvangen

[bijnaam B]

"[bijnaam H] als je pet zeg je [betrokkene 5]" "Hoe gaat het jongen" "Long time" "Heeft rasta later krijg ie alles" "Blouwe meer hoor''

05-09-2016 19:14:39

verzonden

[bijnaam B]

"Ok [bijnaam BR]"

Voorts werden op 7 september 2016 door [bijnaam B] aan [bijnaam H] ([verdachte]) afbeeldingen verstuurd van een persoon gelijkend op [medeverdachte 1].33 Eén van deze afbeeldingen is ter vergelijking aangeboden aan het gespecialiseerde bureau van de KMar, te weten de Sectie Identiteit- en Documentenonderzoek. Twee verbalisanten die tevens documentdeskundigen zijn, concluderen op basis van de onderlinge vergelijking van twee verschillende afdrukken van gelaatsfoto’s, te weten de afdruk van de foto die is aangetroffen in de mobiele telefoon van [verdachte] en de afdruk van de foto die is opgeslagen in de Strafrecht Keten Databank van [medeverdachte 1], dat de personen die staan afgebeeld op deze twee afdrukken, in werkelijkheid één en dezelfde persoon is.34

In de whatsapp gesprekken tussen [bijnaam H] en [bijnaam B] zijn in de periode van 18 september 2016 tot en met 19 september 2016 de volgende gesprekken in de telefoon van [verdachte] aangetroffen:

18-9-2016 om 23:00:48 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Morgen komt goed.

18-9-2016 om 23:00:55 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Is Rasta toch

18-9-2016 om 23:52:50 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Ai

18-9-2016 om 23:52:58 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Ken je hem zeker

18-9-2016 om 23:52:59 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Broer

19-9-2016 om 00:52:49 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Jaaaa

19-9-2016 om 00:55:39 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Wil je ook geen foto

19-9-2016 om 00:55:42 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Is geel he

19-9-2016 om 00:58:05 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Nee geen foto

19-9-2016 om 00:58:12 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Is rasta toch?

19-9-2016 om 00:58:17 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Oke

19-9-2016 om 00:58:19 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ik wert wie t is

19-9-2016 om 00:58:35 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Waar heb je hem gezien dan

19-9-2016 om 01:04:39 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Je had al fotos gestuurd

19-9-2016 om 01:04:52 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Toen het niet meer doorging

19-9-2016 om 01:05:01 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Komt goed [bijnaam BR]

19-9-2016 om 01:58:49 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: [bijnaam BR] er is vandaag feest op school. Ze zijn bang voor een aanslag en daarom lezen ze alle apps en fotos van een ieder. Stuur die fotos van rasta voor niemand. Neem geen kans

19-9-2016 om 01:59:46 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ik belde je maar je neemt niet op. [betrokkene 4] weet t ook. Ik regel t wel. Komt goed.

19-9-2016 om 13:45:35 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: We gaan weg

19-9-2016 om 13:45:43 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Oke

19-9-2016 om 13:45:52 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ik spreek je O

19-9-2016 om 13:46:03 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Regel die campanile cvoor hem

19-9-2016 om 13:46:07 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Even voor 2 dgn

19-9-2016 om 13:46:18 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Hotel bijlmer

19-9-2016 om 13:46:20 uur: [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Goedkope

19-9-2016 om 13:46:40 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Verder regel ik ai kost 60 eu ofzo een dag

19-9-2016 om 14:08:47 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Lees no oom hes de rest regel ik dat hij direct een plek heeft nu.35

Uit onderzoek is gebleken dat op 19 september 2016 geen sprake was van een eventuele aanslag op een school. .36 [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] aanvankelijk op een andere dag zou komen en dat om die reden de foto’s al aan hem verstuurd waren.37

Zaaksdossier C4

Op 26 juli 2016 is [medeverdachte 5] vanuit Suriname aangekomen op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en is zijn bagage aan een douane controle onderworpen. In de koffer van [medeverdachte 5] werd vervolgens een zak met etenswaar aangetroffen. Uit de zak werd een zogenaamde bonbon gehaald en open gemaakt. In de bonbon bevond zich een witte substantie, welke stof is getest door middel van een MMC cocaïne test, welke aangaf dat de stof vermoedelijk cocaïne bevatte.38 In totaal werd er 5.081,8 gram van de witte stof aangetroffen in de bagage van [medeverdachte 5]. Monsters van de aangetroffen stof zijn voor nader onderzoek verzonden naar het Douanelaboratorium.39 Aldaar werd vastgesteld dat het materiaal cocaïne bevatte.40

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij voor het drugstransport is benaderd door [bijnaam H]. Als hem vervolgens een foto van [verdachte] wordt getoond, bevestigt hij dat die persoon [bijnaam H] is. Volgens [medeverdachte 5] heeft [verdachte] hem een aantal keer benaderd om drugs te gaan smokkelen en heeft hij daar uiteindelijk mee ingestemd. De volgende dag heeft [verdachte] hem opgehaald en zijn zij een paspoort voor [medeverdachte 5] gaan aanvragen. [verdachte] heeft de koffer van [medeverdachte 5] de dag voor vertrek opgehaald. [verdachte] heeft zijn paspoort en ticket gehouden voor vertrek. Op de dag van vertrek naar Suriname is er een foto van hem gemaakt en is hij onder meer samen met [verdachte] naar Schiphol gereden. Van [verdachte] kreeg hij die dag zijn ticket, paspoort en handgeld. .41

In de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon van het merk Samsung GT-N7100 is onder andere een afbeelding aangetroffen van een afhaalbewijs van een spoedaanvraag paspoort op naam van [medeverdachte 5]. Dit bestand is vastgelegd op 22 juni 2016 om 16:26 uur. Op de aan voornoemd afhaalbewijs bevestigde kwitantie is te zien dat deze is afgegeven op 22 juni 2016 te 12:57 uur. Op de dag dat het paspoort van [medeverdachte 5] werd aangevraagd en betaald (22 juni 2016, 12.57 uur) straalt het telefoonnummer van [verdachte] in de periode 11.39.52 tot 14.39.43 uur vier keer een zendmast aan op de locatie Osdorpplein, de locatie van afgifte loket Nieuw-West waar het paspoort van [medeverdachte 5] is afgegeven.

Daarnaast zijn in de telefoon afbeeldingen van paspoort foto’s van een persoon gelijkend op [medeverdachte 5], van een personaliapagina afkomstig van een verlopen en onbruikbaar gemaakt nationaal Nederlands paspoort op naam van [medeverdachte 5] en afbeeldingen van foto’s van een onbruikbaar gemaakt visum op naam van [medeverdachte 5] aangetroffen.

Tevens is er een afbeelding opgeslagen van ticketgegevens, waarvan de reisdata overeen komen met de oorspronkelijke reis data van [medeverdachte 5], namelijk vertrek datum 2 juli 2016 en terugreis datum 23 juli 2016. [medeverdachte 5] heeft zijn verblijf vervolgens met twee dagen verlengd en is op 25 juli 2016 vanuit Suriname naar Nederland vertrokken. 42Daarbij is de afkorting KL te zien.

Daarnaast is er een afbeelding aangetroffen waarop een persoon staat afgebeeld gelijkend op [medeverdachte 5], welke afbeelding er één is van een reeks van foto’s die werden vastgelegd op zaterdag 2 juli 2016. Op de voornoemde foto is een gedeelte te zien van een straatnaambord, waarop de tekst ‘[adres betrokkene 6]’ te lezen valt. Na het raadplegen van het stratenboek van de gemeente Amsterdam werd een straatnaam genaamd “[adres betrokkene 6]” gevonden.

Uit onderzoek in voornoemde straat blijkt dat daar een flatgebouw staat, welke onder meer is voorzien van een toegangsdeur van vermoedelijke kelderboxen. Vastgesteld is dat de toegangsdeur, de glazen raampjes die naast de toegangsdeur aanwezig zijn en het straatnaambord met daarop de tekst [adres betrokkene 6] Osdorp, exact overeenkomen met de achtergrond van de foto waarop een persoon gelijkend op [medeverdachte 5] stond afgebeeld.

Vastgesteld is dat op huisnummer 12 bij [adres betrokkene 6] [betrokkene 6] staat ingeschreven. [verdachte] is op 19 september 2016 naar de luchthaven Schiphol gekomen met een voertuig, merk Opel, type Corsa, voorzien van het [kenteken auto betrokkene 6], dat op naam is gesteld van [betrokkene 6] voornoemd. [verdachte] heeft tijdens zijn verhoor verklaard dat het de Opel Corsa van zijn vriendin is. Verder zijn er afbeeldingen aangetroffen van het nieuwe paspoort van [medeverdachte 5] waarop tevens zijn in- en uitreis data te zien zijn, namelijk 2 juli 2016 en 25 juli 2016 (oorspronkelijk 23 juli 2016).

Uit analyse van de zendmastgegevens blijkt tevens dat het [telefoonnummer verdachte], in gebruik bij [verdachte], op 2 juli 2016, de dag dat [medeverdachte 5] is vertrokken naar Suriname, om 08:22:17 een zendmast heeft aangestraald op de locatie Osdorpplein 408 tot en met 46. Voornoemde zendmast ligt hemelsbreed ongeveer 290 meter af van het adres [adres betrokkene 6] te Amsterdam. Dit adres is ook de locatie waar de afbeelding van [medeverdachte 5] is gemaakt, die op 02 juli 2016 te 09:31:54 uur is vastgelegd in de telefoon van [verdachte].

Vervolgens is waar te nemen dat op 02 juli 2016 te 09:53:59 uur het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte], in gebruik bij [verdachte], een zendmast op de locatie Schiphol aanstraalt.43

In de onder [verdachte] in beslag genomen Samsung GT-N7100 werden in de periode van 26 juli 2017 tot en met 27 juli 2017 tussen [bijnaam H] en [bijnaam B] de volgende chatgesprekken aangetroffen:

26-7-2016 om 10:01:24 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: He

26-7-2016 om 10:19:16 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ik heb nog hoop [bijnaam BR]

26-7-2016 om 10:19:40 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ik ben er nog

26-7-2016 om 10:20:08 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Ok

26-7-2016 om 11:30:12 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ik ben weg hoor [bijnaam BR]. Hoofdpijn denk ik hoor.

26-7-2016 om 11:45:52 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Stress

26-7-2016 om 11:45:55 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Man

26-7-2016 om 11:51:23 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Jaaa echt

26-7-2016 om 14:31:38 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: [bijnaam BR]. Ik heb nog niets gehoord hoor.

26-7-2016 om 14:49:25 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Sang

26-7-2016 om 14:50:49 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Kan nog steeds niet opstaan.

26-7-2016 om 14:51:13 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: [bijnaam BR] ik ben helemaal kapot

26-7-2016 om 14:53:02 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Ja man zeg je man ziet goed uit alles

26-7-2016 om 14:53:14 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Andere mensen rasta

26-7-2016 om 14:53:22 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: En voelde zich lekker

26-7-2016 om 14:54:48 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ja ik heb t idee dat die emmer veilig is. Hij gaat ons bellen om t op te halen.

26-7-2016 om 14:54:59 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Iets klopt niet [bijnaam BR]

26-7-2016 om 19:15:53 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Fa niets

Het woord “Fa” wordt in de Surinaamse taal gebruikt om te vragen hoe het gaat.

26-7-2016 om 19:16:15 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Nee man [bijnaam BR]

26-7-2016 om 19:16:33 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Gio gaat morgen voor me kijken wat er mis is

26-7-2016 om 19:17:10 uur [bijnaam H] naar [bijnaam B]: Ik heb alleen maar hoofdpijn. Ik ga douchen en slapen.

26-7-2016 om 19:17:15 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Ja mane

27-7-2016 om 12:27:20 uur [bijnaam B] naar [bijnaam H]: Fawaka

Fawaka” is een Surinaamse woord dat in de Nederlandse taal betekent: “Hoe gaat het”.44

Het telefoonnummer van [verdachte] straalt op 26 juli 2016 drie keer, namelijk om 09:20 uur, 09:24 uur en om 10:01 uur een telefoonpaal op Schiphol aan. Vlak voor en vlak na de aanhouding van [medeverdachte 5] om 09:25 uur heeft het telefoonnummer van [verdachte] contact met een telefoonnummer. Ook het telefoonnummer van [medeverdachte 5] heeft onder andere vlak voor diens aanhouding contact met ditzelfde telefoonnummer.45

3.6.

Bewijsoverwegingen

Whatsapp-gesprekken

De rechtbank overweegt dat zij (meestal) niet zonder meer kan aannemen dat de whatsapp-gesprekken over bepaalde strafbare gedragingen gaan, als de verdachte dat ontkent of zich op zijn zwijgrecht beroept en anderen daarover niet rechtstreeks belastend verklaren. Als gelet op de daarin gebruikte woorden de betekenis van die gesprekken niet zonder meer duidelijk is, moet de rechter voorzichtig zijn bij het interpreteren daarvan. Die voorzichtigheid brengt mee dat moet worden onderzocht of die gesprekken in een met het oog op de bewijslevering betekenisvolle samenhang kunnen worden geplaatst. Dat houdt in dat wordt gekeken naar de inhoud en chronologie van die gesprekken en naar de kring van deelnemers daaraan. Ook wordt bezien hoe het overige bewijsmateriaal in het dossier zich tot die gesprekken verhoudt. Beoordeeld moet worden of de conclusie kan worden getrokken dat schijnbaar onschuldige gesprekken in werkelijkheid gaan over strafbare feiten. Bij die beoordeling kan ook van belang zijn wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken worden genoemd, bekend is. Als bijvoorbeeld is gebleken dat zij op de één of andere manier bij het strafbare feit of soortgelijke strafbare feiten betrokken zijn, kan dat meewegen bij de interpretatie. Ten slotte kan de rechtbank onder omstandigheden ten nadele van de verdachte conclusies trekken uit zijn zwijgen of niet-verifieerbaar dan wel ongeloofwaardig verklaren naar aanleiding van aan hem gestelde vragen over de inhoud van door hem gevoerde telefoongesprekken.

Tot de conclusie dat de gesprekken gaan over strafbare gedragingen en dat de verdachte daaraan een betekenisvolle bijdrage heeft geleverd, kan pas worden gekomen als op grond van het samenstel van alle relevante feiten en omstandigheden redelijkerwijs geen andere conclusie mogelijk is.

Met betrekking tot zaaksdossier C1:

In de whatsapp-gesprekken wordt tussen [bijnaam B] en [bijnaam H] voor de aankomstdatum van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] onder meer gesproken over foto’s. In de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon zijn foto’s aangetroffen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de kleding die zij droegen op het moment van hun aanhouding op Schiphol op 4 september 2016 en foto’s van bagage die overeenkomt met de bagage die zij bij zich hadden, waarin de cocaïne werd vervoerd.

Met betrekking tot zaaksdossier C2:

In de whatsapp-gesprekken wordt tussen [bijnaam B] en [bijnaam H] voor de aankomstdatum van [medeverdachte 4] onder meer gesproken over het feit dat [bijnaam medeverdachte 4] er is op het moment dat [medeverdachte 4] landt op Schiphol. Tevens ontvangt [verdachte] via [bijnaam B] op 18 september 2016 een filmpje en een screenshot van [medeverdachte 4] die op dat moment, na haar aanhouding, in een rolstoel Aankomsthal 4 binnen wordt gereden. Vervolgens wordt op een later moment tussen [bijnaam B] en [bijnaam H] gesproken over “hoe pijnlijk het is” ([bijnaam B]) en dat “hij bijna moest huilen dat hij hoorde dat [bijnaam medeverdachte 4] gepakt was” ([bijnaam H]), hetgeen bezwaarlijk anders uitgelegd kan worden dan dat de deelnemers aan het gesprek teleurgesteld waren dat [medeverdachte 4] was aangehouden.

Met betrekking tot zaaksdossier C3:

[medeverdachte 1] is op 19 september 2016, een dag na de aankomt van [medeverdachte 4], op Schiphol aangekomen. In de whats-app gesprekken tussen [bijnaam B] en [bijnaam H] wordt na de “pijn” over de aanhouding van “[bijnaam medeverdachte 4]” gesproken over het feit dat het morgen goed komt en over rasta. Verdachte [medeverdachte 1] heeft rastahaar. In het gesprek wordt wederom gesproken over het feit dat het morgen feest op school is, over foto’s en over het feit dat er reeds foto’s verstuurd zijn en dat er geen nieuwe foto’s gestuurd moeten worden omdat “ze bang zijn voor een aanslag”. In de telefoon van [verdachte] is een foto van [medeverdachte 1] aangetroffen die op een eerder moment was verstuurd. Op 19 september 2016 was er geen sprake van een aanslag op een school. Kennelijk wordt ermee bedoeld dat de vrees bestaat dat er meer aanhoudingen van drugskoeriers zullen worden verricht.

Met betrekking tot zaaksdossier C4:

Uit de zendmastgegevens blijkt dat [verdachte] ten tijde van de aankomst van [medeverdachte 5] op Schiphol aanwezig is en rondom die periode wederom regelmatig contact onderhoudt met [medeverdachte 6]. In eerste instantie meldt [verdachte] dat hij het idee heeft dat de “emmer” veilig is. Met “de emmer” kan gezien de omstandigheid dat [verdachte] blijkens de zendmastgegevens op dat moment op Schiphol is, niet anders worden bedoeld dan de luchthaven.

Op het moment dat duidelijk wordt dat [medeverdachte 5] is aangehouden, wordt er gesproken over dat Gio gaat kijken wat er mis is en over het hebben van hoofdpijn.

De rechtbank is gelet hierop en in aanmerking genomen dat Bergmans, [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] op de betreffende dagen cocaïne hebben ingevoerd, van oordeel dat, ook als de whatsapp-gesprekken met de nodige voorzichtigheid worden beoordeeld, redelijkerwijs tot geen andere conclusie kan worden gekomen dan dat de onder de redengevende feiten en omstandigheden weergegeven gesprekken – in onderlinge samenhang bezien – betrekking hadden op het binnenhalen van drugskoeriers. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [verdachte] geen aannemelijke verklaring heeft afgelegd over de inhoud van de gesprekken die ontzenuwt dat die gesprekken ook daadwerkelijk daarop betrekking hadden.

[verdachte] heeft verklaard dat hij zijn telefoon regelmatig uitleende aan anderen en dat de gesprekken op deze wijze in zijn telefoon zijn gekomen. Gelet op de enorme hoeveelheid aan contacten met [bijnaam B] en ook koeriers ([medeverdachte 4]), het feit dat [verdachte] niet concreet heeft onderbouwd aan wie hij zijn telefoon dan uitleende maar wel heeft aangegeven dat het uitlenen altijd slechts een paar minuten betrof en het gegeven dat hij op momenten dat drugskoeriers arriveerden, op Schiphol aanwezig was, acht de rechtbank dit scenario ongeloofwaardig.

Bovendien heeft [verdachte] geen aannemelijke verklaring afgelegd, op grond waarvan met betrekking tot de whatsappgesprekken een andere conclusie zou moeten worden getrokken.

Nauwe en bewuste samenwerking

Uit de gesprekken tussen [bijnaam B] en [bijnaam H] valt op te maken dat [verdachte] de koeriers ophaalt en dat [medeverdachte 6] hem ter voorbereiding informatie geeft en hem aanstuurt en zij ten tijde van aankomst van de koeriers en na afloop daarvan contact onderhouden over de aankomst en verdere gang van zaken. [medeverdachte 6] en [verdachte] maken gebruik van versluierd taalgebruik om uit het zicht van politie en justitie te blijven en zij begrijpen elkaar kennelijk goed. Uit de inhoud van deze contacten blijkt een bewuste en nauwe samenwerking tussen [medeverdachte 6] en [verdachte] bij het laten reizen van en naar Nederland van drugskoeriers. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat [medeverdachte 6] en [verdachte] zich in nauwe en bewuste samenwerking met elkaar en anderen hebben schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van de hiervoor onder C1, C2, C3 en C4 vermelde hoeveelheden cocaïne.

Betrouwbaarheid getuige [medeverdachte 5]

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen die [medeverdachte 5] heeft afgelegd op bepaalde punten van elkaar verschillen. Dit leidt er evenwel niet toe dat aan zijn verklaring in het geheel voorbij moet worden gegaan. [medeverdachte 5] heeft bij zijn derde verhoor bij de KMar verklaard dat hij in zijn eerdere verklaring niet de waarheid heeft gesproken. In grote lijnen heeft hij vervolgens bij de KMar en bij de rechter-commissaris verklaard dat hij door [verdachte] is benaderd om cocaïne naar Nederland te smokkelen. Dat de verklaringen bij de KMar van 26 juli 2016, 29 juli 2016 en 22 februari 2017 en bij de rechter-commissaris op details van elkaar verschillen en op een enkel punt mogelijk niet te verenigen zouden zijn met het werkrooster van verdachte wordt, naar valt aan te nemen, verklaard door het tijdsverloop tussen de verhoren en het gebrekkige geheugen van [medeverdachte 5] zoals hij zelf verklaart. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aan de verklaring van [medeverdachte 5] voorbij te gaan nu deze op belangrijke punten wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo wordt de gezamenlijke aanvraag van het paspoort ondersteund door afbeeldingen van die aanvraag in de telefoon van [verdachte] en het op de dag van aanvraag aanstralen van diens telefoon in de buurt van het gemeenteloket waar dit paspoort is aangevraagd. Voorts zijn er voldoende aanwijzingen dat [verdachte] op 26 juli 2016 aanwezig was op het moment dat [medeverdachte 5] aankwam, nu zijn telefoon tot drie keer toe een zendmast in de buurt van Schiphol heeft aangestraald en [verdachte] voor zijn aanwezigheid geen verklaring heeft gegeven.

3.7.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 19 september 2016 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Amsterdam en/of in Suriname en/of op Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, de onder - de al dan niet reeds veroordeelde drugskoeriers - [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] aangetroffen grote hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne.

Door gebruik te maken van de woorden “en/of” heeft de officier van justitie in het midden gelaten of hij uit is op een veroordeling voor één feit of voor beide feiten. De rechtbank overweegt dat in het tweede deel van de tenlastelegging (na de woorden “en/of”) de handelingen zijn opgenomen die tevens zien op het bewezen verklaarde medeplegen van de invoer van cocaïne. In feite is sprake van hetzelfde feitencomplex. Gelet hierop dient de tenlastelegging te worden aangemerkt als een alternatieve tenlastelegging en komt de rechtbank, nu zij tot een bewezenverklaring komt van het medeplegen van de invoer van cocaïne, niet toe aan een beoordeling van het alternatief tenlastegelegde.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Met betrekking tot het in beslag genomen geldbedrag ad € 950,- heeft hij gevorderd dit bedrag verbeurd te verklaren.

6.2

Standpunt van de verdachte

De raadsvrouw heeft bepleit om, gelet op het onrechtmatige onderzoek aan de mobiele telefoon van verdachte, hieraan (subsidiair) als rechtsgevolg strafvermindering te verbinden, en een straf op te leggen in de vorm van een werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van circa 24 kilogram cocaïne, verspreid over vier drugstransporten. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Op grond van de aard en de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat – uit een oogpunt van normhandhaving en preventie – alleen een vrijheidsbenemende straf als sanctie in aanmerking komt. Bij de hoogte van de op te leggen straf neemt de rechtbank het gewicht van de ingevoerde hoeveelheid cocaïne als uitgangspunt.

De rechtbank neemt ten nadele van verdachte in aanmerking, dat verdachte ten opzichte van de koeriers samen met [medeverdachte 6] een aansturende, organiserende en begeleidende rol had en aldus kennelijk een zodanige plaats in de drugsorganisatie innam, dat hij zelf niet het grootste risico heeft gelopen. Daarbij heeft verdachte kennelijk met het oog op eigen financieel gewin misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van de personen die als pakezel worden ingezet om cocaïne te koerieren, met alle risico’s - onder andere op veroordelingen tot lange gevangenisstraffen - van dien.

De strafeis van de officier van justitie is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Dat in andere arrondissementen andere -lagere- straffen worden opgelegd bij een evenzo grote hoeveelheid ingevoerde cocaïne, maakt het voorgaande niet anders, alleen al omdat de invoer via de luchthaven een eigen karakter kent. In de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding van de LOVS-oriëntatiepunten af te wijken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

6.4.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag van € 950,- dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dat geldbedrag geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit is verkregen.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 2, 10 van de Opiumwet

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.7 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHT (8) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- een geldbedrag van € 950,-.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C. Smits, voorzitter,

mr. W. Veldhuijzen Van Zanten en mr. E.M. ten Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 april 2018.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal vaststelling identiteit d.d. 22 juli 2017, dossierpagina 011 tot en met 020 (pagina’s 012 tot en met 014), aanvullend relaas onderzoek Tuppal.

3 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 29 maart 2018.

4 Een schriftelijk bescheid, te weten een Kopie Aanvraag Reisdocument met [nummer aanvraag reisdocument] op naam van [medeverdachte 6], los opgenomen in het dossier achter ‘Aanvraag pasfoto van paspoort of identiteitskaart’.

5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2017, los opgenomen in het dossier.

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 oktober 2017, persoonsdossier B.02 [medeverdachte 6], dossierpagina 197 tot en met 199.

7 Het proces-verbaal vaststelling identiteit d.d. 22 juli 2017, persoonsdossier B.02 [medeverdachte 6], dossierpagina 011 tot en met 020 (pagina’s 016 tot en met 018).

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 mei 2017, los opgenomen in het dossier.

9 Het proces-verbaal van aanhouding [medeverdachte 2] d.d. 4 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 057 tot en met 061.

10 Het proces-verbaal van aanhouding [medeverdachte 3] d.d. 4 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 094 tot en met 098.

11 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 5 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 143 tot en met 150.

12 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 12 september 2016, met kenmerk A065.6.072447, laboratoriumnummer 10924 X 16, zaaksdossier C1, dossierpagina 296 tot en met 298.

13 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 5 september 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 218 tot en met 227.

14 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 12 september 2016, met kenmerk A065.6.072457, zaaksdossier C1, laboratoriumnummer 10923 X 16, dossierpagina 296 tot en met 298.

15 Het proces-verbaal analyse gsm telefoon [verdachte] d.d. 15 oktober 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 335 tot en met 343.

16 Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 18 september 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 069 tot en met 070.

17 Het proces-verbaal van onderzoek bagage d.d. 18 september 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 112 tot en met 114.

18 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 18 september 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 129 tot en met 135.

19 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 21 september 2016, zaaksdossier C2, met kenmerk A065.6.076580, laboratoriumnummer 11365 X 16, dossierpagina 178 tot en met 179.

20 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 3] d.d. 6 augustus 2017, los opgenomen in het dossier.

21 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden d.d. 26 oktober 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 186 tot en met 206; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2016, zaaksdossier C2, dossierpagina 235 tot en met 249.

22 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. d.d. 14 oktober 2016, zaaksdossier C2,. dossierpagina 207 tot en met 221.

23 Het proces-verbaal van analyse historische verkeersgegevens d.d. 21 januari 2016, zaaksdossier C1, dossierpagina 352 tot en met 360 (pagina 358).

24 Het proces-verbaal van de Belastingdienst/Douane d.d. 19 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 024 tot en met 027.

25 Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee d.d. 20 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 030 tot en met 031 en het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [medeverdachte 1], d.d. 19 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 035 tot en met 036.

26 Het proces-verbaal uitkijken camerabeelden d.d. 9 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 115 tot en met 122.

27 Het proces-verbaal van bevindingen analyse camerabeelden d.d. 20 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 108 tot en met 114.

28 Het proces-verbaal uitkijken camerabeelden d.d. 9 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 115 tot en met 122.

29 Het proces-verbaal van bevindingen analyse camerabeelden d.d. 20 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 108 tot en met 114.

30 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 22 september 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 064 tot en met 071.

31 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam opgesteld door [deskundige Douane Laboratorium] d.d. 22 september 2016, kenmerk 11433 X 16, zaaksdossier C3, dossierpagina 298 tot en met 300.

32 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 261 tot en met 268 (pagina 262).

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 326 tot en met 333.

34 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 januari 2017, zaaksdossier C3, dossierpagina’s 305 en 306.

35 Het proces-verbaal van verdenking d.d. 8 mei 2017, persoonsdossier [medeverdachte 6] dossierpagina 033 tot en met 047.

36 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2016, zaaksdossier C3, dossierpagina 261 tot en met 268.

37 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 15 februari 2017, persoonsdossier [verdachte], dossierpagina 224.

38 Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 26 juli 2016, zaaksdossier C4, dossierpagina 029 tot en met 033.

39 Het proces-verbaal verdovende middelen d.d. 28 juli 2016, zaaksdossier C4, dossierpagina 076 tot en met 086.

40 Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam opgesteld door [deskundige Douane Laboratorium] d.d. 4 augustus 2016, kenmerk 9455 X 16, zaaksdossier C4, dossierpagina 126 tot en met 128.

41 Het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 5] d.d. 22 februari 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 168 tot en met 184.

42 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 26 juli 2016, zaaksdossier C4, dossierpagina 043 tot en met 045.

43 Het proces-verbaal van bevindingen telecom d.d. 20 februari 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 148 tot en met 157.

44 Proces-verbaal analyse chatgesprekken d.d. 4 maart 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 142 tot en met 145.

45 Proces-verbaal analyse verkeersgegevens [medeverdachte 5] d.d. 21 januari 2017, zaaksdossier C4, dossierpagina 158 tot en met 160.