Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3581

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
6159149 \ CV EXPL 17-6437
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Missen slottijd door technisch mankement is geen buitengewone omstandigheid. Besluit luchtverkeersleiding is geen bijzondere omstandigheid enkel en alleen al omdat een luchtvaartmaatschappij daarop geen invloed kan uitoefenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6159149 \ CV EXPL 17-6437

Uitspraakdatum: 2 mei 2018

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier 1]

2. [passagier 2]
beiden wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. R.A. Bos

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Corendon Dutch Airlines B.V.

gevestigd te Lijnden

gedaagde

hierna te noemen Corendon

gemachtigde mr. T.R. van Ginkel

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 14 juni 2017 een vordering tegen Corendon ingesteld. Corendon heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Corendon een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met Corendon een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Corendon de passagiers diende te vervoeren van Heraklion (Griekenland) naar Amsterdam (vluchtnummer CND 612) op 16 juli 2016, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagiers zijn meer dan drie uur later op de eindbestemming aangekomen dan volgens het oorspronkelijke vluchtschema was gepland.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van Corendon gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Corendon heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat Corendon bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Corendon vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

3.3.

Corendon betwist de vordering. Op het verweer van Corendon wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uren zijn aangekomen op de eindbestemming te Amsterdam, zodat Corendon op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Corendon kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden. Corendon voert in dit verband aan dat de vertraging is veroorzaakt door een cumulatie van oorzaken, waarvan een deel door een technisch mankement en een groot deel door een besluit van de luchtverkeersleiding, waardoor het toestel werd geconfronteerd met een latere slottijd. Het technisch mankement was volgens Corendon na 3 uur en 18 minuten verholpen. Het toestel kreeg echter ondanks dat het gereed was voor vertrek geen toestemming om te mogen vertrekken, waardoor de vertraging opliep met 7 minuten. Tijdens de vlucht is 20 minuten van de vertraging ingehaald, zodat de totale vertragingsduur 3 uur en 5 minuten bedroeg. Gelet op het arrest van 4 mei 2017 van het Hof in de zaak Peṥková (C-315/15) dient volgens Corendon het aandeel van de vertraging ten gevolge van het besluit van de luchtverkeersleiding te worden afgetrokken van de totale vertraging, die daardoor minder dan 3 uur bedraagt. Corendon meent daarom niet verplicht te zijn om de compensatie als bedoeld in artikel 7 van de Verordening aan de passagiers te betalen.

4.2.

De kantonrechter overweegt als volgt. In overweging 15 van de considerans van de Verordening is opgenomen dat sprake is van een buitengewone omstandigheid bij een langdurige vertraging door een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag. Beoordeeld dient dan ook te worden of de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door een besluit van de luchtverkeersleiding voor het toestel dat de vlucht zou uitvoeren. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de Verordening een hoge mate van bescherming van de consument beoogt en restrictief moet worden uitgelegd.

4.3.

Niet in geschil is dat de vertraging voornamelijk is veroorzaakt door een technisch mankement. Indien Corendon daardoor op een nieuwe slottijd heeft moeten wachten, kan dat niet als een buitengewone omstandigheid in de zin van de Verordening worden aangemerkt. Het betoog van Corendon dat een besluit van het luchtverkeersbeheer als een buitengewone omstandigheid kwalificeert, enkel en alleen omdat de luchtvaartmaatschappij daarop geen invloed kan uitoefenen, slaagt daarom niet. Corendon heeft een besluit van de luchtverkeersleiding overgelegd en verwezen naar de daarin vermelde “IATA delay code (reg cause) 81”. Corendon heeft echter niet toegelicht of onderbouwd waar deze code voor staat. Uit het overgelegde besluit van de luchtverkeersleiding valt verder niet valt op te maken welke reden ten grondslag heeft gelegen aan het verstrekken van een nieuwe slottijd. Gelet hierop kan niet worden uitgesloten dat de oorspronkelijke geplande vertrektijd niet was gehaald vanwege het technische mankement. Voorts kan zonder nadere toelichting niet getoetst worden of sprake is geweest van een besluit van het luchtverkeersbeheer voor het specifieke toestel dat onderhavige vlucht heeft uitgevoerd op een specifieke dag.

4.4.

Gelet op het voorgaande heeft Corendon haar verweer dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop kan het beroep van Corendon op het arrest Peṥková (C-315/15) niet slagen. Nu Corendon onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om haar toe te laten tot het leveren van bewijs van haar stelling dat de vertraging onder andere het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid zal het ter zake gedane bewijsaanbod worden gepasseerd. Aangezien de buitengewone omstandigheid niet is komen vast te staan, komt de kantonrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vertraging ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen.

4.5.

Nu Corendon voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom overweegt de kantonrechter dat het hier een vordering betreft tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Gelet hierop zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de datum van de vlucht, te weten 16 juli 2016.

4.6.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Corendon heeft deze vordering gemotiveerd betwist. Ter onderbouwing van dit verweer heeft Corendon bij de conclusie van antwoord als productie 4 t/m 7 een aantal eerdere vonnissen van onder andere deze rechtbank overgelegd. De passagiers hebben in de conclusie van repliek naar voren gebracht dat zij deze producties niet hebben ontvangen. Zij hebben daarop dus ook niet kunnen reageren. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding de passagiers alsnog in de gelegenheid te stellen hierop te reageren, nu dit niet tot een andere beoordeling zal leiden. Hiertoe wordt als volgt overwogen. In de vonnissen die Corendon heeft overgelegd is niet vermeld waaruit de werkzaamheden hebben bestaan of wat de inhoud was van de brieven op basis waarvan is geoordeeld dat de buitengerechtelijke kosten niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. Deze vonnissen kunnen er daarom op zichzelf niet toe leiden dat de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke kosten dient te worden afgewezen. De vraag of buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen, dient per individueel geval te worden beoordeeld.

4.7.

De passagiers hebben ter onderbouwing van de buitengerechtelijke werkzaamheden een viertal berichten overgelegd. Twee daarvan (een brief van 26 september 2016 en een e-mail van 5 december 2016) betreffen een (herhaalde) sommatie respectievelijk een zeer summier verzoek om het dossier te herzien. Daarnaast hebben de passagiers een brief van 28 juli 2016 overgelegd waarin Corendon aansprakelijk is gesteld en een brief van 22 augustus 2016 aan Corendon waarin is gereageerd op de inhoudelijke reactie van Corendon van 19 augustus 2016. Deze twee brieven bevatten wat betreft de inhoud meer dan een eenvoudige sommatie, maar zijn wat betreft omvang onvoldoende om in aanmerking te komen voor een afzonderlijke vergoeding. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.8.

De proceskosten komen voor rekening van Corendon, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt Corendon tot betaling aan de passagiers van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2016 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt Corendon tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 106,91;
griffierecht € 223,00
salaris gemachtigde € 200,00
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de gehele betaling;

5.3.

veroordeelt Corendon tot betaling van € 50,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de gehele betaling;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter