Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3272

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-01-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
6287426 CV EXPL 17-7904
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Te weinig loon betaald tijdens het dienstverband. Uitgaan van 36 of van 40 uur per werkweek en het daarbij passende minimumloon?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2018/117
AR-Updates.nl 2018-0492
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6287426 CV EXPL 17-7904

Uitspraakdatum: 31 januari 2018

Vonnis in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres in de vordering

gedaagde in de tegenvordering

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. S. Bhulai

tegen

1 de vennootschap onder firmaKing Parking

gevestigd te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer

2. [vennoot 1] , vennoot van gedaagde sub 1

wonende te [woonplaats]

3. [vennoot 2] vennoot van gedaagde sub 1

wonende te [woonplaats]

4. [vennoot 3] vennoot van gedaagde sub 1

wonende te [woonplaats]

gedaagden in de vordering

eisers in de tegenvordering

verder te noemen: King Parking

gemachtigde: mr. W.Z. Doornewaard

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 23 augustus 2017 een vordering tegen King Parking ingesteld. King Parking heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 2 januari 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] bij fax van 19 december 2017 nog stukken toegezonden. Daarop heeft King Parking bij brief van 27 december 2017 een tegenvordering met productie ingediend. Ter zitting heeft [eiseres] nog stukken overgelegd.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is op basis van een nul-urencontract bij King Parking in dienst geweest in de periode van 25 oktober 2015 tot 6 mei 2017. Partijen zijn een uurloon overeengekomen van € 8,50 netto inclusief vakantiegeld en vakantiedagen plus een loonsverhoging naar € 9,00 netto per uur na zes maanden.

2.2.

Na het einde van het dienstverband heeft [eiseres] King Parking laten weten dat zij niet op de juiste wijze is betaald, namelijk onder het minimumloon.

2.3.

King Parking heeft bij e-mail van 28 juli 2017 onder meer aan [eiseres] geschreven:

Volgens de boekhouder heb jij nog € 841,29 te goed. Dit is de nabetaling loon 2015 t/m 2017. Als je hiermee akkoord gaat, maak ik het graag aan je over, dus laat het maar even weten.

2.4.

De gemachtigde van King Parking heeft bij brief van 19 oktober 2017 aan de gemachtigde van [eiseres] onder meer bericht:

In uw berekening gaat u uit van een gemiddelde werkweek van 36 uur per week. Dit is echter niet correct. Een volledige werkweek bedraagt 40 uur. In plaats van een vordering van € 4.591,75 bruto staat er zodoende nog slechts een bedrag open van € 1.173,25 bruto. In bijlage 1 treft u de berekening hiervan aan. Op 28 juli 2017 2017 heeft cliënte per e-mail aan uw cliënte laten weten dat er een bedrag van € 841,29 netto zal worden betaald na akkoord van uw cliënte. Op deze e-mail heeft cliënte echter nimmer een reactie ontvangen. Cliënte is bereid om dit bedrag van € 1.466,23 bruto alsnog te betalen. Indien cliënte akkoord gaat met dit voorstel, ontvang ik hier graag uiterlijk maandag 23 oktober a.s. om 12.00u een bevestiging van.

2.5.

[eiseres] heeft een klacht bij de arbeidsinspecteur ingediend, waarna deze een onderzoek heeft ingesteld in het kader van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bij brief van 20 oktober 2017 heeft de arbeidsinspecteur in dat kader aan [eiseres] onder andere het volgende bericht:

Bij de berekening van de onderbetaling is uitgegaan van een volledige dienstbetrekking van 40 uur per week oftewel 173,33 uur per maand (40 uur x 52 weken / 12 maanden). Uit de berekening, die voor zowel het brutoloon als voor de bruto vakantiebijslag betrekking heeft op de periode van maximaal zes maanden (december 2016 tot en met mei 2017), is gebleken dat uw ex-werkgever u heeft onderbetaald. (…) In de bijlage bij deze brief is de onderbetaling per betaalperiode nader uitgewerkt. (…) Ik heb uw ex-werkgever eveneens schriftelijk gelast binnen 4 weken alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

2.6.

King Parking heeft op 24 oktober 2017 een bedrag van € 745,67 (het netto equivalent van € 1.173,25) aan [eiseres] overgemaakt.

2.7.

Op 20 december 2017 heeft King Parking aan [eiseres] een bedrag van € 211,54 (het netto equivalent van € 333,21) overgemaakt.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter King Parking veroordeelt tot:

a. betaling van € 4.591,75, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat de vordering opeisbaar is geworden tot de dag van de voldoening.

b. afgifte van een loonspecificatie over de periode oktober 2015 tot en met maart 2017 waarin de betaling van het onder a. gevorderde is verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00.

c. betaling van buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel WIK

d. betaling van de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat King Parking het loon vanaf oktober 2015, ondanks sommatie daartoe, niet juist heeft betaald. [eiseres] heeft tenminste recht op het wettelijke minimumloon. Omdat [eiseres] gemiddeld 36 uur per week heeft gewerkt, heeft King Parking over de periode tot en met maart 2017 € 4.591,75 te weinig betaald. Ook heeft [eiseres] geen (correcte) eindafrekening ontvangen. Omdat King Parking het loon niet juist heeft betaald is zij zowel de wettelijke verhoging als de wettelijke rente over de wettelijke verhoging en het te weinig betaalde loon verschuldigd.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

King Parking betwist de vordering gedeeltelijk. Zij voert aan – samengevat – dat het klopt dat zij [eiseres] onder het minimumloon heeft betaald, maar dat de hoogte van het gevorderde bedrag niet klopt. King Parking gaat bij de berekening uit van een werkweek van 40 uur in plaats van 36 uur. Omdat King Parking niet bewust te weinig loon heeft betaald en na ontdekking hiervan dit direct recht heeft willen trekken, betwist King Parking de wettelijke verhoging en wettelijke rente verschuldigd te zijn. Subsidiair verzoekt zij de wettelijke verhoging te matigen tot nihil. Verder acht King Parking de gevorderde dwangsom niet toewijsbaar nu daar geen noodzaak voor is. Bij een toewijzing zal zij overgaan tot afgifte van een loonstrook. De buitengerechtelijke incassokosten betwist King Parking omdat deze op geen enkele wijze zijn onderbouwd en niet blijkt dat deze kosten zijn gemaakt.

4.2.

King Parking vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter voor recht verklaart dat King Parking een bedrag van € 333,21 bruto onverschuldigd aan [eiseres] heeft betaald. Ook vordert zij veroordeling tot terugbetaling van € 211,54 netto door [eiseres] aan King Parking. Zij legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij dat bedrag onverschuldigd heeft betaald. [eiseres] heeft ter voorbereiding van de comparitie van partijen als productie 8 correspondentie met de arbeidsinspecteur en een tweetal loonstroken overgelegd. Op een van die loonstroken stond dat deze niet was voldaan. King Parking heeft dat bedrag daarop overgemaakt, maar naar later bleek was dat bedrag al verdisconteerd in het al betaalde bedrag van € 1.173,25 bruto.

5 De beoordeling

de vordering

5.1.

Partijen zijn het er over eens dat King Parking tijdens het dienstverband te weinig loon heeft betaald aan [eiseres] . Over de hoogte van het te weinig betaalde loon verschillen partijen echter van mening. Volgens [eiseres] dient uit te worden gegaan van een werkweek van 36 uur en het daarbij passende minimumloon. Volgens King Parking is de fulltime werkweek in de branche 40 uur en dient het daarbij passende minimumloon te worden uitbetaald.

5.2.

Ter zitting heeft [eiseres] twee overzichten overgelegd met berekeningen. Versie 2 is het overzicht uitgaande van een werkweek van 36 uur en versie 3 van een werkweek van 40 uur. Op basis van een 36-urige werkweek is volgens versie 2 een totaal brutoloon van € 4.395,93 verschuldigd en met wettelijke verhoging en wettelijke rente een totaal bedrag van € 6.681,82. Op basis van een 40-urige werkweek (versie 3) zijn de bedragen volgens het overzicht € 1.342,29 respectievelijk € 2.040,27.

5.3.

King Parking heeft deze door [eiseres] overgelegde berekeningen op zich niet betwist. De vraag dient dan ook te worden beantwoord wat het uitgangspunt moet zijn om de hoogte van de verschuldigde bedragen vast te kunnen stellen: een werkweek van 36 of van 40 uur.

5.4.

Voor de vaststelling van de hoogte van het minimumloon is van belang uit hoeveel uur een fulltime werkweek in een bepaalde branche of sector bestaat. De wetgever is uitgegaan van een werkweek van 40 uur en een daarbij passend minimumloon. Daarvan afgeleid zijn de minimumuurlonen vastgesteld voor het geval een fulltime werkweek in een branche of sector uit 36 of 38 uur bestaat. De week- of maandlonen voor een 36-, 38- of 40-urige werkweek zijn gelijk. Dit wordt bereikt doordat het minimumuurloon hoger wordt naarmate de fulltime werkweek korter wordt. Zo geldt per 1 januari 2018 voor een fulltime werkweek van 36 uur een minimumuurloon van € 10,12 terwijl bij een fulltime werkweek van 40 uur een minimumuurloon van € 9,11 geldt. In beide gevallen is het weekloon (nagenoeg) gelijk.

5.5.

[eiseres] heeft haar stelling dat uitgegaan dient te worden van een werkweek van 36 uur en het daarbij passende uurloon onderbouwd aan de hand van de door haar zelf gewerkte uren. Op basis daarvan komt zij tot de conclusie dat moet worden uitgegaan van een 36-urige werkweek. De kantonrechter overweegt dat -gelet op het hiervoor overwogene- niet dient te worden gekeken naar het gemiddeld aantal uren dat een werknemer zelf heeft gewerkt, maar dat dient te worden gekeken naar de fulltime werkweek in de branche of sector. King Parking heeft aangegeven dat een full time werkweek 40 uur bedraagt. Ook de arbeidsinspecteur is hier vanuit gegaan. Tijdens de comparitie zijn partijen gewezen op de loonstroken van [eiseres] waarop in de rechterkolom een deeltijdpercentage staat aangegeven. Direct daaronder (“Arbeidsduur”) staat het aantal gewerkte uren over de betreffende maand. Aan de hand van het percentage deeltijd en het aantal gewerkte uren kan worden berekend uit hoeveel uren een voltijdse werkweek beslaat. Ter comparitie is dit door de kantonrechter met partijen besproken en bleek dat aan de hand van de percentages en de gewerkte uren een voltijdse maand 173,33 uren besloeg. Dit betekent dat een voltijdse werkweek correspondeert met 40 uur (173,33 uur * 12 maanden / 52 weken = 40 uur per week). Aldus zal de kantonrechter uitgaan van een fulltime werkweek van 40 uur en het daarmee corresponderende minimumuurloon.

5.6.

Dit betekent dat voor de berekening van het te weinig betaalde bedrag de versie 3 van de berekening genoemd onder 5.2. moet worden genomen, hetgeen neerkomt op een totaal bruto verschuldigd loon van € 1.342,29 en een totaal bedrag inclusief wettelijke verhoging en rente van € 2.040,27.

5.7.

De wettelijke verhoging van 50% over het achterstallige loon is toewijsbaar. Weliswaar was het voor beide partijen aanvankelijk niet duidelijk dat er te weinig loon was betaald, maar nadat King Parking hierop door [eiseres] was aangesproken heeft zij dit niet direct in orde gemaakt. King Parking heeft, blijkens de brief van 28 juli 2017 de betaling af laten hangen van een akkoord van [eiseres] . Zij heeft daar niets op gehoord en is ook vervolgens niet tot betaling overgegaan. Uiteindelijk heeft King Parking pas op 24 oktober 2017 het volgens haar verschuldigde bedrag aan [eiseres] overgemaakt. De kantonrechter ziet in de door King Parking aangegeven omstandigheden geen reden tot matiging.

5.8.

De gevorderde rente is eveneens toewijsbaar op basis van de berekening volgens versie 3 (40-urige werkweek) en zal worden toegewezen op de wijze als hierna in het dictum te bepalen.

5.9.

Nu vaststaat dat King Parking € 2.040,27 bruto te weinig heeft betaald en dat zij in totaal na dagvaarding een bedrag van € 1.506,46 heeft voldaan, zal King Parking worden veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van het verschil, zijnde € 533,81 bruto.

5.10.

King Parking zal ook worden veroordeeld tot afgifte van de gevorderde loonstroken. De kantonrechter ziet geen aanleiding om King Parking te veroordelen tot een dwangsom. King Parking heeft aangegeven bij veroordeling tot afgifte van de loonstroken daartoe over te zullen gaan en de kantonrechter heeft geen reden om hieraan te twijfelen.

5.11.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet onderbouwd en zullen om die reden worden afgewezen.

5.12.

De proceskosten komen voor rekening van King Parking, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt.

de tegenvordering

5.13.

King Parking heeft na antwoord een eis in reconventie ingesteld. [eiseres] heeft ten aanzien van dit bedrag een beroep op verrekening gedaan. Dit beroep slaagt en het bedrag is verrekend met het verschuldigde bedrag in de vordering. De vordering wordt afgewezen.

5.14.

De kantonrechter ziet in het voorgaande aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.

veroordeelt King Parking tot betaling aan [eiseres] van € 533,81 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 januari 2018 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt King Parking tot afgifte aan [eiseres] van een loonspecificatie over de maanden oktober 2015 tot en met maart 2017 waarin het bedrag van het in versie 3 totale brutoloon van € 1.342,29 is verwerkt.

6.3.

veroordeelt King Parking tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 103,01

griffierecht € 223,00

salaris gemachtigde € 300,00 ;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

6.6.

wijst de vordering af;

6.7.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter