Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3271

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
1570025715
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kinderporno. Beroep op nietigheid dagvaarding en niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie verworpen. T.a.v. beslag: onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerpen, met dien verstande dat één gegevensdrager niet eerder wordt onttrokken dan nadat de niet-kinderpornografische bestanden zijn teruggegeven aan verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700257-15 (P)

Uitspraakdatum: 20 maart 2018

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 maart 2018 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.M.H.G. Peters en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. Lans, advocaat te IJmuiden, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 23 oktober 2014 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten PC Top en/of Medion en/of Motion en/of Hitachi en/of PC Top en/of PC Top en/of “computer”) bevattende (een) afbeelding(en)

- in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

(filename [bestandsnaam 1] , toonmap video 1, beschreven op blz 265 van het proces-verbaal)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) (eventueel aanvullen met soort voorwerp) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(filename [bestandsnaam 2] , toonmap foto 3, beschreven op blz 266 van het proces-verbaal);

Feit 2:

hij op of omstreeks 23 oktober 2014 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten PC Top en/of Medion en/of Motion en/of Hitachi en/of PC Top en/of PC Top en/of “computer”) bevattende (een) afbeelding(en) in bezit heeft gehad en/of terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde ontuchtige

handeling(en) bestond(en) uit:

het door een hond en/of een paard, althans een dier, vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon

en/of

het door een persoon likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een paard, althans een dier.

2 Voorvragen

2.1.

Beroep op nietigheid van de dagvaarding

Door de raadsvrouw is (partiële) nietigheid van de dagvaarding bepleit ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat onder feit 1 slechts twee bestandsnamen zijn opgenomen, terwijl het zou gaan om 63 foto’s en twee films. Voor feit 2 zou het gaan om 20 afbeeldingen. Voor zover in de tenlastelegging niet nadrukkelijk wordt verwezen naar een specifieke afbeelding noch deze omschreven wordt, wordt niet voldaan aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Voornoemde aantallen zijn niet dusdanig dat het geoorloofd is een omschrijving c.q. verwijzing naar deze afbeeldingen achterwege te laten en te volstaan met een zeer beperkte selectie van zogenaamde representatieve afbeeldingen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het uitgangspunt is dat het voor verdachte begrijpelijk moet zijn waarvan hij wordt verdacht en waartegen hij zich dient te verdedigen. In dit geval is er in feit 1 voor gekozen te volstaan met een beschrijving van een selectie van een tweetal afbeeldingen. Nu verdachte er blijkens het dossier niet van verdacht wordt een zeer grote hoeveelheid kinderporno in zijn bezit te hebben gehad, acht de rechtbank de opgenomen bestanden voldoende representatief. De bestanden zijn beide voldoende duidelijk omschreven en bovendien onder verwijzing naar de vindplaats in het dossier. Dit is conform de geldende jurisprudentie van de Hoge Raad. In feit 2 ontbreekt weliswaar de concrete bestandsnaam met de vindplaats daarvan in het dossier, maar zijn de afbeeldingen zeer gedetailleerd omschreven.

Het voorgaande in samenhang bezien met het dossier, waarin zich zowel voor feit 1 als voor feit 2 een collectiescan bevindt, is de rechtbank van oordeel dat het voor verdachte voldoende duidelijk is waartegen hij zich moet verdedigen.

Het beroep op (partiële) nietigheid van de dagvaarding wordt dan ook verworpen.

2.2.

Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging

De raadsvrouw heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging wegens het overschrijden van de redelijke termijn. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het onderzoek naar verdachte in mei 2013 is begonnen, de doorzoeking in de woning van verdachte in oktober 2014 heeft plaatsgevonden en dat de zaak eind 2016 gereed was voor inhoudelijke behandeling. De redelijke termijn is hiermee met bijna anderhalf jaar overschreden. Met de duur van de procedure is een inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), aldus de raadsvrouw.

De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat sprake is van een aanmerkelijke overschrijding van de redelijke termijn (bijna anderhalf jaar) bij de berechting van verdachte. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leidt overschrijding van de redelijke termijn evenwel niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de omstandigheden van deze zaak evenmin dusdanig bijzonder dat zij tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De rechtbank acht het Openbaar Ministerie dan ook ontvankelijk in de vervolging van verdachte, maar zal de overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat.

2.3.

Overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 primair aangevoerd dat het in de tenlastelegging genoemde videobestand geen afbeelding is en dat met betrekking tot het in de tenlastelegging genoemde fotobestand niet duidelijk is welke feitelijke omschrijving daarbij hoort. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw primair aangevoerd dat het proces-verbaal met de collectiescan van de dierenpornografische afbeeldingen een andere onderzoeksnaam heeft dan onderhavige zaak, waardoor onduidelijk is of de in de collectiescan omschreven afbeeldingen op de gegevensdragers van verdachte zijn aangetroffen. Voorts is er geen toonmap samengesteld voor dit feit.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van beide feiten subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde bestanden niet opzettelijk in zijn bezit heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin. Volgens de raadsvrouw heeft het er alle schijn van dat de bestanden als bijvangst op de computer van verdachte terecht zijn gekomen of reeds op zijn (tweedehands) computers aanwezig waren.

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant] d.d. 23 oktober 2014 (dossierpagina 80 en de daarbij behorende bijlage op dossierpagina’s 85 en 86):

Op 23 oktober 2014 werd door mij ter inbeslagneming de woning aan de [adres] betreden. Op dit adres stond ingeschreven [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] . [verdachte] gaf aan waar zich zijn digitale gegevensdragers bevonden, waarop deze goederen door ons in beslag zijn genomen.

Lijst van inbeslaggenomen goederen:

-R.04.01.001 desktop PC Top

-R.04.01.002 externe harde schijf Medion

-R.04.01.003 desktop Motion

-R.04.01.004 desktop Headstart

-R.04.01.005 desktop PC Top

-R.04.02.001 desktop PC Top

-R.04.02.002 desktop

-R.06.01.001 harde schijf Hitachi deskstar

Het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch en dierenpornografisch materiaal, opgemaakt door een daartoe gecertificeerd zedenrechercheur, d.d. 11 maart 2015 (dossierpagina’s 249 tot en met 252 en de daarbij behorende bijlagen op dossierpagina’s 254 tot en met 256 en 258):

In het opsporingsonderzoek is op 23 oktober 2014 op het adres [adres] binnengetreden en werden goederen in beslag genomen.

Ik heb een nader onderzoek ingesteld naar het aangetroffen materiaal. Ik trof in het te onderzoeken materiaal in totaal 85 strafbare afbeeldingen (83 foto’s en 2 films/video’s) aan. Het betrof hier 63 kinderpornografische foto’s, 2 kinderpornografische films en 20 dierenpornografische foto’s.

Op de dierenpornografische afbeeldingen was telkens sprake van een ontuchtige handeling waarbij een volwassen mens en een dier betrokken waren. Zo zag ik afbeeldingen van:

 het vaginaal en oraal penetreren met de penis van een paard van het lichaam van een volwassen vrouw;

 het vaginaal penetreren met de penis van een hond van het lichaam van een volwassen vrouw;

 het betasten en likken van de penis van een paard door een volwassen vrouw.

Het proces-verbaal van beschrijving kp foto’s/video, opgemaakt door een daartoe gecertificeerd zedenrechercheur, d.d. 20 mei 2015 (dossierpagina’s 265 tot en met 267):

Video 1

Filename: [bestandsnaam 1]

Toegankelijkheid: Accessible

Leeftijd afgebeelde: Leeftijd tussen de 12 en 16 jaar

Korte beschrijving:

Op de video is zichtbaar een meisje dat geheel naakt op de rand van een bad zit en in de camera kijkt. Het meisje doet haar benen wijd en er wordt een close-up van haar vagina gemaakt waaruit zij urineert. Hierna pakt het meisje een voorwerp gelijkend op een worst en duwt deze in haar vagina en daarna in haar anus. Het meisje blijft in de camera kijken.

Foto 3

Soort gegevensdrager: R.04.02.001_Samsung

Naam File: [bestandsnaam 2]

Toegankelijkheid: Accessible

Leeftijd afgebeelde: meisje tussen de 8 en 12 jaar

Korte beschrijving:

Het meisje leunt achterover met haar benen op een plavuizenvloer. Het meisje kijkt in de camera. Van het meisje zijn haar borstjes te zien en haar benen zijn gespreid hierdoor is haar vagina te zien.

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 maart 2018:

De op 23 oktober 2014 in mijn woning inbeslaggenomen gegevensdragers zijn van mij. Ik maakte daar alleen gebruik van. Ik had de goederen nieuw gekocht, en een enkele PC Top computer was tweedehands. Die had ik dan voor gebruik geformatteerd. Toentertijd kreeg ik veel e-mails met bijlagen. Door het downloaden van die bijlagen kwamen de bestanden op mijn harde schijf terecht. Ik kan me herinneren dat ik een filmpje heb gehad van een veertienjarig meisje dat een jongen pijpt. Ook heb ik de foto van het meisje op bed met een stift in haar vagina gezien. Ik kreeg ook een PowerPoint-presentatie toegestuurd met dierenpornografische afbeeldingen. Daarop heb ik de afbeeldingen van een paard en een video van een hond, zoals is omschreven in het proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2015, gezien.

Bewijsoverweging ten aanzien van feiten 1 en 2

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde afbeeldingen opzettelijk in zijn bezit heeft gehad.

Uit het dossier en uit de verklaring van verdachte blijkt dat verdachte op enig moment weet heeft gehad van de inhoud van kinderpornografische en dierenpornografische bestanden op zijn computer. De verklaring van verdachte, dat hij deze bestanden per ongeluk op zijn computer(s) heeft binnengekregen en dacht deze te hebben verwijderd, vindt onvoldoende steun in het dossier. Verdachte heeft immers tevens geprobeerd meerdere kinderpornografische bestanden op Facebook te plaatsen, waaruit de rechtbank afleidt dat het niet om ongewenste bijvangst ging. Bovendien volgt uit pagina 260 van het dossier dat verdachte weliswaar een aantal kinderpornografische afbeeldingen heeft verwijderd, maar dat het merendeel daarvan – alsmede vrijwel alle dierenpornografische afbeeldingen – op 23 oktober 2014 op acht onder verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers nog toegankelijk was. Gelet daarop acht de rechtbank bewezen dat verdachte deze bestanden opzettelijk in zijn bezit heeft gehad.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het niet aannemelijk is dat er een dossierverwisseling heeft plaatsgevonden. De inhoud van het dossier geeft geen reden tot twijfel dat de in de collectiescan opgenomen, als dierenpornografie beoordeelde afbeeldingen op de gegevensdragers van verdachte zijn aangetroffen.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij op 23 oktober 2014 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad gegevensdragers (te weten PC Top en/of Medion en/of Motion en/of Hitachi en/of PC Top en/of PC Top en/of “computer”) bevattende afbeeldingen in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeeldingen (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

(filename [bestandsnaam 1] , toonmap video 1, beschreven op blz 265 van het proces-verbaal)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van deze persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en borsten in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(filename [bestandsnaam 2] , toonmap foto 3, beschreven op blz 266 van het proces-verbaal);

Feit 2:

hij op 23 oktober 2014 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, gegevensdragers (te weten PC Top en/of Motion en/of Hitachi en/of PC Top) bevattende (een) afbeelding(en) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij telkens een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde ontuchtige handeling(en) bestond(en) uit:

het door een hond en een paard vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon

en

het door een persoon likken, betasten en aanraken van de geslachtsdelen van een paard.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

en

Feit 2:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en het meewerken aan controle van zijn gegevensdragers. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Het in bezit hebben van kinderporno is een ernstig strafbaar feit, met name nu bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Het is algemeen bekend dat de gevolgen die deze kinderen zowel in psychische als in fysieke zin hiervan ondervinden doorgaans zeer ingrijpend zijn. Verdachte moet hier mede verantwoordelijk voor worden gehouden, nu hij heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderporno en daarmee ook aan het seksuele misbruik en de exploitatie van deze kinderen. Bij het bepalen van de op te leggen straf weegt de rechtbank mee dat op de gegevensdragers van verdachte in totaal 63 kinderpornografische foto’s en 2 kinderpornografische video’s zijn aangetroffen.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van 20 dierenpornografische afbeeldingen. Ook hiervoor geldt dat door de vraag naar dergelijke afbeeldingen de productie ervan en het daarmee gepaard gaande misbruik van dieren in stand wordt gehouden.

Uit het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 30 januari 2018, blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. Deze omstandigheid weegt de rechtbank ten voordele van verdachte mee bij het bepalen van de op te leggen straf.

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte kennis genomen van het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 28 juni 2016, opgemaakt door [reclasseringswerker] , werkzaam bij Reclassering Nederland. Uit dit rapport volgt onder meer dat de reclassering de kans op herhaling als ‘matig’ inschat. De reclassering adviseert de rechtbank een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting bij de Waag of soortgelijke forensische polikliniek en controle op de gegevensdragers van verdachte.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte psychologische Pro Justitia rapport, gedateerd 29 december 2016, opgemaakt door drs. [psycholoog] , GZ-psycholoog. Hieruit blijkt dat bij verdachte geen sprake is van relevante stoornissen die de gedragingen van verdachte tijdens het ten laste gelegde hebben beïnvloed. Het onderzoek geeft geen aanleiding het bestaan van een afwijkende seksuele voorkeur te veronderstellen. Voor interventies bestaat vanuit gedragskundig oogpunt dan ook geen aanleiding.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de forse overschrijding van de redelijke termijn.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat in beginsel niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf. De rechtbank acht het, gelet op onder meer het relatief geringe aantal afbeeldingen, echter niet passend om aan verdachte thans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank zal – om verdachte te doordringen van de ernst van de feiten – wel een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, als waarschuwing aan verdachte dat hij zich dient te onthouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten. De duur van de voorwaardelijke gevangenisstraf zal, nu de rechtbank de ernst van de feiten anders waardeert, lager zijn dan door de officier van justitie gevorderd. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden passend, maar zal deze gezien de overschrijding van de redelijke termijn matigen tot één maand. Daarbij acht de rechtbank een proeftijd van één jaar voldoende, nu na 23 oktober 2014 van verdachte geen nieuwe strafbare feiten bekend zijn geworden. De rechtbank ziet gelet op al het voorgaande, met name ook gelet op de inhoud van het genoemde Pro Justitia rapport, geen aanleiding om daarbij bijzondere voorwaarden op te leggen.

Om voldoende recht te doen aan de ernst van de feiten acht de rechtbank voorts een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren passend en geboden.

7 Beslissingen ten aanzien van het beslag

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen te onttrekken aan het verkeer.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de teruggave te gelasten van de op de beslaglijst onder 2 genoemde harde schijf van het merk Medion, nu hierop alle privéfoto’s van verdachte staan die voor hem een emotionele waarde hebben.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, met nummers 1 en 3 tot en met 8 op de beslaglijst, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met betrekking tot die voorwerpen zijn begaan en dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet of het algemeen belang.

Ten aanzien van het onder 2 van de beslaglijst genoemde goed overweegt de rechtbank als volgt. Op de betreffende harde schijf is één als kinderpornografisch geduide afbeelding aangetroffen en 86289 (toegankelijke en 1967 niet-toegankelijke) privé-afbeeldingen. Het ongecontroleerde bezit van dit kinderpornografische bestand, met betrekking tot welke het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan, is in strijd met de wet en het algemeen belang, zodat dit bestand eveneens dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Er zijn geen aanwijzingen dat zich tussen de andere gegevens op voornoemde harde schijf bestanden bevinden waarvan het bezit strafbaar is. Immers, onderzoek aan de hele verzameling gegevens, heeft alleen voornoemde afbeelding opgeleverd waarvoor de verdachte zal worden veroordeeld. Onttrekking aan het verkeer van de betreffende in beslag genomen harde schijf zonder beperking, zou betekenen dat die andere (niet strafbare) bestanden verloren gaan. In aanmerking genomen dat het een enkel kinderpornografisch bestand betrof tegenover een veelheid aan niet strafbare bestanden, ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat die niet strafbare bestanden aan verdachte worden geretourneerd.

Het is aan het Openbaar Ministerie te besluiten op welke wijze dit plaatsvindt. Twee mogelijke methoden van verstrekking van bedoelde bestanden zijn:

i. het zodanig verwijderen van het betreffende kinderpornografische bestand dat het terughalen daarvan op de in beslag genomen harde schijf niet meer mogelijk is, waarna de harde schijf met daarop de niet strafbare bestanden kan worden teruggegeven;

ii. het door de politie kopiëren van de niet strafbare bestanden op een door verdachte aangeleverde (lege) gegevensdrager, waarna de harde schijf met daarop het kinderpornografische bestand kan worden vernietigd.

Om formele redenen zal de rechtbank wel de onttrekking aan het verkeer uitspreken van bedoelde harde schijf.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 240b en 254a van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op één jaar bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 100 (honderd) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- onttrekt aan het verkeer:

  • -

    1.00 STK Computer, PC TOP, r.04.01.004, 488345 (goednummer 1)

  • -

    1.00 STK Computer, MOTION, r.04.01.003, 488347 (goednummer 3)

  • -

    1.00 STK Harddisk, HITACHI, r.06.01.001, 488381 (goednummer 4)

  • -

    1.00 STK Computer, PC TOP, r.04.01.005, 488349 (goednummer 5)

  • -

    1.00 STK Computer, PC TOP, r.04.02.001, 488351 (goednummer 6)

  • -

    1.00 STK Computer, r.04.02.002, 488352 (goednummer 7)

  • -

    1.00 STK Computer, r.04.01.001 (goednummer 8)

  • -

    1.00 STK Harddisk, MEDION, r.04.01.002, 488346 (goednummer 2), met dien verstande dat aan deze onttrekking niet eerder uitvoering wordt gegeven dan nadat de zich op deze harde schijf bevindende níet-kinderpornografische bestanden zijn teruggegeven aan verdachte, zoals hiervoor onder 7.3. overwogen en hierna zal worden gelast.

- gelast de teruggave aan verdachte van de zich op de Harddisk, MEDION, r.04.01.002, 488346 (goednummer 2) bevindende níet-kinderpornografische bestanden.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.P. Boon, voorzitter,

mr. A. Warmerdam en mr. J. van Beek, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Z.T. Pronk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2018.

Mr. J. van Beek is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de bijlage als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.