Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3105

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-04-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
6254624
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

aanneming van werk; leggen tegels; meerwerk; voor wiens rekening komen kosten van herstel?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 6254624 \ CV EXPL 17-6082 (rvk)

Uitspraakdatum: 4 april 2018

Vonnis in de zaak van:

[eiser] , h.o.d.n. InterTiles

wonende en kantoorhoudende te [adres]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. M.M. Kroone, advocaat te Alkmaar

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. H. Oomen, advocaat te Haarlem

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 15 augustus 2017 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 12 januari 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. [gedaagde] is eveneens in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De beide gemachtigden hebben bij het toelichten van hun standpunten gebruik gemaakt van pleitnotities. [eiser] heeft zijn eis gewijzigd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten verder naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is met [eiser] (naar aanleiding van een uitgebrachte offerte) overeengekomen dat deze laatste tegels zou leggen (en leveren) in de woning van [gedaagde].

2.2.

Tijdens de werkzaamheden is de heer [XX] namens [gedaagde] opgetreden als projectleider/bouwbegeleider.

2.3.

[eiser] heeft voor zijn werkzaamheden facturen verzonden. [gedaagde] heeft alle facturen voldaan, behalve de eindfactuur van 10 april 2017 met nummer 17.020 ad € 10.782,01.

2.4.

In een e-mail van 19 april 2017 aan [YY], de elektricien van [gedaagde], heeft [XX] het volgende geschreven:

‘(…)

Intertiles heeft op mijn advies de factuur naar jullie toegezonden.

Ik heb ondertussen begrepen dat jullie dat bakjes voor de armaturen hebben gesteld en niet [gedaagde] . Ik vind het zelf al onbegrijpelijk dat de bakjes geen onderkant hadden, er zaten zelf gaten boven in waar elektra kabels door heen gestoken moesten worden. Wat overigens niet gebeurd was want de buisleidingen waren ingevoerd via de open onderzijde van het bakje.

Uit de reparatie, die [eiser] van Intertiles heeft verzorgd, bleek ook nog eens dat de stelruimte onder het bakje niet was dicht gezet en dat de korte buisleidingen gewoon plat op de grond lagen.

Enfin; lang verhaal maar het komt er op neer dat jullie niet [eiser] voor deze kosten kunnen laten opdraaien, dat zou niet netjes zijn. De fout zit gewoon in het bakje en in de wijze waarop het bakje is gemonteerd icm de korte buisleidingen.

[eiser] heeft er foto’s van. Ik stel voor dat jij in contact met hem treedt en dit al of niet in overleg met [gedaagde] tot een acceptabele oplossing komt in deze. Jou onderstaande mail is dat in ieder geval niet.

(…)’

2.5.

Op 9 mei 2017 heeft [XX] in een e-mail aan de echtgenote van [gedaagde] (met kopie aan [eiser]) het volgende geschreven:

‘De gedane offerte Intertiles heeft betrekking op datgene wat we toen wisten. Wat je toen nog niet wist waren de vloertegels in jullie eigen badkamer, de wandtegels (glasmozaiek) in de toilet en al het tegelwerk in de kelder. Dit is er dus allemaal bij gekomen net zoals de 2 hardstenen plateautjes in de toiletten begane grond en kelder, het kitwerk in de gehele woning en de reparaties van de vloertegels in de badkamer voor. Ook is er in het toilet beneden nog een getegelde plint aangebracht op jullie verzoek.

Voor de kosten van de 4 grondspots in de woonkamer vind ik dat [YY] Technisch bedrijf ook niet helemaal vrij uit gaat. Deze heeft nl op verzoek van [gedaagde] de grondspots geplaatst en dat hebben ze niet correct gedaan. Ik ben hierover in gesprek gegaan met heen ([ZZ]) maar die geeft gewoon “niet thuis”.

Ik zelf vind dat we niet alleen Intertiles kunnen opzadelen met deze kosten.

Voor wat betreft de ingediende factuur door Intertiles; Deze klopt. Hierbij het verzoek om tot betaling over te gaan.

Voor wat betreft de dozen tegels die in je kelder staan; Er wordt altijd een paar procent snijverlies gerekend en je besteld altijd volle dozen. Dat er wat over is, is dan ook niet meer dan normaal. Jullie hebben ze betaald dus ze zijn ook van jullie.

(…)’

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 11.027,31.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming van werk en de verstrekte meerwerkopdrachten, gehouden is de eindfactuur van € 10.782,01 te voldoen. Omdat [gedaagde] ook na verzoeken niet tot betaling overging, heeft [eiser] zijn incasso-gemachtigde ingeschakeld en maakt hij aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten van € 904,-. Gelet op het verzuim maakt [eiser] ook aanspraak op de wettelijke rente. [eiser] heeft op de zitting zijn eis verminderd met een bedrag van € 834,02 incl. btw (12 m² aan te veel in rekening gebrachte tegels) en vermeerderd met een bedrag van € 175,32 (vervallen kredietbeperking wegens te late betaling).

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij voert aan – samengevat – dat [eiser] 16 m² te veel aan tegels (€ 919,04) in rekening heeft gebracht. Het schuren van de anhydrietvloeren (197 m² a € 4 per m² = € 788,-) behoorde niet tot de opdracht, zodat een bedrag van € 788,- ten onrechte in rekening is gebracht. De vloeren waren bovendien al door Gebr. Kwakman B.V. geschuurd. Los daarvan betwist [gedaagde] ook de in rekening gebrachte prijs van € 4,- per m² voor het schuren. Tot slot dienen de herstelkosten met betrekking tot de Led-bakjes (63 uur hakwerk en reparatie ad € 2.862,50) voor rekening van [eiser] te blijven omdat [eiser] deze schade zelf heeft veroorzaakt.

5 De beoordeling

5.1.

Centraal staat de vraag of [gedaagde] gehouden is de (op de zitting verminderde) eindfactuur van 10 april 2017 te voldoen. Het verweer van [gedaagde] spitst zich toe op drie onderdelen: 1) teveel m² aan tegels in rekening gebracht; 2) geen opdracht voor schuurwerkzaamheden en 3) herstelkosten Led bakjes niet voor rekening [gedaagde]. Deze onderdelen zullen hieronder achtereenvolgens besproken worden.

in rekening gebrachte tegels

5.2.

Op grond van de stellingen over en weer neemt de kantonrechter tot uitgangspunt dat op grond van de offerte een oppervlakte van 154 m² aan tegels besteld, en dus in rekening gebracht, zou worden. Voorts wordt vastgesteld dat [eiser] daarnaast nog 16 m² aan tegels extra in rekening heeft gebracht. [eiser] heeft op de zitting uitgelegd dat van die extra tegels, 12 m² betrekking heeft op extra snijverlies en 4 m² op het vervangen van tegels rondom de led-bakjes. Op de zitting heeft [eiser] voorts uiteengezet dat normaal bij iedere offerte vermeld wordt dat het werkelijk aantal gebruikte vierkante meters aan tegels achteraf nog in rekening zal worden gebracht. [eiser] erkent dat dit in deze zaak niet is gebeurd zodat hij ten onrechte het extra snijverlies van 12 m² - wat niet was opgenomen in de offerte – in rekening heeft gebracht. [eiser] heeft dan ook op de zitting zijn vordering verminderd met een bedrag van € 834,02 incl. btw (12 m² × € 69,50 per m²). De resterende 4 m² aan tegels die extra in rekening zijn gebracht, hebben betrekking op het vervangen van de tegels rondom de Led-bakjes, aldus [eiser].

5.3.

De kantonrechter is van oordeel dat, behoudens de 4 m² tegels rondom de led-bakjes, waarover later meer, gelet op de vermindering van eis en de toelichting van [eiser] daarop, [gedaagde] onvoldoende duidelijk heeft gemaakt wat er, ook na die vermindering, niet klopt aan het aantal in rekening gebrachte m² aan tegels. [gedaagde] heeft immers de offerte geaccepteerd waarin een te betegelen vloeroppervlak van 145 m² is opgenomen, met daarbij corresponderend – ook volgens de eigen stelling van [gedaagde] – voor 154 m² aan te bestellen tegels, waarmee het (snij)verschil van 9 m² verklaard is.

schuren vloeren

5.4.

[eiser] stelt dat gedurende de werkzaamheden, maar voordat de tegels gelegd zouden worden, bleek dat de anhydrietvloeren niet geschuurd waren. In het bijzijn van [zzz] heeft [XX] vervolgens opdracht gegeven de vloeren te schuren, aldus [eiser]. [eiser] heeft het schuurwerk vervolgens weer uitbesteed aan [zzz] van ESK Tegelzetters B.V. [eiser] verwijst ter onderbouwing naar de e-mail van [XX] van 9 mei 2017 waarin deze schrijft dat [eiser] de begane grond heeft geschuurd en naar de schriftelijke verklaring van dhr. [xxx] van ESK Tegelzettersbedrijf B.V. (productie 17 bij dagvaarding). [gedaagde] brengt daartegen in dat hij geen opdracht heeft gegeven om de anhydrietvloeren te schuren; de vloeren waren bovendien reeds door Gebr. Kwakman B.V. geschuurd. In het licht van de uiteenzetting van [eiser], onder verwijzing naar de in het geding gebrachte e-mail en verklaring, is deze motivering van het verweer naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende en had het op de weg gelegen van [gedaagde] zijn verweer nader te onderbouwen door bijvoorbeeld verklaringen in zijn voordeel in het geding te brengen of anderszins met stukken te onderbouwen dat Gebr. Kwakman B.V. alle vloeren in de woning reeds geschuurd had. Nu [gedaagde] dit niet heeft gedaan, zal aan het verweer voorbij worden gegaan en is er geen plaats voor bewijslevering.

5.5.

Waar het gaat om de in rekening gebrachte prijs per m² voor het schuren heeft [eiser] gesteld dat er bij het verstrekken van de opdracht geen prijs is afgesproken en dat de in rekening gebrachte prijs van € 4,- per m² een redelijke prijs is. Dat Gebr. Kwakman B.V. een lagere prijs offreert moet gezien worden in het licht van de grote opdracht die Gebr. Kwakman B.V. heeft gekregen (het storten van de vloeren in het hele huis) en de omstandigheid dat [eiser] op korte termijn een onderaannemer heeft moeten inhuren om het schuurwerk te verrichten, aldus [eiser]. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] hier onvoldoende feiten en omstandigheden tegenover heeft gesteld, zodat aan het verweer van [gedaagde] op dit punt voorbijgegaan wordt.

5.6.

Het voorgaande betekent dat het onderdeel van de vordering met betrekking tot het schuren van de vloeren toewijsbaar is.

reparatie Led-bakjes

5.7.

Vast is komen te staan dat [eiser] in november 2016, nadat bij het aanstorten van het vierde Led-bakje bleek dat gietmortel in de Led-bakjes liep, de mortel er uit heeft geveegd. Vervolgens is de stelling van [eiser] dat hij twee maanden later, in februari 2017 opdracht heeft gekregen van [gedaagde] om de Led-bakjes los te hakken, onvoldoende weersproken. De vraag is dus of [eiser] die werkzaamheden in rekening heeft mogen brengen bij [gedaagde].

5.8.

Daarbij is van belang of [eiser] een verwijt kan worden gemaakt van het ontstaan van de schade. [eiser] stelt dat hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt omdat de bakjes door een derde (de elektricien van [gedaagde]) in de vloer gemonteerd waren en hij niet kon voorzien dat bij het aangieten de mortel via openingen in de bakjes naar binnen zou lopen.

5.9.

[gedaagde] heeft daartegen in gebracht dat [eiser] had moeten onderzoeken of de ruimte waarin de gietmortel moest worden gestort volledig dicht was, dan wel dat er nog enige afdichting aan de bakjes moest plaatsvinden.

5.10.

De kantonrechter verwerpt dit verweer. De zorgplicht van [eiser] als aannemer reikt niet zover dat hij tot in detail door derden gemonteerde bakjes moet controleren op mogelijke fouten.

5.11.

De kantonrechter gaat er hierbij overigens vanuit dat de gietmortel naast de bakjes in de uitsparing is gestort en naar binnen heeft kunnen lopen via openingen in de bakjes. Het verwijt van [gedaagde] dat de gietmortel van bovenaf in de bakjes is gegoten acht de kantonrechter niet aannemelijk en is ook, zeker gelet op de aanvullende verklaring van dhr. [xxx] van ESK volstrekt onvoldoende onderbouwd. Bovendien is deze stelling voor het eerst ingenomen op de zitting.

5.12.

Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat [eiser] niet is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat [gedaagde] [eiser] op enig moment aansprakelijk heeft gehouden voor de schade. [eiser] heeft er dus gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat hij voor het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden betaald zou worden. Dit wordt ook ondersteund door de door de heer [XX] verzonden e-mail, waaruit volgt dat [XX] er van uit ging dat [eiser] voor die reparatiewerkzaamheden een betaling zou moeten ontvangen, weliswaar niet door [gedaagde], maar door de door [gedaagde] ingeschakelde elektricien die de LED-bakjes heeft gemonteerd.

5.13.

[gedaagde] heeft in dit verband op zich niet betwist dat het in verband met de herstelwerkzaamheden noodzakelijk is geweest 4 m² aan tegels te vervangen, zodat het hierop betrekking hebbende gedeelte van de vordering eveneens toewijsbaar is.

5.14.

[eiser] heeft op de zitting zijn eis vermeerderd met een bedrag van € 175,32 (vervallen kredietbeperking wegens te late betaling). Deze eisvermeerdering behoeft geen bespreking omdat het bedrag van € 175,32 reeds besloten is in de oorspronkelijke hoofdsom (€ 10.782,01) zoals bij dagvaarding gevorderd. De verschuldigdheid van deze kredietbeperking staat tussen partijen verder ook niet ter discussie.

5.15.

De conclusie is dat de verminderde vordering van [eiser] in hoofdsom toewijsbaar is (€ 10.782.01 - € 834,02 = € 9.947,99). Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat deze eveneens zal worden toegewezen.

5.16.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat in de aan [gedaagde] verzonden aanmaning geen betalingstermijn van 14 dagen, aanvangende de dag na aanmaning, is gegeven, zoals artikel 6:96 lid 6 BW vereist.

5.17.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij grotendeels ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 9.947,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 juli 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 83,51

griffierecht € 223,00

salaris gemachtigde € 600,00 ;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A. Swildens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter