Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:310

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-01-2018
Datum publicatie
26-03-2018
Zaaknummer
6167705 / AO VERZ 17-97
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek billijke vergoeding toegewezen. Werkgever heeft herplaatsingsplicht geschonden. Medewerker krijgt een dag nadat zijn leidinggevende ontslag heeft genomen bericht dat zijn functie is vervallen en wordt per direct op non-actief gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0385
RAR 2018/95
JAR 2018/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6167705 / AO VERZ 17-97

Uitspraakdatum: 16 januari 2018

Beschikking in de zaak van:

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij in het verzoek

verwerende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. R.G.F. Lammers

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Idexx Europe B.V.

gevestigd te Hoofddorp

verwerende partij in het verzoek

verzoekende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: Idexx

gemachtigde: mr. R. el Johari

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft een verzoek gedaan om ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toe te kennen, [werknemer] heeft daarnaast verschillende nevenverzoeken gedaan. Idexx heeft een verweerschrift ingediend en daarbij een tegenverzoek gedaan.

1.2.

Op 24 oktober 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht, waarvan proces-verbaal is gemaakt. Het proces-verbaal is aan partijen verstrekt. [werknemer] heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling een deel van zijn verzoek ingetrokken. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen nog stukken toegezonden en heeft [werknemer] bij akte zijn verzoek gewijzigd.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] , geboren op [datum] 1971, is op 19 maart 2012 bij Idexx Switserland AG in dienst getreden. Op 1 augustus 2012 is [werknemer] bij Idexx Laboratories Inc. USA in dienst getreden. [werknemer] is op 1 augustus 2016 bij Idexx in dienst getreden. De laatste functie die [werknemer] vervulde, is die van VP General Manager Water & SAME, tegen een bruto salaris van € 19.290,00 per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en bonussen. In de arbeidsovereenkomst (artikel 20) is een non-concurrentiebeding overeengekomen voor de duur van één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

2.2.

Partijen hebben in de loop van 2016 gesproken over het vertrek van [werknemer] naar Nederland. Daarbij heeft vooral contact plaatsgehad tussen [leidinggevende] en [werknemer] . [leidinggevende] is de direct leidinggevende van [werknemer] . [werknemer] heeft vragen gesteld aan [HR medewerker] (HR medewerker Idexx). In een e-mail van 5 juli 2016 antwoordt [HR medewerker] op een vraag van [werknemer] :“You will keep the Unvested Stocks” In haar e-mail van 24 november 2016 schrijft [HR medewerker] : “(…) I have previously indicated that you would retain your unvested stock if terminated and this was incorrect. This is not permitted under the IDEXX Stock plan. As we have discussed in face to face meetings, IDEXX has one stock plan, so the plan remaines unchanged from the plan you had when you were employed in the US. (...)” [werknemer] heeft in zijn e-mail van 28 november 2016 geantwoord dat hij hiervan niet op de hoogte was en geen weet heeft van eerdere gesprekken over dit onderwerp, aangezien hij in die tijd niet in Nederland verbleef.

2.3.

Idexx heeft [werknemer] op 9 november 2016 meegedeeld dat zijn functie als gevolg van een reorganisatie komt te vervallen. [werknemer] is daarbij per direct vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Idexx heeft [werknemer] op diezelfde dag een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst voorgelegd, die [werknemer] voor 12 november 2016 diende te tekenen. De termijn voor het tekenen van de vaststellingsovereenkomst is later verlengd.

2.4.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft bij besluit van 10 februari 2017 aan Idexx de toestemming onthouden voor opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. In dat besluit stond onder andere het volgende: “(…) Uw aanvraag is gebaseerd op bedrijfseconomische redenen. (…) De werkgever moet zijn onderneming zo kunnen inrichten dat het voortbestaan daarvan ook op langere termijn verzekerd is. Bij de toetsing van die beslissing past dan ook een zekere mate van terughoudendheid, waarbij de werkgever zich wel moet verantwoorden. Wij zijn van mening dat u zich op basis van de in geding gebrachte argumenten en documenten heeft kunnen verantwoorden voor uw beslissingen. De ingebrachte informatie ondersteunt uw beslissing om de arbeidsplaats van werknemer structureel te laten vervallen. (…) Werknemer stelt en beargumenteert in zijn verweer gemotiveerd waarom hij geschikt is voor de nieuw gecreëerde functie van Head of Central Eastern Europe. U voert op uw beurt weer puntsgewijs aan waarom deze functie volgens u niet passend is voor werknemer. Naar onze mening heeft u de argumenten van werknemer niet voldoende gemotiveerd kunnen weerleggen. (…) Wij kunnen- gezien het vorenstaande- niet anders dan concluderen dat van een serieus herplaatsingstraject niet kan worden gesproken. Bij uw ontslagaanvraag heeft u geen enkel stuk verstrekt waaruit blijkt dat u serieus ingaat op een herplaatsingstraject van werknemer. (…)”

2.5.

Het Uwv heeft bij besluit van 30 mei 2017 aan Idexx toestemming verleend voor opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. In dat besluit stond onder andere het volgende: “(…) Ten overvloede merken wij op dat het feit dat de oude functie van Head of CEE is vervallen en een nieuwe functie is ontstaan, namelijk die van VP CEE, gekwalificeerd mag worden als een nieuw feit, zodat u ontvankelijk bent in uw ontslagverzoek. (…) U heeft gedocumenteerd onderbouwd dat voor de nieuwe functie enkele zwaardere aspecten van doorslaggevend belang zijn. Ook heeft u gedocumenteerd onderbouwd dat deze vereisten niet dan wel in onvoldoende mate aanwezig zijn bij werknemer, zodat niet kan worden gesproken van een passende functie. (…)” Idexx heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 augustus 2017.

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, na wijziging van zijn verzoek:

3.1.1.

voor recht te verklaren dat Idexx bij haar herhaalde ontslagaanvraag niet ontvankelijk is, en Idexx daarvan een ernstig verwijt is te maken;

3.1.2.

voor recht te verklaren dat een redelijke grond voor de opzegging ontbreekt, en Idexx daarvan een ernstig verwijt is te maken;

3.1.3.

voor recht te verklaren dat Idexx haar verplichting om [werknemer] te herplaatsen heeft geschonden, en Idexx daarvan een ernstig verwijt is te maken;

3.1.4.

Idexx te veroordelen aan [werknemer] te voldoen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, een billijke vergoeding groot € 928.600,00 bruto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

3.1.5.

Idexx te veroordelen aan [werknemer] te voldoen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de transitievergoeding groot € 49.522,00 bruto, waarvan € 44.190,00 is voldaan, zodat een bedrag van € 5.332,00 resteert, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

3.1.6.

primair voor recht te verklaren dat Idexx geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding zoals vermeld in artikel 20 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, subsidiair, te vernietigen de looptijd van het concurrentiebeding zoals vermeld in artikel 20 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst en de looptijd te beperken tot 9 november 2017;

3.1.7.

Idexx te veroordelen aan [werknemer] te voldoen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de schade van de expat regeling groot € 53.464,93 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de wettelijke verhoging;

3.1.8

primair voor recht te verklaren dat [werknemer] zijn rechten voortvloeiende uit c.q. samenhangende met zijn unvested stocks volledig behoudt, en deze op de reguliere wijze/tijdstippen kan uitoefenen, subsidiair, Idexx te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [werknemer] de waarde te voldoen van het pakket van aandelen en opties zijnde per heden € 909.437,07, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

3.1.9.

Idexx te veroordelen aan [werknemer] te voldoen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de bonus over het jaar 2016, groot € 107.745,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

3.1.10.

primair, Idexx te veroordelen aan [werknemer] toe te kennen stock/opties tot een bedrag groot € 106.555,00 over het jaar 2016, en hem in de gelegenheid te stellen deze op reguliere wijze/tijdstippen uit te oefenen, subsidiair, Idexx te veroordelen aan [werknemer] te voldoen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de waarde van dat pakket aandelen en opties zijnde per heden € 106.555,00 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2017, tot aan de dag der algehele voldoening;

3.1.11.

Idexx te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

[werknemer] heeft verschillende stellingen aan zijn verzoek ten grondslag gelegd, waarop voor zover van belang hierna bij de beoordeling nader zal worden ingegaan.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

Idexx verweert zich en stelt dat het verzoek om ten laste van haar een billijke vergoeding toe te kennen, moet worden afgewezen. Het verweer van Idexx wordt bij de beoordeling zo nodig weergegeven.

4.2.

Idexx verzoekt [werknemer] te veroordelen in de proceskosten en daarbij tot uitdrukking te laten komen dat door de procestechniek van [werknemer] Idexx onnodig op kosten is gejaagd in het opstellen van haar verweer. Ook verzoekt Idexx voor recht te verklaren dat [werknemer] in strijd met het nevenactiviteitenverbod heeft gehandeld.

5 De beoordeling

Het verzoek

Ontvankelijkheid verzoek

5.1.

Idexx voert aan dat [werknemer] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, aangezien [werknemer] vooral verwijst naar de Uwv procedure of zijn stellingen uit die procedure herhaalt. Daarmee voldoet het verzoekschrift niet aan de vereisten van artikel 278 Rv, aldus Idexx.

5.2.

De kantonrechter is van oordeel dat in het verzoekschrift een voldoende duidelijke omschrijving is weergegeven van het verzoek en de gronden waarop dat berust. Van een gebrek is aldus geen sprake, zodat het verweer van Idexx op dit onderdeel wordt gepasseerd.

5.3.

Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of aan [werknemer] een billijke vergoeding moet worden toegekend.

5.4.

[werknemer] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.5.

De kantonrechter neemt tot uitgangspunt dat in zaken die voortvloeien uit de Wet werk en zekerheid (Wwz), zoals deze zaak, het bewijsrecht in beginsel van toepassing is, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. In dit geval verzet de aard van de zaak zich niet tegen toepassing van het bewijsrecht.

5.6.

Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn nadere regels gesteld met betrekking tot een redelijke grond voor ontslag (Ontslagregeling). In artikel 11 tot en met 16 van de Ontslagregeling zijn regels neergelegd voor het bepalen van de volgorde van ontslag bij het vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

5.7.

Uit artikel 7:682 lid 1, onderdeel b, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van een werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is opgezegd met de toestemming van het Uwv, aan die werknemer, bij een opzegging in strijd met artikel 7:669 lid 3, onderdeel a, BW, een billijke vergoeding kan toekennen indien herstel van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet mogelijk is vanwege een omstandigheid waarbij sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

Voor toekenning van een billijke vergoeding is dus in de eerste plaats vereist dat sprake is van een opzegging in strijd met artikel 7:669, lid 3, onderdeel a, BW, en dat ontslag wegens een bedrijfseconomische reden niet gerechtvaardigd is.

Redelijke grond voor ontslag en ontvankelijkheid bij het Uwv

5.8.

[werknemer] stelt dat het ontslag een redelijke grond ontbeert, omdat het Uwv Idexx niet-ontvankelijk had dienen te verklaren in haar verzoek. Idexx heeft haar herhaalde aanvraag gebaseerd op een nieuw feit, terwijl daarvan geen sprake was, aldus [werknemer] . Van het vervallen van de oude functie Head of CEE is geen sprake, aangezien die functie niet daadwerkelijk heeft bestaan en de nieuw voorgestelde functie vrijwel identiek is aan de functie van Head of CEE. Gelet op de door Idexx gegeven toelichting kan hooguit worden opgemaakt dat gedurende het sollicitatieproces accentverschuivingen hebben plaatsgehad, kennelijk naar aanleiding van de tegenvallende kwaliteit van de sollicitanten. Nu het verzoek is ingediend door dezelfde aanvrager, bij hetzelfde bestuursorgaan met eenzelfde grondslag, is sprake van een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Uwv had Idexx aldus niet-ontvankelijk moeten verklaren. Dit klemt temeer nu Idexx de mogelijkheid van hoger beroep onbenut heeft gelaten, aldus nog altijd [werknemer] .

5.9.

Idexx voert aan dat het Uwv heeft geoordeeld dat Idexx ontvankelijk was. Dat besluit kan Idexx niet worden aangerekend, zodat alleen al daarom de vordering onder 3.1.1. dient te worden afgewezen. Voor zover al sprake is van een herhaalde aanvraag dient artikel 4:6 Awb niet restrictief te worden uitgelegd. De in artikel 4:6 Awb genoemde norm richt zich tot het bestuursorgaan en niet tot Idexx als werkgever. Het is daarmee slechts een instructienorm en niet direct toepasbaar, aldus Idexx. Idexx voert voorts aan dat ook inhoudelijk geen sprake is van een herhaalde aanvraag. Gedurende de eerste Uwv-procedure hebben zich nieuwe feiten en omstandigheden voorgedaan. Als gevolg van die nieuwe feiten en omstandigheden is de functie Head of CEE vervallen en is een nieuwe functie gecreëerd. Deze functie is niet passend voor [werknemer] .

5.10.

De kantonrechter is met Idexx van oordeel dat het oordeel van het Uwv Idexx niet kan worden aangerekend. [werknemer] heeft dit verweer ook in de Uwv-procedure gevoerd, waarna het Uwv Idexx alsnog ontvankelijk heeft verklaard. Dat Idexx gebruik maakt van de verkregen ontslagvergunning na een herhaalde aanvraag is dan ook op zichzelf niet te kwalificeren als ernstig verwijtbaar. De vordering onder 3.1.1. wordt daarom afgewezen.

Redelijke grond voor ontslag en doelmatige bedrijfsvoering

5.11.

[werknemer] stelt voorts dat het ontslag een redelijke grond ontbeert, omdat geen sprake is van een reorganisatie. Idexx doet het ten onrechte voorkomen alsof [werknemer] weinig taken vervulde. In ieder geval vervulde [werknemer] aanzienlijk meer taken dan het houden van toezicht. Met de overheveling van een aantal van de taken van [werknemer] naar een collega van [werknemer] ( [collega] ) is sprake van een overbelasting voor die collega. Het werk van [werknemer] is dan ook niet verdwenen. Het heeft er alle schijn van dat door het aangekondigde vertrek van de leidinggevende van [werknemer] , de heer [leidinggevende] , ook [werknemer] diende te verdwijnen. [leidinggevende] kondigt op 8 november 2016 aan te vertrekken en op 9 november 2016 hoort [werknemer] dat Idexx zijn dienstverband wil beëindigen. Met een doelmatige bedrijfsvoering heeft dit niets te maken, aldus [werknemer] . Ook heeft [werknemer] een geschil gehad met de CEO van het Idexx concern. Mogelijk dat ook dat de reden is voor zijn ontslag.

[werknemer] voegt hieraan later toe dat hem het gevoel bekruipt dat de ontslagaanvraag is gestoeld op disfunctioneren. Ook om die reden had Uwv het verzoek moeten afwijzen. Het Uwv is immers niet de instantie die een dergelijke ontslaggrond toetst.

5.12.

Idexx voert aan dat zij in november 2016 wijzigingen heeft doorgevoerd in haar topmanagement. De doelmatige inrichting van haar organisatie heeft geleid tot verval van de functie VP GM Water & Same, waardoor [werknemer] boventallig is geworden. Bij een dergelijke beslissing komt Idexx als werkgever een zekere mate van beleidsvrijheid toe. Met het vertrek van [leidinggevende] ontstond een “logisch” moment voor een reorganisatie, waarbij de hiërarchie binnen de onderneming is veranderd. Een dergelijke organisatorische wijziging dient zo snel mogelijk concern breed te worden gecommuniceerd, aangezien [leidinggevende] een sleutelpositie vervulde. Het vertrek van [leidinggevende] was daarmee inderdaad één van de redenen om de reorganisatie door te voeren. Anderzijds heeft te gelden dat de functie van VP GM Water & SAME niet langer te rechtvaardigen was, omdat deze functie qua inhoud geen VP-functie vertegenwoordigde. Op 9 november 2016 heeft Idexx aan [werknemer] bericht dat zijn functie per direct was vervallen en dat hij boventallig werd. Aan hem is een vaststellingsovereenkomst aangeboden. [werknemer] heeft hierop niet gereageerd. De aanvankelijk beoogde nieuwe functie Head of CEE bleek onvoldoende gewicht te hebben om de bedrijfsdoelstellingen van Idexx te kunnen dragen. Die functie is daarom ingetrokken en er is een nieuwe, zwaardere functie, Vice President Commercial Europe Central Eastern Europe (CEE) (hierna: VP Commercial Europe) gecreëerd.

5.13.

De kantonrechter is met [werknemer] van oordeel dat voldoende is gebleken dat de beslissing van Idexx om zijn functie te laten vervallen (mede) is ingegeven door het vertrek van [leidinggevende] . Ook Idexx erkent dit. De kantonrechter is eveneens met [werknemer] van oordeel dat Idexx vervolgens niet zorgvuldig heeft gehandeld. Zij heeft [werknemer] een dag nadat [leidinggevende] te kennen geeft te willen vertrekken, medegedeeld de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen en heeft hem per direct op non-actief gesteld. Anderzijds heeft te gelden dat die handelwijze niet direct hoeft te betekenen dat aan het ontslag geen bedrijfseconomische reden ten grondslag ligt. Idexx heeft immers onbetwist aangevoerd dat ook [leidinggevende] eerder heeft gezegd dat de taken van [werknemer] elders belegd kunnen worden, met het oog op de verdere promotie van [werknemer] . [werknemer] stelt zelf ook dat hij na augustus 2016 vooral heeft ingezet op SAME en in dat gebied nog aan het leren was. Hij verklaart zelf ook daarvoor nog enige tijd nodig te hebben. Gelet op die feiten en omstandigheden is voldoende aannemelijk geworden dat de functie van [werknemer] ten tijde van het laten vervallen daarvan inhoudelijk niet langer een VP-functie betrof. Zoals Idexx ter zitting ook heeft aangevoerd was er na het vertrek van [leidinggevende] geen mogelijkheid meer om verder te leren. [werknemer] heeft ook niet betwist dat zijn functie is vervallen. Hij stelt weliswaar dat [collega] om die reden een te groot takenpakket heeft gekregen, maar onderbouwt dat verder niet, zodat de kantonrechter daaraan voorbijgaat. Een werkgever moet zijn onderneming zo kunnen inrichten dat het voortbestaan daarvan ook op langere termijn verzekerd is. Bij de toetsing van die beslissing past dan ook een zekere mate van terughoudendheid, waarbij de werkgever zich moet verantwoorden. Idexx heeft haar keuze gelet op al het vorenstaande voldoende verantwoord. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat de functie van [werknemer] is vervallen.

Herplaatsing

5.14.

[werknemer] stelt voorts dat Idexx haar herplaatsingsplicht heeft geschonden door hem niet te plaatsen in de functie, die op dit moment VP-CAG Commercial Europe wordt genoemd. Die bestond nog ten tijde van het verzoek bij Uwv. Eerder is immers door [leidinggevende] al benoemd dat [werknemer] klaar was voor en voorbestemd voor deze functie. [leidinggevende] is ook bereid dit te verklaren. [werknemer] voldoet aan alle genoemde criteria voor deze functie. Onduidelijk is waarom [werknemer] slechts enkele maanden later niet meer geschikt zou zijn.

Gelet ook op de uitkomst van de contra-expertise dient de uitslag van het assessment bij Korn Ferry (internationale consultants) niet doorslaggevend te zijn, aangezien zij niet wisten op welke functie het onderzoek betrekking had. Uit het contra-expertiserapport blijkt dat [werknemer] geschikt is. Idexx heeft niets anders gedaan dan aan [werknemer] vacaturelijsten sturen. Het concern Idexx is zo groot, dat het niet waarschijnlijk is dat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. Idexx heeft in woord en daad duidelijk gemaakt [werknemer] niet te willen herplaatsen, aldus [werknemer] .

5.15.

Idexx voert aan dat zij aan haar herplaatsingsplicht heeft voldaan. Zij heeft reeds voordat zij [werknemer] boventallig heeft verklaard, onderzocht of zij [werknemer] in een passende functie zou kunnen herplaatsen. Dat was destijds niet het geval en dat is nog altijd niet het geval. De functie VP Commercial Europe valt in de hoogste functieschaal van Idexx en vereist onder meer specifiek in de praktijk opgedane strategisch commerciële ervaring en leiderschapscompetenties. De functie is aldus een functie boven het niveau van de functie die [werknemer] tot 9 november 2016 vervulde. Het betreft een zogenaamde “sleutelpositie”. [werknemer] beschikt niet over de vereisten voor de functie VP Commercial Europe. Dat blijkt ook uit het door Korn Ferry verrichtte onderzoek. Dat onderzoek heeft zich inderdaad niet gericht op de vraag of [werknemer] geschikt is voor de functie VP Commercial Europe, maar dat oordeel is voorbehouden aan Idexx. De objectief vastgestelde ervaring en competenties zijn afgezet tegen de functievereisten. Vervolgens is geoordeeld dat [werknemer] niet aan de vereisten voldoet. Dat het door [werknemer] ingeschakelde bureau BSG anders oordeelt kan zo zijn, maar daarbij dient te worden opgemerkt dat dit assessment uitsluitend is gebaseerd op informatie die [werknemer] zelf heeft verstrekt, zo meent Idexx.

5.16.

Idexx is als goed werkgever verplicht te onderzoeken of herplaatsing van een werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie mogelijk is. Dat Idexx reeds voordat zij [werknemer] boventallig heeft verklaard, de herplaatsingsmogelijkheden heeft onderzocht, is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gebleken. Desgevraagd is namens Idexx immers verklaard dat aanleiding voor het boventallig verklaren van [werknemer] op 9 november 2016 het vertrek van [leidinggevende] was. De aankondiging van [leidinggevende] op 8 november 2016 dat hij de onderneming wilde verlaten. heeft Idexx naar eigen stelling niet zien aankomen. Dat vervolgens in een dag tijd de herplaatsingsmogelijkheden van [werknemer] zijn onderzocht is onaannemelijk. Immers, ook namens Idexx is gesteld dat Idexx zich op dat moment voor een veelheid aan vragen gesteld zag. Gelet ook op de omvang van het concern en de vele verschillende ondernemingen valt niet in te zien dat dit alles binnen één dag is onderzocht. Dat de functie Head of CEE niet passend zou zijn geweest voor [werknemer] is ook onvoldoende duidelijk geworden. Idexx heeft deze functie laten vervallen, hetgeen zij als ondernemer weliswaar mag doen. Idexx heeft echter de door haar gestelde reden daarvoor, te weten dat deze functie onvoldoende gewicht heeft om de bedrijfsdoelstellingen van Idexx te kunnen dragen, onvoldoende onderbouwd.

De kantonrechter kan zich ook niet aan de indruk onttrekken dat Idexx deze functie heeft laten vervallen in verband met het oordeel van het Uwv en dat vervolgens de functie VP Commercial Europe is gecreëerd, waarbij juist het accent werd gelegd op onderdelen waarop de ervaring [werknemer] tekort schoot. Op belangrijke onderdelen komen de functies immers overeen. In die gegeven omstandigheden is het niet reëel de herplaatsingsinspanningen te beperken tot de functie VP Commercial Europe, waarvan op voorhand duidelijk is dat deze niet passend is, zowel gelet op het salarisniveau als gelet op de vereiste ervaring. Dit geldt temeer nu ten aanzien van de eerdere functie Head of CEE, mede gelet op de positieve beoordelingen van [werknemer] , onvoldoende gebleken is dat deze niet passend was voor [werknemer] , al dan niet met extra scholing. Onvoldoende is gebleken dat Idexx zich verder enige moeite heeft getroost om [werknemer] te herplaatsen.

Idexx voert weliswaar aan dat VP-functies ondanks de omvang van het concern beperkt aanwezig zijn en dat van haar niet kan worden verwacht een functie te creëren, maar vast staat wel dat Idexx na het vertrek van [leidinggevende] verschillende functies heeft gecreëerd. Immers, naast genoemde functies Head of CEE en VP Commercial Europe is ook een andere VP-functie gecreëerd. Idexx heeft toegelicht dat die functie reeds bestond, alleen dat de titel VP daaraan nog niet was gegeven. Dat kan zo zijn, maar dat brengt ook met zich dat een onderzoek naar herplaatsing zich ook had moeten richten op de vraag of [werknemer] herplaatsbaar was in andere functies waaraan (nog) niet de titel VP was gegeven. Idexx heeft [werknemer] weliswaar een assessment laten doen, maar dat is in dit verband onvoldoende. Dit klemt temeer nu uit de eerdere verslagen en beoordelingen andere resultaten blijken dan uit het assessment en ook het door [werknemer] overgelegde tegenonderzoek een andere conclusie heeft. Idexx heeft aldus niet meer gedaan dan [werknemer] vacaturelijsten sturen, hetgeen zij overigens ook pas heeft gedaan nadat zij heeft besloten de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te willen beëindigen. Van een voldoende en deugdelijk herplaatsingstraject kan aldus niet worden gesproken. De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat Idexx haar herplaatsingsplicht heeft geschonden. De conclusie is dat de opzegging daarom in strijd is met artikel 7:669 lid 3, onderdeel a, BW.

5.17.

Gelet op artikel 7:682 lid 1, onderdeel b, BW is voor toekenning van een billijke vergoeding niet alleen vereist dat de opzegging in strijd is met artikel 7:669 lid 3, onderdeel a, BW, maar ook dat herstel van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet mogelijk is vanwege een omstandigheid waarbij sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever?

5.18.

Gelet op al het vorenstaande is sprake van een onterecht ontslag en dus heeft Idexx ernstig verwijtbaar gehandeld, aldus [werknemer] . Idexx heeft [werknemer] , direct nadat zijn leidinggevende ontslag heeft genomen, als een “baksteen” laten vallen. Idexx heeft immers gebruik gemaakt van de door het Uwv verkregen toestemming, terwijl zij wist dat het Uwv haar niet-ontvankelijk had dienen te verklaren. Idexx heeft gebruik gemaakt van een voorgewende reden, te weten reorganisatie. Ook heeft Idexx de herplaatsingsplicht geschonden, terwijl een passende functie voorhanden was. Functies op het niveau van [werknemer] liggen niet voor het oprapen. [werknemer] lijdt dan ook forse schade. Met deze financiële gevolgen dient bij het vaststellen van de billijke vergoeding rekening te worden gehouden. Zonder het ontslag zou het dienstverband nog ten minste twee jaar hebben voortgeduurd.

Het te derven inkomen over deze periode kan worden begroot op een bedrag van € 928.600,00 (bestaande uit € 500.000,00 aan salaris, € 215.490,00 aan bonussen en € 213.110,00 aan stock/opties), aldus nog steeds [werknemer] .

5.19.

Idexx voert aan dat zij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodat geen sprake kan zijn van een billijke vergoeding. [werknemer] heeft onvoldoende toegelicht waarom [werknemer] recht zou kunnen doen gelden op een billijke vergoeding. [werknemer] stelt wel dat Idexx ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, maar niet wordt gesteld waarom herstel in redelijkheid niet mogelijk is. Evenmin is herstel gevorderd, zodat alleen al om die reden geen billijke vergoeding kan worden toegekend. Daarnaast heeft [werknemer] onvoldoende gesteld waarom Idexx ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld. Bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding kan niet zonder meer worden aangesloten bij het zogenaamde “Hairstyle arrest”. Daarbij heeft bovendien te gelden dat de door [werknemer] genoemde opties buiten beschouwing moeten blijven, omdat het toekennen van Restricted Stock is voorbehouden aan Idexx, waarvan geen sprake kan zijn in dit geval. Restricted Stock hebben immers mede tot doel een werknemer aan Idexx te verbinden, terwijl dat in onderhavige omstandigheden nu juist niet het geval is. [werknemer] vordert de facto een volledige schadeloosstelling gelijk aan de inkomensderving over twee jaar, gebaseerd op het loon met emolumenten, waaronder een discretionaire bonus en discretionaire stock option awards. [werknemer] heeft in zijn eerdere carrière geen periode van werkloosheid gehad. Met zijn achtergrond, ervaring, competenties en kennis, valt niet in te zien waarom [werknemer] nu twee jaar nodig heeft om een andere baan te vinden. Daar komt nog bij dat [werknemer] ook gedurende zijn dienstverband betrokken was bij een andere onderneming, aldus Idexx.

5.20.

De kantonrechter is anders dan Idexx van oordeel dat het feit dat [werknemer] geen herstel heeft gevorderd van de arbeidsovereenkomst, niet in de weg staat aan het toekennen van een billijke vergoeding. Een werknemer kan er gelet op artikel 7:682 lid 1, onderdeel b, BW voor kiezen een billijke vergoeding te vorderen, in plaats van herstel van de arbeidsovereenkomst. Wel is voor het toekennen van een billijke vergoeding vereist dat herstel in redelijkheid niet mogelijk is als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Dat betekent dat in de eerste plaats moet worden beoordeeld of in dit verband sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Idexx.

5.21.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat, of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren (zie: Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34).

5.22.

Naar het oordeel van de kantonrechter is, mede gelet op de hiervoor genoemde voorbeelden in de wetgeschiedenis, sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Vast staat dat [werknemer] in ieder geval tot september 2016 altijd uitstekend heeft gefunctioneerd en ook Idexx noemt [werknemer] een “High Potential.” Eveneens staat vast dat tot 8 november 2016 geen sprake was van enige reorganisatieplannen. In een eventueel reorganisatieplan konden de taken van [werknemer] , zoals ook [leidinggevende] heeft genoteerd, worden onderverdeeld, maar dat was met het doel [werknemer] te laten doorgroeien in een hogere functie.

Dat Idexx onder die omstandigheden [werknemer] een dag na het aangekondigde ontslag van zijn leidinggevende heeft aangezegd dat zijn arbeidsovereenkomst zal komen te eindigen, hem per direct op non-actief heeft gesteld en aanvankelijk slechts vier dagen de tijd heeft gegeven een vaststellingsovereenkomst te tekenen, is een ernstige schending van goed werkgeverschap en valt Idexx zwaar aan te rekenen . Er bestond geen enkele noodzaak, althans Idexx heeft deze niet aangetoond, om per direct het besluit te nemen de functie van [werknemer] te laten vervallen en evenmin om hem zonder enige aanleiding op non-actief te stellen. Gelet op het voorgaande is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Idexx. Onder die omstandigheden is herstel van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet meer mogelijk, mede gezien hetgeen hiervoor is overwogen over de onvoldoende herplaatsinginspanningen van Idexx en het feit dat Idexx heeft volhard in haar standpunt dat terugkeer van [werknemer] onmogelijk is. De kantonrechter neemt hierbij mede in aanmerking dat uit de wetgeschiedenis blijkt dat het in eerste instantie aan de werknemer zelf is om te beoordelen of herstel in redelijkheid nog mogelijk is (zie: Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 113). Het verzoek van [werknemer] om toekenning van een billijke vergoeding zal dus worden toegewezen.

5.23.

Over de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding overweegt de kantonrechter het volgende. De billijke vergoeding moet – naar haar aard – in relatie staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever. Bij het bepalen van de omvang van de billijke vergoeding komt het verder aan op een beoordeling van alle omstandigheden van het geval (zie: HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR: 2017:1187 (Hairstyle)). Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De billijke vergoeding heeft echter geen specifiek punitief karakter en bij het begroten daarvan kan dus geen rol spelen welk bedrag voor de werkgever een ‘bestraffend’ effect heeft. Hoewel genoemde uitspraak op een andere situatie zag, zoals Idexx terecht aanvoert, valt niet in te zien waarom in een geval als het onderhavige bij het bepalen van de omvang van de billijke vergoeding niet bij het “Hairstyle arrest” kan worden aangesloten.

5.24.

Dat [werknemer] geen herstel van de arbeidsovereenkomst heeft gevorderd, is zoals hiervoor reeds is geoordeeld, toe te rekenen aan Idexx. Het is Idexx ook ernstig aan te rekenen hoe zij heeft gehandeld ten aanzien van de aankondiging van het ontslag en de non-actiefstelling. Naast de eerder genoemde elementen speelt daarbij ook mee dat Idexx een vaststellingsovereenkomst heeft voorgelegd, waarbij vrijwel geen sprake was van enige tegemoetkoming jegens [werknemer] . Ook weegt mee dat er voldoende aanleiding is om aan te nemen dat Idexx de nieuwe functie VP Commercial Europe heeft gecreëerd, mede om een situatie in het leven te roepen waarbij er geen passende functie meer beschikbaar was voor [werknemer] . Verder acht de kantonrechter het aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst in ieder geval nog 1,5 jaar zou hebben voortgeduurd. Idexx had immers pas tot hernieuwde beëindiging kunnen overgaan na een herplaatsingstraject en een nieuwe ontslagprocedure. Een dergelijke procedure zou tenminste een jaar in beslag hebben genomen. Gelet op het C.V. van [werknemer] is de kantonrechter met Idexx van oordeel dat [werknemer] binnen afzienbare tijd een andere baan zal kunnen vinden. Anderzijds kan aan [werknemer] worden toegegeven, dat is immers ook wat Idexx stelt, dat vergelijkbare functies niet voor het oprapen liggen. De kantonrechter verwacht daarom dat het ongeveer een half jaar zal duren voordat [werknemer] een andere vergelijkbare baan heeft gevonden. [werknemer] heeft gesteld op dit moment niet over andere inkomsten te beschikken. Idexx heeft dit in twijfel getrokken, gelet op de mogelijke betrokkenheid van [werknemer] bij A&C Laboratories. [werknemer] heeft dit gemotiveerd betwist.

Dat A&C Laboratories inkomsten genereert, is echter niet gebleken, zodat de kantonrechter aanneemt dat ook [werknemer] niet over andere inkomsten beschikt. Gelet op het aangenomen ernstig verwijtbare handelen van Idexx ziet de kantonrechter geen aanleiding om de transitievergoeding op de billijke vergoeding in mindering te brengen. Ook de lengte van het dienstverband of de leeftijd van [werknemer] brengt hierin geen verandering. De kantonrechter gaat bij de begroting van de billijke vergoeding uit van het salaris van [werknemer] en ziet geen reden rekening te houden met een mogelijke bonus of toe te kennen opties. Vast staat immers dat die afhankelijk zijn van het functioneren van [werknemer] en dat het toekennen van die bonus alleen al om die reden geen vast gegeven is, terwijl anderzijds niet is uit te sluiten dat [werknemer] eerder ander werk vindt . Voorts speelt nog mee dat [werknemer] door de non-actiefstelling schade ondervindt. Doordat [werknemer] onterecht op non-actief is gesteld kan hij niet langer aanspraak maken op de gunstige belastingregeling. De gevolgen die [werknemer] hierdoor ondervindt zijn een direct gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van Idexx en wegen daarom mee bij de hoogte van de billijke vergoeding. Indien de arbeidsovereenkomst had voortgeduurd was in ieder geval nog één keer een deel van de unvested stocks vrijgevallen om te vesten. Ook met die omstandigheid wordt bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding rekening gehouden. De kantonrechter begroot de billijke vergoeding gelet op al het vorenstaande op afgerond € 534.000,00 bruto (18 maanden x € 19.290,00 per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag + € 53.000,00 ingevolge de belastingregeling + € 106.000,00 inzake de genoemde unvested Stock) . Daarmee wordt [werknemer] ook voldoende gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Idexx. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 30 januari 2018, te weten 14 dagen na deze uitspraak, nu Idexx pas door deze uitspraak verplicht wordt de billijke vergoeding te betalen.

Concurrentiebeding

5.25.

De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat Idexx ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Om die reden kan Idexx op grond van artikel 7:653 lid 4 BW geen rechten meer ontlenen aan het overeengekomen concurrentiebeding.

Expatregeling

5.26.

[werknemer] kan als buitenlandse werknemer gebruik maken van de zogenaamde expat-regeling. Die regeling houdt in dat [werknemer] maximaal 30% aan loonbelasting betaalt in plaats van 52%. In beginsel kan dit voordeel alleen worden ingezet voor werknemers die daadwerkelijk werkzaam zijn. [werknemer] is dit als gevolg van zijn non-actiefstelling sinds 9 november 2016 niet meer. Een non-actiefstelling ligt in de risicosfeer van de werkgever en is een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen in de zin van artikel 7:628 lid 1 BW. [werknemer] lijdt nadeel doordat deze regeling sinds 9 november 2016 niet meer is toegepast, dat nadeel wordt begroot op € 47.923,89 netto. Daarnaast heeft Idexx in verband met deze regeling ten onrechte twee bedragen ingehouden, althans is onduidelijk waarom Idexx deze bedragen heeft ingehouden. Het gaat daarbij om een inhouding van € 248,26 en € 5.292,78. De totale schade bedraagt volgens [werknemer] aldus € 53.464,93.

5.27.

Idexx voert aan dat de expat regeling een fiscale faciliteit is die bedoeld is om de kosten die werkgevers maken bij het in dienst nemen van buitenlands talent te compenseren. Idexx heeft advies ingewonnen over de toepassing van die regeling. De regeling kan slechts worden toegepast als de werknemer ook daadwerkelijk werkt. Als [werknemer] van oordeel is dat teveel belasting is afgedragen, kan hij om teruggave vragen. Ook is niet duidelijk waar [werknemer] woont of sinds zijn boventalligheid heeft gewoond.

Gelet op het feit dat hij een woning in Kopenhagen, Denemarken, heeft gekocht en een verblijfsvergunning in Amerika heeft verkregen en behouden, is niet ondenkbaar dat [werknemer] überhaupt geen aanspraak kan maken op die regeling. De door [werknemer] gevorderde wettelijke verhoging dient in ieder geval te worden afgewezen, aangezien Idexx niet te weinig loon heeft betaald. Idexx heeft op dat loon de inhoudingen verricht die door fiscale wet- en regelgeving zijn voorgeschreven. Ook de ingehouden bedragen zijn terecht verrekend. Het bedrag van € 248,26 netto betreft een bedrag ter vereffening van niet zakelijk gebruik van de corporate credit card. Het ingehouden bedrag van € 5.292,78 houdt verband met het onjuist toepassen van de 30% regeling op de vrijgegeven stock in februari 2017. Idexx heeft juist afgedragen aan de Belastingdienst, maar [werknemer] aanvankelijk ten onrechte het hogere bedrag toegekend met gebruik making van de expat regeling. Als [werknemer] al schade heeft geleden doordat de expat regeling niet is toegepast, staat daar tegenover dat hij gedurende bijna negen maanden geen werkzaamheden heeft verricht en daarvoor wel loon heeft ontvangen en dat in februari 2017 ook een deel van de “stock” is vrijgegeven, welke hij ook kan behouden. Ook is [werknemer] een maand langer bij Idexx in dienst geweest, omdat Uwv haar beslissing niet telefonisch doorgeeft.

5.28.

[werknemer] lijkt er vanuit te gaan dat het volledige bedrag ziet op de expatregeling. Een bedrag van € 248,26 netto ziet echter op gebruik van de zakelijke creditcard. [werknemer] heeft dit niet betwist, zodat dit deel van het verzoek wordt afgewezen, aangezien daarvoor iedere grondslag ontbreekt.

5.29.

De gevolgen van het niet toepassen van de expat regeling zijn reeds meegewogen bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding. De kantonrechter ziet in het gestelde geen aanleiding hiermee verder rekening te houden, aangezien als onbetwist vast staat dat de expat regeling een belastingmaatregel is en dat Idexx deze juist heeft toegepast.

Unvested Stocks

5.30.

[werknemer] heeft uit hoofde van zijn dienstverband bij goed functioneren recht op restricted stocks en stock options. Dat pakket van aandelen en opties vertegenwoordigde per 14 juni 2016 een waarde van $ 1.038.122,42. Dit betreffen zogenaamde unvested stocks die [werknemer] na verloop van tijd kan ‘vesten’. De voorwaarde om dat te kunnen doen is dat hij op dat moment van ‘vesten’ nog bij Idexx in dienst is. Indien eerder een einde komt aan het dienstverband, dan komt de aanspraak van [werknemer] op de unvested stocks te vervallen. [werknemer] heeft voor zijn vertrek naar Nederland gevraagd wat er gebeurt met de unvested stocks indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Namens Idexx is geantwoord dat de unvested stocks behouden blijven. Zie ook de onder 2.2. van de feiten weergegeven e-mail. Unvested stocks vallen onder de definitie van loon. [werknemer] mag als werknemer uitgaan van de juistheid van de door werkgever verstrekte opgave. Ook indien dat niet het geval is behoudt [werknemer] zijn aanspraak op de unvested stock, althans de waarde daarvan. Unvested stock worden immers alleen toegekend indien het functioneren en de kwaliteit van de werkzaamheden daartoe aanleiding geven. Het initiatief om tot beëindiging te komen is uitdrukkelijk van Idexx uitgegaan. In die gegeven omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat alle unvested stocks komen te vervallen (HR 12 juni 1998, JAR 1998/183), aldus nog steeds [werknemer] .

5.31.

Idexx voert aan dat [werknemer] zijn vordering baseert op het gegeven dat hij in het verleden altijd goed heeft gefunctioneerd. Dat de unvested stock vervallen op het moment dat het dienstverband eindigt is [werknemer] bekend.

Dit is jaarlijks met hem besproken en hij heeft dit ook zelf toegepast in de tijd dat bij Opti Medical medewerkers het bedrijf moesten/hebben verlaten. Op het Incentive Plan is het recht van de Amerikaanse staat Delaware van toepassing verklaard. Alle unvested Stock zijn verkregen toen [werknemer] in dienst was bij Idexx Inc. Idexx is hierbij niet betrokken geweest. [werknemer] beroept zich op een e-mail van [HR medewerker] (2.2. van de feiten). Zij was daartoe niet bevoegd. Een enkel e-mail bericht is onvoldoende om de herhaaldelijk tot stand gekomen overeenkomst te doen wijzigen. Het toekennen van restricted stock voor het verleden is geen loon voor in het verleden bewezen diensten, die worden immers al beloond middels het salaris. Dat [werknemer] zelf geen aanleiding heeft gegeven voor zijn ontslag is daarbij niet van belang. Daarnaast is zijn aanspraak niet opeisbaar, dit gebeurt steeds in delen, zodat in ieder geval de vorderingen die zien op het totaalbedrag dienen te worden afgewezen.

5.32.

De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. De beantwoording van de vraag welk recht op dit onderdeel van het verzoek van toepassing is kan in het midden blijven, aangezien de overeenkomst zelf voldoende duidelijk is. Aan een verdere uitleg van de overeenkomst wordt aldus niet toegekomen. Dat de overeenkomst in strijd is met wettelijke bepalingen is niet gebleken. Idexx beoordeelt ieder jaar of aan haar werknemers opties moeten worden toebedeeld. Ieder jaar wordt daarvan een overeenkomst opgemaakt, die partijen beiden ondertekenen. Er is aldus geen sprake van eenzijdig opgelegde bepalingen. Als onbetwist staat vast dat in die overeenkomst is opgenomen dat bij het eind van de overeenkomst alle unvested stocks komen te vervallen. Onbetwist is dat dit jaarlijks met [werknemer] is besproken en [werknemer] deze bepaling zelf ook bij medewerkers heeft toegepast. De enkele e-mail van [HR medewerker] is in deze omstandigheden te weinig om aan te nemen dat [werknemer] erop mocht vertrouwen dat voor hem om die reden een andere regeling zou gelden. Dat Idexx ernstig verwijtbaar heeft gehandeld is voor toewijzing van dit deel van het verzoek onvoldoende, aangezien met de gevolgen daarvan reeds rekening is gehouden bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding. [werknemer] heeft onvoldoende aangevoerd om, ook in het geval Nederlands recht van toepassing zou zijn, aan te nemen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om aan die regeling toepassing te geven.

Bonus 2016

5.33.

[werknemer] betoogt dat Idexx ten onrechte over het jaar 2016 geen bonus aan [werknemer] heeft uitgekeerd. Ingevolge het Management Incentive Plan dient een werknemer om voor een bonus in aanmerking te komen aan een tweetal voorwaarden te voldoen. Een werknemer moet op 1 oktober van een kalenderjaar een “MIP-Functie vervullen” en op de datum van uitbetaling (maart van het daaropvolgende jaar) bij Idexx in dienst zijn. Het toekennen van een bonus is weliswaar een discretionaire bevoegdheid, maar is feitelijk alleen afhankelijk van de resultaten van zowel de divisie als het persoonlijk functioneren, afgezet tegen bepaalde doelen en het functieniveau. Het functioneren van een medewerker dient grotendeels door diens leidinggevende te worden beoordeeld. [werknemer] is aanvankelijk niet beoordeeld, later is dit alsnog gedaan met name door [betrokkene] . Zij weet echter niets over het functioneren van [werknemer] . Dit klemt temeer omdat [betrokkene] en [werknemer] zich pas vanaf augustus 2016 op hetzelfde continent bevinden. De beoordeling vindt plaats op het moment dat [werknemer] al op non-actief is gesteld. Idexx heeft niets over de bonus bekend gemaakt. Tot de datum van non-actiefstelling heeft [werknemer] altijd goed gefunctioneerd en aan andere vergelijkbare medewerkers van Idexx is wel een bonus toegekend. Indien aangesloten wordt bij de eerder verstrekte bonussen komt aan [werknemer] een bonus toe van omgerekend € 107.745,00.

5.34.

Idexx voert aan dat zij de beoordeling conform het binnen Idexx bestaande beleid heeft uitgevoerd. Om de objectiviteit te waarborgen is besloten de onderneming Willis Towers Watson als onpartijdige derde te vragen het proces te waarborgen. Het functioneren van [werknemer] is beoordeeld met een beoordeling van 2 uit 5, daarom is aan [werknemer] geen bonus toegekend. Dat [werknemer] zich in die beoordeling niet herkent staat hieraan niet in de weg. Dat aan [werknemer] eerder wel een bonus is toegekend, maakt dit niet anders. De omstandigheden waren in 2016 ook niet vergelijkbaar met de omstandigheden uit 2015. [werknemer] heeft niet alle uitgesproken verwachtingen waargemaakt. Een groot deel van het werk van [werknemer] bestond uit het ontwikkelen van commerciële vaardigheden en het opdoen van kennis over de nieuw gecreëerde regio SAME.

5.35.

De kantonrechter is met Idexx van oordeel dat het een discretionaire bevoegdheid van Idexx is om aan [werknemer] een bonus toe te kennen. Hoewel aan [werknemer] kan worden toegegeven dat het onderzoek niet geheel objectief lijkt te zijn, ondanks dat Willis Towers Watson het proces heeft gemonitord. Immers de direct leidinggevende van [werknemer] is niet geraadpleegd, terwijl ook naar stelling van Idexx [leidinggevende] eind 2016 nog bij Idexx in dienst was en dus geraadpleegd had kunnen worden. Doorslaggevend is echter dat [werknemer] in 2016 een andere functie heeft vervuld en in die functie nog aan het leren was. In die gegeven omstandigheden komt het de kantonrechter niet vreemd voor dat zijn functioneren, ondanks het goede functioneren in de voorgaande jaren, aanleiding heeft gegeven geen bonus over het jaar 2016 toe te kennen. Dit deel van het verzoek wordt aldus afgewezen.

Transitievergoeding

5.36.

[werknemer] heeft de transitievergoeding verschillende keren opnieuw berekend. Idexx heeft [werknemer] naar zijn mening ten onrechte een bonus over het jaar 2016 onthouden. Daarom moet bij de berekening van de transitievergoeding uitgegaan worden van een bonus over het jaar 2016, gebaseerd op de gemiddelden over de jaren 2013 t/m 2015. De transitievergoeding dient aldus te worden bepaald op € 49.522,00 bruto. Idexx heeft daarvan reeds € 44.190,00 bruto voldaan, zodat een bedrag van € 5.332,00 resteert.

5.37.

[werknemer] houdt ten onrechte rekening met een “fictieve” bonus over het jaar 2016, aldus Idexx. Het toekennen van een bonus is voorbehouden aan Idexx. Idexx heeft haar besluit om aan [werknemer] geen bonus toe te kennen laten toetsen door Willis Towers Watson, ook daaruit blijkt dat Idexx tot dit besluit heeft kunnen komen. Overigens gaat [werknemer] ook uit van een verkeerd gehanteerde, te hoge dollarkoers.

5.38.

Hiervoor is geoordeeld dat Idexx heeft mogen besluiten [werknemer] over 2016 geen bonus toe te kennen. Om die reden bestaat ook geen aanleiding om voor de hoogte van de transitievergoeding rekening te houden met een fictieve bonus over het jaar 2016. Het verzochte restantbedrag van de transitievergoeding wordt om die reden afgewezen.

Stock/opties 2016

5.39.

Het verkrijgen van “stocks” is afhankelijk van het functioneren van een werknemer. [werknemer] stelt hiervoor hetzelfde als bij het onderdeel bonus 2016. Indien aansluiting wordt gezocht bij de eerdere jaren maakt [werknemer] aanspraak op een waarde aan stock/opties van omgerekend € 106.555,00.

5.40.

Idexx voert aan dat voor het toekennen van stock het functioneren van [werknemer] in het jaar 2016 wordt beoordeeld en de manier waarop hij zich van zijn taken heeft gekweten. Idexx heeft hiertoe een discretionaire bevoegdheid. Ook indien de arbeidsovereenkomst zou hebben voortbestaan zou er geen aanleiding zijn geweest om aan [werknemer] “restricted stock” of een bonus toe te kennen. Die bevoegdheid ligt uitsluitend bij de board van Idexx Inc. Een toekenning is geen recht of garantie. [werknemer] heeft alleen in de jaren 2014, 2015 en 2016 “restricted stock” en een bonus toegekend gekregen. Bij iedere toekeninning heeft hij de “stock” Award Agreement digitaal geaccordeerd en de voorwaarden daarvan geaccepteerd. Aangezien detoekenning van restricted stock tot doel heeft een werknemer aan de organisatie te binden en de wederzijdse belangen te koppelen, was er in 2017 geen reden om [werknemer] een “Stock Award Agreement” aan te bieden.

5.41.

Voor dit onderdeel van het verzoek geldt hetzelfde als bij de beoordeling van de bonus over 2016 is geoordeeld, zodat ook dit onderdeel van het verzoek wordt afgewezen.

Proceskosten

5.42.

De proceskosten komen voor rekening Idexx, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt.

Tegenverzoek

5.43.

Idexx stelt dat [werknemer] het overeengekomen nevenactiviteitenbeding heeft overtreden. [werknemer] is volgens haar in ieder geval al sinds mei 2017, mogelijk al sinds november 2016, werkzaam geweest bij A&C Laboratories, terwijl hij in dienst was van Idexx. Door het overtreden van het nevenactiviteitenbeding is [werknemer] toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn arbeidsovereenkomst met Idexx. [werknemer] heeft mogelijk inkomsten uit arbeid of deelneming in een andere vennootschap gegenereerd, terwijl hij in dienst was van Idexx.

5.44.

[werknemer] voert aan dat hij op eerste verzoek van Idexx zijn activiteiten bij A&C Laboratories heeft neergelegd. In de ontslagbrief heeft Idexx zelf aangegeven dat indien [werknemer] doorgaat met de vermeende inbreuk dat dan sprake zou zijn van een nieuwe inbreuk en dat Idexx [werknemer] daarop zou aanspreken. Het staat Idexx alsdan niet meer vrij hem nu alsnog aan te spreken op een vermeende inbreuk in het verleden. Van daadwerkelijke werkzaamheden is geen sprake geweest aangezien voor de beoogde werkzaamheden toestemming van de federale overheid nodig was, welke toestemming niet is verkregen. [werknemer] heeft hier in zijn eigen tijd bemoeienis mee gehad, maar is hier niet voor beloond.

5.45.

De kantonrechter is met [werknemer] van oordeel dat onduidelijk is welk belang Idexx nog heeft bij haar tegenverzoek. Gelet op de tekst van de ontslagbrief en het feit dat [werknemer] de genoemde werkzaamheden in ieder geval heeft beëindigd na aanschrijving van Idexx, mocht [werknemer] erop vertrouwen niet meer op overtreding van dit verbod te worden aangesproken. Idexx heeft onvoldoende gesteld waarom zij hier nu nog belang bij heeft. Het tegenverzoek zal om die reden worden afgewezen.

5.46.

De proceskosten in het tegenverzoek komen voor rekening van Idexx als de in het ongelijk gestelde partij. Gelet echter op de samenhang met het verzoek en het ontbreken van proceshandelingen gericht op het tegenverzoek begroot de kantonrechter de proceskosten op nihil.

6 De beslissing

De kantonrechter:

Het verzoek

6.1.

verklaart voor recht dat Idexx haar verplichting om [werknemer] te herplaatsen heeft geschonden en dat Idexx hiervan een ernstig verwijt is te maken;

6.2.

verklaart voor recht dat Idexx geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding zoals vermeld in artikel 20 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst;

6.3.

veroordeelt Idexx om aan [werknemer] een billijke vergoeding te betalen van € 530.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

6.4.

veroordeelt Idexx tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 1.270,00, te weten:

griffierecht € 470,00

salaris gemachtigde € 800,00 ;

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst af het meer of anders gevorderde;

Het tegenverzoek

6.6.

wijst het tegenverzoek af;

6.7.

veroordeelt Idexx tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.A.M. Röell-Mulder, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter