Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3090

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
26-11-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 2966
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verlaging wajong naar 70% - arbeidsvermogen

Wetsverwijzingen
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 3:8
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 3:8a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 17/2966

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: M.B. Gooijer),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Ritsma).

Procesverloop

Bij besluit van 25 november 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan eiser toegekende uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) met ingang van 1 januari 2018 verlaagd naar 70%.

Bij besluit van 22 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1

Eiser ontvangt sinds zijn 18e jaar, [geboortedatum] 1993, een AAW-uitkering, nu is dat een Wajong-uitkering. De uitkering bedroeg 75% van het minimumloon.

1.2

In het kader van de Wajong, zoals die is gewijzigd per 1 januari 2015 met de invoering van de Participatiewet, is eisers arbeidsvermogen herbeoordeeld. Op 26 oktober 2016 heeft er een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. Daarna heeft er op 21 november 2016 een arbeidskundige beoordeling plaatsgevonden. Vervolgens heeft verweerder het primaire besluit genomen. In bezwaar heeft verweerder – onder verwijzing naar de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 16 mei 2017 en van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 16 mei 2017 – het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

2. Eiser heeft aangevoerd dat hij 2 dagen per week 2,5 á 3 uur werkt als postbesteller, maar regelmatig pauze moet nemen. De werkzaamheden kan hij zelfstandig en in eigen tijd indelen. Meer uren werken leidt tot uitval. Ergens anders werken is ook niet mogelijk gezien de psychische problematiek. Eiser is niet in staat ten minste het minimumloon per uur te verdienen. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij niet in staat is om gedurende een uur per dag aaneengesloten te werken als gevolg van zijn gedragsproblemen. Bij zijn werkzaamheden komt hij zelden in contact met anderen. Eiser heeft voorts aangevoerd dat hij niet 4 uur per dag belastbaar is. Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat hij de geselecteerde taak niet kan verrichten vanwege zijn astma.

3. De rechtbank overweegt als volgt.

3.1

De rechtbank stelt voorop dat het in deze zaak niet gaat om de vraag of eiser (theoretisch) nog volledig arbeidsongeschikt is, maar of hij aanspraak kan maken op een uitkering van 75% van het minimumloon. Daarop bestaat alleen recht als hij geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.

3.2

Op grond van de artikelen 3:8, eerste lid, en 3:8a van de Wajong, in samenhang met het inwerkingstredingsbesluit (Stb. 2014, 271) wordt met ingang van 1 januari 2018 het uitkeringspercentage verlaagd naar 70% van het minimumloon, tenzij sprake is van duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, in welk geval het uitkeringspercentage 75% blijft.

3.3

Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit), zoals dat luidt per 1 januari 2015, heeft betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:

a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;

c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of

d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

In het tweede lid van het artikel is bepaald dat een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de kleinste eenheid van een functie is en bestaat uit één of meerdere handelingen.

3.4

In de nota van toelichting bij het Besluit van 8 oktober 2014 tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de Invoeringswet Participatiewet (Stb. 2014, nr.359) heeft de wetgever toegelicht dat met deze wijziging van het Schattingsbesluit nadere invulling wordt gegeven aan de term mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Deze term staat gelijk aan het begrip arbeidsvermogen. Het begrip arbeidsvermogen is een zeer breed begrip en kan op verschillende manieren tot uiting komen. Mensen met arbeidsvermogen kunnen werken, al dan niet met ondersteuning en al dan niet onder het WML (wettelijk minimumloon). Het gaat bijvoorbeeld om mensen die alleen met loonkostensubsidie of loondispensatie en een jobcoach kunnen werken. Het gaat om mensen die alleen in een beschutte omgeving kunnen werken. Het kan ook gaan om mensen die meer dan het WML kunnen verdienen maar alleen met een voorziening. Of het kan gaan om mensen die zonder meer het WML of meer kunnen verdienen. Met het bepalen van de voorwaarden voor het niet hebben van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie, wordt tegelijkertijd de ondergrens van arbeidsvermogen bepaald. Als iemand aan de minimumvoorwaarden voldoet, is hij in staat te werken, eventueel met ondersteuning. Onder ondersteuning wordt begeleiding of een voorziening verstaan.

3.5

Uit voorgaande regelgeving volgt dat verweerder moet beoordelen of in de situatie van eiser zich ten minste één van de in artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit genoemde vier voorwaarden voordoet. Indien dat het geval is, moet verweerder vervolgens beoordelen of deze situatie duurzaam is. Daarbij maakt verweerder gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA) systematiek. Bij deze beoordeling staat de “International Classification of Functioning, Disability and Health” centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft verweerder het Compendium Participatiewet vastgesteld. De rechtbank acht de SMBA-systematiek als ondersteunend systeem bij de beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie aanvaardbaar.

4. Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op de medische en arbeidskundige rapportages, waarin de vier criteria als volgt beoordeeld zijn.

niet ten minste vier uur per dag belastbaar zijn

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapportage van 16 mei 2017 opgemerkt dat de gedragsafwijkingen met de zeer licht verstandelijke beperking samenhangen, maar dat eiser daardoor niet volledig medisch arbeidsongeschikt is. Een arbeidsduurbeperking is niet aan de orde, maar gelet op het intellectueel functioneren is wel aannemelijk dat eiser tijd nodig heeft voor planning en uitvoering. Er is geen aandoening gebleken die verklaart waarom eiser in passend werk niet minstens halve dagen bezig kan zijn.

niet aaneengesloten kunnen werken gedurende ten minste een periode van een uur

Er is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen ziekte gebleken die doet aannemen dat eiser een taak niet tenminste een uur zou kunnen verrichten.

niet over basale werknemersvaardigheden beschikken

Er is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen ziekte gebleken die ertoe leidt dat eiser niet in staat is tot het begrijpen en kunnen uitvoeren van instructies en het kunnen maken en nakomen van afspraken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat eiser in staat is tot structureren en plannen op kleinschalig niveau. Hij voert zijn eigen huishouding. Hij kan zijn postwerk sorteren en rekening houden met extra werk. Er is een beperkte tolerantie door tijdsdruk, strakke schema’s en samenwerken met anderen, eiser heeft baat bij routinewerk, hij is minder goed opgewassen tegen nieuwe dingen, ruggensteun door een coach is dan aangewezen. Eiser is voldoende tot respect voor anderen in staat, maar staat op achterstand bij samenwerken. Verder heeft ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geconcludeerd dat eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden. Hij is namelijk niet beperkt ten aanzien van herinneren, hij kan zelfstandig een enkelvoudige of meervoudige taak ondernemen en hij is in staat tot het uitvoering van dagelijkse routinehandelingen. Hij verricht zijn werk als postbesteller al jaren naar volle tevredenheid. Hij sorteert de post op zijn route en het lukt hem altijd zijn werkzaamheden op tijd af te krijgen. Hij is dus tot plannen in staat en ook tot het nakomen van zijn afspraken met zijn werkgever.

Geen taak in een arbeidsorganisatie kunnen verrichten

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in haar rapportage van 16 mei 2017 geconcludeerd dat eiser een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie, waarbij zij als voorbeeldtaak het plukken van champignons heeft genoemd. Deze taak voldoet aan de eisen die daaraan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn gesteld, omdat deze wordt uitgevoerd met duidelijke instructies, er sprake is van routinematig werk en er geen sprake is van strakke schema’s, tijdsdruk of samenwerken met anderen. Naar aanleiding van de beroepsgronden heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn reactie van 4 augustus 2017 toegelicht dat, zo de astma niet tot lichamelijke problemen leidt, er geen beperkingen zijn ten opzichte van normaal somatisch functioneren.

5. De rechtbank acht de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in de hiervoor weergegeven rapportages neergelegde bevindingen en conclusies consistent en inzichtelijk gemotiveerd. Er zijn ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de conclusies van verweerder onjuist zijn. Eiser heeft weliswaar gesteld dat hij geen basale werknemersvaardigheden heeft, niet gedurende een uur met een taak bezig kan zijn, en ook niet vier uur per dag belastbaar is, maar hij heeft dat niet nader onderbouwd met (bijvoorbeeld) medische informatie. Met betrekking tot de beroepsgrond van eiser dat hij in verband met zijn astma niet in staat is in een champignonkwekerij werkzaam te zijn, merkt de rechtbank op dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangegeven dat de astma geen belemmering vormt als – zo begrijpt de rechtbank althans – de astma nu niet tot lichamelijke problemen leidt.

6. Verweerder heeft zich daarom terecht om het standpunt gesteld dat eiser arbeidsmogelijkheden heeft. Om die reden heeft verweerder dan ook terecht beslist dat de uitkering van eiser met ingang van 1 januari 2018 verlaagd wordt naar 70% van het minimumloon.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.