Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:3045

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
C/15/265582 / FA RK 17-6169
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vervangende toestemming verzocht voor het indienen van een verzoek tot geslachtsnaamwijziging, benoeming bijzondere curator.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2018-0148
FJR 2018/66.17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie

GD

vervangende toestemming voor het indienen van een verzoek tot geslachtsnaamwijziging

zaak-/rekestnr.: C/15/265582 / FA RK 17-6169

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 11 april 2018

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna mede te noemen: de moeder,

advocaat mr. R.L. Beckers, kantoorhoudende te Enkhuizen,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna mede te noemen: de vader,

advocaat mr. P.F.M. Deijkers kantoorhoudende te Hoorn Nh.

1 Procedure

1.1

het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 13 oktober 2017;

- het verweerschrift, met bijlagen, van de vader, ingekomen op 28 november 2017.

1.2

De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 november 2017 in aanwezigheid van de moeder, bijgestaan door mr. Beckers voornoemd, en de vader, bijgestaan door mr. Deijkers voornoemd. Tevens was ter zitting als informant aanwezig [informant] en [informant] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).

1.3

De minderjarige [minderjarige] heeft voorafgaand aan voornoemde zitting haar mening kenbaar gemaakt

1.4

Bij beschikking van 3 januari 2018 is een bijzondere curator benoemd. De bijzondere curator is gevraagd te adviseren wat het belang van de minderjarige in voornoemde zaak vergt.

1.5

Het verslag van de bijzondere curator is op 2 maart 2018 in het geding gebracht.

1.6

De behandeling van de zaak is voortgezet op de zitting van 20 maart 2018 in aanwezigheid de moeder, bijgestaan door mr. Beckers voornoemd, de vader, bijgestaan door mr. Deijkers voornoemd, en [bijzondere curator] . Tevens was ter zitting als informant aanwezig [informant] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad). Van de zitting is een verkort proces-verbaal opgemaakt in verband met een door de Raad te starten beschermingsonderzoek.

1.7

De minderjarige [minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting op haar eigen verzoek nogmaals haar mening kenbaar gemaakt.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Partijen zijn ex-echtgenoten. Het huwelijk is op [datum] ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Alkmaar van 4 december 2003.

2.2

Uit dit huwelijk is geboren de minderjarige [minderjarige] :

- [minderjarige] geboren op [geboortedatum] in [plaats] .

3 Beoordeling

3.1

De vrouw heeft de rechtbank verzocht haar vervangende toestemming te verlenen voor de ontbrekende instemming van de man om een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] in te kunnen dienen bij het Ministerie van Justitie. Zij heeft daartoe gesteld dat [minderjarige] haar achternaam wenst te wijzigen in die van de huidige partner van de vrouw, [huidige partner] . De vraag die aan de rechtbank ter beoordeling voorligt is of het in het belang van [minderjarige] is dat deze vervangende toestemming aan de vrouw wordt verleend. De rechtbank heeft naar aanleiding van de stukken, het gesprek met [minderjarige] en het verhandelde ter zitting aanleiding gezien zich hierin te laten adviseren door een bijzondere curator.

3.2

De bijzondere curator heeft in het verslag geconcludeerd dat er slechts zwakke en weinig steekhoudende argumenten gevonden zijn die de wens van de minderjarige om haar geslachtsnaam te willen wijzigen logisch zouden maken. De bijzondere curator heeft sterke aanwijzingen gevonden waaruit opgemaakt zou kunnen worden dat de voedingsbodem van de wens van de minderjarige om haar geslachtsnaam te willen wijzigen een extrinsieke motivatie kent. Het verlenen van vervangende toestemming aan de moeder om de geslachtsnaam van de minderjarige door te kunnen zetten tegen de wens van de vader in, zal zowel het PAS-syndroom (Parental Alienation Syndrome, ook wel ouderverstotingssyndroom genoemd) als het verwende kind syndroom kunnen voeden.

Dit acht de bijzondere curator niet in het belang van de minderjarige.

Tijdens de zitting heeft de bijzondere curator aangevoerd dat er sterke aanwijzingen zijn gevonden die duiden op een chronisch loyaliteitsconflict vanaf de vroege jeugd van de minderjarige. Om de situatie te kunnen beheersen heeft de minderjarige twee voor haar veilige werelden gecreëerd. Eén bij haar moeder en haar nieuwe partner, [huidige partner] en één bij haar vader en zijn nieuwe partner, [partner] . Er was sprake van een balans. Door de breuk van [partner] en de vader, waarbij [partner] de kant van de moeder heeft gekozen, is de weegschaal uit balans geraakt. Het PAS-syndroom maakt dan meer kans. De bijzondere curator is van mening dat contactherstel in het belang van de minderjarige is, maar vreest, gelet op de instelling van de minderjarige, dat dit in het kader van de vrijwillige hulpverlening weinig kans van slagen heeft.

Tot slot heeft de bijzondere curator aangegeven dat een toewijzing van het verzoek er toe zal leiden dat de weegschaal nog meer uit balans raakt.

3.3

De Raad heeft naar voren gebracht dat zij de situatie zorgelijk vinden. In de brief van [minderjarige] – die tijdens de zitting op haar verzoek is voorgelezen – is te horen dat de minderjarige aan het overtuigen is dat haar stiefvader goed is. Dat is zorgelijk. Op dit moment wijst de minderjarige haar vader af. Dit betekent dat de minderjarige eigenlijk zichzelf afwijst. De Raad acht hulpverlening nodig. Het beeld van de vader zou in het belang van de minderjarige nu al verbeterd moeten worden. Wellicht kan in het kader van een ondertoezichtstelling een jeugdbeschermer de regie voeren en gesprekken met de minderjarige en partijen kunnen aangaan.

3.4

Tijdens de zitting heeft de advocaat van de moeder onder meer naar voren gebracht dat de bijzondere curator, gelet op de wettekst over de geslachtsnaamwijziging, buiten haar boekje is gegaan. Ook is de advocaat van de moeder van mening dat de bijzondere curator vragen heeft opgeworpen die buiten het kader van de vraagstelling van de rechtbank staan. Daarbij komt dat de rechtbank te Assen in eenzelfde procedure heeft overwogen dat als een kind aannemelijk maakt dat een geslachtsnaamwijziging haar wens is, de wens van het kind prevaleert. De geslachtsnaamwijziging is al een jarenlange wens van de minderjarige, nu zij een zeer goede band met haar stiefvader heeft.

Verder heeft de advocaat van de vrouw aangegeven dat de minderjarige heeft gevoeld dat zij tijdens de gesprekken met de bijzondere curator één kant werd opgeduwd en dat zij zich niet gehoord voelde door de bijzondere curator. De advocaat van de moeder is van mening dat het rapport van de bijzondere curator onzorgvuldig en onvolledig is.

Ook heeft de advocaat van de moeder aangegeven dat er geen verzoek tot ondertoezichtstelling voorligt en partijen in een vrijwillig kader eventueel hulp kunnen vragen.

3.5

De moeder heeft aangegeven dat het rapport haar heeft aangegrepen, nu de stiefvader ruim veertien jaar voor de minderjarige zorgt. De moeder heeft desgevraagd aangegeven dat het rapport haar niet tot denken heeft gezet over het verleden. Daarnaast heeft de moeder naar voren gebracht dat er geen zorgen zijn bij haar thuis en dat het met de minderjarige goed gaat. Zij wil de minderjarige niet dwingen om naar haar vader te gaan. De moeder heeft verder naar voren gebracht dat zij niet begrijpt waarom iedereen zich zorgen maakt.

3.6

De vader heeft tijdens de zitting onder meer naar voren gebracht dat hij het contact met de minderjarige wil herstellen en bereid is om daarvoor therapie te volgen. De vader wil graag weten waarom de minderjarige haar geslachtnaam wil wijzigen. Ook wil hij graag weten wat er nu is gebeurd dat het zover is gekomen.

3.7

De rechtbank merkt allereerst op dat zij niet meegaat in de bezwaren die zijdens de vrouw zijn aangevoerd tegen het rapport. Dat de uitkomst van het onderzoek van de bijzonder curator de vrouw niet uitkomt maakt niet dat het onzorgvuldig of onvolledig is. De rechtbank heeft daarvoor geen aanwijzingen gevonden.

3.8

De rechtbank heeft, gegeven het door de bijzondere curator geschetste loyaliteitsconflict en de sterke aanwijzingen voor het PAS-syndroom, begrip voor de uitdrukkelijke wens van de minderjarige om haar geslachtsnaam te wijzigen. De rechtbank twijfelt ook niet aan de goede band tussen [minderjarige] en [huidige partner]

De rechtbank is evenwel van oordeel dat een wijziging van achternaam in die van [huidige partner] thans niet in haar belang is. Een wijziging van de geslachtsnaam is een zwaarwegende beslissing met een emotionele lading. De minderjarige kan gezien de levensfase waarin zij op dit moment verkeert in combinatie met de hiervoor geschetste omstandigheden, naar het oordeel van de rechtbank de consequenties van een dergelijke wijziging niet overzien.

De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat de minderjarige vanaf zeer jonge leeftijd elke twee weken een weekend bij haar vader heeft verbleven en dat deze regeling sinds een aantal voorvallen vanaf medio april 2017 niet meer plaatsvindt, waarbij zij ook haar vader niet meer ziet en spreekt. Met de gewenste geslachtsnaamwijziging lijkt het er op dat [minderjarige] haar vader uit haar leven wil laten verdwijnen. Daarmee ontkent en verliest de minderjarige een deel van haar identiteit. De rechtbank acht dit niet in haar belang. De rechtbank zal dan ook het verzoek van de vrouw afwijzen.

3.9

De rechtbank overweegt tot slot nog het volgende. Het is in het belang van [minderjarige] dat er hulp komt, zodat zij het beeld van haar vader kan verbeteren en dat er gesprekken onder leiding van een professional kunnen worden gevoerd. Daarvoor ligt het primair op de weg van de vrouw zich open te stellen voor hulpverlening. Nu de vrouw ter zitting geen blijk van heeft gegeven hiervoor open te staan, heeft de Raad aangegeven een beschermingsonderzoek te starten. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de vrouw tot het inzicht komt dat hulp voor [minderjarige] geboden is en dat zij daarin een belangrijke rol speelt.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1

wijst af het verzoek van de vrouw.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van G.S. Doornbosch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2018.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.