Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:2329

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-02-2018
Datum publicatie
13-04-2018
Zaaknummer
HAA 17/2989, HAA 17/2990 en HAA 17/2991
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Aftrek specifieke zorgkosten. Kosten bril met beschermende functie aftrekbaar als ander hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid en onderdeel d van de Wet IB 2001. Aanschafkosten iPad met spraakfunctie, kosten vervanging vloerbedekking door laminaat en aanpassingen keuken komen niet voor aftrek in aanmerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2018/817
V-N 2018/34.7 met annotatie van Redactie
Viditax (FutD), 13-04-2018
FutD 2018-1057
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummers: HAA 17/2989, HAA 17/2990 en HAA 17/2991

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2018 in de zaken tussen

[X] , wonende te [Z] , eiser

(gemachtigde: H. Landwerd),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor de jaren 2012, 2013 en 2014 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.416 (2012), € 28.172 (2013) en € 33.819 (2014).

Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar de navorderingsaanslagen gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroepen ingesteld.

Verweerder heeft voor alle zaken gezamenlijk een verweerschrift ingediend.

Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2018 te Haarlem. Ter zitting zijn tevens behandeld de zaken van de echtgenote van eiser, [A] , met nummers HAA 17/2992 en HAA 17/2993.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en zijn echtgenote. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H.P.E. Bourne en W.H.A. Entrop.

Overwegingen

Feiten

1. Eiser is gehuwd met [A] (hierna: de echtgenote). In de onderhavige jaren waren zij woonachtig in [Z] .

2. Eiser is slechtziend en lijdt aan astma. Om deze redenen heeft eiser, op advies van een arts, een bril met speciale, gekleurde, glazen aangeschaft op 25 juli 2012 voor een bedrag van € 800. Eiser heeft in 2010, op aanraden van zijn huisarts, de vloerbedekking in de slaapkamers van zijn woning laten vervangen door laminaat. Eveneens in 2010 heeft eiser aanpassingen in zijn keuken laten doen waarbij de fronten van de keukenkastjes zijn vervangen en grotere handgrepen zijn geplaatst. In 2014 heeft eiser in de Apple Store [B] een iPad gekocht met spraakfunctie.

3. Op 13 februari 2013 heeft eiser voor het jaar 2012 een aangifte IB/PVV ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.245. In de aangifte is het totaalbedrag aan specifieke zorgkosten als volgt opgebouwd:

Kosten medicijnen € 527

Uitgaven voor hulpmiddelen € 880

Uitgaven voor woningaanpassingen € 1.000

Uitgaven voor vervoer ivm ziekte of invaliditeit € 380

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 310 +

Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 3.097

Drempel uitgaven specifieke zorgkosten € 2.096 -/-

Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 1.001

Hiervan heeft eiser € 171 in zijn aangifte in aanmerking genomen. De echtgenote heeft de resterende € 830 in haar aangifte in aanmerking genomen.

4. Op 10 maart 2014 heeft eiser voor het jaar 2013 een aangifte IB/PVV ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.646. In de aangifte is het totaalbedrag aan specifieke zorgkosten als volgt opgebouwd:

Kosten medicijnen € 477

Uitgaven voor hulpmiddelen € 1.325

Uitgaven voor woningaanpassingen € 1.000

Uitgaven voor vervoer ivm ziekte of invaliditeit € 400

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 310 +

Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 3.512

Drempel uitgaven specifieke zorgkosten € 1.986 -/-

Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 1.526

Dit bedrag is volledig bij de aangifte van eiser in aanmerking genomen.

5. Op 20 februari 2015 heeft eiser voor het jaar 2014 een aangifte IB/PVV ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 32.836. In de aangifte is het totaalbedrag aan specifieke zorgkosten als volgt opgebouwd:

Kosten medicijnen € 527

Uitgaven voor hulpmiddelen € 3.171

Uitgaven voor woningaanpassing € 1.000

Uitgaven voor vervoer ivm ziekte of invaliditeit € 400

Extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 775 +

Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 5.673

Drempel uitgaven specifieke zorgkosten € 2.240 -/-

Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 3.433

Hiervan heeft eiser € 983 in zijn aangifte in aanmerking genomen. De echtgenote heeft de resterende € 2.450 in haar aangifte in aanmerking genomen.

6. De definitieve aanslagen IB/PVV over 2012, 2013 en 2014 zijn overeenkomstig de aangiften opgelegd.

7. Met dagtekening 8 maart 2016 heeft verweerder een vragenbrief verstuurd aan eiser met betrekking tot de in geschil zijnde jaren. Hierop heeft eiser per brief van 20 mei 2016 gereageerd. Op grond hiervan heeft verweerder geconcludeerd dat niet alle door eiser opgevoerde kosten kwalificeren als specifieke zorgkosten en heeft verweerder met dagtekening 17 september 2016 de onderhavige navorderingsaanslagen opgelegd.

8. Bij het opleggen van de navorderingsaanslag voor het jaar 2012 is de aftrek specifieke zorgkosten gecorrigeerd met een bedrag van € 171 en is het belastbaar inkomen uit werk en woning nader vastgesteld op € 29.416. Bij het opleggen van de navorderingsaanslag voor het jaar 2013 is de aftrek specifieke zorgkosten gecorrigeerd met een bedrag van € 1.526 en is het belastbaar inkomen uit werk en woning nader vastgesteld op € 28.172. Bij het opleggen van de navorderingsaanslag voor het jaar 2014 is de aftrek specifieke zorgkosten gecorrigeerd met een bedrag van € 983 en is het belastbaar inkomen uit werk en woning nader vastgesteld op € 33.819.

9. Eiser heeft op 20 september 2016 bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslagen.

10. Op 23 mei 2017 heeft een hoorgesprek plaatsgevonden.

11. Verweerder heeft op 14 juni 2017 uitspraken op bezwaar gedaan waarbij de navorderingsaanslagen zijn gehandhaafd.

Geschil
12. In geschil is of de aanschafkosten van de bril, de aanschafkosten van de iPad, de kosten voor het aanleggen van het laminaat en de kosten voor de aanpassingen aan de keuken aftrekbaar zijn als uitgaven voor specifieke zorgkosten.

13. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de navorderingsaanslagen.

14. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

15. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Aanschafkosten bril

16. Artikel 6.17, eerste lid en onderdeel d, van de Wet IB 2001 bepaalt dat uitgaven voor specifieke zorgkosten uitgaven zijn die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor andere hulpmiddelen, met uitzondering van brillen, contactlenzen en overige hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen.

17. In de memorie van toelichting van de ‘Regeling van een tegemoetkoming voor

chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en

gehandicapten)’ (Kamerstukken II, 2008-2009, 31 706, nr. 3, p. 47) is over artikel 6.17, eerste lid en onderdeel d, van de Wet IB 2001 het volgende vermeld:

“In het voorgestelde artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet IB 2001 wordt de aftrekmogelijkheid van uitgaven voor andere hulpmiddelen geregeld.

Uitgaven voor brillen, contactlenzen en overige hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen zijn uitgezonderd. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt in afwijkingsgraad van de ogen en daarmee in sterkte van bril of contactlenzen, omdat vanwege uitvoeringstechnische redenen een dergelijke afbakening niet mogelijk is.

De reden van uitsluiting van voornoemde hulpmiddelen is, dat het dragen van een bril of contactlenzen een zo veel voorkomend verschijnsel in onze samenleving is dat de kosten die met de aanschaf en het gebruik hiervan samenhangen niet als voldoende specifiek en naar hun aard als meerkosten in vergelijking met doorgaans gezonde personen beoordeeld zijn,

om voor aftrek in aanmerking te komen. Omdat een ooglaserbehandeling ter vervanging of voorkoming van bril of contactlenzen nauw verbonden is met het dragen van een bril of contactlenzen, zijn de uitgaven voor een dergelijke behandeling eveneens uitgesloten van aftrek. Onder overige hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen wordt bijvoorbeeld contactlensvloeistof verstaan.”

18. Ter zitting heeft eiser verklaard dat zijn bril een medische noodzaak heeft en ter onderbouwing daarvan heeft hij een schriftelijke verklaring van zijn oogarts overgelegd. Eiser heeft verklaard, en de verklaring van de oogarts ondersteunt dat, dat de (geelfilter)glazen in zijn bril geen sterkte hebben om hem beter te kunnen laten zien, maar de functie hebben om zijn ogen te beschermen tegen blauw licht, zodat verdere achteruitgang van het functioneren van zijn ogen wordt vertraagd.

19. Gelet op de verklaring van eiser ter zitting en de schriftelijke verklaring van zijn oogarts, is de rechtbank van oordeel dat de bril van eiser niet de functie van ondersteuning van het gezichtsvermogen heeft, maar een beschermende functie heeft voor de ogen van eiser. Op grond daarvan kan de bril van eiser niet worden geschaard onder de in artikel 6.17, eerste lid en onderdeel d, van de Wet IB 2001 uitgezonderde brillen. De rechtbank zal hierna beoordelen of de bril kan worden aangemerkt als ‘ander hulpmiddel’ als bedoeld in onderdeel d en/of het tweede lid van artikel 6.17 van de Wet IB 2001.

20. Blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan op de voet van het hieronder (onder 23) weergegeven tweede lid van artikel 6.17 van de Wet IB 2001 aftrek worden verleend, indien het hulpmiddel een bijzondere hoedanigheid bezit die meebrengt dat deze hoofdzakelijk wordt gebruikt door zieke en/of invalide personen, dan wel naar haar aard een door ziekte of invaliditeit gestoorde elementaire lichaamsfunctie kan overnemen. Daartoe is onvoldoende dat er een causaal verband bestaat tussen de aanschaf en het gebruik van het middel en de vermindering van de klachten als gevolg waarvan een elementaire lichaamsfunctie kan worden uitgeoefend. Vereist is dat het middel een bijzondere hoedanigheid bezit die meebrengt dat het alleen wordt gebruikt door zieke en/of invalide personen, dan wel naar zijn aard een door ziekte of invaliditeit gestoorde elementaire lichaamsfunctie kan overnemen (vgl. Hoge Raad 25 april 2001, nr. 36 029, ECLI:NL:HR:2001:AB1297, Hoge Raad 5 maart 2004, nr. 38 428, ECLI:NL:HR:2004:AO5054 en Hoge Raad 14 september 2007, nr. 41 597, ECLI:NL:HR:2007:BB3439).

21. Niet in geschil is dat er een medische noodzaak voor eiser bestaat voor het dragen van de bril en dat de uitgaven voor de bril direct verband houden met het ziektebeeld van eiser. Voorts acht de rechtbank op basis van hetgeen eiser naar voren heeft gebracht aannemelijk dat een dergelijke bril een bijzondere hoedanigheid bezit als gevolg waarvan deze uitsluitend door zieke personen pleegt te worden gedragen. De rechtbank is gelet op dit een en ander van oordeel dat de bril moet worden aangemerkt als ander hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid en onderdeel d van de Wet IB 2001, zodat verweerder de kosten van de bril ten onrechte niet in aftrek heeft toegelaten. In zoverre zijn de beroepen gegrond.

22. Blijkens de tot de gedingstukken behorende nota is de bril aangeschaft op 25 juli 2012 in Polen voor een bedrag van, omgerekend, € 800. Voor de aftrek specifieke zorgkosten heeft eiser hierop een afschrijving van vijf jaar toegepast, wat neerkomt op een bedrag per jaar van € 160. Voor het jaar 2012 is van het bedrag van de totale aftrek specifieke zorgkosten 17% in de aangifte van eiser in aanmerking genomen en 83% in de aangifte van de echtgenote van eiser, voor het jaar 2013 is het bedrag van de totale aftrek specifieke zorgkosten volledig in de aangifte van eiser in aanmerking genomen en voor het jaar 2014 is van het bedrag van de totale aftrek specifieke zorgkosten 29% in de aangifte van eiser in aanmerking genomen en 71% in de aangifte van de echtgenote van eiser. De rechtbank zal overeenkomstig deze verdeling de kosten van de bril in aanmerking nemen bij eiser en zijn echtgenote. Voor eiser betekent dit dat het belastbaar inkomen uit werk en woning verminderd dient te worden met € 27,20 (2012), € 160 (2013) en € 46,40 (2014), zodat het belastbaar inkomen voor de respectievelijke jaren moet worden verminderd tot de volgende bedragen (naar beneden afgerond): € 29.388 (€ 29.416 minus € 27,20), € 28.012

(€ 28.172 minus € 160) en € 33.772 (€ 33.819 minus € 46,40).

Aanschafkosten iPad

23. Artikel 6.17 van de Wet IB 2001 luidde tot 2014, voor zover van belang, als volgt:

“1. Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn de uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor:

a. genees- en heelkundige hulp, met uitzondering van ooglaserbehandelingen ter vervanging van bril of contactlenzen;

b. vervoer;

c. farmaceutische hulpmiddelen verstrekt op voorschrift van een arts;

d. andere hulpmiddelen, met uitzondering van brillen, contactlenzen en overige hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen;

(…)

2. Als ander hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt mede aangemerkt een middel dat de persoon in staat stelt tot het verrichten van een normale lichaamsfunctie waartoe hij zonder dat middel niet in staat zou zijn. Hiertoe worden gerekend:

a. aanpassingen van een woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan, die vanwege een functiebeperking op medisch voorschrift zijn aangebracht, voorzover de aanpassingen niet leiden tot een waardevermeerdering van de woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan welke uitgaat boven tien procent van de op de belastingplichtige drukkende aanpassingskosten;

b. zaken en aanpassingen van zaken, niet zijnde een aanpassing van een woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan, voorzover deze zaken en aanpassingen van een zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt.”

24. Met ingang van 1 januari 2014 luiden genoemde bepalingen als volgt:

“1. Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn de uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor:

a. genees- en heelkundige hulp, met uitzondering van ooglaserbehandelingen ter vervanging van bril of contactlenzen;

b. vervoer;

c. farmaceutische hulpmiddelen verstrekt op voorschrift van een arts;

d. andere hulpmiddelen, voor zover deze hulpmiddelen van een zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt;

(…)

2. Als ander hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden in ieder geval niet aangemerkt:

1°. brillen, contactlenzen en overige hulpmiddelen ter ondersteuning van het gezichtsvermogen;

2°. scootmobielen;

3°. rolstoelen;

4°. aanpassingen aan, in of om een woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan.”

25. Nu eiser aanspraak wenst te maken op de begunstigende regeling van artikel 6.17 van de Wet IB 2001, ligt het op zijn weg om tegenover de betwisting door verweerder aannemelijk te maken dat de door hem aangeschafte iPad over een bijzondere hoedanigheid beschikt die meebrengt dat deze hoofdzakelijk wordt gebruikt door zieke en/of invalide personen. De rechtbank is van oordeel dat eiser, met hetgeen hij heeft aangevoerd, niet is geslaagd in deze op hem rustende bewijslast. De omstandigheid dat een iPad beschikt over een spraakfunctie is daartoe onvoldoende.

Aanleggen laminaat en aanpassingen keuken

26. Op grond van het hiervoor genoemde (zie onder 23) artikel 6.17, tweede lid, onderdeel a, van de Wet IB 2001 (tekst tot 2014) komen voor aftrek in aanmerking aanpassingen van een woning die vanwege een functiebeperking op medisch voorschrift zijn aangebracht.

27. Eiser heeft gesteld dat hij vanwege zijn astma door zijn huisarts is geadviseerd de vloerbedekking in de slaapkamers te vervangen door laminaat. Ook in verband met het feit dat hij slechtziend is, is laminaat voor het geluid beter dan vloerbedekking. Ook de aanpassing aan de keuken, waarbij nieuwe fronten zijn geplaatst met grotere handgrepen, waren voor eiser noodzakelijk in verband met zijn slechtziendheid. Gelet op deze redenen van het aanleggen van laminaat en de aanpassingen aan de keuken is eiser van mening dat de daarmee verband houdende kosten als zorgkosten kwalificeren. Eiser heeft ter onderbouwing van de aftrek een rekening overgelegd van de aanschafkosten en het laten leggen van het laminaat en van de aanpassingen aan de keuken. Ook heeft hij een medisch verslag overgelegd waaruit zijn toestand blijkt.

28. De door eiser opgevoerde kosten zijn naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als uitgaven voor aanpassingen van de woning die vanwege een functiebeperking op medisch voorschrift zijn aangebracht als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel a van de Wet IB 2001. Niet aannemelijk is geworden dat eiser deze uitgaven heeft gedaan op medisch voorschrift. Het karakter van een voorschrift is dat het voorschrijft, dat wil zeggen: aangeeft wat gedaan of nagelaten moet worden (vgl. Hof Den Bosch 19 december 2014, nr. 13/00985, ECLI:NL:GHSHE:2014:5405). Het door eiser overgelegde medische verslag van zijn toestand kan niet worden aangemerkt als een medisch voorschrift in de zin van voornoemd artikel. Gelet op de wettekst is voor 2014 aftrek voor woningaanpassingen geheel uitgesloten, zodat ook op die grond aftrek niet mogelijk is. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht de aftrek heeft geweigerd.

Slotsom

29. Gelet op hetgeen onder 16 tot en met 22 is overwogen, dienen de beroepen gegrond te worden verklaard.

Proceskosten

30. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten waarbij de rechtbank de onderhavige zaken en de zaken met nummers HAA 17/2992 en HAA 17/2993 aanmerkt als met elkaar samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht nu genoemde zaken gelijktijdig zijn behandeld ter zitting van de rechtbank, de rechtsbijstand is verleend door dezelfde gemachtigde en de werkzaamheden van de gemachtigde voor eiser en zijn echtgenote nagenoeg identiek konden zijn. De kosten stelt de rechtbank op grond van het vorengenoemde Besluit, voor de vorenbedoelde zaken tezamen vast op € 751,50 wegens door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde van € 501, een wegingsfactor 1 voor het gewicht van de zaken en een factor 1,5 wegens 4 of meer samenhangende zaken). De rechtbank ziet voor de vergoeding van de bezwaarkosten geen aanleiding nu eiser in de bezwaarfase geen verzoek tot vergoeding van deze kosten heeft gedaan. De proceskostenvergoeding zal bij helfte worden toegekend aan eiser en zijn echtgenote, zodat de vergoeding van proceskosten aan eiser bedraagt (€ 751,50 / 2 =)
€ 375,75.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2012 tot een naar een berekend belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.388;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 tot een naar een berekend belastbaar inkomen uit werk en woning van € 28.012;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 tot een naar een berekend belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.772;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 375,75;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A. Fase, rechter, in aanwezigheid van mr. R.A. Brits, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2018.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.