Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:2145

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-03-2018
Datum publicatie
23-03-2018
Zaaknummer
5804987
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst: schade gevolg van bewuste roekeloosheid van werknemer. Werknemer aansprakelijk voor schade werkgever. Overeenkomst van opdracht: opdrachtnemer is tekortgeschoten in nakoming verplichtingen. Bestuurder naast vennootschap aansprakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0369
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5804987 \ CV EXPL 17-2344 (NE)

Uitspraakdatum: 21 maart 2018

Vonnis in de zaak van:

de commanditaire vennootschap Energie Service Noord West C.V.

gevestigd te Alkmaar

eiseres

verder te noemen: ESNW

gemachtigde: mr. M.A. le Belle

tegen

1 [eiser] , wonende te [woonplaats]

2. de besloten vennootschap M.A. Kok Beheer B.V., gevestigd te Bergen aan Zee

gedaagden

verder te noemen: gezamenlijk Kok c.s. en afzonderlijk [gedaagde] en Kok Beheer

1 Het procesverloop

1.1.

ESNW heeft bij dagvaarding van 7 maart 2017 een vordering tegen Kok c.s. ingesteld. Kok c.s. hebben schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 15 februari 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft ESNW bij brief van 13 november 2017 nog stukken toegezonden. Kok c.s. hebben bij brieven van 13, 14 en 15 november 2017 stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

ESNW heeft circa 45 regionale installatiebedrijven als commanditaire vennoten. De beherend vennoot van ESNW is Energie Service Beheer B.V. (hierna: ESB). De bestuurders van ESB tot 1 januari 2018 zijn de heren [bestuurder 1] , [bestuurder 2] en [bestuurder 3] . Zij zijn gezamenlijk bevoegd.

2.2.

Artikel 2 van de statuten van ESNW luidt als volgt:
“De vennootschap heeft ten doel:
- de exploitatie van een energie-, service- en onderhoudsdienst, ten behoeve van de
gebruikers van water- en/of energieverbruikende en energieaccumulerende toestellen;
- het bevorderen van de veiligheid en doelmatigheid van niet-industriële
energieverbruikende toestellen en technische installaties in woningen en gebouwen;
- het verlenen van service aan eigenaren van niet industriële installaties onder andere door
het voeren van beheer, het doen van onderhoud, het uitvoeren van reparaties, het verhelpen van storingen en het stellen van diagnosen;
- het controleren, inspecteren en coördineren van installatie werkzaamheden met betrekking
tot energieverbruikende toestellen en apparatuur ten behoeve van energie overdracht en
alle daartoe behorende installaties;
- de marketing en realisatie van nieuwe producten en diensten welke de veiligheid en
doelmatigheid van standaard-installaties en technische inrichtingen bij klanten ten goede
komen;
een en ander in de ruimste zin van het woord, alsmede het verrichten van alle handelingen die daarmede verband houden.”

2.3.

[gedaagde] was van 1 juni 2010 tot 1 januari 2016 in dienst van ESNW in de functie van directeur. Op 1 januari 2016 is de arbeidsovereenkomst beëindigd en is tussen ESNW en Kok Beheer een overeenkomst van opdracht gesloten op basis waarvan [gedaagde] de opdracht van directeur van ESNW uitvoerde.

2.4.

[gedaagde] was in zijn hoedanigheid van directeur van ESNW verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding binnen ESNW. Hij rapporteerde maandelijks in een bestuursvergadering aan het bestuur van ESB. [gedaagde] heeft een financieel mandaat tot € 250.000,00. Voor rechtshandelingen die dit bedrag te boven gaan is toestemming nodig van het bestuur van ESB.

2.5.

Bij e-mail van 25 mei 2016 vraagt [gedaagde] aan de heer [naam 1] (administrateur van ESNW) € 200.000,00 over te maken naar Invema Group Ltd (hierna: Invema). De e-mail luidt, voor zover van belang, als volgt:
“Plugwise heeft gister € 250.000 overgemaakt als overbruggingsfinanciering voor participatie van ESNW in een op te richten consortium tbv het smart life programma van KPN. De Invema Group gaat dit verder financieren. Vanuit deze overbrugging is afgesproken dat ESNW € 200.000 overmaakt aan: (…) Graag betaalbewijs naar mij.”

2.6.

De e-mail van [bestuurder 2] aan [gedaagde] van 6 juni 2016 luidt, voor zover van belang, als volgt:
“Vanmorgen spraken wij elkaar over je verantwoordelijkheden en bevoegdheden als directeur van ESNW. Gezien de ontwikkelingen op korte termijn bij ESNW en de kansen die zich mogelijk voordoen heb ik je telefonisch gewezen op het feit dat het aangaan van verplichtingen door de directeur conform de statuten altijd, onder voorbehoud van goedkeuring door het bestuur, worden aangegaan. (…)”

2.7.

Op 5 juli 2016 heeft [gedaagde] een verklaring getekend. In deze verklaring staat – kort samengevat – dat [gedaagde] ernstig tekort is geschoten in het voor ogen houden van het belang van ESNW bij het (doen) uitvoeren van financiële rechtshandelingen. Het gaat hierbij om overboekingen op 7 mei 2015 aan [naam 2] van € 125.000,00, op 11 mei 2015 aan Eder-Richter van € 325.000, op 11 mei 2015 aan Eder-Richter van € 325.000, op 4 september 2015 aan Bangma Beheer B.V. van € 75.000,00 en op 22 oktober 2015 aan [naam 2] van
€ 35.000,00. Verder staat in de verklaring dat [gedaagde] ermee bekend is dat hij een mandaat heeft om rechtshandelingen te verrichten tot € 250.000,00 en dat hij voor voornoemde transacties geen toestemming heeft gevraagd of hiervan melding heeft gemaakt aan het bestuur van ESB. Ook staat in de verklaring dat [gedaagde] financiële risico’s heeft genomen en dat het uiterst onzeker is (mede omdat hij geen financiële zekerheid heeft bedongen) of nog enige terugbetaling zal volgen. [gedaagde] zal zich volgens de verklaring maximaal inspannen om de nog uitstaande bedragen terugbetaald te krijgen en hij verbindt zich persoonlijk aan terugbetaling van voornoemde transacties. Ten slotte is [gedaagde] volgens de verklaring € 110.000,00 verschuldigd aan ESNW, zijnde een kapitaalsinbreng door ESNW in Eco2Service B.V.

2.8.

Bij brief van 12 september 2016 van [gedaagde] aan het bestuur van ESB bevestigt [gedaagde] zijn verantwoordelijkheid voor de ontstane situatie.

2.9.

Op 20 september 2016 ondertekent [gedaagde] namens ESNW een overeenkomst met Go Flow Holding B.V. op grond waarvan op ESNW een afnameverplichting rust van 60.000 stuks ADAM (slimme meters) van € 65,00 per stuk en betaling van een ontwikkelfee door ESNW van € 245.000,00.

2.10.

ESNW stelt [gedaagde] op 7 november 2016 op non-actief en ontheft [gedaagde] van zijn taken en werkzaamheden voor ESNW.

2.11.

In een schriftelijke verklaring van 30 november 2016 doet [gedaagde] , onder verwijzing naar de verklaring van 5 juli 2016 en zijn brief van 12 september 2016 afstand van zijn winstdeling in ESNW.

2.12.

Op 30 november 2016 beëindigt ESNW de samenwerking met [gedaagde] uit hoofde van de tussen ESNW en Kok Beheer gesloten overeenkomst van opdracht. Bij brief van 1 december 2016 stelt ESNW Kok c.s. aansprakelijk voor de schade ten gevolge van het toerekenbaar tekortschieten en onrechtmatig handelen van [gedaagde] .

2.13.

In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat [gedaagde] gedurende de periode
1 oktober 2010 tot 7 november 2016 ingeschreven als directeur van ESNW met een volledige volmacht.

2.14.

In de cessie-akte van 3 februari 2017 draagt Early Investment B.V. haar vordering op [gedaagde] van € 235.000,00 uit hoofde van een geldleningsovereenkomst van 9 september 2016 over aan ESNW. Van de cessie doet ESNW op 2 maart 2017 schriftelijk mededeling aan [gedaagde] . De verschuldigde rente bedraagt volgens de geldleningsovereenkomst 6 % per jaar.

3 De vordering

3.1.

ESNW vordert, na wijziging van eis bij akte en ter zitting, dat de kantonrechter:
1. voor recht verklaart dat [gedaagde] respectievelijk Kok Beheer toerekenbaar tekort zijn geschoten
in de nakoming van hun verplichtingen uit respectievelijke overeenkomsten die zij met
ESNW hebben gesloten, althans onrechtmatig jegens ESNW hebben gehandeld en daartoe
aansprakelijk zijn voor de schade die ESNW heeft geleden, in het bijzonder maar niet
uitsluitend ten gevolge van betalingen die in opdracht van [gedaagde] door ESNW zijn gedaan
aan Eder Richter (2015), [naam 2] (2015), Banga Beheer B.V. (2015 en 2016), alsmede aan
Invema Ltd (2016), en de schade ten gevolge van het sluiten van het contract van 20
september 2016 met Go Flow Holding, een en ander met hoofdelijke veroordeling van
[gedaagde] respectievelijk Kok Beheer tot betaling van een (aanvullende) schadevergoeding aan
ESNW, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de Wet;
2. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 650.000,00 en € 21.780,00, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 1 januari 2016, alsmede [gedaagde] veroordeelt tot betaling van €
249.100,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 6 % per jaar en te vermeerderen
met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2017;
3. Kok Beheer veroordeelt tot betaling van € 110.000,00, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 1 januari 2017;
4. Kok c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 200.000,00, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 1 januari 2017, alsmede veroordeelt tot betaling van € 154.469,50, te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2017;
5. Kok c.s. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

ESNW legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] tijdens het dienstverband en tijdens de periode dat hij functioneerde op basis van een managementovereenkomst geldbedragen van ESNW heeft verduisterd, althans dit heeft aangewend voor privé doeleinden, althans dit heeft laten overmaken aan partijen met wie [gedaagde] (privé) zaken deed en erop was gericht om voor hem privé voordeel te behalen. Dit kwam aan het licht toen de nieuwe accountant van ESNW, BDO, vragen stelde aan [gedaagde] over overboekingen naar onduidelijke bestemmingen. Op 5 juli 2016 heeft [gedaagde] een verklaring ondertekend waarin hij erkent € 885.000,00 verschuldigd te zijn aan ESNW en € 110.000,00 te hebben geleend van ESNW ten behoeve van een kapitaalsinbreng in Eco2Service B.V. De managementovereenkomst is daarna niet onmiddellijk beëindigd, omdat het streven erop was gericht dat [gedaagde] de ten onrechte betaalde bedragen zou proberen terug te krijgen. Dit is niet gelukt. Bovendien is ESNW begin november 2016 gebleken dat [gedaagde] onder valse voorwendselen € 200.000,00 heeft laten overmaken aan Invema. Ook is gebleken dat [gedaagde] na 5 juli 2017 verplichtingen is aangegaan namens ESNW met een grote impact, terwijl aan [gedaagde] op 6 juni 2016 was bericht dat verplichtingen namens ESNW alleen onder voorbehoud van het bestuur mogen worden aangegaan. Op 7 november 2016 heeft ESNW daarom de managementovereenkomst beëindigd.

3.3.

[gedaagde] heeft in strijd met zijn mandaat en in strijd met de statutaire doelstelling van ESNW risicovolle financiële transacties verricht. [gedaagde] is gedurende het dienstverband tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Het handelen van [gedaagde] is ook onrechtmatig. [gedaagde] is aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. Daarnaast geldt als grondslag voor de in 2015 verdwenen gelden de schuldbekentenis. Kok Beheer is aansprakelijk voor de in 2016 verdwenen gelden. Kok beheer is haar verplichting om als goed opdrachtnemer te handelen (artikel 7:401 BW) niet nagekomen. [gedaagde] treft een persoonlijk ernstig verwijt en is naast Kok Beheer aansprakelijk voor de schade uit 2016.

4 Het verweer

4.1.

Kok c.s. betwisten de vordering. Zij voeren aan – samengevat – dat ESNW niet heeft voldaan aan de stelplicht. ESNW heeft de vordering onvoldoende onderbouwd en niet gespecificeerd welke partij aansprakelijk is voor welke schulden. Ook heeft ESNW onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] als bestuurder van Kok Beheer aansprakelijk is.
heeft geen schuld op zich willen nemen met ondertekening van de verklaring op 5 juli 2016. Dit was hem ook niet duidelijk. [gedaagde] is onder druk gezet om de verklaring te tekenen. [gedaagde] trekt de door hem getekende verklaring in, dan wel beroept zich op vernietiging wegens misbruik van omstandigheden/dwaling.
Kok c.s. voeren verder als verweer dat het onduidelijk is wat ESNW heeft ondernomen om de gelden terug te krijgen en of terugbetaling door de oorspronkelijke schuldenaren onmogelijk is. ESNW moet hierover duidelijkheid verstrekken.
Kok c.s. betwisten dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan verduistering. Kok c.s. hebben altijd met de juiste intenties en in het belang van ESNW gehandeld, onder andere door te investeren en werkkapitaal proberen aan te trekken. Zij hebben niet bewust/opzettelijk ESNW benadeeld en er is geen sprake van persoonlijke verrijking, toe-eigening van bedragen of het dienen van een persoonlijk belang. Kok c.s. hebben zich laten bijstaan door een onafhankelijk adviseur, de heer [naam 3] . Dat de handelingen van Kok c.s. niet hebben uitgepakt zoals zij voor ogen hadden, betreuren Kok c.s. Kok c.s. waren afhankelijk van derden en van invloeden van buitenaf en zijn door deze samenloop van omstandigheden sterk benadeeld. De gelden zijn door derden verduisterd en niet terugbetaald aan ESNW. Hiervan hadden Kok c.s. geen wetenschap. Kok c.s. hebben zich ingespannen om de verdwenen gelden terug te krijgen. Indien al sprake is van aansprakelijkheid van Kok c.s., geldt dat ESNW zelf aandeel heeft gehad in het laten oplopen van de schuld.

5 De beoordeling


Verklaring van 5 juli 2016

5.1.

Kok c.s. voeren onder andere als verweer dat de verklaring moet worden aangemerkt als een borgstelling en dat deze verklaring – wegens het ontbreken van toestemming – door de echtgenote van [gedaagde] buitengerechtelijk is vernietigd. De kantonrechter begrijpt dat Kok c.s. dit verweer niet langer handhaven, nu zij hebben verzocht de overgelegde brieven van de echtgenote van [gedaagde] buiten beschouwing te laten.

5.2.

Verder voeren Kok c.s. aan dat de verklaring onder misbruik van omstandigheden is ondertekend door [gedaagde] en dat Kok c.s. hebben gedwaald. Zo heeft ESNW [gedaagde] onder zware druk gezet de verklaring te ondertekenen, had [gedaagde] geen juridische bijstand en besefte hij niet dat hij met ondertekening van de verklaring een schuld op zich nam. De kantonrechter is van oordeel dat Kok c.s. onvoldoende hebben toegelicht op grond van welke bijzondere omstandigheden [gedaagde] zou zijn bewogen tot het ondertekenen van de verklaring, dat ESNW dit zou hebben bevorderd, dat ESNW bekend was met deze bijzondere omstandigheden en dat deze wetenschap haar van dit bevorderen zou hebben behoren te weerhouden. Deze elementen zijn echter wel nodig voor een succesvol beroep op misbruik van omstandigheden. Ook hebben Kok c.s. onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] een juiste voorstelling van zaken had toen hij de verklaring tekende. De inhoud van de verklaring is immers duidelijk en begrijpelijk, ook voor iemand die geen juridisch achtergrond heeft. Het verweer van Kok c.s. dat de verklaring moet worden vernietigd of buiten beschouwing moet worden gelaten, zal dan ook worden verworpen.
Verklaring voor recht

5.3.

ESNW vordert in de eerste plaats dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Kok c.s. toerekenbaar tekort zijn geschoten dan wel onrechtmatig hebben gehandeld en daarom aansprakelijk zijn voor de schade. De kantonrechter zal eerst de overige vorderingen van ESNW bespreken en zal daarna ingaan op deze vordering.
Vorderingen op [gedaagde]

5.4.

De vordering op [gedaagde] ziet op betalingen aan derden die in 2015 door of op verzoek van [gedaagde] zijn verricht. Volgens ESNW is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en dient hij de als gevolg daarvan ontstane schade te vergoeden. ESNW baseert haar vordering op [gedaagde] , naar de kantonrechter begrijpt, in de eerste plaats op artikel 7:661 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van dat artikel is de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever of aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade is gehouden, niet jegens de werkgever aansprakelijk, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid.

5.5.

[gedaagde] heeft op 11 mei 2015 door middel van twee betalingen € 650.000,00 laten overmaken naar een advocatenkantoor in Duitsland genaamd Eder-Richter. Door overboeking van dit bedrag zou een bankgarantie van 500 miljoen euro kunnen worden geleverd. De bankgarantie zou worden gebruikt voor een tradingprogramma met, in de woorden van [gedaagde] , extreem hoge rendementen. Het door ESNW betaalde bedrag zou binnen enkele dagen worden terugbetaald en vanuit de opbrengsten van de transactie zou een krediet van 25 miljoen euro beschikbaar komen. Ook zou de contactpersoon van [gedaagde] , de heer [naam 3] , ESNW in contact brengen met een Duitse ontwikkelaar van duurzame energie. Met deze transactie zag [gedaagde] daarom kansen voor ESNW en Eco2Service B.V. Hij zag geen risico voor ESNW, nu de betalingen werden overgemaakt naar een derdengeldenrekening en het bedrag binnen enkele dagen zou worden terugbetaald.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] met deze betalingen toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. [gedaagde] heeft zijn mandaatgrenzen overschreden door geen toestemming te vragen aan het bestuur van ESB. Dit heeft hij welbewust gedaan. Zoals [gedaagde] zelf stelt, moest hij snel handelen en had hij de transactie als veilig beschouwd. De transactie heeft naar het oordeel van de kantonrechter een speculatief karakter, nu deze erop was gericht een hoog rendement te behalen. De transactie is bovendien in strijd met de statutaire doelstelling van ESNW, namelijk onderhoud van CV-ketels. Het verweer van [gedaagde] dat hij in het belang handelde van ESNW slaagt daarom niet.

5.6.

De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn verweer dat sprake is van eigen schuld van ESNW. Dat [gedaagde] in zijn functie als directeur vrijheid genoot en controle ontbrak mag zo zijn, maar de schade is het gevolg van bewust roekeloos handelen door [gedaagde] . Dit kan niet aan ESNW worden toegerekend. Ook het verwijt dat sprake is van eigen schuld, omdat ESNW geen procedure aanhangig heeft gemaakt tegen Eder-Richter, terwijl advocaat [naam 4] deze had voorbereid en als kansrijk heeft beoordeeld, kan niet slagen. ESNW heeft op goede gronden zelf een Duitse advocaat ingeschakeld, die Eder-Richter aansprakelijk heeft gesteld. Dit heeft vooralsnog niet geresulteerd in terugbetaling aan ESNW. ESNW heeft voldoende onderbouwd dat uiterst onzeker is of dit alsnog zal gebeuren. Hiertegen heeft [gedaagde] onvoldoende ingebracht. De kantonrechter stelt daarom de schade als gevolg van het bewust roekeloos handelen van [gedaagde] vast op € 650.000,00. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De gevorderde wettelijke rente daarover is toewijsbaar zoals gevorderd.

5.7.

Verder heeft [gedaagde] in 2015 op verzoek van voornoemde heer [naam 3] € 125.000,00 van ESNW over laten maken naar [naam 2] . [naam 3] zou hiervoor een vergoeding betalen van
€ 250.000,00. Deze vergoeding is niet betaald, maar [gedaagde] heeft daarna in 2015 in twee betalingen € 110.000 overgemaakt naar [naam 2] en Bangma Beheer. Ook deze transacties hadden tot doel middels de handel in (een) bankgarantie(s) dan wel Long Term Notes een hoog rendement te behalen en hadden daarmee een hoog speculatief karakter. Weliswaar vielen de drie betalingen binnen het mandaat van [gedaagde] , maar dat [gedaagde] daarmee in het belang van ESNW handelde blijkt nergens uit. Het totale bedrag van € 235.000,00 is inmiddels terugbetaald aan ESNW, na later bleek door middel van een geldlening van Early Investments B.V. aan [gedaagde] .

5.8.

Naast voornoemde betalingen heeft [gedaagde] in 2015 drie facturen van gezamenlijk groot
€ 21.780,00 aan Bangma Beheer B.V. betaald. Op de facturen staat als omschrijving ‘Beheer- en Managementvergoeding Acquisitie’. Deze betalingen zijn volgens ESNW zonder recht of titel gedaan. De kantonrechter is van oordeel dat deze betalingen nauw samenhangen met de overige betalingen aan [naam 2] en Bangma Beheer B.V. en daarom moeten worden aangemerkt als risicovol. Dit klemt temeer nu de eerder gedane transacties niet succesvol zijn gebleken. Door niet nader gespecificeerde facturen te betalen, is evident dat niet het belang van ESNW is gediend. Ook ten aanzien van de betaling van deze facturen komt de kantonrechter tot de conclusie dat [gedaagde] bewust roekeloos heeft gehandeld en daardoor ESNW schade heeft berokkend. De hoogte van de schade is € 21.780,00. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals gevorderd.

5.9.

ESNW vordert ten slotte van [gedaagde] terugbetaling van een aan haar gecedeerde geldlening van, na vermeerdering met de contractuele rente, € 249.100,00. Deze vordering ziet op nakoming van de verplichtingen uit een geldleningsovereenkomst. Op grond van deze overeenkomst is de lening opeisbaar indien [gedaagde] meer dan een maand in verzuim is met de nakoming van enige verplichting uit hoofde van de overeenkomst. [gedaagde] is in ieder geval op
1 januari 2017 in verzuim, nu hij niet de jaarlijkse rentevergoeding voor het eind van het jaar heeft voldaan. Dit betekent dat de vordering opeisbaar is. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de vordering ter zitting erkend. De vordering tot terugbetaling van de geldlening van
€ 235.000,00 ligt dan ook voor toewijzing gereed.

5.10.

ESNW maakt voorts aanspraak op contractuele rente. Daarnaast vordert ESNW betaling van wettelijke rente. Naar het oordeel van de kantonrechter kan ESNW niet contractuele rente en wettelijke rente naast elkaar vorderen. Op grond van artikel 6:119 lid 3 BW loopt de bedongen rente die hoger is dan de wettelijke rente in plaats van de wettelijke rente door nadat [gedaagde] op 1 januari 2017 in verzuim is gekomen. In deze zaak geldt dat een rente van 6 % per jaar is bedongen. Deze rente is hoger dan de wettelijke rente, zodat [gedaagde] ook nadat hij in verzuim is gekomen, de contractuele rente van 6 % is verschuldigd.
Ook vordert ESNW samengestelde rente, nu zij de hoofdsom heeft vermeerderd met de vervallen contractuele rente en daarover contractuele rente vordert. Artikel 6:119 lid 2 BW, waarin is bepaald dat wettelijke rente over verschenen wettelijke rente na afloop van een jaar is verschuldigd (samengestelde rente), is in dit geval echter niet van toepassing. Volgens de toelichting op dat artikel staat het partijen in beginsel vrij overeen te komen dat de tussen hen overeengekomen rente eveneens samengesteld wordt berekend. ESNW heeft echter niet onderbouwd op grond waarvan zij is gerechtigd de overeengekomen rente samengesteld te berekenen. ESNW is derhalve slechts gerechtigd de overeengekomen en verbeurde rente enkelvoudig te berekenen. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de gevorderde contractuele rente over € 235.000,00 toewijzen vanaf 9 september 2016, zijnde de ingangsdatum van de geldlening.

Vordering op [gedaagde] Beheer

5.11.

ESNW vordert terugbetaling van een geldlening van € 110.000,00. Dit bedrag heeft ESNW aan Kok Beheer geleend voor de aandelenverkrijging in Eco2Services B.V. Aanvankelijk was deze vordering mede gericht tegen [gedaagde] , maar ter zitting heeft ESNW dit ingetrokken. Kok Beheer heeft het bestaan van de geldlening niet betwist, maar voert ter zitting als verweer dat de aandelen zijn teruggegaan naar Eco2Service B.V. tegen finale kwijting. De kantonrechter passeert het verweer van Kok Beheer. Indien tussen Kok Beheer en Eco2Service B.V. afspraken zijn gemaakt, regardeert dit, zonder nadere onderbouwing die niet is gegeven, ESNW immers niet. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.

5.12.

ESNW heeft geen ingebrekestelling overgelegd waarin Kok Beheer wordt gesommeerd voor een bepaalde datum te betalen. Door ESNW is ook niet uitdrukkelijk gesteld, en dit is ook niet gebleken, dat een situatie als bedoeld in artikel 6:83 BW zich voordoet. Daarom zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, zijnde 7 maart 2017.
Vorderingen op Kok c.s.

5.13.

Vanaf 1 januari 2016 voerde [gedaagde] namens Kok Beheer zijn werkzaamheden als directeur van ESNW uit op basis van een tussen ESNW en Kok Beheer gesloten overeenkomst van opdracht.

5.14.

Op grond van artikel 7:401 BW moet de opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. De vraag die ter beantwoording voor ligt is of Kok Beheer heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend opdrachtnemer mag worden verwacht. Indien komt vast te staan dat Kok Beheer toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht, zal vervolgens de vraag moeten worden beantwoord of [gedaagde] naast Kok Beheer hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die ESNW daardoor heeft geleden en zal lijden.

5.15.

ESNW vordert in de eerste plaats van Kok c.s. betaling van € 200.000,00. [gedaagde] heeft bij e-mail van 25 mei 2016 opdracht gegeven aan de administrateur van ESNW dit bedrag over te maken naar Invema. Volgens [gedaagde] had de betaling betrekking op een participatie van ESNW in een nog op te richten consortium ten behoeve van een SmartLife programma waarin ook KPN zou deelnemen. Ook stelt [gedaagde] dat hij met de betaling een financiering kon betrekken voor ESNW voor energieprojecten. ESNW heeft gemotiveerd betwist dat [gedaagde] in het belang van ESNW voornoemde betaling heeft laten uitvoeren. ESNW wijst onder andere op door haar overgelegde overeenkomsten (productie 8 en productie 24), die aan de betaling van € 200.000,00 ten grondslag liggen. Daarbij valt op dat de partijen bij de ene overeenkomst Invema en ESNW zijn en bij de andere overeenkomst Invema en Kok Beheer. [gedaagde] heeft beide overeenkomsten ondertekend, beide overeenkomsten zijn gedateerd op 24 april 2016 en in beide overeenkomsten staat dat de kosten van de transactie € 200.000,00 zijn. In de overeenkomst tussen Invema en Kok Beheer staat dat Kok Beheer ‘50% of the benefits’ ontvangt.

5.16.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] opnieuw een risicovolle transactie is aangegaan, terwijl de transacties uit 2015 die aan deze transactie voorafgingen niet lucratief waren gebleken. [gedaagde] heeft ook geen aannemelijke verklaring kunnen geven voor het feit dat twee overeenkomsten op de zelfde dag met twee verschillende partijen zijn getekend en dat de ‘benefits’ naar Kok Beheer zouden gaan. Het verweer van [gedaagde] dat de transactie in het belang van ESNW was, volgt de kantonrechter niet, nu dit op geen enkele wijze behoorlijk is onderbouwd. [gedaagde] die namens Kok Beheer de opdracht vervulde heeft bewust roekeloos gehandeld. Dit betekent dat Kok Beheer niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen. Dit is een toerekenbare tekortkoming, zodat Kok Beheer aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. [gedaagde] heeft niet weersproken dat Kok Beheer geen verhaalsmogelijkheden biedt en dat [gedaagde] wist of behoorde te weten dat Kok Beheer een eventuele schadevergoeding niet zou kunnen betalen. Dat treft hem een persoonlijk ernstig verwijt op grond waarvan [gedaagde] naast Kok Beheer voor de schade van ESNW aansprakelijk is.

5.17.

De kantonrechter passeert het verweer van [gedaagde] dat ESNW het aan zichzelf te wijten heeft dat de vordering door Invema niet is terugbetaald. ESNW heeft aanvankelijk zelf werkzaamheden verricht om de vordering te incasseren. Zij heeft thans een advocatenkantoor in Amsterdam ingeschakeld, dat ook is gevestigd in Barcelona. Aan dit kantoor is opdracht gegeven de vordering op Invema te incasseren. Dit heeft tot op heden niet geleid tot enige betaling. De kantonrechter stelt daarom de schade vast op € 200.000,00. Kok c.s. zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De wettelijke rente daarover is toewijsbaar zoals gevorderd.

5.18.

Verder vordert ESNW betaling van Kok c.s. van € 154.469,50. Deze vordering ziet op kosten die ESNW heeft moeten maken als gevolg van de door Kok c.s. veroorzaakte schade. ESNW heeft deze kosten met stukken onderbouwd. Kok c.s. hebben hier alleen tegen aangevoerd dat deze kosten onnodig zijn gemaakt, omdat ESNW de betalingen in samenwerking met [gedaagde] eenvoudiger terug had kunnen krijgen. De kantonrechter is van oordeel dat Kok c.s. dit verweer onvoldoende concreet hebben gemaakt. Nu de kosten naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid zijn gemaakt, zullen deze worden toegewezen. Ten aanzien van de beslagkosten overweegt de kantonrechter dat deze vordering ingevolge artikel 706 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor toewijzing vatbaar is, nu niet is gebleken dat de gelegde beslagen nietig, onnodig of onrechtmatig zijn. ESNW vordert € 4.618,19 aan beslagkosten. Ter onderbouwing heeft ESNW betekeningsexploten overgelegd, waaruit blijkt dat de explootkosten € 789,19 bedragen. De kantonrechter begroot de beslagkosten op € 1.989,19 (€ 789,19 voor verschotten en € 1.200,00 voor salaris advocaat). Naast deze kosten vordert ESNW terugbetaling van een in februari 2016 betaalde factuur aan Bangma Beheer B.V. van
€ 5.500,00. Anders dan de in 2015 betaalde facturen aan Bangma Beheer B.V., heeft ESNW deze vordering niet nader onderbouwd met een stuk. De kantonrechter wijst daarom dit deel van het gevorderde af. De vordering is gelet op het voorgaande toewijsbaar tot € 146.340,50. De wettelijke rente daarover is toewijsbaar zoals gevorderd.

Verklaring voor recht

5.19.

De gevorderde verklaring voor recht dat Kok c.s. toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit respectievelijke overeenkomsten die zij met ESNW hebben gesloten, althans onrechtmatig jegens ESNW hebben gehandeld, en daartoe aansprakelijk zijn voor de schade die ESNW heeft geleden, is gelet op het voorgaande toewijsbaar.

5.20.

De toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] ziet op betalingen die in opdracht van [gedaagde] en Kok Beheer door ESNW zijn gedaan aan Eder Richter (2015), [naam 2] (2015), Bangma Beheer B.V. (2015) en Invema (2016). Naast [gedaagde] is Kok Beheer ten aanzien van de betaling aan Invema toerekenbaar tekort geschoten. De kantonrechter zal niet in de verklaring voor recht de formulering ‘in het bijzonder maar niet uitsluitend’ gebruiken. Deze formulering is te algemeen, terwijl de kantonrechter alleen een oordeel heeft gegeven over de transacties waarnaar de woorden ‘in het bijzonder’ verwijzen.

5.21.

Daarnaast vordert ESNW voor recht te verklaren dat Kok c.s. toerekenbaar tekort zijn geschoten althans onrechtmatig hebben gehandeld, wegens het namens ESNW sluiten van de overeenkomst van 20 september 2016 met Go Flow Holding B.V. Ook ten aanzien van deze transactie is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] Beheer onzorgvuldig en daarmee niet als goed opdrachtnemer heeft gehandeld. De overeenkomst legt op ESNW een aanzienlijke afnameverplichting, terwijl onweersproken is gebleven dat het product nog niet was getest, zichzelf nog niet had bewezen in de markt en nog nergens was geplaatst. Verder is onweersproken gebleven dat in eerdere versies van de overeenkomst het bestuur namens ESNW zou tekenen, de prijs per stuk € 33,00 was in plaats van de uiteindelijk overeengekomen € 65,00 en de afnameverplichting afhankelijk was van het slagen van de testfase. Hoewel [gedaagde] stelt dat hij ESNW van het project op de hoogte heeft gesteld, erkent [gedaagde] dat hij niet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst toestemming heeft gevraagd aan het bestuur van ESB. Hiermee heeft [gedaagde] in strijd met zijn mandaat gehandeld, temeer nu de heer [bestuurder 2] bij e-mail van 6 juni 2016 aan [gedaagde] heeft laten weten dat hij verplichtingen slechts mag aangaan onder voorbehoud van goedkeuring door het bestuur. [gedaagde] heeft verder op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat met deze transactie het belang van ESNW was gediend. Zo is niet toegelicht waarom het product in juli 2016 een kostprijs van € 33,00 had en in september 2016 van € 65,00. Kok Beheer is aldus toerekenbaar tekortgeschoten. [gedaagde] wist of behoorde te weten dat Kok Beheer de eventueel daaruit voortvloeiende schade niet zou kunnen betalen aan ESNW. Dat treft hem een ernstig persoonlijk verwijt en is onrechtmatig jegens ESNW. Dit betekent dat ook dit deel van de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is.

5.22.

ESNW vordert ten slotte hoofdelijke veroordeling van Kok c.s. tot betaling van een (aanvullende) schadevergoeding aan ESNW, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de Wet. Voor toewijzing van deze vordering is voldoende dat de mogelijkheid van (aanvullende) schade aannemelijk is. ESNW heeft voldoende toegelicht dat zij nog kosten zal moeten maken. De kantonrechter zal deze vordering daarom toewijzen.
Overig

5.23.

ESNW voert thans nog incassomaatregelen uit. Indien enige betaling wordt gedaan door een schuldenaar van ESNW ten behoeve van een schuld waarvan Kok c.s. in de vorm van een schadevergoeding worden veroordeeld, dient dit bedrag in mindering te worden gebracht op de vordering waartoe Kok c.s. worden veroordeeld.

5.24.

Alle overige stellingen van partijen leiden niet tot een andere beslissing en deze behoeven derhalve geen bespreking meer.

Proceskosten en nakosten

5.25.

De proceskosten komen voor rekening van Kok c.s., omdat zij ongelijk krijgen. Ten aanzien van het salaris van de gemachtigde is van belang dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot een hoofdsom van € 1.253.120,50 en [gedaagde] Beheer tot een hoofdsom van € 456.340,50. Het salaris behorend bij de hoofdsom waartoe Kok Beheer wordt veroordeeld is € 1.000,00 per punt, terwijl het salaris behorend bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] wordt veroordeeld € 1.200,00 per punt is. Gelet daarop zullen Kok c.s. hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder het salaris van de gemachtigde van € 2.000,00 (2 punten), en zal [gedaagde] aanvullend worden veroordeeld tot betaling van het salaris van de gemachtigde van € 400,00 (€ 2.400,00 -/- € 2.000,00).

5.26.

Daarbij worden Kok c.s. ook veroordeeld tot betaling van € 100,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door ESNW worden gemaakt. De nakosten worden overeenkomstig de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele sectoren en Kantonsectoren begroot op een half salarispunt conform het gebruikelijke liquidatietarief voor proceskosten tot een maximum van € 100,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart voor recht dat Kok c.s. toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de respectieve overeenkomsten die zij met ESNW hebben gesloten, dan wel onrechtmatig hebben gehandeld jegens ESNW, en aansprakelijk zijn voor de schade die ESNW heeft geleden ten gevolge van de betalingen in opdracht van [gedaagde] door ESNW aan Eder Richter (2015), [naam 2] (2015), Bangma Beheer B.V. (2015), alsmede aan Invema (2016), en de schade ten gevolge van het sluiten van het contract van 20 september 2016 met Go Flow Holding B.V., een en ander met hoofdelijke veroordeling van Kok c.s. tot betaling van een aanvullende schadevergoeding aan ESNW, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de Wet;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan ESNW van € 671.780,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 januari 2016 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan ESNW van € 235.000,00, te vermeerderen met de contractuele rente over dat bedrag vanaf 9 september 2016 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.4.

veroordeelt Kok Beheer tot betaling aan ESNW van € 110.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 maart 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.5.

veroordeelt Kok c.s. hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan ESNW van € 346.340,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over
€ 200.000 vanaf 1 januari 2017 tot aan de dag van de gehele betaling en over € 146.340,50 vanaf 1 november 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.6.

Voor alle hierboven genoemde veroordelingen heeft te gelden dat reeds door derden betaalde bedragen daarop in mindering dienen te strekken.

6.7.

veroordeelt Kok c.s. hoofdelijk zoals hiervoor vermeld, tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van ESNW tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 86,78

griffierecht € 939,00

salaris gemachtigde € 2.000,00 ;

te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening;

6.8.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de € 400,00 ter zake het aanvullende salaris van de gemachtigde;

6.9.

veroordeelt Kok c.s. hoofdelijk zoals hiervoor vermeld, tot betaling van € 100,00 aan nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door ESNW worden gemaakt, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening;

6.10.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.11.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter