Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:2080

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-03-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
C/15/259854 / FA RK 17-3227
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De inhoudsindicatie is als volgt. Verzoek gemeente om ten laste van de man een minimale verhaalsbijdrage vast te stellen wordt afgewezen, nu zowel de man als de vrouw van dezelfde gemeente een bijstandsuitkering ontvangen, terrwijl de man daarnaast een groot deel van de zorg voor de minderjarigen voor zijn rekening neemt. Opleggen van een verhaalsbijdrage is in dit geval rondpompen van gemeenschapsgeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

Zaak-/rekestnr.: C/15/259854 / FA RK 17-3227

beschikking van 14 maart 2018 betreffende verhaalsbijdrage

in de zaak van:

[de gemeente] ,

zetelende te [plaats] ,

hierna te noemen: de gemeente,

gemachtigde mw. A.E. Kuijn-Oud,

tegen

[de man] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. W. Doornink (opvolger van mr. J.M.A. Mooijman), kantoorhoudende te Hoorn Nh.

1 Verloop van de procedure

1.1

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 6 juni 2017 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de gemeente;

- het op 14 juli 2017 ter griffie ontvangen verweerschrift met bijlagen van de man.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 februari 2018. Bij die gelegenheid zijn verschenen [naam] , namens de gemeente, en de man, bijgestaan door mr. W. Doornink.

2 De vaststaande feiten

2.1

Uit het ontbonden huwelijk tussen de man en mevrouw [naam] zijn de volgende kinderen geboren:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [plaats] ;

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [plaats] ;

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [plaats] .

2.3

Met ingang van 3 december 2010 wordt aan de vrouw, mede ten behoeve van de bij haar verblijvende minderjarigen, door de gemeente een uitkering verstrekt ingevolge de Participatiewet.

2.4

Bij besluit d.d. 10 november 2016 heeft de gemeente vastgesteld dat de kosten van bijstand aan de vrouw met ingang van 1 november 2016 worden verhaald op de man, tot een bedrag van € 75,00 per maand.

2.5

Nadat de man daar bezwaar tegen heeft aangetekend, heeft de gemeente een nieuw besluit genomen en de bijdrage met ingang van 1 november 2016 op € 50,00 per maand vastgesteld.

3 Het verzoek:

3.1

De gemeente verzoekt:

a. de door de man, uit hoofde van de door de gemeente aan mevrouw [naam] mede ten behoeve van de drie bij haar verblijvende minderjarige kinderen verleende bijstand, verschuldigde verhaalsbijdrage vast te stellen op € 50,00 (naar de rechtbank begrijpt: per maand) met ingang van 1 november 2016, en de man te veroordelen dit bedrag te voldoen voor de duur dat aan mevrouw [naam] bijstand wordt verleend;

b. de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Zij fundeert haar verzoek op de wettelijke onderhoudsverplichting van de man

4 Het verweer

4.1

De man heeft het verzoek gemotiveerd bestreden. Hij voert daartoe aan dat hij, evenals de vrouw, een bijstandsuitkering van de gemeente [plaats] ontvangt en dat hij de twee oudste minderjarigen kinderen bijna dagelijks ziet, omdat zij hun huiswerk bij hem maken en dat de jongste minderjarige bijna ieder weekend bij hem doorbrengt. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is voorts naar voren gebracht dat de middelste zoon een nierziekte heeft, waarvoor hij in het AMC in [plaats] wordt behandeld. De man is degene die de minderjarige begeleidt bij zijn ziekenhuisbezoeken en de daarmee samenhangende kosten voor zijn rekening neemt.

5 Beoordeling

5.1

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de gemeente dient te worden afgewezen. De man neemt een groot deel van de zorg voor de minderjarigen voor zijn rekening, terwijl hij (anders dan de vrouw) geen kinderbijslag of kindgebonden budget voor de minderjarigen ontvangt. Het had op de weg van de gemeente gelegen om hetgeen de man tot zijn verweer heeft aangevoerd, en waar de gemeente al voor het indienen van het onderhavige verzoekschrift van op de hoogte is gebracht, bij de vrouw na te gaan. Het gaat daarbij niet om het feitelijk controleren van de uitvoering van de zorgregeling, maar om in het kader van hoor- en wederhoor navraag te doen naar hetgeen de man heeft gesteld.

Dat de behoefte van de minderjarigen, zoals de gemeente stelt, hoger is dan de verzochte verhaalsbijdrage mag zo zijn, maar in het geval beide ouders bijstandsgerechtigd zijn is het opleggen van een verhaalsbijdrage, ook een minimale, rondpompen van gemeenschapsgeld.

Het beroep door de gemeente op de aangehaalde uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 14 maart 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:860) kan niet slagen, omdat in die door het hof beoordeelde situatie alleen de man bijstandsgerechtigde is en er geen zorgregeling plaatsvindt, omdat de vrouw met de minderjarigen in Marokko woont.

6 Beslissing


De rechtbank:

6.1

wijst het verzoek van de gemeente af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, rechter, in tegenwoordigheid van

D.J. Witsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2018.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.