Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:1232

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
03-04-2018
Zaaknummer
5375073 / CV EXPL 16-8411
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Luchthaven Eindhoven gesloten geweest als gevolg van een vliegtuig met een klapband. Geen sprake van gebeurtenissen die inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij. Sluiting van de luchthaven heeft ertoe geleid dat er geen toestel beschikbaar was om de vlucht in kwestie tijdig uit te voeren. De situatie op de luchthaven Eindhoven was onzeker nu er geen indicatie voor de opening van de luchthaven was gegeven. Keuze van Transavia om de passagiers van de luchthaven Eindhoven naar Schiphol Airport te voeren is dan ook verklaarbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/257
Prg. 2018/131
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5375073 \ CV EXPL 16-8411

Uitspraakdatum: 21 februari 2018

Vonnis in de zaak van:

[passagier]
wonende te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigden: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. L.J.J. Hoezen

tegen

de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde

hierna te noemen: Transavia

gemachtigde: mr. M. Reevers

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 15 juni 2016 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagier heeft in een akte gereageerd op de door Transavia bij haar laatste schriftelijke reactie overgelegde producties. Tot slot heeft Transavia een laatste productie overgelegd waar de passagier per akte op heeft gereageerd.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagier zou vervoeren van Airport De Gran Canaria, Las Palmas, Spanje naar Eindhoven Airport, Nederland (vluchtnummer: HV6366) op 2 maart 2016 met vertrektijd 11.15 uur (lokale tijd) en aankomsttijd 15:50 uur (lokale tijd), hierna: de vlucht.

2.2.

Transavia heeft de passagier omgeboekt naar een andere vlucht. De passagier is 8 uur en 55 minuten later aangekomen op de overeengekomen eindbestemming.

2.3.

De passagier heeft compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

Transavia heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat Transavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 maart 2016, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,75, dan wel € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 11 april 2016 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) . De passagier stelt dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is haar te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00.

4 Het verweer

4.1.

Transavia betwist de vordering. Zij voert aan dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. De passagier maakt zodoende ten onrechte aanspraak op compensatie op grond van de Verordening. De vlucht zou uitgevoerd worden met het toestel dat ingepland stond om de rotatie uit te voeren van Eindhoven naar Las Palmas en vice versa. Bij aanvang van de heenvlucht naar Spanje (vluchtnummer: HV6365) is een technisch mankement geconstateerd, dat betrekking had op de ‘pack light’ en de ‘flight recorder’. Door de technische dienst van Transavia is dit mankement verholpen waardoor het toestel om 06:45 UTC is afgetekend en door de afdeling ‘Ground Service Control’ om 06:54 als serviceable werd geregistreerd. Transavia heeft na het verhelpen van het mankement direct verzocht te mogen vertrekken, maar kreeg van het luchtverkeersbeheer van Eindhoven via de radio de mededeling dat dit niet mogelijk was.

4.2.

Vervolgens was de start- en landingsbaan om 07:16 UTC door de luchthaven formeel gesloten, omdat een zakenvliegtuig tijdens het opstijgen een klapband had gekregen. Hierdoor kon de (heen)vlucht die van Eindhoven naar Spanje zou vertrekken niet uitgevoerd worden. Nu het om een rotatievlucht ging, heeft de vertraging doorgewerkt op de onderhavige vlucht van Las Palmas naar Eindhoven. Transavia doet een beroep op artikel 5 lid 3 van de Verordening en voert aan dat zij al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om de vertraging voor de passagier zo beperkt mogelijk te houden. Voorts voert Transavia verweer tegen de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

5 De beoordeling

5.1.

In het onderhavige geval is aan de orde de vraag of Transavia compensatie is verschuldigd aan de passagier in verband met de langdurige vertraging van de vlucht van Las Palmas naar Eindhoven (HV6366). Op grond van artikel 5 lid 3 van de Verordening is Transavia niet verplicht de passagier te compenseren zoals bedoeld in artikel 7 van de Verordening indien zij kan aantonen dat de vertraging een gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

5.2.

De oorspronkelijke vertrektijd van de vlucht HV6365 van Eindhoven naar Las Palmas was 06:00 UTC. Het toestel dat deze vlucht zou uitvoeren, zou ook de (terug)vlucht van de passagier uitvoeren. Door een technisch mankement was het toestel pas om 06:54 UTC gereed om te vertrekken. Op dat moment kreeg het echter geen toestemming van de luchtverkeersleiding om op te stijgen. Vervolgens is de luchthaven gesloten geweest van 07:16 tot 10:38 UTC als gevolg van een vliegtuig met een klapband. De kantonrechter volgt Transavia in haar betoog dat zij geen invloed heeft kunnen uitoefenen op het besluit van het luchtverkeersbeheer dat leidde tot de tijdelijke sluiting van de luchthaven. Naar het oordeel van de kantonrechter is voorts geen sprake van gebeurtenissen die inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij. Met Transavia is de kantonrechter van oordeel dat de sluiting van de luchthaven ertoe heeft geleid dat er geen toestel beschikbaar was om de vlucht in kwestie (HV6366) tijdig uit te voeren. De situatie op de luchthaven Eindhoven was onzeker nu er geen indicatie voor de opening van de luchthaven was gegeven. De keuze van Transavia om de passagiers van de luchthaven Eindhoven naar Schiphol Airport te voeren is dan ook verklaarbaar. Dat de crew inmiddels uit de uren was gelopen, zoals de passagier heeft gesteld, doet hier niets aan af. Van Transavia kon voorts vanuit materieel, personeel en economisch opzicht redelijkerwijs niet worden verwacht dat zij een leeg toestel naar Las Palmas zou sturen, terwijl in Eindhoven nog een groot aantal passagiers wachtten om naar Las Palmas vervoerd te worden. Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is geweest van buitengewone omstandigheden. Dat voorafgaand aan deze buitengewone omstandigheden ook sprake is geweest van een technisch mankement maakt dit niet anders, aangezien de daaruit voortvloeiende vertraging niet meer dan drie uur bedraagt.

5.3.

Transavia heeft geen invloed op de sluiting van een luchthaven en voldoende aangetoond dat zij zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet heeft kunnen vermijden dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.

5.4.

De conclusie is dat het verweer van Transavia slaagt en dat zij geen compensatie hoeft te betalen aan de passagier. De vordering wordt afgewezen. De nevenvorderingen delen dat lot.

5.5.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat zij ongelijk krijgt. De nakosten zullen worden toegewezen, voor zover deze daadwerkelijk door Transavia wordt gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 120,00;

6.3.

veroordeelt de passagier tot betaling van € 30,00 wegens nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter