Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:1191

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
18-01-2019
Zaaknummer
C/15/260004 / FA RK 17-3315
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vernietiging van een door de vrouwelijke partner van de moeder gedane erkenning. Zie ook de beschikking van 9 januari 2019.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/260004 / FA RK 17-3315

beschikking van 14 februari 2018 betreffende vernietiging erkenning

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. A.C.M. van Lieshout, kantoorhoudende te 's-Gravenhage,

--tegen--

[de vrouw]

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vrouw.

De minderjarige wordt in deze procedure vertegenwoordigd door de bijzondere curator: [bijzondere curator] , kantoorhoudende te Heerhugowaard.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 8 juni 2017;

  • -

    de beschikking van 19 juli 2017;

  • -

    de beschikking van 2 augustus 2017;

  • -

    de brief van de bijzondere curator, ingekomen op 30 augustus 2017;

  • -

    het verslag van de bijzondere curator, ingekomen op 11 september 2017.

1.2

De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 december 2017 in aanwezigheid van mr. F.G.T. Meershoek namens mr. A.C.M. van Lieshout namens de moeder, de vrouw en de bijzondere curator, [bijzondere curator] . De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Uit de moeder is op [geboortedatum] in de gemeente [plaats] geboren de minderjarige [minderjarige] . De vrouw heeft op [datum] (de toen nog ongeboren) minderjarige erkend. De moeder is van rechtswege belast met het gezag over de minderjarige.

2.2

Bij voormelde beschikking van 19 juli 2017 is mr. C. de Bie-Koopman, benoemd tot bijzondere curator. In verband met het feit dat mr. C. de Bie-Koopman niet in de gelegenheid is om de opgedragen taak uit te voeren, is bij voormelde beschikking van 2 augustus 2017 [bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator.

3 Verzoek

3.1

De moeder heeft verzocht, uitvoerbaar bij voorraad:

a. een bijzondere curator te benoemen om de belangen van de minderjarige te behartigen;

b. de door de vrouw gedane erkenning van de minderjarige te vernietigen.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de moeder het volgende aangegeven. De moeder heeft geen stabiele jeugd gehad. Zij dacht in de vrouw iemand gevonden te hebben die haar liefde kon geven en kon bijstaan. Daarom heeft zij de vrouw toestemming gegeven de minderjarige te erkennen, hoewel de moeder aanvankelijk het plan had om de minderjarige ter adoptie af te staan. Gebleken is echter dat de vrouw de moeder stelselmatig niet de waarheid vertelde. Om die reden heeft de moeder de relatie met de vrouw in september 2016 beëindigd. Na beëindiging van de relatie heeft de vrouw de minderjarige sinds september 2016 enkele malen gezien onder begeleiding van de moeder. In het kader van een kort geding procedure hebben de moeder en de vrouw afspraken gemaakt over de omgangsregeling tussen de vrouw en de minderjarige. Dat contact heeft plaatsgevonden tot medio maart 2017.

Sinds maart 2017 heeft de biologische vader van de minderjarige, [de biologische vader] , wekelijks gedurende 1,5 uur contact met de minderjarige onder begeleiding van de moeder.

De moeder wil vernietiging van de erkenning, primair omdat de vrouw niet de biologische moeder van de minderjarige is. Subsidiair meent de moeder dat zij onder dwaling, bedrog dan wel misbruik van omstandigheden is bewogen om toestemming te geven voor erkenning. Het belang van de minderjarige wordt niet geschaad als de door de vrouw gedane erkenning wordt vernietigd. De biologische vader wil betrokken blijven in het leven van de minderjarige en heeft te kennen gegeven de minderjarige te willen erkennen.

3.3

De bijzondere curator heeft in zijn verslag verzocht:

- de door de vrouw gedane erkenning van de minderjarige te vernietigen.

3.4

De bijzondere curator heeft ter onderbouwing van het verzoek het volgende aangevoerd.

Hetgeen de moeder heeft verteld komt overeen met de inhoud van het verzoekschrift. [de begeleider van de moeder] , de begeleider van de moeder van [naam bedrijf] , heeft verklaard dat de intenties van de vrouw niet daadwerkelijk waren om als ouder van de minderjarige te fungeren. De biologische vader zou aanvankelijk willen erkennen, maar sinds medio april 2017 is duidelijk geworden dat van hem niets verwacht hoeft te worden. Het laatste contact tussen de biologische vader en de minderjarige dateert van [datum] , de verjaardag van de minderjarige. Mede omdat de vrouw nooit heeft laten zien echt geïnteresseerd te zijn in de minderjarige, is er nooit een band gegroeid tussen de vrouw en de minderjarige.

Het gaat de laatste tijd erg goed met de moeder. De moeder heeft een PGB en de gemeentelijke indicatie die de moeder heeft duurt nog tot april 2019.

Er heeft geen persoonlijk gesprek plaatsgevonden met de vrouw, hoewel de bijzondere curator meerdere pogingen in het werk heeft gesteld om daartoe een afspraak te maken. Er is wel telefonisch contact geweest tussen de bijzondere curator en de vrouw.

De moeder is niet-ontvankelijk in het verzoek tot vernietiging erkenning, omdat het verzoek niet is ingediend binnen de in de wet gestelde termijn van een jaar en eveneens omdat de moeder een dergelijk verzoek niet kan doen als wettelijk vertegenwoordiger.

Vast staat dat de vrouw niet de biologische moeder is van de minderjarige. Ook staat vast dat de vrouw geen enkele rol speelde en speelt in het leven van de minderjarige. De vrouw heeft telefonisch laten weten het eens te zijn met het verzoek van de moeder. Omdat de minderjarige van de vrouw niets meer te verwachten heeft als ouder kan de erkenning worden vernietigd.

4 Beoordeling

4.1

Ter zitting is door de vrouw het volgende naar voren gebracht.

Op enig moment heeft de moeder het contact tussen de vrouw en de minderjarige stopgezet. Er is toen enige tijd omgang geweest tussen de biologische vader en de minderjarige. Dat contact verliep niet goed.

Inmiddels heeft de vrouw weer een goed contact met de moeder. Vóór de zitting heeft de moeder tegen de vrouw gezegd dat ze de erkenning niet wil vernietigen. Sinds [datum] (de verjaardag van de moeder) heeft de vrouw weer omgang met de minderjarige van zondag 19.00 uur (na haar werk) tot dinsdagavond. De vrouw haalt de minderjarige op dinsdag op van het kinderdagverblijf en brengt hem dan naar de moeder. Er zijn afspraken gemaakt over de omgang tot het einde van het jaar. De moeder werkt in een tandartsenpraktijk. De vrouw heeft nooit de dingen goed met de moeder kunnen uitspreken. De vrouw heeft nooit gezegd dat ze geen ouder wil zijn voor de minderjarige. De moeder en de vrouw willen in de vorm van een co-ouderschap voor de minderjarige zorgen. De moeder is heel grillig in haar houding en ze zegt de ene keer het ene en de andere keer het andere. De moeder woont in een beschermd wonen traject. De vrouw werkt in de horeca met wisselende werktijden. Daarom is het soms moeilijk om dingen af te stemmen.

4.2

Namens de moeder is ter zitting het volgende verklaard. De moeder blijft bij haar verzoek. Uit het verhaal van de vrouw blijkt dat er veel wijzigingen zijn opgetreden sinds de indiening van het verzoekschrift. Er zijn veel contacten, maar deze zijn steeds kortdurend. De moeder wantrouwt de intenties van de vrouw.

4.3.

De bijzondere curator heeft ter zitting het volgende meegedeeld. Uit het verhaal van de vrouw blijkt dat er thans weer sprake is van omgang tussen de vrouw en de minderjarige. Dat is een positieve ontwikkeling, maar er is weinig zicht op de situatie. Op grond van de nieuwe ontwikkelingen en de uiteenlopende verhalen van de moeder en de vrouw, is er, mede gelet op de voorgeschiedenis, sprake van een fragiel evenwicht in de situatie. Op grond daarvan zou er nu geen beslissing moeten worden gegeven, maar zou er (nader) onderzoek moeten plaatsvinden door de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad). Nadat de Raad advies zal hebben uitgebracht kan de bijzondere curator zich nader uitlaten.

4.4

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er in een korte tijdspanne sprake is van veel wijzigingen in de situatie van de moeder, de vrouw en de minderjarige. Ook is er sprake van uiteenlopende standpunten van de moeder en de vrouw. Gelet hierop acht de rechtbank zich onvoldoende geïnformeerd om een weloverwogen beslissing te kunnen geven. De rechtbank ziet aanleiding de stukken in handen te stellen van de Raad. De Raad wordt verzocht een onderzoek in te stellen en de rechtbank te adviseren omtrent de hieronder geformuleerde vraag.

4.5

De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige procedure geen verzoek aangaande een omgangsregeling tussen de vrouw en de minderjarige aan de orde is. Met inachtneming hiervan en mede gelet op de omstandigheid dat er thans weer omgang plaatsvindt tussen de vrouw en de minderjarige, verzoekt de rechtbank de Raad bij het onderzoek in ieder geval de vraag te betrekken wat de huidige rol is van de vrouw in het leven van de minderjarige en hoe daarbij de verhouding is tussen de moeder en de vrouw.

Gelet op de situatie over de omgangsregeling geeft de rechtbank de Raad in overweging om voormeld onderzoek zo nodig uit te breiden naar een beschermingsonderzoek.

De zaak wordt aangehouden zoals hieronder is bepaald.

Na ontvangst van het advies van de Raad zal de rechtbank beoordelen op welke termijn de bijzondere curator aanvullend advies zal dienen uit te brengen.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

stelt de stukken in handen van de Raad voor onderzoek naar de vraag of vernietiging van de door de vrouw op [datum] gedane erkenning van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [plaats] , in het belang van de minderjarige is,

en de rechtbank dienaangaande te adviseren;

5.2

houdt de zaak PRO FORMA aan tot 18 juli 2018, in afwachting van rapport en advies van de Raad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Roubos, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.