Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:11866

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-10-2018
Datum publicatie
20-08-2019
Zaaknummer
7006933 \ CV EXPL 18-5043
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Verschuldigdheid wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en salaris gemachtigde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7006933 \ CV EXPL 18-5043

Uitspraakdatum: 31 oktober 2018

Vonnis in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Airhelp Limited

te Hong Kong

eiseres

hierna te noemen: Airhelp

gemachtigden: mr. H. Yildiz en mr. W. de Roy van Zuydewijn (Weiss Legal B.V.)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Belavia-Belarusian Airlines

te Amsterdam

gedaagde

hierna te noemen: Belavia

gemachtigde: A. Gusarov

1 Het procesverloop

1.1.

Airhelp heeft bij dagvaarding van 28 mei 2018 een vordering tegen Belavia ingesteld. Belavia heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Airhelp heeft op 8 augustus 2018 een akte vermindering eis ingediend en op 5 september 2018 schriftelijk gereageerd op het antwoord van Belavia. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Belavia niet meer gereageerd.

2 De feiten

2.1.

[naam passagier] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan hij op 7 juni 2016 met vluchtnummers KL1332 en B2 868 van Aalborg (Denemarken) via Amsterdam naar Minsk (Wit-Rusland) zou worden vervoerd.

2.2.

De vlucht van Amsterdam naar Minsk heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.

2.3.

Op 28 mei 2018 is Belvia door Airhelp gedagvaard om in de onderhavige zaak te verschijnen ter terechtzitting van 27 juni 2018.

2.4.

Op 21 juni 2018 heeft Belavia een bedrag van € 622,81 aan de gemachtigde van Airhelp overgemaakt. De omschrijving van de overboeking luidt: “Ref [nummer] – Compensation to pass. [naam passagier] for delayed flight B2868 on 07JUN2016 plus legal costs – Airhelp ref. [nummer]”.

3 De vordering

3.1.

Airhelp heeft bij dagvaarding gevorderd dat Belavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, waaronder een bedrag van € 500,00 aan salaris gemachtigde.

3.2.

Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat Belavia conform de Verordening gehouden is tot betaling van compensatie tot een bedrag van € 400,00.

3.3.

Airhelp heeft nadien bij akte haar vordering met € 622,81 verminderd.

4 Het verweer

4.1.

Belavia erkent de vordering voor zover deze betrekking heeft op de gevorderde compensatie, dagvaardingskosten en het griffierecht. Belavia betwist buitengerechtelijke incassokosten en gemachtigdensalaris verschuldigd te zijn. Zij voert hiertoe aan dat Airhelp zich nooit tot Belavia heeft gewend om buitengerechtelijk tot overeenstemming te komen.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt vast dat hij op grond van het bepaalde in artikel 26 van de Brussel I bis-Verordening (nr. 1215/2012) bevoegd is om van de onderhavige vordering kennis te nemen, nu Belavia in de onderhavige procedure is verschenen en de bevoegdheid niet heeft betwist.

5.2.

Belavia heeft haar conclusie van antwoord in de Engelse taal gesteld. De kantonrechter stelt voorop dat voor de Nederlandse rechter in de Nederlandse taal dient te worden geprocedeerd. Nu Airhelp echter geen bezwaar heeft gemaakt tegen het feit dat het verweer in de Engelse taal is gesteld, maar inhoudelijk op de conclusie van antwoord is ingegaan, acht de kantonrechter een vertaling van het door Belavia ingediende processtuk niet nodig.

5.3.

Vast staat dat Belavia met haar betaling van € 622,81 op 21 juni 2018 heeft beoogd de gevorderde compensatie ad € 400,00, de dagvaardingskosten ad € 103,81 en het griffierecht ad € 119,00 te voldoen. Volgens Airhelp dient de gedane betaling overeenkomstig artikel 6:44 BW echter eerst in mindering te worden gebracht op de betekeningskosten, de buitengerechtelijke kosten en de verschenen rente. Nu Belavia uitdrukkelijk heeft betwist buitengerechtelijke incassokosten en salaris gemachtigde - door Airhelp begroot op € 500,00 - verschuldigd te zijn, acht de kantonrechter het beroep van Airhelp op de imputatieregeling van artikel 6:44 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dat betekent dat de door Belavia gedane betaling in mindering strekt op de gevorderde compensatie, de dagvaardingskosten en het griffierecht. Thans is dus alleen de vraag aan de orde of Belavia wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en salaris gemachtigde aan Airhelp verschuldigd is.

5.4.

De kantonrechter is van oordeel dat de over de compensatie gevorderde wettelijke rente toewijsbaar is. Op grond van artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) is de vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade direct opeisbaar en treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in op het moment waarop de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt dan ook toegewezen vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag waarop Belavia de compensatie heeft voldaan, zijnde 21 juni 2018.

5.5.

Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Belavia heeft deze vordering betwist. Airhelp heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

5.6.

Ten aanzien van het gemachtigdensalaris stelt de kantonrechter voorop dat dit als onderdeel van de proceskosten op grond van artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toewijsbaar is. Indien Belavia deze kosten had willen voorkomen, is zij daartoe in de gelegenheid geweest nadat zij tot betaling van de compensatie was gesommeerd. Airhelp heeft immers bij conclusie van repliek gesteld dat zij op 8 november 2017 en 18 maart 2018 Belavia heeft gesommeerd tot betaling van de compensatie. Belavia heeft die nadere stelling van Belavia onweersproken gelaten. Op het moment dat betaling van de compensatie uitblijft, staat Airhelp in haar recht om een procedure aanhangig te maken en neemt Belavia het risico dat zij tot betaling van de daarbij behorende kosten wordt veroordeeld. Ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 500,00 overweegt de kantonrechter dat de begroting van het gemachtigdensalaris pleegt te geschieden aan de hand van het liquidatietarief, waarbij het bedrag afhankelijk is van de verrichte (genormeerde) werkzaamheden en van het belang van de zaak. Op grond van dit tarief krijgt de gemachtigde in deze zaak twee punten toegekend voor het opstellen van de dagvaarding en de conclusie van repliek tegen een tarief van € 60,00. Van bijzondere, zwaarwegende omstandigheden om hiervan af te wijken is niet gebleken.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Belavia tot betaling aan Airhelp van de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 7 juni 2016 tot aan 21 juni 2018;

6.2.

veroordeelt Belavia tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde;

6.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter