Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:1104

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
5980753 \ CV EXPL 17-4467
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Vormt een tekort aan brandstof als gevolg van onverwacht slechte weersomstandigheden een buitengewone omstandigheid? Is buitengewone omstandigheid voldoende onderbouwd?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/105
NTHR 2018, afl. 3, p. 180
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5980753 \ CV EXPL 17-4467

Uitspraakdatum: 14 februari 2018

Vonnis in de zaak van:

1 [eiser]

wonende te [woonplaats]

2. [eiser]
wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. E.L. Heenk

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging

American Airlines

statutair gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten van Amerika)

mede kantoorhoudende te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen American Airlines

gemachtigde mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 8 mei 2017 een vordering tegen American Airlines ingesteld. American Airlines heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna American Airlines een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met American Airlines een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan American Airlines de passagiers op 22 december 2015 met vlucht AA 0799 van Amsterdam naar Philadelphia diende te vervoeren en vandaaruit eveneens op 22 december 2015 met vlucht AA 1881 naar Phoenix. American Airlines heeft vlucht AA 0799 uitgevoerd, en is voor schematijd vertrokken, maar heeft een tussenlanding gemaakt in Bangor (Maine) om extra brandstof te laden. Als gevolg daarvan zijn de passagiers met een vertraging van 1 uur en 21 minuten in Philadelphia aangekomen waardoor zij de aansluitende vlucht naar Phoenix hebben gemist. De passagiers zijn “omgeboekt” naar een andere vlucht en met een vertraging van meer dan 24 uur op hun eindbestemming Phoenix aangekomen.

2.2.

De passagiers hebben compensatie van American Airlines gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.3.

American Airlines heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat American Airlines bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00 in totaal, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 althans € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat American Airlines vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

American Airlines betwist de vordering. Zij voert aan dat zij geen compensatie verschuldigd is omdat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens American Airlines kreeg het toestel tijdens de vlucht boven de Atlantische oceaan onverwacht te kampen met zeer slechte weersomstandigheden, waardoor het toestel veel meer brandstof heeft verbruikt dan verwacht. Als gevolg daarvan was de gezagvoerder genoodzaakt een extra stop in Bangor te maken om extra brandstof te laden. Ter onderbouwing van haar verweer heeft American Airlines een overzicht overgelegd, naar zij toelicht afkomstig uit haar “systeem”, waarin staat: “diverted to BGR” en voorts een screenshot waarin is “WXE-DELAY DUE TO WX BETWEEN THE BRDPNT AND THE DESTINATION”. WX staat voor weather en BRDPNT voor boarding point. American Airlines heeft alles in het werk gesteld om de vlucht alsnog volledig te kunnen uitvoeren. American Airlines betwist ook de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd te zijn.

5 De beoordeling

5.1.

American Airlines is voor de kantonrechter te Haarlem verschenen en heeft de bevoegdheid niet betwist, zodat de kantonrechter zich bevoegd acht om van de onderhavige vordering kennis te nemen op grond van artikel 26 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I bis-Verordening). Voorts is niet in geschil dat de onder 3.2. genoemde Verordening van toepassing is op het onderhavige geschil, nu de passagiers zijn vertrokken vanaf een luchthaven die is gelegen op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is, te weten Schiphol.

5.2.

American Airlines is niet verplicht compensatie te betalen, als zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5, lid 3, van de Verordening, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen.

5.3.

American Airlines heeft zich beroepen op overweging 14 van de considerans van de Verordening en voert aan dat “storm Eva” de tijdige uitvoering van de vlucht heeft verhinderd.

5.4.

De passagiers hebben zich op het standpunt gesteld dat de weersomstandigheden op zichzelf niet de reden van de vertraging vormden, maar een tekort aan benzine (de kantonrechter begrijpt: kerosine). Zij hebben verwezen naar productie 3 bij de conclusie van antwoord, waarin onder “delay remarks” is vermeld “Tankage FTWDP MWEAVER”. Volgens de passagiers had American Airlines kunnen anticiperen op de weersomstandigheden, omdat in de herfst en winter van 2015 het gebied van de onderhavige vlucht al te maken had gehad met meer stormen. De passagiers stellen dat American Airlines in verband met die weersomstandigheden meer brandstof had kunnen tanken voor vertrek.

5.5.

Volgens American Airlines moet een - onverwacht - tekort aan brandstof, wanneer dit wordt veroorzaakt door bedoelde slechte weersomstandigheden, als een buitengewone omstandigheid worden aangemerkt, nu dit een van buiten komende oorzaak is, waarop American Airlines geen invloed heeft kunnen uitoefenen en die zij niet heeft kunnen voorkomen. Dit betoog kan worden gevolgd indien de weersomstandigheden inderdaad niet waren te voorzien. De passagiers hebben echter betwist dat dit het geval was. American Airlines heeft onweersproken aangevoerd dat niet het “maximum take off weight” kan worden overschreden. Zij heeft echter niet onderbouwd dat in het onderhavige geval het tekort aan brandstof is ontstaan door de slechte weersomstandigheden, of dat aan dat tekort andere reden(en) ten grondslag lag(en). Uit de door American Airlines overgelegde stukken valt niet af te leiden dat bij het tanken van de hoeveelheid kerosine met de weersomstandigheden rekening was gehouden, dan wel het “maximum take off weight” was getankt maar dit onvoldoende was vanwege de weersomstandigheden. American Airlines heeft slechts in het algemeen aangevoerd dat aan de beslissing over hoeveel brandstof moet worden geladen een complexe procedure voorafgaat. American Airlines heeft niet toegelicht wat het tevoren verwachte brandstofverbruik voor de onderhavige vlucht was en met name niet hoeveel brandstof er daadwerkelijk is getankt. Het had op de weg van American Airlines gelegen om aan te tonen dat het toestel in het specifieke geval met de maximaal toegestane hoeveelheid aan kerosine is vertrokken, maar dat dit desondanks als gevolg van de slechte weersomstandigheden onvoldoende was. Gelet op het voorgaande heeft American Airlines haar verweer onvoldoende onderbouwd. Aan het door American Airlines gedane bewijsaanbod wordt daarom niet toegekomen.

5.6.

Nu niet is komen vast te staan dat sprake was van buitengewone omstandigheden, komt de kantonrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vertraging ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen. American Airlines is daarom gehouden de passagiers te compenseren in verband met de vertraging van de vlucht. Nu American Airlines voor het overige ter zake van de compensatie geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen.

5.7.

American Airlines betwist wettelijke rente verschuldigd te zijn over de hoofdsom, dan wel de gestelde ingangsdatum van die verschuldigdheid. De kantonrechter oordeelt dat er in dit geval sprake is van een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, welke schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Nu de passagiers met ingang van 8 mei 2017 wettelijke rente hebben gevorderd, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de gevorderde datum, te weten 8 mei 2017.

5.8.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. American Airlines heeft deze vordering gemotiveerd betwist. Waar de onderhavige vordering niet ziet op een verbintenis uit overeenkomst tot betaling van een geldsom of een verbintenis tot vergoeding van schade, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst of een verbintenis tot betaling van een geldsom omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding in de zin van artikel 6:87 van het Burgerlijk Wetboek (BW), dient voor de vaststelling van de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten te worden aangeknoopt bij het Rapport Voorwerk II. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht respectievelijk hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. Anders dan American Airlines heeft aangevoerd, zijn de bij de dagvaarding overgelegde brieven van 8 februari 2016, 5 april 2016 en 31 maart 2017 (mede) namens de passagiers verstuurd. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven, vervat in het Besluit buitengerechtelijke incassokosten. Omdat het primair gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief inclusief btw, zullen de primair gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

5.9.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen aangezien de passagiers niet hebben gesteld dat die kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en betaald.

5.10.

American Airlines zal als de merendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt American Airlines ook veroordeeld tot betaling van € 75,00 aan nasalaris voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten maken.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt American Airlines tot betaling aan de passagiers van € 1.381,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 8 mei 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt American Airlines tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 102,10;
griffierecht € 223,00
salaris gemachtigde € 300,00;

vermeerderd met € 75,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter