Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:1060

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-02-2018
Datum publicatie
15-02-2018
Zaaknummer
1571020515
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting. Verdachte deed zich op geraffineerde wijze voor als professioneel schuldbemiddelaar. De slachtoffers hebben hun salaris of uitkering laten storten op de rekening van de vader van verdachte, over welke rekening verdachte de beschikking had. Verdachte spiegelde hen voor dat zij in relatief korte tijd van hun schulden af zouden zijn. Het door de slachtoffers afgestane geld heeft verdachte nooit gebruikt om schuldeisers te betalen. Om de schijn op te houden, stortte verdachte af en toe leefgeld op de rekeningen van de slachtoffers. Hiermee wist verdachte het vertrouwen van zijn slachtoffers te behouden, welk vertrouwen hij vervolgens ernstig heeft misbruikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710205-15 (P)

Uitspraakdatum: 13 februari 2018

Tegenspraak (art. 279 Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 januari 2018 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

feitelijk verblijvende op het adres [adres 1] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R. Hagemeier en van hetgeen zijn raadsman, mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, naar voren heeft gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

Primair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 14 mei 2014 te Den Helder, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid

en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meermalen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer geldbedragen van totaal van 3418,45 euro te weten

- op 25 maart 2014 een geldbedrag van 523,11 euro en/of

- op 27 maart 2014 een geldbedrag van 2.297,62 euro en/of

- op 25 april 2014 een geldbedrag van 410,11 euro en/of

- op 14 mei 2014 een geldbedrag van 187,61 euro

althans een geldbedrag van (totaal) 2803,45 euro,

door (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of (telkens) in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst: 'heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] '

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] een (intake)gesprek voeren en/of

- ( daarbij) aan die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt waarbij hij tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gezegd dat als [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] zich bij hem zouden aanmelden zij direct in de

schuldsanering zouden zitten zonder wachtlijst en/of zij binnen twee jaar van de schulden af zouden zijn als de schuldeisers zouden meewerken en/of zij een leefgeld zouden krijgen van 125 euro per week en/of hun schulden betaald zouden worden van het salaris van die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en/of al het geld wat extra zou binnenkomen apart zou worden gezet en/of

- tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] gezegd dat er 5 a 7 mensen werkzaam zijn bij [bedrijf 1]

en/of

nadat die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] akkoord zijn gegaan met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gezegd dat zij zijn/haar/hun salaris moesten laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte]

en/of

nadat die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] herinneringen en/of aanmaningen ontvingen van niet betaalde rekeningen en/of hypotheek en/of hij (verdachte) die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] minder leefgeld gaf dan 125 euro per maand (telkens) tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] gezegd en/of gemaild dat het goed zou komen;

Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 12 juli 2014 te Den Helder en/of elders in Nederland opzettelijk een of meer geldbedrag(en) van (totaal) 2803,45 euro , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van beroep als schuldhulpverlener, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Meer Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 12 juli 2014 te Den Helder en/of elders in Nederland opzettelijk een of meer geldgedrag(en) van (totaal) 2803,45 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een overeenkomst voor budgetbeheer en/of schuldbemiddeling, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 2:

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 23 april 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meermalen [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer geldbedragen van totaal 3373,44 euro te weten

op 26 februari 2014 een geldbedrag van 1124,48 euro en/of

op 21 maart 2014 een geldbedrag van 1124,48 euro en/of

op 23 april 2014 een geldbedrag van 1124,48 euro en/of

althans een bedrag van (totaal) 1087,11 euro,

door (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of (telkens) in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst 'heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] '

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 3] een (intake)gesprek voeren en/of

- ( daarbij) aan die [benadeelde 3] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en/of een inkomsten en uitgavenformulier en/of een schuldenlijst laten invullen en/of

en/of

nadat die [benadeelde 3] akkoord ging met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 3] gezegd dat zij zijn uitkering moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] en/of

nadat die [benadeelde 3] herinneringen en/of aanmaningen ontvingen van niet betaalde rekeningen en/of belastingen telkens) tegen [benadeelde 3] gezegd en/of gemaild dat het goed zou komen en/of dat hij ernaar gaat kijken;

Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 16 mei 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland en/of elders in Nederland, opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 1087,11 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn beroep als schuldhulpverlener, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Meer Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 16 mei 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland en/of elders in Nederland, opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 1087,11 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een overeenkomst voor budgetbeheer en/of schuldbemiddeling, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 3:

Primair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks in de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 mei 2014 te Den Helder, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meermalen [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer

geldbedragen van totaal van 10.641,83 euro te weten

- op 25 februari 2014 een geldbedrag van 796,78 euro en/of

- op 25 februari 2014 een geldbedrag van 1490,75 euro en/of

- op 25 maart 2014 een geldbedrag van 800,71 euro en/of

- op 25 maart 2014 een geldbedrag van 1490,75 euro en/of

- op 25 april 2014 een geldbedrag van 800,71 euro en/of

- op 25 april 2014 een geldbedrag van 1490,75 euro en/of

- op 23 mei 2014 een geldbedrag van 1443,04 euro en/of

- op 23 mei 2014 een geldbedrag van 2328,34 euro

althans een geldbedrag van (totaal) 7164,83 euro,

door (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of (telkens) in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst 'heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] '

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] een (intake)gesprek voeren en/of

- ( daarbij) aan die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en/of die [benadeelde 4] en [benadeelde 5] een inkomsten en uitgavenformulier en/of een schuldenlijst laten invullen en/of

nadat die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] akkoord zijn gegaan met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] gezegd dat zij zijn/haar/hun salaris moesten laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] en/of

nadat die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] herinneringen en/of aanmaningen ontvingen van niet betaalde rekeningen en/of hypotheek en/of hij (verdachte) die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] minder leefgeld gaf dan 1327 euro per maand (telkens) tegen die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] gezegd en/of gemaild dat het goed zou komen en/of

dat de banken storing hadden;

Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 januari 2014 tot en met 2 juni 2014 te Den Helder opzettelijk en/of elders in Nederland een of meer geldbedragen van (totaal) 7164,83 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn beroep van/als schuldhulpverlener, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Meer Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 januari 2014 tot en met 2 juni 2014 te Den Helder en/of elders in Nederland opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 7164,83 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een overeenkomst voor budgetbeheer en/of schuldbemiddeling, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 4:

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 1 maart 2014 t/m 20 juni 2014 te Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk, althans in Nederland,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meermalen [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer geldbedragen van totaal 3196,48 euro te weten

op 17 april 2014 een geldbedrag van 100 euro en/of

op 21 mei 2014 een geldbedrag van 1548,24 euro en/of

op 20 juni 2014 een geldbedrag van 1548,24 euro

althans een bedrag van (totaal) 3096,48 euro,

door (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of (telkens) in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst 'heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] '

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] een (intake)gesprek voeren en/of

- ( daarbij) aan die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en/of een inkomsten en uitgavenformulier en/of een schuldenlijst laten invullen en/of papieren e/of documenten met betrekking tot schulden van die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] gekregen en/of meegenomen en/of tegen die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] gezegd dat hij zou regelen dat [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] bij de rechtbank te Zutpen failliet verklaard zou(den) worden en dat [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] de rest van zijn/haar/hun leven geen schulden meer zouden hebben

en/of

nadat die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] akkoord gingen met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] gezegd dat zij zijn/haar/hun

loon en/of uitkering moest laten storten op bankrekeningnummer

[rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] ;

Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 maart 2014 t/m 4juni 2014 te Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk en/of elders in Nederland, opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 3096,48 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn beroep als schuldhulpverlener, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

Meer Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 maart 2014 t/m 4 juni 2014 te Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk en/of elders in Nederland, opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 3096,48, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een overeenkomst tot budgetbeheer en/of schuldbemiddeling, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 5:

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 1 januari 2014 tot en met 18 april 2014 te Emmen, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meermalen [benadeelde 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan

van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer geldbedragen van totaal 1945,21 euro te weten

op 26 februari 2014 een geldbedrag van 1145,21 euro en/of

op 25 maart 2014 een geldbedrag van 800 euro en/of

althans een bedrag van (totaal) 1350,21 euro,

door (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of (telkens) in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst 'heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] '

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] (telefonisch) met die [benadeelde 8] een (intake)gesprek voeren en/of

- ( daarbij) aan die [benadeelde 8] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en/of die [benadeelde 8] een aanmeldformulier en/of een inkomsten en uitgavenformulier en/of een schuldenlijst laten invullen en/of met die [benadeelde 8] afspreken dat deze een weekgeld zou ontvangen

en/of

nadat die [benadeelde 8] akkoord ging met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 8] gezegd dat zij zijn loon moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] ;

en/of

nadat hij (verdachte) die [benadeelde 8] geen leefgeld gaf (telkens) tegen die [benadeelde 8] gezegd en/of gemaild dat het goed zou komen;

Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 juli 2014 te Emmen en/of elders in Nederland opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 1350,21 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn beroep als schuldhulpverleners, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Meer Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 juli 2014 te Emmen en/of elders in Nederland opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 1350,21 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een overeenkomst voor budgetbeheer en/of schuldbemiddeling, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 6:

Primair

hij in op een of meer tijdstippen of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 23 mei 2014 te Ried, gemeente Franekeradeel, althans in Nederland

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meermalen [benadeelde 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer geldbedragen van totaal van 2614,71 euro te weten

- op 24 februari 2014 een geldbedrag van 1000 euro en/of

- op 23 april 2014 een geldbedrag van 807,37 euro en/of

- op 23 mei 2014 een geldbedrag van 807,34 euro en/of

althans een geldbedrag van (totaal) 1884,71 euro,

door (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of (telkens) in strijd met de waarheid

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 9] een (intake)gesprek voeren en/of

- ( daarbij) aan die [benadeelde 9] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt waarbij hij tegen die [benadeelde 9] heeft gezegd dat zij haar volledige uitkering naar hem (verdachte) moest overmaken en/of dat zij per week leefgeld zou ontvangen en/of dat [bedrijf 1] haar schulden zou betalen betalen en/of

- tegen die [benadeelde 9] gezegd dat zij haar uitkering moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] en/of

nadat die [benadeelde 9] herinneringen en/of aanmaningen ontving van niet betaalde rekeningen

- ( telkens) tegen die [benadeelde 9] gezegd en/of gemaild dat het goed zou komen en/of dat hij geld zou overmaken;

Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 21 juli 2014 te Ried, gemeente Franekeradeel en/of elders in Nederland, opzettelijk een of meer geldbedragen van (totaal) 1884,71, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn beroep als schuldhulpverlener, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Meer subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 1 februari 2014 tot en met 21 juli 2014 te Ried, gemeente Franekeradeel en/of elders in Nederland, opzettelijk een of moer geldbedragen van (totaal) 1684,71 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een overeenkomst tot budgetbeheer en/of schuldbemiddeling, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 7:

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 1 maart 2014 tot en met 21 mei 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland, althans in Nederland

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meermalen [benadeelde 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van totaal van 1584,18 euro,

door (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of (telkens) in strijd met de waarheid

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 10] een (intake)gesprek voeren en/of

- ( daarbij) aan die [benadeelde 10] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt waarbij hij tegen die [benadeelde 10] heeft gezegd dat hij zijn loon naar hem (verdachte) moest overmaken en/of dat hij per week leefgeld zou ontvangen en/of dat [bedrijf 1] zijn schulden zou betalen betalen en/of dat [benadeelde 10] na anderhalf jaar van zijn schulden af zou zijn en/of

- tegen die [benadeelde 9] gezegd dat hij zijn loon moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t n v [vader verdachte] ;

Subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 24 april 2014 tot en eet 21 mei 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland en/of elders in Nederland, opzettelijk een geldbedrag van 1183,18 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn beroep als schuldhulpverlener, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Meer subsidiair

hij in of omstreeks in de periode van 24 april 2014 tot en met 21 mei 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland en/of elders in Nederland, opzettelijk een geldbedrag van 1183,18, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een overeenkomst voor budgetbeheer en/of schuldbemiddeling, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de, telkens primair, ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft zich daarbij - samengevat weergegeven - op het standpunt gesteld dat de telkens alternatief genoemde (lagere) geldbedragen wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de primair ten laste gelegde feiten heeft de raadsman daartoe aangevoerd dat de ten laste gelegde feitelijkheden geen oplichtingsmiddelen kunnen opleveren. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat alleen de alternatief genoemde lagere geldbedragen wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Ten aanzien van de subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het opzet had om zich de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen wederrechtelijk toe te eigenen.

3.3.

Bewijs

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, telkens primair, ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen.

Een proces-verbaal van bevindingen door [verbalisant] d.d. 10 april 2015 (dossierpagina 81):

Ik ontving de commercial die op verzoek van [bedrijf 1] is uitgezonden op onder andere de radiozender Radio NL. Onderstaand de tekstuele uitwerking van de commercial:

“Heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] , daar komt u verder mee.
Kijk op [website] .”

Een proces-verbaal van verhoor getuige [vader verdachte] d.d. 27 maart 2015 (dossierpagina’s 82 en 83):

[verdachte] heeft [bedrijf 1] opgezet. Hij heeft mijn bankrekening hiervoor gebruikt.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 maart 2015 (dossierpagina’s 23 tot en met 25):

Ik ben dat bedrijfje [ [bedrijf 1] ] begonnen in januari 2014. Toen heb ik dat ingeschreven bij de KVK. Ik heb spotjes laten maken op de radio. [rekeningnummer 1] is het rekeningnummer van mijn vader en daar ben ik voor gemachtigd. Ik probeerde mensen die genoeg schuld hadden die liet ik failliet gaan. Ik had daar geen werk aan en ik verdiende daar toch aan. Het uitgangspunt van mijn bedrijf was om hen binnen een maand of drie failliet [te laten] gaan. Dan had ik wat verdiend en was ik ze kwijt. Het was de bedoeling dat ze failliet gingen.

Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 21 augustus 2014 (dossierpagina 147):

Onderneming

Handelsnamen [bedrijf 1]

Justitia Incasso

Rechtsvorm Eenmanszaak

Startdatum onderneming 09-01-2014 (datum registratie: 09-01-2014)

Werkzame personen 1

Vestiging

Handelsnamen [bedrijf 1]

Justitia Incasso

Bezoekadres [adres 2]

Telefoonnummer [telefoonnummer 1]

Datum vestiging 09-01-2014 (datum registratie: 09-01-2014)

Activiteiten SBI-code: [code 1] - Overig maatschappelijk advies, gemeenschapshuizen en

samenwerkingsorganen op het gebied van welzijn

SBI-code: [code 2] - Kredietinformatie- en incassobureaus

Schuldhulpverlening en incassobureau

Werkzame personen 1

Eigenaar

Naam [verdachte]

Geboortedatum en -plaats [geboortedatum] , [geboorteplaats]

Adres [adres 2]

Datum in functie 09-01-2014 (datum registratie: 09-01-2014)

Gegevens zijn vervaardigd op 21-08-2014 om 08.15 uur.

Ten aanzien van feit 1 primair

Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] namens [benadeelde 2] d.d. 12 juli 2014 (dossierpagina’s 188 tot en met 191):

Plaats delict: [adres 3] Den Helder .

In februari 2014 hebben mijn man en ik contact opgenomen met [bedrijf 1] . Dit bedrijf doet aan schuldhulpbemiddeling. Mijn moeder had een radiospotje gehoord op Radio NL en wij zijn er toen vanuit gegaan dat het wel vertrouwd zou zijn.

Er werd toen telefonisch contact opgenomen met ons door [verdachte] en op 1 maart 2014 kwam deze man bij ons thuis om uitleg te geven over de wijze waarop [bedrijf 1] werkt. Ik hoorde hem zeggen dat als wij ons bij hem zouden aanmelden wij direct in de schuldbemiddeling zouden zitten zonder wachttijd. Ik hoorde hem zeggen dat als de schuldeisers wilden meewerken wij binnen twee jaar van onze schulden af zouden zijn. Ik hoorde de man zeggen dat wij per week leefgeld zouden krijgen wat rond de 125,00 euro zou bedragen. Ik hoorde hem zeggen dat de schulden betaald zouden worden van het salaris en alles wat extra binnen zou komen, zou apart gezet worden. Ik hoorde de man zeggen dat er 7 mensen werkzaam waren bij [bedrijf 1] .

Op 7 maart 2014 hebben wij gemaild naar [bedrijf 1] naar [e-mailadres 1] , waarin wij schreven dat wij het contract hadden ingevuld en naar hem hadden opgestuurd. Naar aanleiding hiervan heeft [verdachte] telefonisch contact opgenomen met mijn man en tegen hem gezegd dat wij naar onze werkgever moesten gaan en moesten doorgeven dat ons salaris gestort moest worden op het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] . Mijn man en ik hebben dit doorgegeven aan onze werkgevers en eind maart 2014 werd er voor het eerst door onze werkgevers geld overgemaakt naar voornoemd bankrekeningnummer.

In april 2014 kregen wij een schrijven van de SNS bank dat er een achterstand was in het afbetalen van de hypotheek. Wij hebben telefonisch contact opgenomen met [verdachte] en hij zei dat hij het dezelfde avond nog zou overmaken. Hij heeft echter nooit een betaling gedaan aan de SNS bank. Ook kregen wij herinneringen van PWN dat zij geen betaling hadden ontvangen. Ook kregen wij in plaats van 125,00 euro aan leefgeld per week maar 75,00 euro per week.

Er is toen veel mailverkeer geweest tussen ons en [verdachte] en hij bleef maar zeggen dat het goed zou komen.

Een schriftelijk bescheid, te weten uitdraaien van e-mailberichten, behorende bij het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] namens [benadeelde 2] d.d. 12 juli 2014 (dossierpagina’s 208 en 209):

Van: [benadeelde 2]

Datum: 23-04-2014

Aan: [bedrijf 1]

Onderwerp: RE: betalingen

Hierbij zend ik je de betalingen die jij gedaan zou hebben en waar we nu dus een tele2 incassobureau das per rekening 40 euro extra!!!! Water en gas en elektra betaal je ook niet terwijl je dat zou doen!!!! (…)

Van: [bedrijf 1] ( [e-mailadres 1] )

Verzonden: vrijdag 25 april 2014

Aan: [e-mailadres 2]

Ik weet verder niet wat er aan de hand is.

Een proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 1] / [benadeelde 2] door [verbalisant] d.d. 28 november 2014 (dossierpagina’s 174 en 175):

Naar aanleiding van de door de ABN Amro Bank aangeleverde bankafschriften, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 1] heb ik de transacties onderzocht die betrekking hebben op [benadeelde 1] en benadeelde [benadeelde 2] :

Datum

Bedrag Bij

Soort

Naam

Omschrijving

25-03-14

€ 523,11

Bijboeking

[bedrijf 2]

Salaris Maart 2014

27-03-14

€ 2.297,62

Bijboeking

[bedrijf 2]

Salaris 02-2014

25-04-14

€ 410,11

Bijboeking

[bedrijf 2]

Salaris April 2014

14-05-14

€ 187,61

Bijboeking

[bedrijf 2]

Loon/salaris 00133774/201405 [benadeelde 1]

Ik zag dat:

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 25 maart 2014;

- de laatste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 14 mei 2014;

- in totaal hebben [benadeelde 1] en [benadeelde 2] € 3.418,45 overgemaakt aan het bedrijf [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben een bedrag van € 615,00 retour gehad van [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben nog een geldbedrag van € 2.803,45 tegoed van [bedrijf 1]

Ten aanzien van feit 2 primair

Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3] d.d. 16 mei 2014 (dossierpagina’s 102 en 103, en de daarbij behorende bijlagen op dossierpagina’s 106 tot en met 108):

Plaats delict: [adres 4] Drachten .

Via de radio had ik kennisgenomen dat er een zekere [verdachte] zijn diensten aanbod ter bemiddeling van personen die in de schulden zaten. Je kon kijken op een site [bedrijf 1] . Op deze site kon je je gegevens opgeven en dan werd er telefonisch contact met je opgenomen. In februari 2014 is deze persoon, [verdachte] , bij ons op huisbezoek geweest. Ik kreeg formulieren van hem die ingevuld moesten worden. In februari 2014 is het UWV begonnen mijn uitkering over te boeken naar deze [verdachte] .

Ik kreeg op een gegeven moment aanmaningen binnen dat er niet was betaald.

Een schriftelijk bescheid, te weten uitdraaien van e-mailberichten, behorende bij het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3] d.d. 16 mei 2014 (dossierpagina’s 113 en 114):

From: [e-mailadres 3]

To: [e-mailadres 1]

Subject: Spoed.

Date: Thu, 20 Mar 2014

Ik vraag mijn af of juli daar wel wat doen terug bellen zo als belooft gebeurt niet u zou ook hier achter aan maar ook niet gebeurt ander had ik deze brief niet gekregen. Dus nu is er weer beslag gelegd op de zorg toeslag (…). [benadeelde 3] .

Date: Thu, 20 Mar 2014

From: [e-mailadres 1]

To: [e-mailadres 3]

Subject: Re: Inhouding zorg toeslag.

Geachte,

Wij hebben de opdracht gehad om u te bellen, helaas komen wij hier vandaag niet aan toe. Wij gaan vanmiddag nog kijken hoe dit kan!!

Groet [naam 1]

[bedrijf 1]

Een proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 3] d.d. 27 augustus 2014 (dossierpagina’s 118 en 119):

Bastiaan [verdachte] is tweemaal in onze woning geweest. Eenmaal was hij vergezeld van een vrouw, [naam 1] . Op de kopieën van de bankafschriften kunt u zien dat ik meerdere malen geld op mijn rekening heb gekregen van [vader verdachte] . Dit geld is gestort van bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] . Op één bedrag na zijn alle bedragen op de rekening gestort met rekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van Mw [naam 2] . Eenmaal is een bedrag van 40 euro overgemaakt op mijn rekeningnummer [rekeningnummer 3] .

Ik kan u vertellen dat ik telefonisch contact heb gehad met de heer [verdachte] en dat hij mij telefonisch had medegedeeld dat hij al mijn schuldeisers en bedrijven waar ik rekeningen open had staan, had benaderd. Bij navraag bij de bedrijven en de schuldeisers heb ik niet te horen gekregen dat hij of zijn bedrijf met een of meerdere van deze partijen contact had gehad.

Tijdens de twee gesprekken gaf de heer [verdachte] aan dat ik mijn uitkering van het UWV moest laten overmaken naar zijn bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] . Ik heb dit in februari met het UWV geregeld. Van het geld dat hij van mij zou krijgen, zou hij mij weekgeld geven en hij zou mijn (schuldenaren, de rechtbank begrijpt:) schuldeisers ermee betalen.

Een proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 3] door [verbalisant] d.d. 25 november 2014 (dossierpagina’s 87 en 88):

Naar aanleiding van de door de ABN Amro Bank aangeleverde bankafschriften, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 1] heb ik de transacties onderzocht die betrekking hebben op aangever [benadeelde 3] :

Datum

Bedrag Bij

Soort

Naam

Omschrijving

26-02-14

€ 1.124,48

Bijboeking

UWV

UWV/WAZ Nabetaling Dhr. [benadeelde 3]

21-03-14

€ 1.124,48

Bijboeking

UWV WAO/WAZ

Maandbetaling dhr. [benadeelde 3]

23-04-14

€ 1.124,48

Bijboeking

UWV

Maandbetaling [benadeelde 3]

Ik zag dat:

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 26 februari 2014;

- de laatste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 23 april 2014;

- in totaal heeft aangever [benadeelde 3] € 3.373,44 overgemaakt aan [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 3] heeft een bedrag van € 2.286,33 retour ontvangen van [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 3] heeft nog een geldbedrag van € 1.087,11 tegoed van [bedrijf 1]

Ten aanzien van feit 3 primair

Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4] d.d. 5 juni 2014 (dossierpagina’s 339 tot en met 342):

Eind januari 2014 hoorde ik op de radiozender Radio NL een reclamespotje waarin een bedrijf werd genoemd dat mensen met schulden zou kunnen helpen om hier met anderhalf tot twee jaar van af te kunnen komen. Samen met mijn vriendin, [benadeelde 5] , woon ik in Den Helder. Eind januari 2014 is de heer [verdachte] van de firma [bedrijf 1] bij ons in huis geweest. Wij hebben diezelfde avond een formulier ingevuld waarin wat berekeningen stonden over wat voor bedragen wij aan vaste lasten en inkomsten hadden. De bedoeling was dat wij onze salarissen zouden laten overmaken naar het rekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van [vader verdachte] . [verdachte] zou dan maandelijks een bedrag wat wij nodig hadden om de vaste lasten te betalen, overmaken naar onze en/of rekening ten name van Hr. [benadeelde 4] en/of Mw. [benadeelde 5] . Dit bedrag, € 1.327,00, werd netjes de eerste maand op 25 februari 2014 overgeboekt door [vader verdachte] .

Vanaf dit moment wordt het contact schaars en bij de volgende maand blijkt dat hij niet het beloofde geld heeft overgemaakt zoals was besproken. Hierna heb ik meerdere malen via berichten gevraagd contact met mij op te nemen, maar daar reageert hij totaal niet op. Op een gegeven moment, voor 25 april 2014, kreeg ik [verdachte] telefonisch te pakken en had ik de afspraak gemaakt om naar Alkmaar te komen. Ik heb [verdachte] gevraagd waarom wij nog steeds het beloofde geld niet op onze rekening gestort gekregen hadden. Hierop antwoordde [verdachte] met: “De banken hebben storing”. Hij beloofde mij het te zullen regelen.

Een proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 4] door [verbalisant] d.d. 1 december 2014 (dossierpagina’s 327 en 328):

Naar aanleiding van de door de ABN Amro Bank aangeleverde bankafschriften, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 1] heb ik de transacties onderzocht die betrekking hebben op aangever [benadeelde 4] en benadeelde [benadeelde 5] .

Datum

Bedrag Bij

Soort

Naam

Omschrijving

25-02-14

€ 796,78

Bijboeking

[bedrijf 3]

Inzake [benadeelde 5]

25-02-14

€ 1.490,75

Bijboeking

[bedrijf 3]

Inzake [benadeelde 4]

25-03-14

€ 800,71

Bijboeking

[bedrijf 3]

[benadeelde 5]

25-03-14

€ 1.490,75

Bijboeking

[bedrijf 3]

Inzake [benadeelde 4]

25-04-14

€ 800,71

Bijboeking

[bedrijf 3]

[benadeelde 5]

25-04-14

€ 1.490,75

Bijboeking

[bedrijf 3]

[benadeelde 4]

23-05-14

€ 1.443,04

Bijboeking

[bedrijf 3]

[benadeelde 5]

23-05-14

€ 2.328,34

Bijboeking

[bedrijf 3]

[benadeelde 4]

Ik zag dat:

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 25 februari 2014;

- de laatste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 23 mei 2014;

- in totaal hebben aangever [benadeelde 4] en benadeelde [benadeelde 5] € 10.641,83 overgemaakt aan het bedrijf [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 4] en [benadeelde 5] hebben € 3.477,00 retour ontvangen van [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 4] en [benadeelde 5] hebben nog een bedrag van € 7.164,83 tegoed van [bedrijf 1]

Ten aanzien van feit 4 primair

Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 6] d.d. 4 juni 2014 (dossierpagina’s 373 en 374):

Plaats delict: [adres 5] Nijkerkerveen.

Eind maart 2014 hoorden mijn vrouw en ik een reclamespotje op de radiozender Radio NL, waarin werd gezegd: “Zit je in de financiële problemen en dreigt schuldsanering? Neem contact op met [bedrijf 1] , wij hebben geen wachttijden en u bent binnen anderhalf jaar van uw schuld af! Kijk op [website] voor meer informatie”, of woorden van gelijke strekking. Mijn vrouw heeft toen een gesprek geregeld. Dat gesprek heeft bij ons thuis plaatsgevonden. Wij ontvingen een man die zichzelf voorstelde als [verdachte] . [verdachte] heeft ons middels mooie praatjes ervan weten te overtuigen om onze financiën door hem te laten beheren. Wij hebben onze hele map met papieren over schulden aan [verdachte] meegegeven.

Er moest geregeld worden dat mijn salaris door mijn werkgever overgemaakt zou worden naar [bedrijf 1] , [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] . Mijn salaris van mei 2014 is vervolgens op genoemd bankrekeningnummer gestort. [verdachte] vertelde dat hij bij de rechtbank in Zutphen zou regelen dat ik failliet verklaard zou worden en dat ik op die manier de rest van mijn leven geen schulden meer zou hebben.

Een proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 6] door [verbalisant] d.d. 1 december 2014 (dossierpagina 367):

Naar aanleiding van de door de ABN Amro Bank aangeleverde bankafschriften, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 1] heb ik de transacties onderzocht die betrekking hebben op aangever [benadeelde 6] :

Datum

Bedrag Bij

Soort

Naam

Omschrijving

17-04-14

€ 100,00

Bijboeking

[benadeelde 6]

Overboeking familie [benadeelde 6] [adres 5] Nijkerkerveen

21-05-14

€ 1.548,24

Bijboeking

[bedrijf 4]

Salaris over periode 05-2014 t.n.v. [benadeelde 6]

20-06-14

€ 1.548,24

Bijboeking

[bedrijf 4]

Salaris-over-periode 06/2014 t.n.v. [benadeelde 6]

Ik zag dat:

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 17 april 2014;

- de laatste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 20 juni 2014;

- in totaal heeft aangever [benadeelde 6] € 3.196,48 overgemaakt aan het bedrijf [bedrijf 1]

- [benadeelde 6] heeft een bedrag van € 100,00 retour ontvangen van [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 6] heeft nog een geldbedrag van € 3.096,48 tegoed van [bedrijf 1]

Ten aanzien van feit 5 primair

Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 8] d.d. 30 mei 2014 (dossierpagina’s 237 en 238, met de daarbij behorende bijlagen op dossierpagina’s 241 tot en met 243):

Plaats delict: [adres 6] Emmen.

Eind januari 2014 hoorde ik op de radio een reclame over een bedrijf dat je binnen anderhalf jaar met schulden kon helpen. Ook hoorde ik dat ze zeiden dat er geen wachtlijsten zijn. Op 3 februari 2014 belde ik het bedrijf [bedrijf 1] . Dit is het bedrijf waarvan ik de reclame hoorde op de radio. Ik heb met een man afgesproken die zich voorstelde als ene [verdachte] of [verdachte] . Volgens mij heeft hij als achternaam [verdachte] . Ik heb informatie gevraagd over wat het allemaal inhield. Ze vertelden mij dat wanneer je schulden had van beneden de 30.000 euro het een traject was van anderhalf jaar. Diezelfde middag heb ik via de mail een aanmeldformulier aangevraagd. Ik heb dit formulier ingevuld. Hierop moest ik onder andere mijn inkomsten en uitgaven vermelden. Ik heb vervolgens diezelfde week nog geregeld dat het rekeningnummer waar mijn salaris heen ging werd aangepast. Ik heb toen het rekeningnummer van het bedrijf ( [bedrijf 1] , de rechtbank begrijpt:) [bedrijf 1] doorgegeven: [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] . Ik zou elke week leefgeld krijgen. Al snel nadat ik mij had aangemeld, kwam ik erachter dat ik erg veel moeite moest doen om mijn geld elke week te krijgen. Wel vertelde de heer [verdachte] steeds dat hij het geld al had overgemaakt. Het kwam alleen steeds maar niet binnen. Ik heb dit daarna ook nooit binnengekregen.

Een proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 8] door [verbalisant] d.d. 28 november 2014 (dossierpagina 224):

Naar aanleiding van de door de ABN Amro Bank aangeleverde bankafschriften, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 1] heb ik de transacties onderzocht die betrekking hebben op aangever [benadeelde 8] :

Datum

Bedrag Bij

Soort

Naam

Omschrijving

26-02-14

€ 1.145,21

Bijboeking

[bedrijf 6]

[benadeelde 8] -Emmen

25-03-14

€ 800,00

Bijboeking

[bedrijf 6]

[benadeelde 8] -Emmen

Ik zag dat:

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 26 februari 2014;

- de laatste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 25 maart 2014;

- in totaal heeft aangever [benadeelde 8] € 1.945,21 overgemaakt aan het bedrijf [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 8] heeft € 595,00 retour ontvangen van [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 8] heeft nog een geldbedrag van € 1.350,21 tegoed van [bedrijf 1]

Ten aanzien van feit 6 primair:

Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9] d.d. 21 juli 2014 (dossierpagina 162):

Plaats delict: [adres 7] Ried.

Begin februari 2014 sloot ik met een persoon die mij opgaf te zijn [verdachte] een schuldsaneringsovereenkomst. [verdachte] handelt onder de naam [bedrijf 1] . [verdachte] kwam bij mij thuis tijdens het sluiten van de schuldsanerings-overeenkomst. Ik heb een formulier ondertekend betreffende de overeenkomst. Tot op heden heb ik geen afschrift van deze overeenkomst gekregen van [bedrijf 1] . Ik heb met hem de afspraak gemaakt dat ik mijn volledige uitkering maandelijks naar hem overmaak. UWV stort het bedrag op rekening [rekeningnummer 1] van [bedrijf 1] . Dit gaat om een bedrag van gemiddeld € 800,00 per maand. [verdachte] maakt dan wekelijks een bedrag aan mij over van € 70,00. Per maand zou ik dan nog een aanvullend bedrag van € 120,00 ontvangen. Van het resterende bedrag zou [bedrijf 1] mijn schulden afbetalen. Ik ontvang momenteel regelmatig aanmaningen van mijn schuldeisers. Hieruit begrijp ik dat [bedrijf 1] ook mijn schuldeisers niet betaalt.

Een schriftelijk bescheid, te weten uitdraaien van e-mailberichten, behorende bij het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 9] d.d. 21 juli 2014 (dossierpagina’s 168 en 169):

Op 9 mei 2014 schreef mar [benadeelde 9] < [e-mailadres 4] >:

Hoi [verdachte]

Van ggn mastering credit kreeg ik bericht dat ze deurwaarder naar me toe sturen. (…)

Op 8 mei 2014 schreef [e-mailadres 1] naar [e-mailadres 4] :

Ja doe ik (…)

[bedrijf 1] (…)

Op 8 mei 2014 schreef mar [benadeelde 9] < [e-mailadres 4] >:

Hoi [verdachte] ,

Volgens mij zou je toch dat geld overmaken?

Ik heb dus nog steeds nix he

Intussen heeft menzis 38,00 afgehaald voor eigen bijdrage

Dus wil ik nu 95,00 (….)

Op 24 april 2014 schreef [e-mailadres 4] aan [e-mailadres 1] :

Hoi hoi,

Ik heb weer 2 van deurwaarders maar volgens mij heb je die al. (…)

Een proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 9] d.d. 28 november 2014 (dossierpagina 148):

Naar aanleiding van de door de ABN Amro Bank aangeleverde bankafschriften, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 1] heb ik de transacties onderzocht die betrekking hebben op aangever [benadeelde 9] :

Datum

Bedrag Bij

Soort

Naam

Omschrijving

24-02-14

€ 1.000,00

Bijboeking

[benadeelde 9]

23-04-14

€ 807,37

Bijboeking

UWV

UWV maandbetaling

23-05-14

€ 807,34

Bijboeking

UWV

UWV Maandbetaling ( [benadeelde 9] )

Ik zag dat:

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 24 februari 2014;

- de laatste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 23 mei 2014;

- in totaal heeft aangever [benadeelde 9] € 2.614,71 overgemaakt aan het bedrijf [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 9] heeft in totaal € 730,00 retour ontvangen van [bedrijf 1] ;

- [benadeelde 9] heeft nog een geldbedrag van € 1.884,71 tegoed van [bedrijf 1]

Ten aanzien van feit 7 primair:

Een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 10] d.d. 21 mei 2014 (dossierpagina’s 139 en 140):

Op 11 maart 2014 heb ik mij via de website vanjeschuldaf.nl aangemeld. Ik ben gelijk gebeld door [vader verdachte] . Ik werd gebeld door het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Deze meneer gaf aan dat hij werkte voor de [bedrijf 1] en wilde ons graag helpen met onze schulden. Op 21 maart 2014 kwam een meneer bij ons thuis op het adres [adres 8] in Drachten. Hij stelde zich voor als [vader verdachte] . Die avond heb ik met hem besproken wat mijn schulden zijn en hoe die zijn ontstaan. Ook heeft hij mij uitgelegd wat de werkwijze is van [bedrijf 1] en wat er precies gaat gebeuren. Ik moest elke maand mijn loon laten overmaken naar het ABN Amro rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [vader verdachte] en hij zou mij elke week weekgeld geven. Als ik een rekening zou krijgen, moest ik hem om geld vragen. Van het resterende geld zou hij mijn schulden afbetalen. Deze procedure zou 1,5 jaar duren en dan zou ik van al mijn schulden af zijn. Hij heeft toen een contract achter gelaten en zijn visitekaartje, zodat ik erover na kon denken. Ik heb toen besloten zijn hulp te aanvaarden en heb het contract getekend en via de mail opgestuurd naar [e-mailadres 1] . Ook moest ik al mijn rekeningen van de schuldeisers mailen naar hetzelfde adres.

Een proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 10] door [verbalisant] d.d. 25 november 2014 (dossierpagina 131):

Naar aanleiding van de door de ABN Amro Bank aangeleverde bankafschriften, behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 1] heb ik de transacties onderzocht die betrekking hebben op aangever [benadeelde 10] :

Datum

Bedrag Bij

Soort

Naam

Omschrijving

24-04-14

€ 1.584,18

Bijboeking

[bedrijf 5]

[vader verdachte] / [benadeelde 10]

Ik zag dat:

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] heeft plaatsgevonden op 24 april 2014;

- de eerste betaling aan het bedrijf [bedrijf 1] is tevens de laatste betaling;

- in totaal heeft aangever [benadeelde 10] € 1.584,18 overgemaakt aan het bedrijf [bedrijf 1]

- [benadeelde 10] heeft een bedrag van € 401,00 retour ontvangen van [bedrijf 1]

- [benadeelde 10] heeft nog een geldbedrag van € 1.183,18 tegoed van [bedrijf 1]

Een schriftelijk bescheid, te weten een visitekaartje van [bedrijf 1] , behorende bij het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3] d.d. 16 mei 2014 (dossierpagina 104), waarop de volgende telefoonnummers te zien zijn:

Tel: [telefoonnummer 2]

Mob: [telefoonnummer 3] .

Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 maart 2015 (dossierpagina’s 28):

Ik heb maar één vast telefoonnummer gehad. Dit telefoonnummer staat op de visitekaartjes.

3.4.

Bewijsoverwegingen

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] en [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] en [benadeelde 10] . Verdachte heeft zich daarbij bediend van een samenweefsel van verdichtsels, waarvan de kern in de feitelijke omschrijving van de tenlastelegging is weergegeven. Op grond van de aangiftes is voor de rechtbank komen vast te staan dat voornoemde aangevers met name door deze verdichtsels, al dan niet in combinatie met andere leugens, telkens zijn bewogen om geldbedragen aan verdachte te geven, in de veronderstelling dat verdachte hen van hun schulden zou helpen. Verdachte heeft door zijn bedrieglijke verhaal de indruk en het vertrouwen gewekt dat hij bereid en in staat was om de aangevers daadwerkelijk te helpen met hun schulden. In feite zijn de schulden bij ieder van de aangevers slechts toegenomen, aangezien aanzienlijke bedragen niet werden aangewend ten bate van de aangevers. De rechtbank verenigt zich met de conclusies van de verbalisant [verbalisant] voornoemd ten aanzien van de omvang van het door de aangevers geleden nadeel, door verbalisant omschreven als ontstane tegoeden.
De rechtbank is, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de aangevers zijn bewogen tot afgifte van de telkens primair ten laste gelegde geldbedragen. Dat verdachte een deel van deze geldbedragen als leefgeld heeft terugbetaald aan de aangevers, alsmede ten behoeve van aangever [benadeelde 3] een rekening van UPC, doet daar niets aan af.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 4 primair

Ten aanzien van feit 4 primair overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte heeft tegen aangever [benadeelde 6] gezegd dat hij zou regelen dat [benadeelde 6] failliet verklaard zou worden. Het iemand voorspiegelen dat schulden zullen verdwijnen door het enkele aanvragen van een faillissement, is een evidente leugen. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat [benadeelde 6] door een samenweefsel van verdichtsels telkens is bewogen om geldbedragen aan verdachte te geven, zoals hiervoor overwogen.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 7 primair

Ten aanzien van feit 7 primair overweegt de rechtbank als volgt. Aangever [benadeelde 10] heeft verklaard dat hij telefonisch contact heeft gehad met [vader verdachte] , die hem belde met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] . Dit telefoonnummer behoort toe aan verdachte, zoals is gebleken uit het visitekaartje dat verdachte bij de overige aangevers achterliet. De rechtbank leest derhalve in de aangifte van [benadeelde 10] de naam [vader verdachte] verbeterd, namelijk [verdachte] .

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 7, telkens primair, ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2014 tot en met 14 mei 2014 te Den Helder, althans in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen van totaal 3.418,45 euro te weten

- op 25 maart 2014 een geldbedrag van 523,11 euro en

- op 27 maart 2014 een geldbedrag van 2.297,62 euro en

- op 25 april 2014 een geldbedrag van 410,11 euro en

- op 14 mei 2014 een geldbedrag van 187,61 euro,

door bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst: “Heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] ” en

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] een (intake)gesprek voeren en

- daarbij aan die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt waarbij hij tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft gezegd dat als [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zich bij hem zouden aanmelden zij direct in de schuldsanering zouden zitten zonder wachtlijst en zij binnen twee jaar van de schulden af zouden zijn als de schuldeisers zouden meewerken en zij leefgeld zouden krijgen van 125 euro per week en hun schulden betaald zouden worden van het salaris van die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en al het geld wat extra zou binnenkomen apart zou worden gezet en

- tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] gezegd dat er 7 mensen werkzaam zijn bij [bedrijf 1]

en

nadat die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] akkoord zijn gegaan met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] gezegd dat zij hun salaris moesten laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte]

en

nadat die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] herinneringen en aanmaningen ontvingen van niet betaalde rekeningen en hypotheek, en hij (verdachte) die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] minder leefgeld gaf dan 125 euro per maand telkens tegen die [benadeelde 1] en [benadeelde 2] gezegd en/of gemaild dat het goed zou komen;

Feit 2:

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2014 tot en met 23 april 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte geldbedragen van totaal 3.373,44 euro te weten

op 26 februari 2014 een geldbedrag van 1124,48 euro en

op 21 maart 2014 een geldbedrag van 1124,48 euro en

op 23 april 2014 een geldbedrag van 1124,48 euro,

door bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst: “Heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] ” en

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 3] een (intake)gesprek voeren en

- daarbij aan die [benadeelde 3] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en een inkomsten en uitgavenformulier en een schuldenlijst laten invullen en

en

nadat die [benadeelde 3] akkoord ging met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 3] gezegd dat zij zijn uitkering moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] en

nadat die [benadeelde 3] aanmaningen ontving van niet betaalde rekeningen en/of belastingen telkens aan [benadeelde 3] gemaild dat hij ernaar gaat kijken;

Feit 3:

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 mei 2014 te Den Helder, althans in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen van totaal 10.641,83 euro te weten

- op 25 februari 2014 een geldbedrag van 796,78 euro en

- op 25 februari 2014 een geldbedrag van 1490,75 euro en

- op 25 maart 2014 een geldbedrag van 800,71 euro en

- op 25 maart 2014 een geldbedrag van 1490,75 euro en

- op 25 april 2014 een geldbedrag van 800,71 euro en

- op 25 april 2014 een geldbedrag van 1490,75 euro en

- op 23 mei 2014 een geldbedrag van 1443,04 euro en

- op 23 mei 2014 een geldbedrag van 2328,34 euro,

door bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst: “Heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] ” en

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 4] en [benadeelde 5] een (intake)gesprek voeren en

- daarbij aan die [benadeelde 4] en [benadeelde 5] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en die [benadeelde 4] en [benadeelde 5] een inkomsten en uitgavenformulier en een schuldenlijst laten invullen en

nadat die [benadeelde 4] en [benadeelde 5] akkoord zijn gegaan met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 4] en [benadeelde 5] gezegd dat zij hun salaris moesten laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] en

nadat hij (verdachte) die [benadeelde 4] en [benadeelde 5] minder leefgeld gaf dan 1327 euro per maand tegen die [benadeelde 4] gezegd dat de banken storing hadden;

Feit 4:

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 20 juni 2014 te Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk, althans in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 6] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen van totaal 3.196,48 euro te weten

op 17 april 2014 een geldbedrag van 100,00 euro en

op 21 mei 2014 een geldbedrag van 1.548,24 euro en

op 20 juni 2014 een geldbedrag van 1.548,24 euro,

door bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst: “Heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] ” en

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 6] en [benadeelde 7] een (intake)gesprek voeren en

- daarbij aan die [benadeelde 6] en [benadeelde 7] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en papieren en/of documenten met betrekking tot schulden van die [benadeelde 6] en [benadeelde 7] gekregen en meegenomen en tegen die [benadeelde 6] en [benadeelde 7] gezegd dat hij zou regelen dat [benadeelde 6] bij de rechtbank te Zutphen failliet verklaard zou worden en dat [benadeelde 6] de rest van zijn leven geen schulden meer zou hebben

en

nadat die [benadeelde 6] akkoord ging met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 6] gezegd dat hij zijn loon moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] ;

Feit 5:

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 25 maart 2014 te Emmen, althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 8] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen van totaal 1.945,21 euro te weten

op 26 februari 2014 een geldbedrag van 1.145,21 euro en

op 25 maart 2014 een geldbedrag van 800 euro,

door bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- op de radio (radio NL) een spotje te laten uitzenden met de tekst: “Heeft u te maken met oplopende schulden? En dreigt de schuldsanering? [bedrijf 1] biedt professionele schuldbemiddeling aan zowel particulieren als ondernemers. Bij [bedrijf 1] kennen we geen wachttijden en u kunt binnen anderhalf jaar volledig schulden vrij zijn. [bedrijf 1] daar komt u verder mee. Kijk op [website] ” en

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] telefonisch met die [benadeelde 8] een (intake)gesprek voeren en

- daarbij aan die [benadeelde 8] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt en waarna die [benadeelde 8] een aanmeldformulier, een inkomsten en uitgavenformulier moest invullen en met die [benadeelde 8] afspreken dat deze een weekgeld zou ontvangen

en

nadat die [benadeelde 8] akkoord ging met het contract van [bedrijf 1]

- tegen die [benadeelde 8] gezegd dat zij zijn loon moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] ;

Feit 6:

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2014 tot en met 23 mei 2014 te Ried, gemeente Franekeradeel, althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 9] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen van totaal van 2.614,71 euro te weten

- op 24 februari 2014 een geldbedrag van 1.000,00 euro en

- op 23 april 2014 een geldbedrag van 807,37 euro en

- op 23 mei 2014 een geldbedrag van 807,34 euro,

door bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 9] een (intake)gesprek voeren en

- daarbij aan die [benadeelde 9] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt waarbij hij tegen die [benadeelde 9] heeft gezegd dat zij haar volledige uitkering naar hem (verdachte) moest overmaken en dat zij per week leefgeld zou ontvangen en dat [bedrijf 1] haar schulden zou betalen en

- tegen die [benadeelde 9] gezegd dat zij haar uitkering moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] en

nadat die [benadeelde 9] aanmaningen ontving van niet betaalde rekeningen

- aan die [benadeelde 9] gemaild dat hij geld zou overmaken;

Feit 7:

Primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 21 mei 2014 te Drachten, gemeente Smallingerland, althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 10] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van totaal 1.584,18 euro,

door bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- als eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf 1] met die [benadeelde 10] een (intake)gesprek voeren en

- daarbij aan die [benadeelde 10] uitleg te geven hoe [bedrijf 1] werkt waarbij hij tegen die [benadeelde 10] heeft gezegd dat hij zijn loon naar hem (verdachte) moest overmaken en dat hij per week leefgeld zou ontvangen en dat [bedrijf 1] zijn schulden zou betalen en dat [benadeelde 10] na anderhalf jaar van zijn schulden af zou zijn en

- tegen die ( [benadeelde 9] , lees:) [benadeelde 10] gezegd dat hij zijn loon moest laten storten op bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [vader verdachte] .

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feiten 1 tot en met 7, telkens primair:

oplichting

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft bij het formuleren van zijn eis rekening gehouden met het tijdsverloop in deze zaak.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, als het gaat om de strafoplegging, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in een periode van een half jaar meerdere personen opgelicht door met hen een overeenkomst aan te gaan om zogenaamd deze personen van hun schulden te helpen. Verdachte had zich daartoe ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hij heeft een reclamespotje laten opnemen en laten uitzenden op de radio. Verdachte heeft intakegesprekken gevoerd met de slachtoffers, van wie de meesten contact met hem hadden opgenomen nadat ze het reclamespotje op de radio hadden gehoord. Verdachte heeft in de gesprekken met de latere slachtoffers zijn werkwijze uitgelegd en hen voorgespiegeld dat zij, zonder wachttijd, in een relatief korte tijd van de schulden af zouden zijn, waarbij hij soms zelfs aangaf dat ze nooit meer schulden zouden hebben. Hij heeft vervolgens zijn visitekaartje bij hen achtergelaten en hij heeft hen een contract laten ondertekenen. Gebleken is dat geen van de slachtoffers ooit een afschrift van dat contract heeft ontvangen en evenmin hebben zij de algemene voorwaarden, volgens verdachte van toepassing, ingezien laat staan ontvangen.
De slachtoffers hebben hun salaris / uitkering laten storten op de rekening van de vader van verdachte, over welke rekening verdachte de beschikking had. Verdachte, die handelde zonder AFM vergunning en zich niet had aangemeld bij de brancheorganisatie NVVK, heeft vervolgens niet gewerkt aan schuldbemiddeling of aflossing van schulden. Kennelijk om de schijn van een bonafide ondernemer op te houden, stortte verdachte af en toe leefgeld op de rekeningen van de slachtoffers. Verdachte wist hiermee het vertrouwen van zijn slachtoffers te behouden en heeft dit vertrouwen vervolgens ernstig misbruikt.
Daarbij ging hij geraffineerd te werk, louter handelend uit winstbejag. Verdachte heeft zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Zij zijn ernstig gedupeerd en zullen mogelijk nog lang de gevolgen ondervinden van hetgeen verdachte hen heeft aangedaan. Deze gevolgen zijn zowel financieel door toegenomen schulden en geld dat zij kwijt zijn, als emotioneel doordat hun vertrouwen diep is beschaamd. De rechtbank rekent het verdachte voorts aan dat hij door zijn handelwijze het vertrouwen dat men moet kunnen hebben in bedrijven die hun diensten aanbieden op het gebied van schuldbemiddeling, ernstig heeft beschaamd.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 29 januari 2018, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder wegens oplichting en andere vermogensdelicten is veroordeeld. Op de documentatie van verdachte staan onder meer twee openstaande zaken (oplichting en andere vermogensdelicten), waarvan verdachte wordt verdacht. In een van deze zaken is de voorlopige hechtenis van verdachte sinds maart 2017 geschorst. In 2013 is verdachte door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter zake van – onder andere – oplichting veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van verdachte mee bij de straftoemeting.

Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, dat is opgemaakt in een andere nog openstaande zaak, gedateerd 19 januari 2018, opgemaakt door [reclasseringswerker] , werkzaam bij Reclassering Nederland. Dit rapport houdt – voor zover in onderhavige zaak van belang – in dat het recidiverisico wordt ingeschat als hoog.

De rechtbank stelt vast dat tussen het eerste verhoor van verdachte op 26 maart 2015 en de datum waarop de rechtbank vonnis wijst – 13 februari 2018 – meer dan twee jaren zijn verstreken. Met deze overschrijding van de redelijke termijn houdt de rechtbank bij het bepalen van de op te leggen straf in het voordeel van verdachte rekening.

De rechtbank is gelet op de aard en de ernst alsmede het aantal van zeven bewezen verklaarde feiten van oordeel dat een vrijheidsstraf van langere duur moet worden opgelegd. De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Met name strafverhogend is de in 2013 opgelegde gevangenisstraf van 18 maanden, terwijl verdachte nu weer soortgelijke feiten heeft gepleegd.
In de persoonlijk omstandigheden van verdachte zijn geen aanknopingspunten voor strafmatiging. Slechts de overschrijding van de redelijke termijn is aanleiding om de straf te beperken tot de hoogte van de eis van de officier van justitie.

7 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

7.1.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.373,44 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 2 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit aan verdachte afgegeven geldbedragen.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat deze schade tot een bedrag van

€ 1.087,11 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 2 primair bewezen verklaarde feit. Het overige deel dat door de benadeelde partij is gevorderd, is reeds teruggeboekt door verdachte op de rekening van de benadeelde en komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.
De vordering, die door de verdediging niet is betwist, zal derhalve worden toegewezen tot een bedrag van € 1.087,11, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf

1 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet ontvangen in zijn vordering.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 2 primair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: oplichting] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.2.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.011,04 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 4 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit aan verdachte afgegeven geldbedragen.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4 primair bewezen verklaarde feit. De vordering, door de raadsman niet betwist, zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 4 primair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: oplichting] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.3.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij [benadeelde 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.498,21 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 5 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit aan verdachte afgegeven geldbedragen.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat deze schade tot een bedrag van

€ 1.350,21 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 5 primair bewezen verklaarde feit. Het overige deel dat door de benadeelde partij is gevorderd, is door verdachte op de rekening van de benadeelde gestort als leefgeld en komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

De vordering zal derhalve tot een bedrag van € 1.350,21 worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet ontvangen in zijn vordering.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 5 primair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: oplichting] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

7.4.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 9]

De benadeelde partij [benadeelde 9] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 6 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag.
Op het schadevergoedingsformulier is geen geldbedrag ingevuld. Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij een vordering ingediend van € 807,00. Ter toelichting heeft de benadeelde partij ter terechtzitting aangegeven dat in het kader van een civiele procedure de vader van verdachte, [vader verdachte] , als de tenaamgestelde van het bankrekeningnummer waarnaar de benadeelde partij de bedragen overmaakte, € 50,- per maand moet betalen aan de benadeelde partij, teneinde de door de benadeelde partij gestorte bedragen terug te betalen. De benadeelde partij meent echter dat zij daarnaast nog een bedrag van € 807,00 van verdachte tegoed heeft. Dat bedrag zou haar uitkering over de maand maart 2014 zijn, welke afzonderlijk naar het genoemde bankrekeningnummer zou zijn overgemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade niet rechtstreeks voortvloeit uit het onder 6 primair bewezen verklaarde feit, nu uit het dossier – en met name het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen over de banktransacties van benadeelde partij [benadeelde 9] – niet is gebleken dat de benadeelde partij een geldbedrag van€ 807,00 in maart 2014 naar de bankrekening van verdachte heeft laten overmaken.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 36f, 57, 63, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, telkens primair, ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, telkens primair, bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 3] geleden schade tot een bedrag van € 1.087,11 (zegge: duizend zevenentachtig euro en elf cent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.087,11 (zegge: duizend zevenentachtig euro en elf cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 6] geleden schade tot een bedrag van € 3.011,04 (zegge: drieduizend elf euro en vier cent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.011,04 (zegge: drieduizend elf euro en vier cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 8] geleden schade tot een bedrag van € 1.350,21 (duizend driehonderdvijftig euro en eenentwintig cent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 8] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.350,21 (duizend driehonderdvijftig euro en eenentwintig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Francke, voorzitter,

mr. P.H.B. Littooy en mr. N.O.P. Roché, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Z.T. Pronk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2018.