Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:10265

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-11-2018
Datum publicatie
03-12-2018
Zaaknummer
7069966 \ CV EXPL 18-5741
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Deel van de vertraging niet veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid. Door deze vertraging resteerde er te weinig overstaptijd. Of het andere deel van de vertraging wel/niet is veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid behoeft daarom niet meer te worden beoordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7069966 \ CV EXPL 18-5741

Uitspraakdatum: 28 november 2018

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]
wonende te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde mr. E.L. Heenk

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Public Joint Stock Company Aeroflot-Russian Airlines

gevestigd te Moskou (Rusland)

gedaagde

hierna te noemen: Aeroflot

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 22 juni 2018 een vordering tegen Aeroflot ingesteld. Aeroflot heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Aeroflot een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Aeroflot een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Aeroflot de passagier diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol naar Moskou Sheremetyevo Airport met vluchtnummer SU2551 en aansluitend naar Guangzhou Baiyun Airport met vluchtnummer SU0220 op 21 januari 2017.

2.2.

De geplande aankomsttijd van vlucht SU2551 in Moskou was 18:15 uur lokale tijd. De geplande en feitelijke vertrektijd van vlucht SU0220 naar Guangzhou was 19:40 uur lokale tijd.

2.3.

De minimale overstaptijd op de luchthaven van Moskou bedraagt 60 minuten. Vlucht SU2551 is met een vertraging van 69 minuten uitgevoerd. De passagier heeft haar aansluitende vlucht naar Guangzhou gemist. De passagier is omgeboekt naar een vervangende vlucht en is meer dan 24 uur later dan oorspronkelijk gepland op haar eindbestemming aangekomen.

2.4.

De passagier heeft compensatie van Aeroflot gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Aeroflot heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat Aeroflot bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 althans 108,90 althans een in redelijke justitie te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Aeroflot vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is haar te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

4 Het verweer

4.1.

Aeroflot betwist de vordering. Zij heeft het volgende aangevoerd. Vlucht SU2551 is met een vertraging van 20 minuten vanaf Amsterdam Schiphol vertrokken in verband met een controle van de Koninklijke Marechaussee. Onderweg naar Moskou is de vertraging opgelopen tot 1 uur en 9 minuten ten gevolge van Air Traffic Flow Management op Sheremetyevo Airport Moskou. Volgens Aeroflot is daarom sprake van een buitengewone omstandigheid. Zij heeft een schema overgelegd met gegevens van vlucht SU2551 waarin staat “DL85 checked bij royal police” en waarbij handgeschreven staat “code 83 air traffic flow management”. Aeroflot heeft voorts een vertaling overgelegd van dat schema en een overzicht van de Standard IATA Delay Codes.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming te Guangzhou zodat Aeroflot op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Aeroflot kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Aeroflot heeft zich in dit verband onder andere beroepen op “Air Traffic Flow Management beperkingen”. Zij heeft daarbij gewezen op ‘code 83’, dat volgens het door Aeroflot overgelegde overzicht staat voor “ATFM due to restriction at destination airport, airport and/or runway closed due to obstruction, industrial action, staff shortage, political unrest, noise abatement, night curfew, special flights”.

5.3.

De kantonrechter overweegt als volgt. In overweging 15 van de considerans van de Verordening staat dat omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening zich onder meer kunnen voordoen wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt. Een besluit van de luchtverkeersleiding kwalificeert echter niet zonder meer als een buitengewone omstandigheid louter omdat de luchtvaartmaatschappij daarop geen invloed kan uitoefenen. Het voorgaande in aanmerking genomen, heeft Aeroflot haar verweer dat een deel van de vertraging het gevolg was van “Air Traffic Flow Management beperkingen” onvoldoende onderbouwd. Aeroflot heeft geen besluit van de luchtverkeersleiding overgelegd. Zij heeft ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt wanneer er beperkingen op de luchthaven van Moskou van kracht waren en waaruit die beperkingen hebben bestaan. Aeroflot heeft niet toegelicht en/of onderbouwd wat de reden is geweest van de beperkingen. Ten aanzien van de vertraging van 49 minuten die door deze beperkingen zou zijn veroorzaakt, kan Aeroflot zich daarom niet op een buitengewone omstandigheid beroepen. Vast staat dat een vertraging van vlucht SU2551 van 49 minuten er op zichzelf ook toe had geleid dat de passagier haar aansluitende vlucht had gemist, omdat er oorspronkelijk 85 minuten overstaptijd was ingepland en bij een vertraging van 49 minuten er een overstaptijd van 36 minuten zou resteren, terwijl de minimale overstaptijd op de luchthaven Sheremetyevo Airport 60 minuten bedraagt. De vraag of de overige 20 minuten van de vertraging door een buitengewone omstandigheid zijn veroorzaakt, behoeft daarom geen beantwoording. Hetzelfde geldt voor de vraag of de vertraging ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen.

5.4.

Nu Aeroflot voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

5.5.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Nu de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de passagier buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, nu de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit geacht worden redelijk te zijn. De primair en subsidiair gevorderde bedragen aan buitengerechtelijke incassokosten zijn hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de vordering of het gevorderde bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 90,00 en voor het overige afwijzen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.

5.6.

De proceskosten komen voor rekening van Aeroflot, omdat zij merendeels ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Aeroflot tot betaling aan de passagier van € 690,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 22 juni 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Aeroflot tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 103,81;
griffierecht € 226,00
salaris gemachtigde € 200,00

6.3.

veroordeelt Aeroflot tot betaling van € 50,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagier worden gemaakt;

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter