Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2018:10026

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-10-2018
Datum publicatie
19-11-2018
Zaaknummer
C/15/276918 / KG ZA 18-583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding aanbesteding Sociale Wijkteams. Vordering afgewezen. Anders dan eiser is de voorzieningenrechter van oordeel dat van subcriteria in onderhavige aanbestedingsprocedure geen sprake is. Gemeente heeft voldaan aan de eisen zoals opgenomen in het Lianakis-arrest, zij heeft alle elementen die in aanmerking worden genomen ter bepaling van de winnende inschrijving, alsook het relatieve gewicht van deze criteria, bij de potentiële inschrijvers bekend gemaakt voor inschrijving. Het stond de gemeente vrij haar wensen ten aanzien van de verschillende gunningscriteria te betrekken in haar beoordeling. Van subcriteria is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter geen sprake. De geformuleerde wensen bevatten uitsluitend elementen waar inschrijvers aan moesten denken bij het uitbrengen van een offerte en betreffen zo bezien handvatten voor de inschrijvers om een en ander te stroomlijnen. Het was voor iedere inschrijver duidelijk dat de gemeente een beroep deed op de creativiteit van de inschrijvers om zo het onderscheidend vermogen van de inschrijvingen te kunnen beoordelen. Deze uitgangspunten brengen mee dat van de gemeente niet kan worden verlangd dat zij aan alle individuele elementen waarderingen zou toekennen. Dat zou immers tot gevolg hebben dat de ruimte voor partijen om zich te onderscheiden zou wegvallen. De gemeente was daartoe bovendien niet verplicht. Ook geen sprake van gebreken in de motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/276918 / KG ZA 18-583

Vonnis in kort geding van 2 oktober 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IEMAND B.V.,

gevestigd te Almelo,

eiseres,

advocaat mr. L.E.M. Haverkort te Deventer,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ZAANSTAD,

zetelend te Zaandam,

gedaagde,

advocaat mr. C.E. Houtkooper te Haarlem.

en

de stichting

STICHTING MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING ZAANSTREEK/WATERLAND,

gevestigd te Zaandam,

eiseres in het incident tot tussenkomst/voeging

advocaat mr. Tj.P. Grünbauer te Ede

en

de stichting

STICHTING LEVIAAN,

gevestigd te Purmerend,

eiseres in het incident tot tussenkomst/voeging,

advocaat mr. M.H.T. Kleijn-Coumans te Tiel,

Partijen zullen hierna Iemand, de gemeente, SMDZW en Leviaan genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de akte overlegging producties van Iemand

  • -

    de conclusie van antwoord van de gemeente

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van SMDZW

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van Leviaan

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Iemand

  • -

    de pleitnota van SMDZW.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Begin 2018 heeft de gemeente een aankondiging gepubliceerd voor de Europese aanbesteding Sociale Wijkteams, de inhoud van de aankondiging is nog enkele malen gewijzigd. Op 4 april 2018 is de aanbesteding gepubliceerd op Commerce-Hub.

2.2.

De opdracht is onderverdeeld in zes percelen: West, Noord, Midden-West, Midden-Oost, Zuid en Zuidoost.

2.3.

In de offerteleidraad van 4 april 2018 is voor zover van belang, het volgende te lezen:

‘(…) Het doel is om voor de Sociale Wijkteams in de gemeente (…) per perceel één opdrachtnemer te contracteren. Gunning vindt plaats op basis van het gunningscriterium inschrijving met de beste prijs-kwaliteit-verhouding.

(…)
5.2 Gunningscriteria

Gunningscriteria bevatten wensen ten aanzien van de opdracht. Deze wensen worden gebruikt om de inschrijvers ingediende inschrijvingen te beoordelen. Hierbij dient u aan te geven wat u kunt bijdragen aan de gestelde wensen per gunningscriterium. Uw invulling van de gestelde wensen verschilt van de invulling van andere inschrijvers, uw score zal waarschijnlijk verschillen van de score van een andere inschrijver. Op deze wijze wordt gekeken naar het onderscheidend vermogen van de aanbiedingen. Bij inschrijving dient u in te gaan op uw bijdrage per gunningscriterium.

(…)
De optelsom van de eindbeoordelingen van de individuele gunningscriteria (G-1 t/m G-4) vormen te samen de door u behaalde eindscore.


Beste bijdrage aan de doelstellingen van de opdracht

De gemeente Zaanstad hecht waarde aan kwaliteit van de uitvoering van de opdracht. Wij verwachten dat u meer kunt bieden dan de minimale eisen.

Om uw aanbod te kunnen beoordelen op dit onderscheidend vermogen, zal gekeken worden naar de beste bijdrage aan de doelstellingen van de opdracht : elke inwoner in Zaanstad krijgt de (maatschappelijke) ondersteuning die noodzakelijk is en niet meer ondersteuning dan nodig, binnen een duurzaam en financieel houdbaar stelsel. Hierbij is het belangrijk dat er sprake is van een financieel dekkend systeem, waarbij de beweging van 2e naar 1e en 0e lijn als noodzakelijk gezien wordt terwijl wel nog steeds de passende ondersteuning geleverd wordt.

1 Uw aanbod

(…)

Het gunningscriterium G4 ‘presentatie’ wordt op de dagen 25 & 26 juni 2018 beoordeeld en hoeft dus niet schriftelijk bij inschrijving te worden beschreven. De benoemde minimale aspecten bij gunningscriteria (G-1 t/m G-3) zijn niet-limitatief. De inschrijver is vrij om meer aspecten te benoemen in de beantwoording van de gunningscriteria om invulling te geven aan de gestelde wensen.

G-1 strategie op de stedelijke opgave


Wij vernemen graag uw strategie op de stedelijke opgave rekening houdend met het feit dat opdrachtnemers en aanbestedende dienst een samenwerkingsovereenkomst sluiten om te bekrachtigen dat zij partners zijn bij de stedelijke doorontwikkeling van het stelsel.

Wij verwachten van een opdrachtnemer dat zij in hun strategie die partnerschap en die doorontwikkeling goed weten te verwoorden op een wijze dat de beste bijdrage aan de doelstellingen geleverd wordt. Degene met een strategie die hieraan de beste bijdrage kan leveren, krijgt meer punten.

Ga daarbij in op:

  • -

    Hoe denkt uw organisatie de collectieve verantwoordelijkheid voor de doorontwikkeling in te vullen?

  • -

    Op welke maatschappelijke opgave kan uw organisatie een onderscheidende bijdrage leveren en op welke wijze?

  • -

    Welke visie heeft uw organisatie op het versterken van de beweging van tweede naar eerstelijns ondersteuning naar preventie, collectieve voorzieningen en eigen kracht van inwoners en het betaalbaar houden van het zorgsysteem?


(…)

G-2 uw visie op de maatschappelijke opgaven in de specifieke wijk

(…)
Wij verwachten van een opdrachtnemer dat zij in hun beschrijving van de opgaven in de specifieke wijk met bijbehorende aanpak daarvan, de beste bijdrage aan de doelstellingen van de opdracht kunnen leveren. Degene met een aanpak die hieraan de beste bijdrage kan leveren, krijgt meer punten.

(…)
Ga daarbij in op:

  • -

    Analyse problemen en kansen in de wijk en formuleren van prioriteiten;

  • -

    Concretiseren van de uitwerking van de vier pijlers per wijk:

1. Preventie; concretisering aanpak op prioritaire opgaven in de wijk;

2. Eigen verantwoordelijkheid; versterken netwerken;

3. Integraliteit

4. Vangnet

  • -

    Welke algemene voorzieningen zet u op gezien de problematiek in de wijk. Tevens geeft u hier aan hoeveel fte aan opbouwwerk en jongerenwerk u wilt inzetten met welk doel;

  • -

    Concretiseer hoe bovenstaande aanpak bijdraagt aan het betaalbaar houden van het zorgsysteem.

(…)

G-3 werkwijze en kwaliteit personeel

Wij vernemen graag kenmerkende en onderscheidende elementen van uw werkwijze en de inzet van personeel.

Wij verwachten van een opdrachtnemer dat zij de werkwijze en de inzet van personeel goed weten te verwoorden op een wijze dat de beste bijdrage aan de doelstellingen van de opdracht geleverd wordt. Degene met een aanpak die hieraan de beste bijdrage kan leveren, krijgt meer punten.
(…)

Ga bij werkwijze in op de volgende punten:

  • -

    De beste kwaliteit van dienstverlening te behalen bij enkelvoudige, meervoudige en meervoudig complexe casuïstiek. Illustreer uw werkwijze door onder meer in te gaan op triage, regievoering, samenwerking met ketenpartners en de inzet van specifieke deskundigheid;

  • -

    Beschrijf hoe u de noodzakelijke overlegvormen intern en met de ketenpartners wilt organiseren;

  • -

    Geef in uw werkwijze aan hoe u adequaat omgaat met crisissituaties met inwoners;

Ga bij kwaliteit personeel in op de volgende punten:

  • -

    Samenstelling van uw team per perceel (specialismen, opleidingsniveau en aantal FTE’s)

  • -

    Deskundigheid en competenties in het team van medewerkers in relatie tot de maatschappelijke opgave;

  • -

    Verdeling van aantal teamleden die de enkelvoudige, meervoudige en meervoudig complexe casuïstiek behandelen;

  • -

    Hoe zorgt u ervoor dat de medewerker kan motiveren dat de gekozen oplossing financieel en inhoudelijk de beste oplossing is;

  • -

    Rol en competenties teamleider;

  • -

    Personeelsbeleid: hoe kwalitatief goede medewerkers te binden met de beste kans op continuïteit voor inwoners;

  • -

    Regievoering: generalisme versus specialisme

(…)

G-4 presentatie casus

Uw teamleider krijgt te maken met diverse partijen en met diverse problematiek. Dit vraagt om bijzondere persoonlijke competenties en vaardigheden. Vandaar dat een interactieve presentatie van een casus verwacht wordt van/met de in te schakelen persoon op deze sleutelpositie.


Wij verwachten van een opdrachtnemer dat zij door middel van de persoonlijke competenties en vaardigheden van een persoon op een sleutelpositie zo goed mogelijk kan bijdragen aan de doelstellingen van de opdracht. Degene met een vaardigheden die hieraan de beste bijdrage kan leveren, krijgt meer punten.

Tijdens de presentatie wordt uw beoogde teamleider beoordeeld op toepassing van kennis en kunde, communicatie, samenwerking, lerend- en probleemoplossend vermogen, proactieve houding. Tijdens de presentaties kunnen schriftelijke onderdelen van uw inschrijving besproken worden, maar deze zullen niet inhoudelijk beoordeeld worden.

Op 25 en 26 juni 2018 houden de inschrijvende bedrijven de presentaties te Zaanstad voor de beoordelingscommissie.

2 Onze beoordeling

G-1 t/m G3
Wij zullen de ‘wijze van uitvoering’ beoordelen op de volgende manier. De leden van het beoordelingsteam beoordelen eerst onafhankelijk van elkaar de offertes. Elk lid beoordeelt elk gunningscriterium van de wijze van uitvoering integraal. Dat wil zeggen dat genoemde subelementen geen limitatieve opsomming bevatten, noch wijzen op een volgorde van belangrijkheid.

De score van de inschrijver voor elk onderdeel zal het rekenkundig gemiddelde zijn van de individuele scores van de leden van de beoordelingscommissie, (…)

Hierbij wordt per gunningscriterium de volgende scoretabel gehouden:

Bij het beoordelen van de wijze van uitvoering zal gekeken worden wat de inschrijver kan bijdragen aan de gestelde wensen per gunningscriterium. De beoordelaar kijken daarbij naar de mate waarop uw aanpak bijdraagt aan het behalen van de gewenste algemene en specifieke wensen.

Let op: u kunt een uitstekende offerte indienen, maar bij de gunningscriteria toch geen punten behalen. Het gaat bij de gunningscriteria namelijk om een extra invulling bovenop de gestelde eisen. U dient uw toegevoegde waarde bij de opdracht aan te tonen. Dit levert dan het onderscheidend vermogen op van de aanbiedingen.

Naast de meerwaarde ten aanzien van het vervullen van de algemene en specifieke wensen van de gunningscriteria G-1 t/m G-3 wordt uw inschrijving via een presentatie van de casus G-4 beoordeeld op toepassing van kennis en kunde, communicatie, samenwerking, lerend- en probleemoplossend vermogen, proactieve houding.

Let op! Indien de aanbestedende dienst constateert dat een inschrijver zijn score (beoordeling G-1 t/m G-3) niet meer kan compenseren met de presentatie van de casus om zodoende in aanmerking te komen voor de gunning van de perceel, kan de gemeente besluiten de desbetreffende inschrijver niet uit te nodigen voor de presentatie. (…)

G-4 presentatie casus


(…)

De presentatie zal beoordeeld worden op toepassing van kennis en kunde, communicatie, samenwerking, lerend- en probleemoplossend vermogen, proactieve houding. Hieronder wordt gedacht aan:

  • -

    Toepassing kennis en kunde
    Brengt de beoogde teamleider voldoende kennis en kunde in om de bestaande problematiek op waarde in te schatten, integraal te benaderen en op te pakken.

  • -

    Communicatieve vaardigheden:
    Zich uitdrukken dat de boodschap overkomt, ideeën, meningen en informatie aan anderen duidelijk maken in heldere, beknopte en correcte taal.

- Brengt op inspirerende wijze standpunten en ideeën naar voren.

- Stemt de wijze van informeren af op de doelgroep en kiest daarvoor de juiste kanalen.

- Beïnvloedt het gesprek en de sfeer op positieve wijze, stuurt het gesprek in de juiste richting en houdt de relatie goed; luistert naar de ander en gaat in op de argumenten van de ander.

- Formuleert complexe vraagstukken helder en eenduidig en brengt binnen het verhaal structuur aan en houdt dit vast.

- Brengt goed onder woorden wat voor meerwaarde zij heeft en waarom zij de aanbesteding moeten winnen, is de keuze voor een bepaalde aanpak goed gemotiveerd?

  • -

    Lerend- en probleemoplossend vermogen
    - De juiste conclusies kunnen trekken uit o.a. gesprekken en gegevens.
    - Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie
    - Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen

  • -

    Samenwerking

Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat, ook wanneer niet direct eigen belang aanwezig is. Zich inzetten om samen met anderen doelen te bereiken.

- Toont interesse voor andere meningen en probeert actief een gemeenschappelijke basis te vinden.

- Streeft gezamenlijke doelen na en doet concessies om tot een gezamenlijk resultaat te komen.

- Schept randvoorwaarden voor goede samenwerking; werkt, denkt en handelt vanuit gemeenschappelijke belangen.

Proactieve houding:

Herkennen van behoeften en belangen van de opdrachtgever en hiernaar handelen. Inspelen op de verwachtingen.

- Leeft zich in de problematiek van de opdrachtgever in.

- Herkent (on)uitgesproken wensen en klachten, ontwikkelt oplossingen en alternatieven.


(…)’

2.4.

In de 1e Nota van Inlichtingen staat onder meer het volgende opgenomen:

’234. 5.2 Gunningscriteria (…)

1e regel: Gunningscriteria bevatten wensen ten aanzien van de opdracht. Deze wensen worden gebruikt om de door inschrijvers ingediende inschrijvingen te beoordelen.

Vraag 1: Zijn alle wensen ten aanzien van de gunningscriteria expliciet verwoord onder de uitwerking: ‘1. Uw aanbod (G1 t/m G4, pagina 22 t/m 26 Offerteleidraad)

(…)

Antwoord: Ja’

2.5.

Iemand heeft zich ingeschreven voor de percelen Noord, Midden-West en West.

2.6.

De gemeente heeft op 21 juni 2018 het volgende bericht op Commerce-Hub geplaatst:

‘Hierbij willen wij u informeren dat de gemeente Zaanstad nog niet helemaal klaar is met het beoordelen van alle offertes. Gelet op alle voorbereidingen die reeds door alle inschrijvers zijn gedaan, is besloten de presentaties voor alle inschrijvers te laten doorgaan.
Hierbij kondigen wij aan dat we afzien van de mogelijkheid om inschrijvers niet te laten presenteren omwille van de score zoals vermeld in de offerteleidraad. (…)

Naar het zich laat aanzien hebben we voor het beoordelingsproces meer tijd nodig, met als gevolg dat de voorlopige gunning zal doorschuiven. (..)’

2.7.

De gemeente heeft op 5 juli 2018 bekend gemaakt dat zij de opdracht voor perceel Noord voorlopig heeft gegund aan Incluzio. De percelen Midden-West en West heeft zij voorlopig gegund aan SMDZW.

In de brief van de gemeente staat voor zover van belang, het volgende:

‘(…)
Hieronder volgt de argumentatie per gunningscriterium


G-1 strategie op de stedelijke opgave
U heeft een ruim voldoende bijdrage geleverd aan het gunningscriterium G-1.

(…)
Onderscheidende bijdrage:

(…)

Het wijkbedrijf is interessant maar niet per se onderscheidend waarbij mogelijk een overlap met Werkom ontstaat wat betreft de participatieopgave.


Visie op beweging 2->1->0:

(…)

De onderliggende strategie is o.i. echter te abstract en onvoldoende uitgewerkt om te kunnen beoordelen op effect.

(…)

G-2 uw plan van aanpak op de maatschappelijke opgaven in de specifieke wijk


U heeft een voldoende bijdrage geleverd aan het gunningscriteria G-2.


(…)

Concretisering van de uitwerking van de vier pijlers per wijk

(…)
De alliantie met extern jongerenwerk komt kwetsbaar over en het wordt onvoldoende duidelijk gemaakt hoe de bovengenoemde aanpak bijdraagt aan het betaalbaar houden van het zorgstelsel.

G-3 werkwijze en kwaliteit personeel

U heeft een ruim voldoende bijdrage geleverd aan het gunningscriterium G-3

(…)

Het thema ‘leren en ontwikkelen’ komt beperkt aan bod.

G-4 Presentatie casus

(…)

 (…) (…) Wij wensen een meer proactieve benadering rondom het nemen van regie.

U geeft een goede analyse van belemmeringen en knelpunten in de aanpak van de casus. De triage wordt helder uitgelegd rondom, informatieverrijking, analyse en weging.

(…)

Communicatievaardigheden:

  • -

    De beoogd teamleider beschikt over een gedegen kennis, ook domeinoverschrijdend. De kennis rondom jeugdhulp is een belangrijke pré.

  • -

    De wijze waarop de medewerkers aangestuurd, gestimuleerd en geïnspireerd worden, komt onvoldoende naar voren.

(…)’

2.8.

Op 13 juli 2018 hebben vertegenwoordigers van Iemand een gesprek gevoerd met de gemeente waarin de uitkomsten van de beoordeling aan Iemand zijn toegelicht.

2.9.

Bij brief van 18 juli 2018 heeft Iemand bij de gemeente aangegeven dat de beoordeling niet in stand kan blijven en verzocht over te gaan tot intrekking van de voorgenomen gunningen en herbeoordeling door een nieuwe commissie. De gemeente heeft hier op 24 juli 2018 afwijzend op geantwoord.

3 Het geschil

3.1.

Iemand vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

‘Primair:

1. de gemeente te verbieden de opdracht voor de percelen Midden West, West en Noord te gunnen aan Incluzio en SMDZW;

2. de gemeente te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden; en

3. de gemeente te verbieden de opdracht te gunnen anders dan na heraanbesteding conform de Aanbestedingswet en het door u te wijzen vonnis;

Subsidiair:

4. de gemeente te gebieden voor zover zij de opdracht wenst te gunnen de inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen op de puntentoekenning op de gunningscriteria door een nieuw te vormen beoordelingsteam bestaande uit onafhankelijke, externe deskundigen die niet reeds bij de huidige beoordeling betrokken zijn geweest en daarvan inhoudelijk ook geen kennis hebben, althans door andere beoordelaars dan de beoordelaars die betrokken zijn geweest bij de huidige beoordeling, een en ander conform de aanbestedingsstukken en het door u te wijzen vonnis; en

5. de gemeente te verbieden de opdracht te gunnen voordat een nieuwe termijn voor het aanhangig maken van een kort geding van 20 dagen na ontvangst van de herbeoordeling inclusief deugdelijke motivering, ongebruikt is verstreken en hangende een eventueel door een inschrijver aanhangig te maken kort geding;

Meer subsidiair:

6. de gemeente te gebieden om de gunningsvoornemens te voorzien van voldoende schriftelijke motivering van het gunningsvoornemen conform het door u te wijzen vonnis; en

7. de gemeente te verbieden de opdracht te gunnen voordat een nieuwe termijn voor het aanhangig maken van een kort geding van 20 dagen na ontvangst van voldoende schriftelijke motivering ongebruikt is verstreken en hangende een eventueel door Iemand B.V. of andere inschrijver aanhangig te maken kort geding;

8. de gemeente te gebieden de maatregelen te treffen die u noodzakelijk c.q. geschikt acht;

primair, subsidiair, meer subsidiair:

9. alles op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.000.000,-- ineens aan Iemand B.V., mocht de gemeente niet aan uw vonnis voldoen, althans een door u in goede justitie te bepalen dwangsom; en

10. alles met veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure, een vergoeding van kosten voor rechtsbijstand aan de zijde van Iemand B.V. daarin begrepen, en een vergoeding van kosten ad € 133,-, zonder betekening van het in deze te wijzen vonnis en ad € 199,- in geval van betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, met bepaling dat alle genoemde kosten binnen twee weken na dagtekening van het vonnis aan Iemand B.V. dienen te zijn voldaan, bij gebreke waarvan de gemeente zonder nadere aankondiging over die kosten de wettelijke rente verschuldigd is.’

3.2.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Voeging/ tussenkomst

4.1.

De vordering tot tussenkomst / voeging van SMDZW– waartegen Iemand en de gemeente geen bezwaar hebben gemaakt – is ter zitting toegewezen in die zin dat het SMDZW is toegestaan zich in deze procedure te voegen aan de zijde van de gemeente. Die beslissing is gegrond op de overweging dat SMDZW ontegenzeggelijk belang heeft bij voeging om benadeling van haar eigen rechten en rechtspositie te voorkomen. Voorts is overwogen dat het kort geding ten gevolge van de voeging niet nodeloos wordt vertraagd of nodeloos ingewikkeld wordt. De vordering tot tussenkomst is afgewezen nu SDMZW geen zelfstandig vorderingsrecht pretendeert tegen een van de procederende partijen. In dit geval is (materieel) sprake van (een wens tot) voeging, niet van (een wens tot) tussenkomst. Uit de processuele houding van SMDZW blijkt duidelijk dat zij hetzelfde voorstaat als de gemeente, namelijk afwijzing van de vorderingen van Iemand. Een gevoegde partij heeft overigens het recht om zelfstandig in hoger beroep te komen van de uitspraak (HR 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549).

4.2.

De vordering tot tussenkomst / voeging van Leviaan– waartegen de gemeente en SMDZW bezwaar hebben gemaakt – is ter zitting afgewezen. Leviaan heeft als onderbouwing voor haar vordering gesteld dat zij kennis heeft genomen van de stellingen van Iemand en heeft vastgesteld dat zij deze kan ondersteunen. Daarnaast heeft zij, naar zij stelt, belang bij tussenkomst/voeging omdat zij voor een deel op dezelfde percelen heeft ingeschreven als Iemand. Bovendien, zo stelt Leviaan, heeft zij argumenten die zij in de eigen procedure niet naar voren heeft gebracht, omdat haar vorderingen een andere grondslag kennen. Deze argumenten wil zij nu alsnog naar voren brengen.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Leviaan is een eigen procedure gestart tegen de gemeente teneinde de voorgenomen gunningen van tafel te krijgen.
De in die procedure ingestelde vordering komt (vrijwel) overeen met de vordering die in dit geding is ingesteld. Leviaan heeft in haar “eigen” kort geding de gelegenheid gehad om alle argumenten en alle gronden naar voren te brengen die haar dienstig voorkomen om haar doel te bereiken. Zij had daartoe ook de grondslag van haar vorderingen kunnen uitbreiden. De voorzieningenrechter acht het in strijd met de goede procesorde dat Leviaan onder deze omstandigheden het middel van voeging gebruikt om die argumenten in dit geding naar voren te brengen. De vordering tot tussenkomst / voeging wordt afgewezen.

Ten gronde

procedurefout?

4.3.

Iemand heeft betoogd dat de gemeente de volgorde van de beoordelingsstappen heeft verlaten doordat de beoordelingen van de offertes nog niet waren afgerond op het moment dat de presentaties werden gehouden. Deze volgorde was nu juist bepaald teneinde te voorkomen dat het beoordelingsteam zich door de presentaties zou laten beïnvloeden bij de beoordeling van offertes. Ter onderbouwing heeft Iemand gewezen op het bericht van de gemeente van 21 juni 2018. De gemeente heeft ter zitting toegelicht dat de beoordelingen van de offertes op het moment van de presentaties wel degelijk waren afgerond. Zij heeft voorts toegelicht dat de uitkomsten van die beoordelingen verrassend waren en dit politiek overleg vergde dat kort na genoemd bericht maar voor de presentaties heeft plaatsgevonden. De gemeente heeft aangegeven dat voornoemd bericht bedoeld was om partijen duidelijk te maken dat zij allemaal een presentatie mochten geven.

4.4.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is Iemands klacht niet gegrond. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de gestelde gang van zaken door de gemeente had het op de weg van Iemand gelegen haar stellingen voldoende handen en voeten te geven. Dat heeft zij nagelaten waardoor geenszins aannemelijk is geworden dat de gemeente is afgeweken van de in de Offerteleidraad voorgeschreven volgorde van de beoordelingsstappen.

verkeerde toepassing (sub)gunningscriteria?

4.5.

Iemand legt aan haar vorderingen verder ten grondslag dat de gemeente het gunningscriterium op onnavolgbare wijze heeft beoordeeld en geïnterpreteerd en dat de wijze waarop de gemeente het gunningscriterium heeft geïnterpreteerd niet strookt met het transparantiebeginsel. Daarnaast heeft de gemeente de inschrijvingen niet beoordeeld volgens de eigen offerteleidraad en is zij aldus buiten het kader van de gunningscriteria getreden. Ter toelichting voert Iemand het volgende aan.

4.6.

Uit de beoordeling blijkt dat de beoordelaars de gunningscriteria anders hebben geïnterpreteerd dan van een normaal oplettend en behoorlijk geïnformeerd inschrijver kon worden verwacht. De subcriteria hebben daarbij een andere betekenis gekregen dan uit de aanbestedingsstukken kon worden afgeleid. Als voorbeeld heeft Iemand gewezen op gunningscriterium G-1 waarbij in het, in de bewoordingen van Iemand, derde subgunningscriterium wordt gevraagd om een visie te geven terwijl de gemeente in de motivering van de beoordeling heeft aangegeven dat de onderliggende strategie te abstract en onvoldoende uitgewerkt is. Aangezien strategie en visie twee verschillende dingen zijn, is in de motivering het subgunningscriterium verkeerd geïnterpreteerd. Daarnaast heeft Iemand erop gewezen dat het begrip ‘onderscheidende bijdrage’ anders is geïnterpreteerd dan de wijze waarop inschrijvers dit mochten interpreteren en heeft de gemeente bij de beoordeling een geheel eigen draai gegeven aan de subcriteria ‘communicatieve vaardigheden’ en ‘toepassing van kennis en kunde’.
Daarnaast heeft Iemand aangevoerd dat de gemeente heeft nagelaten aan de subgunningscriteria een gelijk gewicht toe te kennen. Dit had wel op haar weg gelegen omdat van een andere waardering uit de aanbestedingsstukken niet is gebleken. De gemeente heeft kennelijk de inschrijvingen integraal beoordeeld maar daarbij is niet gebleken dat aan alle subcriteria een gelijk gewicht is toegekend. Bovendien heeft de gemeente ten onrechte geoordeeld dat het Wijkbedrijf ‘niet persé onderscheidend is’ omdat dit nu juist een extra invulling bovenop de gestelde eisen is. Op basis van de genoemde voorbeelden concludeert Iemand dat de gemeente geen inzicht heeft verschaft op basis waarvan objectief kan worden vastgesteld hoe zij tot bepaalde beoordelingen is gekomen. Daar komt volgens Iemand bij dat de gemeente ook niet achteraf wegingsfactoren mocht toekennen en zij het relatieve gewicht van de (sub)gunningscriteria ook niet mocht wijzigen.
Voorts heeft Iemand aangevoerd dat de gemeente in de beoordeling willekeurig bepaalde subcriteria al dan niet heeft meegewogen. Ook zijn elementen behorend bij een bepaald gunningscriterium meegewogen bij een ander gunningscriterium. Daarmee zijn de gunningsbeslissingen niet transparant, niet correct en onzorgvuldig tot stand gekomen.
Ook heeft Iemand aangevoerd dat de beoordeling onvoldoende inzichtelijk is. Deze is volgens Iemand zo vaag dat deze niet is te controleren.

Tenslotte heeft Iemand gesteld dat de gemeente de in de Offerteleidraad voorgeschreven volgorde van de beoordelingsstappen heeft verlaten. De gemeente heeft immers op 21 juni 2018 bericht dat zij nog niet helemaal klaar was met de beoordeling maar dat zij desondanks de presentaties alvast wilde laten doorgaan. Daarmee is de gemeente op onrechtmatige wijze afgestapt van de vooraf bekend gemaakte systematiek.

4.7.

De gemeente voert hiertegen aan dat Iemand haar stellingen over het schenden van het transparantiebeginsel, het buiten het gunningscriterium treden en het niet behoorlijk motiveren van de gunningsbeslissing niet voldoende heeft onderbouwd. Daarnaast heeft de gemeente betoogd dat van subcriteria helemaal geen sprake is. Zij heeft gesteld dat de gunningscriteria zoals opgenomen in de offerteleidraad wensen bevatten ten aanzien van de opdracht. Deze wensen zijn bedoeld om de door de inschrijvers ingediende offertes te beoordelen en het is daarbij aan de inschrijvers op welke wijze zij invulling willen geven aan die wensen. De geformuleerde wensen zijn niet limitatief opgesomd. Bij de beoordeling is bovendien geen andere betekenis toegekend aan de verschillende elementen dan inschrijvers op grond van de aanbestedingsstukken konden verwachten. De beoordelaars hebben ieder gunningscriterium integraal beoordeeld op basis van de omschreven invulling. Aangezien geen sprake is van subgunningscriteria behoefde de gemeente ook geen (gelijk) gewicht toe te kennen aan de verschillende elementen per gunningscriterium.
Daarnaast heeft de gemeente verweer gevoerd tegen de door Iemand gestelde beoordelingsfouten.

4.8.

SMDZW heeft aangevoerd dat de klachten van Iemand over het multi-interpretabel zijn van de gunningscriteria te laat zijn. Bovendien, zo heeft SMDZW naar voren gebracht, vormt het gegeven dat de beoordeling enige subjectiviteit in zich heeft, geen aanleiding te concluderen dat daarmee de gunningscriteria multi-interpretabel zijn. Daar komt bij dat ook de klachten van Iemand dat onvoldoende gewaarborgd is dat subcriteria een gelijk gewicht hebben gekregen, te laat zijn ingediend.

4.9.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit de jurisprudentie (HvJ EU 24 januari 2008, zaak C 532 /06 (Lianakis)) volgt dat de beginselen van transparantie en gelijke behandeling vereisen dat alle elementen die door de aanbestedende dienst in aanmerking worden genomen ter bepaling van de winnende inschrijving, alsook het relatieve gewicht van deze criteria, bij de potentiële inschrijvers bekend zijn wanneer deze hun offertes voorbereiden. Logischerwijs is daaraan complementair dat een aanbestedende dienst geen afwegingsregels of subcriteria voor de gunningscriteria kan toepassen die hij niet vooraf ter kennis van de inschrijvers heeft gebracht. Uit genoemd arrest volgt voorts dat van uitzonderingen sprake kan zijn, indien drie zeer nauwkeurige voorwaarden zijn vervuld.

4.10.

Iemand heeft haar vorderingen gegrond vanuit de kennelijk bij haar levende veronderstelling dat de gemeente subcriteria heeft opgenomen in de gunningsleidraad. Iemand stelt ten aanzien van die ‘subcriteria’ dat:

- de gemeente enkele nader genoemde elementen uit die subgunningscriteria anders heeft geïnterpreteerd dan van een normaal oplettend en behoorlijk geïnformeerde inschrijver kon worden verwacht;

- de gemeente heeft nagelaten vooraf aan die subgunningscriteria een gewicht toe te kennen, dan wel dat de gemeente heeft nagelaten bij de beoordeling uit te gaan van een gelijk gewicht aan de subgunningscriteria;

- de gemeente subcriteria en elementen bij de beoordeling heeft betrokken die zij vooraf niet bekend heeft gemaakt.

4.11.

Anders dan Iemand is de voorzieningenrechter van oordeel dat van subcriteria in onderhavige aanbestedingsprocedure geen sprake is. In de offerteleidraad heeft de gemeente de gunningscriteria G1 tot en met G4 opgenomen en het gewicht dat hieraan toekomt tot uitdrukking gebracht in maximaal te behalen punten. Bij de toelichting op deze gunningscriteria heeft de gemeente aangegeven waarop de inschrijvers in dienden te gaan bij hun inschrijving. Voorts is in de offerteleidraad onder het kopje ‘beoordeling’ de wijze van beoordeling toegelicht. De gemeente heeft daarin duidelijk gemaakt dat ieder lid van de beoordelingscommissie elk gunningscriterium integraal beoordeelt en dat dit betekent dat de genoemde elementen geen limitatieve opsomming bevatten en geen volgorde van belang kennen. Daarnaast staat in de offerteleidraad uitdrukkelijk vermeld dat de gunningscriteria wensen bevatten die gebruikt worden om de ingediende inschrijvingen te beoordelen en waarbij de inschrijvers dienen aan te geven wat zij kunnen bijdragen aan de gestelde wensen per gunningscriterium. Op deze wijze, zo staat in de offerteleidraad, wordt gekeken naar het onderscheidend vermogen van de aanbiedingen. Tenslotte is in de Nota van Inlichtingen door de gemeente aangegeven dat de wensen bij de gunningscriteria alle wensen bevatten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente met het voorgaande voldaan aan de eisen zoals opgenomen in het hiervoor genoemde Lianakis-arrest, zij heeft alle elementen die in aanmerking worden genomen ter bepaling van de winnende inschrijving, alsook het relatieve gewicht van deze criteria, bij de potentiële inschrijvers bekend gemaakt voor inschrijving.

4.12.

In zijn uitspraak van 14 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:555, heeft het HvJEU onder meer geoordeeld dat noch enige Unierechtelijke bepaling, noch de rechtspraak van het HvJEU, de aanbestedende dienst verplicht om de methode aan de hand waarvan hij de offertes in concreto zal beoordelen en rangschikken op basis van de criteria voor de gunning van de opdracht en het relatieve gewicht ervan, die vooraf zijn vastgesteld in de desbetreffende aanbestedingsdocumenten, door een bekendmaking in de aankondiging van de opdracht of het bestek ter kennis te brengen van de potentiële inschrijvers. In onderhavige zaak heeft de gemeente nu juist de criteria voor gunning en het relatieve gewicht ervan vooraf aan partijen kenbaar gemaakt.

4.13.

Tegen deze achtergrond, die voor iedere inschrijver vooraf kenbaar was, stond het de gemeente vrij haar wensen ten aanzien van de verschillende gunningscriteria te betrekken in haar beoordeling. Van subcriteria is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter geen sprake. De geformuleerde wensen bevatten uitsluitend elementen waar inschrijvers aan moesten denken bij het uitbrengen van een offerte en betreffen zo bezien handvatten voor de inschrijvers om een en ander te stroomlijnen. Het was voor iedere inschrijver duidelijk dat de gemeente een beroep deed op de creativiteit van de inschrijvers om zo het onderscheidend vermogen van de inschrijvingen te kunnen beoordelen. Deze uitgangspunten brengen mee dat van de gemeente niet kan worden verlangd dat zij aan alle individuele elementen waarderingen zou toekennen. Dat zou immers tot gevolg hebben dat de ruimte voor partijen om zich te onderscheiden zou wegvallen. De gemeente was daartoe bovendien niet verplicht.

4.14.

Gevolg van deze wijze van beoordelen is dat de beoordeling daarmee een subjectief karakter kán krijgen. Enige mate van subjectiviteit is echter inherent aan een aanbestedingsprocedure. In onderhavige aanbesteding heeft bovendien een commissie van zeven personen de inschrijvingen beoordeeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee een voldoende objectieve beoordeling voldoende gewaarborgd.

4.15.

Daarbij verdient nog het volgende opmerking. Zoals de gemeente in haar Offerteleidraad, par. 5.2 onder “2. Onze beoordeling”, in duidelijke bewoordingen heeft aangegeven strekt de daarin gekozen beoordelingssystematiek ertoe dat elke commissielid de inschrijvingen op elk gunningscriterium integraal beoordeelt, waarbij de bij die criteria genoemde subelementen niet limitatief zijn en evenmin wijzen op een volgorde van belangrijkheid.

De sub 2.4 vermelde beantwoording van vraag 234 in de 1e Nota van Inlichtingen is onvoldoende reden om anders te oordelen. Deze keuze is ook begrijpelijk, nu het hier gaat om een beoordelingssystematiek die erop is gericht vast te stellen wat de inschrijving is met de beste prijs-kwaliteitsverhouding.

Daarbij past het te zorgen voor een zekere mate van vergelijkbaarheid van de inschrijvingen door het opnemen van een aantal sub-elementen die in de inschrijvingen moeten worden behandeld terwijl inschrijvers worden geprikkeld tot het leggen van eigen accenten door het onderlinge belang van die sub-elementen niet te specificeren en aldus ruimte te laten voor het behandelen van onderwerpen die niet als sub-element zijn genoemd. Aldus krijgen inschrijvers de nodige ruimte om bij de vertaling van offertewensen in een aanbod hun creativiteit te laten spreken en de commissie om werkelijk op meerwaarde te selecteren.

Dit kenmerk van de opzet van de Offerteleidraad, en het daarmee samenhangende objectiverende effect van de beoordeling van de inschrijvingen door een (maar liefst uit 7 beoordelaars bestaande) onafhankelijke commissie, wordt in de klachten van Iemand volledig miskend.

4.16.

Iemand kan evenmin worden gevolgd in haar stellingen dat de ‘subcriteria’ een andere betekenis hebben gekregen dan zij op grond van de aanbestedingsstukken mocht verwachten. Zo verwijt Iemand de gemeente dat zij in de motivering ten aanzien van gunningscriterium G1 spreekt van een strategie die te abstract en onvoldoende is uitgewerkt terwijl wordt gevraagd een visie te geven. Dit verwijt is onbegrijpelijk. Gunningscriterium G1 betreft ‘Strategie op de stedelijke opgave’. Inschrijvers wordt daarbij verzocht aan te geven welke visie haar organisatie heeft op het versterken van de beweging van tweede naar eerstelijns ondersteuning naar preventie, collectieve voorzieningen en eigen kracht van inwoners en het betaalbaar houden van het zorgsysteem. De voorzieningenrechter acht het dan niet vreemd dat de kwaliteit van die visie mede wordt beoordeeld door na te gaan of deze ook leidt tot een bruikbare strategie.

4.17.

De gemeente heeft daarnaast geoordeeld dat het door Iemand gepresenteerde Wijkbedrijf ‘niet per se onderscheidend’ is en dat ‘mogelijk een overlap met Werkom ontstaat’. Anders dan Iemand betoogt is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gemeente ook hier geen andere interpretatie heeft gegeven aan het begrip ‘onderscheidend vermogen’. Aan Iemand kan worden nagegeven dat in de offerteleidraad staat vermeld dat van onderscheidend vermogen blijkt wanneer een extra invulling bovenop de gestelde eisen wordt gegeven. Dat neemt echter niet weg dat de gemeente volkomen terecht het onderscheidend vermogen van een offerte heeft afgezet tegen de offertes van andere aanbieders. Van iedere normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver kan worden verwacht dat zij begrijpt dat zij zich heeft te onderscheiden van andere inschrijvers en niet ten opzichte van de wensen van de gemeente. Voor zover Iemand stelt dat haar aanbod van het Wijkteam wél onderscheidend is en het vermeende gevaar van overlap met Werkom ten onrechte zou zijn, wordt ook dit gepasseerd. Ook hier lijkt Iemand te miskennen dat zij de argumenten die zij ter zitting heeft aangedragen om het onderscheidende karakter hiervan te onderstrepen en de onjuistheid van de gevreesde overlap aan te tonen, in haar offerte naar voren had moeten brengen. Kennelijk en, zonder deugdelijke motivering van het tegendeel ook niet onbegrijpelijk, heeft de gemeente het onderscheidend vermogen niet in voldoende mate aanwezig geacht en een vrees voor overlap met de werkzaamheden van Werkom aangenomen. Op grond hiervan wordt tevens de stelling van Iemand dat de gemeente fouten heeft gemaakt bij de beoordeling verworpen.

4.18.

Iemand stelt verder dat de gemeente met het oordeel dat ‘de rol van de teamleider wordt gemist in het vormgeven van de beweging’ bij de beoordeling van de werkwijze en kwaliteit van personeel’ (G3) een aspect heeft betrokken waar zij bij G1 naar heeft gevraagd. Bij G1 ‘strategie op de stedelijke opgave’ heeft de gemeente gevraagd naar een visie op het versterken van de beweging van tweede naar eerstelijns naar nuldelijns gevraagd. Iemand stelt dat de gemeente de gunningscriteria G1 en G3 met elkaar heeft vermengd. Ook dit verweer treft geen doel. Bij gunningscriterium G3 verlangt de gemeente van inschrijvers ‘dat zij de werkwijze en de inzet van personeel goed weten te verwoorden op een wijze dat de beste bijdrage aan de doelstellingen van de opdracht geleverd wordt’. In de offerteleidraad staat vermeld dat de doelstelling van de opdracht is: elke inwoner in Zaanstad krijgt de (maatschappelijke) ondersteuning die noodzakelijk is en niet meer ondersteuning dan nodig, binnen een duurzaam en financieel houdbaar stelsel. Hierbij is het belangrijk dat er sprake is van een financieel dekkend systeem, waarbij de beweging van 2e naar 1e en 0e lijn als noodzakelijk gezien wordt terwijl wel nog steeds de passende ondersteuning geleverd wordt. Tegen die achtergrond kon de gemeente naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel degelijk bij de beoordeling van gunningscriterium G3 betrekken dat een beschrijving van de rol van de teamleiding in het vormgeven van die beweging wordt gemist en is van het vermengen (of van een onvoorzienbare andere invulling) van criteria geen sprake.

4.19.

Evenmin kan Iemand worden gevolgd in haar stelling dat de gemeente de systematiek van de gunningsleidraad heeft verlaten door bij de beoordeling van gunningscriterium G-3 te betrekken dat ‘het thema ‘leren en ontwikkelen’ beperkt aan bod komt. Anders dan Iemand meent zijn geen subgunningscriteria opgesteld en heeft de gemeente slechts haar wensen per gunningscriterium aangegeven. De gemeente heeft daarbij al haar wensen kenbaar gemaakt maar tevens aangegeven dat dit geen limitatieve opsomming betreft en dat aanbieders vrij zijn om meer aspecten te benoemen om invulling te geven aan de gunningscriteria. Dit was voor alle inschrijvers duidelijk en van willekeur is dan ook geen sprake. Tegen die achtergrond stond het de gemeente dan ook vrij om dit aspect mede bij de beoordeling te betrekken.

motiveringsgebrek?

4.20.

Tenslotte heeft Iemand aangevoerd dat de beoordeling van haar inschrijving ondeugdelijk is gemotiveerd.

Ook die klacht faalt.

In de aan Iemand verstuurde afwijzingsbrieven heeft de gemeente per gunningscriterium de door Iemand en de winnende partij behaalde scores vermeld en ook een toelichting gegeven op de door Iemand behaalde scores. Uit die gegevens blijkt dat de door Iemand op de gunningscriteria behaalde scores op met name gunningscriteria G1 en G2 sterk achterblijven bij die van de winnende partij. Aan Iemand kan worden toegegeven dat het op sommige punten wel mogelijk was geweest om wat meer toelichting te geven dan de gemeente heeft gedaan, maar dat laat onverlet dat de beoordeling voldoet aan de eisen die de Aanbestedingswet stelt.

Afgezien daarvan moet het uitgesloten worden geacht nadere motivering tot een andere uitkomst zal leiden. Ook deze grondslag faalt dus.

4.21.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Iemand voor afwijzing gereed liggen. Iemand zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente en SMDZW worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.442,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Iemand in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 1.442,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de 14e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Iemand in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van de gemeente, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

veroordeelt Iemand in de proceskosten, aan de zijde van SMDZW tot op heden begroot op € 1.442,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de 14e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5.

veroordeelt Iemand in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van SMDZW, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.6.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.P. de Klerk op 2 oktober 2018.1

1 Conc.: