Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:870

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-01-2017
Datum publicatie
11-04-2017
Zaaknummer
5289705
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding, gaat alleen nog om de proceskosten, nodeloos gemaakt?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5289705 \ KG EXPL 16-119 (rvk)

Uitspraakdatum: 12 januari 2017

Vonnis in kort geding in de zaak van:

de stichting Stichting Woonschakel Westfriesland

gevestigd en kantoorhoudende te Medemblik

eiseres

verder te noemen: Woonschakel

gemachtigde: mr. J.J. de Boer, advocaat te Hoorn

tegen

[naam gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. P.F.M. Deijkers, advocaat te Hoorn

1 Het procesverloop

1.1.

Woonschakel heeft [gedaagde] op 15 augustus 2016 gedagvaard.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 september 2016. Namens Woonschakel zijn verschenen mevr. [Y] en mevr. [Z] , bijgestaan door de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Woonschakel bij brief van 5 september 2016 nog een stuk toegezonden. [gedaagde] heeft bij brieven van 11 en 12 oktober 2016 nog een conclusie van antwoord ingediend en stukken toegezonden.

1.3.

Op de zitting hebben beide partijen verzocht om de zaak aan te houden in afwachting van de reactie van [gedaagde] op een laatste aanbod van Woonschakel voor vervangende woonruimte.

1.4.

Bij akte van 2 november 2016 verzoekt Woonschakel vonnis te wijzen en de ontruimingstermijn op 16 december 2016 te stellen.

1.5.

[gedaagde] heeft bij antwoordakte van 17 november 2016 gereageerd.

1.6.

De kantonrechter heeft de zaak aangehouden tot 16 december 2016 voor uitlating voortzetting procedure aan de zijde van Woonschakel.

1.7.

Op 15 december 2016 heeft Woonschakel bericht dat zij de vordering tot ontruiming intrekt, maar de gevorderde veroordeling in de proceskosten en de nakosten handhaaft.

1.8.

[gedaagde] heeft bij antwoordakte bericht dat zij zich verzet tegen de door Woonschakel gevorderde proceskostenveroordeling.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt sinds 31 augustus 2012 van Woonschakel de zelfstandige woonruimte aan [adres] .

2.2.

Naar aanleiding van de klachten over door [gedaagde] veroorzaakte overlast is Woonschakel op 21 mei 2015 een zogeheten gedragsaanwijzing met [gedaagde] overeengekomen, waarbij [gedaagde] zich heeft verplicht geen overlast, in het bijzonder geluidsoverlast, te veroorzaken.

2.3.

Op 26 oktober 2015 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Door middel van deze vaststellingsovereenkomst is de huurovereenkomst tussen partijen beëindigd onder een opschortende voorwaarde. De opschortende voorwaarde hield in dat de huurovereenkomst pas eindigt op het moment dat [gedaagde] drie passende aanbiedingen voor vervangende woonruimte heeft gekregen en [gedaagde] deze aanbiedingen niet heeft geaccepteerd. Onder passende aanbieding wordt verstaan: een driekamerwoning gelegen in de regio West-Friesland (behalve Wervershoof) die volgens de toewijzingsregels passend is.

2.4.

Tussen 26 oktober 2015 en 22 juli 2016 heeft Woonschakel zes aanbiedingen gedaan. [gedaagde] heeft deze aanbiedingen geweigerd.

3 De vordering

3.1.

Woonschakel vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proceskosten en de nakosten. Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] op grond van de vaststellingsovereenkomst tussen partijen, gehouden was het gehuurde te ontruimen. Er zijn immers zes aanbiedingen gedaan voor vervangende woonruimte, welke echter geen van alle door [gedaagde] zijn geaccepteerd. Woonschakel was door deze weigerachtige houding van [gedaagde] genoodzaakt een procedure te starten om tot ontruiming van het gehuurde te komen. Dat partijen ter zitting een schikking hebben bereikt, doet aan die noodzaak niet af. [gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dient daarom in de (reële) proceskosten te worden veroordeeld.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat [gedaagde] na de zitting zelf een woning heeft gezocht en geaccepteerd. De woningen die Woonschakel aanbood voldeden niet aan de vereisten zoals neergelegd in de vaststellingsovereenkomst. Indien Woonschakel hier eerder toe was overgegaan, was een procedure niet nodig geweest. De proceskosten dienen daarom voor rekening van Woonschakel te komen, althans dienen te worden gecompenseerd.

5 De beoordeling

5.1.

Woonschakel heeft naar aanleiding van de opzegging van de huurovereenkomst en het verlaten van de woning door [gedaagde] , haar vordering tot ontruiming ingetrokken. Het tussen partijen resterende geschil betreft uitsluitend nog de proceskosten en de nakosten. Bij de beoordeling van de vraag voor wiens rekening deze kosten moeten komen is doorslaggevend de vraag of de door Woonschakel gemaakte proceskosten nodeloos zijn gemaakt. Op zich is de kantonrechter het met Woonschakel eens dat [gedaagde] één van de zes aanbiedingen voor vervangende woonruimte die haar na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst zijn gedaan, had moeten accepteren. Echter de kantonrechter is er naar aanleiding van hetgeen is besproken op de zitting niet van overtuigd dat Woonschakel bij het doen van de aanbiedingen voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] , terwijl dat gelet op de positie van Woonschakel als sociale verhuurder wel van haar verwacht had mogen worden. De kantonrechter betrekt daarbij de niet-weersproken stelling van [gedaagde] dat zij op twee aangeboden woningen niet heeft gereageerd omdat zij herstellende was van een hartinfarct. Evenmin is betwist dat [gedaagde] moeite heeft met het nemen van beslissingen onder tijdsdruk. [gedaagde] kreeg daarom ook begeleiding van een consulent van de Regionale Instelling Beschermd Wonen. De kantonrechter acht het aannemelijk dat [gedaagde] , ondanks de bijstand van de consulent, een zo grote tijdsdruk heeft ervaren dat zij minder gelukkige keuzes heeft gemaakt. Ter zitting is onvoldoende uit de verf gekomen dat Woonschakel [gedaagde] op dat punt tegemoet is gekomen door bijvoorbeeld af te wijken van de normale toewijzingsprocedures en haar meer tijd te gunnen om een beslissing te nemen. Alleen de laatste twee woningen zijn buiten de normale toewijzingsprocedure om aangeboden, maar dat was na het hartinfarct van [gedaagde] . Dit alles overziende is de kantonrechter van oordeel dat van Woonschakel verwacht had mogen worden [gedaagde] meer tijd te gunnen en haar te doordringen van de ernst van de situatie alvorens tot dagvaarding over te gaan. Nu Woonschakel dit heeft nagelaten zijn de proceskosten nodeloos gemaakt. De kantonrechter zal de proceskosten daarom compenseren in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.2.

De (door Woonschakel) gevorderde veroordeling in de nakosten is niet toewijsbaar nu daarvoor nodig is dat de partij die daarom verzoekt een kostenveroordeling moet hebben verkregen (artikel 237 lid 4 Rv). Daarvan is bij compensatie van proceskosten geen sprake.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.2.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A. Swildens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter