Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:8587

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
17-004138
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek schadevergoeding art. 591a Sv. Ten tijde van het eerste verhoor door de politie was er nog geen “strafzaak”. Er was wel aangifte gedaan, maar het was nog niet duidelijk of daar ook nog een vervolg op zou komen. In de omstandigheden van dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om desondanks artikel 591a Sv overeenkomstig toe te passen. Het is begrijpelijk dat in een kwestie als de onderhavige, een zedenzaak in een kleine gemeenschap, een verdachte gebaat is bij voortvarend onderzoek. En als dat uitblijft, kan de rechtbank het advies van de raadsman om zelf een verhoor te arrangeren, zeer goed billijken. De gemaakte kosten tot en met 12 september 2016 acht de rechtbank daarom toewijsbaar.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 591a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer: 17-004138

Parketnummer: 15/035656-17

Uitspraakdatum: 18 oktober 2017

Beschikking (art. 591a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 12 juni 2017 is ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. B.C. Swier, advocaat, ingediend verzoekschrift van

[verzoeker] ,

[geboortedatum],

[woonplaats],

domicilie kiezende te (1018 DD) Plantage Middenlaan 10, ten kantore van mr. B.C. Swier, voornoemd.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 4.054,72 wegens de door deze met betrekking tot de strafzaak met bovengenoemd parketnummer gemaakte kosten van een raadsman, alsmede tot vergoeding van de kosten van een raadsman met betrekking tot de indiening en behandeling van het onderhavige verzoekschrift

Op 16 oktober 2017 is dit verzoekschrift in het openbaar in raadkamer behandeld.

Voor verzoeker is verschenen mr. B.C. Swier, voornoemd.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. S. Ayre.

2 Beoordeling

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door een brief van de officier van justitie van 3 april 2017 aan verzoeker waarin deze meedeelt dat de strafzaak is geseponeerd.

Het door verzoeker ondertekende verzoekschrift is tijdig ingediend.

Op de voet van het bepaalde in artikel 591a jo artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – in beginsel aanspraak maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten van een raadsman.

Uit het dossier blijkt dat verzoeker op 12 september 2016 na initiatief daartoe van zijn raadsman is gehoord door de politie. De zaak is op 3 april 2017 geseponeerd.

Uit de bij het verzoekschrift gevoegde urenspecificatie van de raadsman blijkt dat in de periode van 13 september 2016 tot en met 28 april 2017 door de raadsman 257 minuten aan de zaak is besteed. De tijdbesteding bestaat onder meer uit studie dossier, op 24 maart 2017 40 minuten en op 3 april 2017 65 minuten. Verder gaat het om overleg cliënt en inkomende en uitgaande correspondentie.

De raadsman van verzoeker heeft in raadkamer toegelicht dat er na het verhoor door de politie niets meer werd vernomen van justitie. Gezien de aard van de zaak en de overige omstandigheden had verzoeker veel last van het voortslepen van de zaak. Verzoeker nam in die tijd veelvuldig contact op met de raadsman, ook omdat hij door de vader van het vermeende slachtoffer zou zijn bedreigd en daarvan zelf aangifte heeft gedaan.

Na het sepot was nog dossierstudie nodig omdat verzoeker wilde worden voorgelicht over de mogelijkheid van een artikel 12 Sv procedure.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie zich niet verzet tegen toekenning van het verzochte.

De rechtbank acht in dit geval gronden aanwezig die de toekenning van een vergoeding rechtvaardigen. Het verzochte bedrag zal echter enigszins worden gematigd, in verband met het volgende.

Ten tijde van het eerste verhoor door de politie was er nog geen “strafzaak”. Er was wel aangifte gedaan, maar het was nog niet duidelijk of daar ook nog een vervolg op zou komen. In de omstandigheden van dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om desondanks artikel 591a Sv overeenkomstig toe te passen. Het is begrijpelijk dat in een kwestie als de onderhavige, een zedenzaak in een kleine gemeenschap, een verdachte gebaat is bij voortvarend onderzoek. En als dat uitblijft, kan de rechtbank het advies van de raadsman om zelf een verhoor te arrangeren, zeer goed billijken. De gemaakte kosten tot en met 12 september 2016 acht de rechtbank daarom toewijsbaar.

Enige tijdbesteding om zich daarna te informeren over het verloop van de mogelijke vervolging ligt ook in de rede. Dit rechtvaardigt uit een oogpunt van billijkheid echter niet dat de staat alle kosten van de raadsman in deze strafzaak in de periode na 12 september 2016 voor zijn rekening dient te nemen. Ook het onderzoek met betrekking tot een eventueel in te stellen artikel 12 Sv procedure staat in te ver verwijderd verband in het kader van de strafzaak zoals bedoeld in artikel 591a Sv. De rechtbank acht het dan ook niet billijk deze kosten voor vergoeding door de Staat in aanmerking te laten komen. De rechtbank zal verzoeker voor de kosten van de raadsman in de periode van 13 september 2016 tot en met 28 april 2017 een vergoeding toekennen van € 156,20 inclusief btw, uitgaande van een tijdbesteding van 30 minuten.

Voorts zal de rechtbank de forfaitaire vergoeding voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift toekennen.

3 Beslissing

De rechtbank:

Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 3.318,48 (zegge: drieduizend driehonderd achttien euro en achtenveertig cent), welk bedrag als volgt is samengesteld:

€ 2.768,46 wegens de kosten van een raadsman voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak;

€ 550,- wegens de kosten van een raadsman voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoekers advocaat, rekeningnummer NL41 RABO 0300 5753 51 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Vink Advocaten, onder vermelding van “schadevergoeding [verzoeker]/om.”

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.

Informatie bij deze beschikking

Voor zover er in deze uitspraak een bedrag is toegewezen kan de opdracht tot uitbetaling van dit bedrag pas worden gegeven nadat de beslissing onherroepelijk is geworden. Bijgaande beschikking is op dit moment nog niet onherroepelijk; de officier van justitie heeft 14 dagen de tijd om hoger beroep in te stellen en voor de verzoekende partij is binnen een maand (30 dagen) na betekening van deze uitspraak hoger beroep mogelijk. Genoemde termijnen kunnen worden bekort wanneer ter griffie afstand wordt gedaan van het recht op het instellen van hoger beroep.

U kunt op de volgende wijze ter griffie afstand doen van het recht op het instellen van hoger beroep:

  • -

    (als verzoeker) in persoon bij de informatiebalie van onze rechtbank;

  • -

    (als advocaat) in persoon bij de informatiebalie van onze rechtbank, indien u verklaart daartoe door verzoeker te zijn gevolmachtigd;

  • -

    (in het geval dat noch verzoeker noch de advocaat in de gelegenheid is om in persoon bij de informatiebalie afstand te doen) door aan een medewerker van de strafgriffie daartoe een schriftelijke bijzondere volmacht te verlenen.