Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:8398

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-10-2017
Datum publicatie
16-10-2017
Zaaknummer
C/15/17/251 F
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak faillissement na het verweer dat gerekestreerde de vordering van verzoekster vanuit de opbrengst van zijn woning wil voldoen, maar hierin wordt belemmerd door het door de OvJ gelegde consevatoire beslag op de woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5292
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND vonnis faillietverklaring

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

rekestnummer: C/15/264132 / FT RK 17/1417

insolventienummer : C/15/17/251 F

uitspraakdatum: 11 oktober 2017

Op 14 september 2017 is ingekomen een verzoekschrift van:

Vereniging van Eigenaren van flatgebouw Karel Doormanstraat 2-10 te Zandvoort,

verzoekster,

advocaat mr. D.T. Mensinga te Rotterdam,

strekkende tot faillietverklaring van:

[verweerder],

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

aldaar handelend onder de naam [verweerder] Vastgoed Management,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],

verweerder.

Partijen zullen hierna “de VvE” en “[verweerder] ” worden genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting d.d. 10 oktober 2017.

2 De beoordeling

2.1

Gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van de Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie, is de rechtbank bevoegd deze hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van de voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

2.2

De VvE heeft aan de faillissementsaanvrage ten grondslag gelegd dat [verweerder] als bestuurder van de VvE ten onrechte verrichte betalingen heeft verricht voor een bedrag van € 115.290,32. De VvE heeft [verweerder] hier op aangesproken. [verweerder] heeft echter niet betaald. Er is een betalingsregeling overeengekomen, maar deze is door [verweerder] niet nagekomen. Daarmee is deze regeling komen te vervallen en is de vordering opeisbaar geworden. Behalve deze vordering laat [verweerder] een vordering van VvE van het Flatgebouw Welgelegen ten bedrage van € 85.541,87 onbetaald. Daarnaast loopt er een strafrechtelijk onderzoek waarbij 19 gedupeerden zijn betrokken en waarvoor de Officier van Justitie conservatoir beslag op de woning van [verweerder] heeft laten leggen. Gelet hierop verkeert [verweerder] in een toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, aldus de VvE.

2.3

[verweerder] heeft de vordering van de VvE en de steunvordering van VvE Welgelegen niet weersproken. Het faillissementsverzoek dient volgens [verweerder] te worden afgewezen, omdat hij belemmert wordt zijn schulden te voldoen, zolang er conservatoire beslag op woning ligt. Dat beslag is gelegd in verband met de vordering van de VvE. Uit de overwaarde van de woning kan de vordering van de VvE worden voldaan, aldus nog steeds [verweerder]. [verweerder] heeft weersproken dat uit het strafrechtelijke onderzoek zou blijken dat er nog meer gedupeerde Verenigingen van Eigenaren zijn.

2.4

Aangezien [verweerder] de vordering van de VvE en de steunvordering niet heeft weersproken en evenmin dat hij de vordering van de VvE op dit moment niet kan betalen, verkeert [verweerder] in de toestand dat hij is opgehouden te betalen. Hij zal daarom in staat van faillissement worden verklaard.

2.5

Het enkele feit dat [verweerder] in zijn betalingsmogelijkheden beperkt wordt vanwege het conservatoir beslag dat door de officier van justitie op zijn woning is gelegd, leidt niet tot een ander oordeel. Dat zou anders kunnen zijn als dit beslag alleen zou zijn gelegd ten behoeve van de vordering van de VvE. Het is echter voldoende aannemelijk dat het beslag niet alleen is gelegd ten behoeve van de vordering van de VvE, maar ook ten behoeve van andere gedupeerden. Een aanwijzing daarvoor is de hoogte van de inschrijving van het beslag (€ 396.542,00). Voorts blijkt uit het verzoekschrift en uit de onderbouwing van de steunvordering dat [verweerder] kennelijk heeft geschoven met gelden tussen verschillende verenigingen van eigenaren. Het beslag komt dus voor risico van [verweerder].

3 Beslissing

De rechtbank

- verklaart [verweerder] voornoemd in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. M. Wouters;

- stelt aan tot curator mr. K.J. Willemse, advocaat te Haarlem;

- geeft aan de curator last tot het openen van de aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2017 te 11.40 uur, in tegenwoordigheid van de griffier1.

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.