Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:8308

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 2513
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Einduitspraak na tussenuitspraak. Wet Woos. Verweerder volledig tegemoet gekomen. Eiser heeft geen belang meer bij beroep. Beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 16/2513

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

wettelijk vertegenwoordigd door zijn moeder [wettelijk vertegenwoordiger]

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (districtskantoor Alkmaar), verweerder

(gemachtigde: J. Knufman).

Procesverloop

Voor een weergave van het procesverloop tot aan de tussenuitspraak verwijst de rechtbank naar haar tussenuitspraak van 13 juni 2017.

In de tussenuitspraak heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Verweerder heeft bij brief van 27 juni 2017 laten weten het gebrek te zullen herstellen.

Verweerder heeft op 11 juli 2017 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Eiser heeft hierop een schriftelijke zienswijze gegeven.

Bij brief van 5 september 2017 heeft verweerder nadere informatie verstrekt.

De rechtbank heeft het onderzoek op 19 september 2017 zonder nadere zitting gesloten.

Overwegingen

1.1.

Voor een weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

1.2.

De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat eiser voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van de gevraagde voorziening (een iPad Pro met toebehoren) en dat verweerder deze voorziening in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren.

2.1.

Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft verweerder op 11 juli 2017 een nieuw besluit genomen. In dit besluit heeft verweerder eiser meegedeeld dat hem alsnog een voorziening wordt toegekend in de vorm van een iPad Pro 12,9 inch met een Apple pen.

2.2.

Bij brief van 5 september 2017 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat bij de afdeling Voorzieningen aangedrongen is op een spoedige levering van de gevraagde voorziening, zijnde een iPad Pro met een Apple pen, inclusief een koptelefoon, beschermbox en toetsenbord.

3. De rechtbank leest het besluit van 11 juli 2017 in combinatie met de brief van 9 september 2017 zo dat aan eiser een iPad Pro met een Apple pen, inclusief een koptelefoon, beschermbox en toetsenbord is toegekend. Dat betekent dat verweerder met dit besluit volledig tegemoet is gekomen aan eisers aanvraag en aan zijn beroep. Het beroep van eiser is daarom niet mede gericht tegen het besluit van 11 juli 2017.

4. De rechtbank overweegt voorts dat niet is gebleken dat eiser nog belang heeft bij een verdere beoordeling van zijn beroep tegen het besluit van 22 april 2016 dan in de tussenuitspraak is gedaan. Met het besluit van 11 juli 2017 is verweerder immers teruggekomen van dit besluit. Dit betekent dat het beroep tegen het besluit van 22 april 2016 niet-ontvankelijk wordt verklaard.

5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken. Wel dient verweerder aan eiser het griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank

  • -

    verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

  • -

    bepaalt dat verweerder eiser het griffierecht van € 46,00 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter, in aanwezigheid van D.M.M. Luijckx, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.