Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:824

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-02-2017
Datum publicatie
03-02-2017
Zaaknummer
15/800092-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar opgelegd. Verdachte heeft gedurende een periode van zeven weken een vrouw, grotendeels in haar eigen woning, wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd, afgeperst, bedreigd met een vuurwapen en stelselmatig mishandeld en verkracht. Toewijzing van de vordering van het slachtoffer als benadeelde partij tot een bedrag van ruim 58.000,- euro wegens materiële schade en 50.000,- euro wegens immateriële schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0159
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Strafrecht

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800092-16

Uitspraakdatum: 3 februari 2017

Tegenspraak

verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 januari 2017 in de zaak tegen:

[voornaam verdachte] [achternaam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Almere.

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- het standpunt van de officier van justitie, mr. M. Kubbinga, dat ertoe strekt dat de rechtbank het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en verdachte hiervoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren, met aftrek van het voorarrest.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 56.371,65 en van vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 30.000,-, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- hetgeen door verdachte en diens raadsman, mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of België, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (te weten (onder meer) 5000,- euro en/of 43.000,- euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer] (stelselmatig dan wel veelvuldig) heeft mishandeld door (onder meer)

* het slaan tegen haar hoofd en/of gezicht en/of haar oor en/of haar lichaam en/of

* het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

* het houden van een brandende sigaret en/of sigarettenpeuk op/tegen de rug en/of armen en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

* het houden van een brandende gasbrander op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] heeft bedreigd met geweld door (onder meer)

* die [slachtoffer] een vuurwapen te tonen en/of (meermalen) met dat vuurwapen in haar richting te schieten en/of

* een of meer gasbranders voor handen te hebben en/of daarmee (telkens) aan en uit te klikken

en /of

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of België, (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of openbaring van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (te weten (onder meer) 5000,- euro en/of 43.000,- euro), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] althans aan een ander dan aan verdachte, immers heeft hij, verdachte, (telkens) gedreigd compromitterende foto’s en/of filmpjes van die [slachtoffer] te verspreiden en/of publiceren;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of België, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten door onbevoegd gebruik te maken van pinpas(sen) en/of creditcard(s) op naam van [slachtoffer] ;

2.

hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 06 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of België, (telkens) opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, (telkens)

- die [slachtoffer] geïsoleerd van haar vrienden en/of familie en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] afgenomen en/of

- de bankpas(sen) en/of creditcard(s) van die [slachtoffer] afgenomen en/of

- die [slachtoffer] ertoe bewogen (verschillende) verdovende middelen te gebruiken en/of

- die [slachtoffer] ertoe bewogen (grote) hoeveelheden alcohol te nuttigen en/of

- die [slachtoffer] uit gehongerd door haar voeding te onthouden en/of

- die [slachtoffer] (stelselmatig dan wel veelvuldig) mishandeld door (onder meer)

* het slaan tegen haar hoofd en/of gezicht en/of haar oor en/of haar lichaam en/of

* het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

* het houden van een brandende sigaret en/of sigarettenpeuk op/tegen de rug en/of armen en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

* het houden van een brandende gasbrander op en/of tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] bedreigd met geweld door (onder meer)

* die [slachtoffer] een vuurwapen te tonen en/of (meermalen) met dat vuurwapen in haar richting te schieten en/of

* een of meer gasbranders voor handen te hebben en/of daarmee (telkens) aan en uit te klikken en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) vastgebonden en/of een strop om haar nek gebonden en/of

- gedreigd compromitterende foto’s en/of filmpjes van die [slachtoffer] te verspreiden en/of publiceren en/of

- die [slachtoffer] (veelvuldig) vernederd en/of uit gescholden,

waardoor aldus een bedreigende en/of een afhankelijke situatie voor die [slachtoffer] is ontstaan;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of België [slachtoffer] heeft mishandeld door (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- het slaan tegen haar hoofd en/of gezicht en/of haar oor en/of haar lichaam en/of

- het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- het houden van een brandende sigaret en/of sigarettenpeuk op/tegen de rug en/of armen en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- het houden van een brandende gasbrander op en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer] ;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] voorgehouden/getoond en/of (vervolgens) met een vuurwapen op en/of in de richting van die [slachtoffer] geschoten;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of België (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten (telkens)

- het brengen van de penis en/of de vinger(s) van verdachte in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer] en/of

- het brengen van de penis van verdachte in de mond van die [slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld (telkens) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] (stelselmatig dan wel veelvuldig) heeft mishandeld door (onder meer)

* het slaan tegen haar hoofd en/of gezicht en/of haar oor en/of haar lichaam en/of

* het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

* het houden van een brandende sigaret en/of sigarettenpeuk op/tegen de rug en/of armen en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

* het houden van een brandende gasbrander op en/of tegen het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] een vuurwapen heeft getoond en/of (meermalen) met dat vuurwapen in haar richting heeft geschoten en/of

- een of meer gasbranders voor handen heeft gehad en/of daarmee (telkens) aan en uit heeft geklikt en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) heeft vastgebonden en/of een strop om haar nek heeft gebonden,

en bestaande die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] heeft geïsoleerd van haar vrienden en/of familie en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] heeft afgenomen en/of

- de bankpas(sen) en/of creditcard(s) van die [slachtoffer] heeft afgenomen en/of

- die [slachtoffer] ertoe heeft bewogen (verschillende) verdovende middelen te gebruiken en/of

- die [slachtoffer] ertoe heeft bewogen (grote) hoeveelheden alcohol te nuttigen en/of

- die [slachtoffer] heeft uit gehongerd door haar voeding te onthouden en/of

- heeft gedreigd compromitterende foto’s en/of filmpjes van die [slachtoffer] te verspreiden en/of publiceren en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) heeft vastgebonden en/of een strop om haar nek heeft

gebonden en/of

- die [slachtoffer] (veelvuldig) heeft vernederd en/of uit gescholden,

waardoor aldus een bedreigende situatie voor die [slachtoffer] is ontstaan.

2 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

De rechtbank grondt de beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

3.1.

Bewijsmotivering

De raadsman heeft vooropgesteld dat de proceshouding van verdachte er op neerkomt dat hij de juistheid van hetgeen aangeefster heeft verklaard in zijn algemeenheid erkent. De verdediging heeft op drie punten (‘details’ in de woorden van de raadsman) met betrekking tot het bewijs verweer gevoerd. Deze punten zal de rechtbank hieronder bespreken.

Gericht schieten

Onder 4 wordt verdachte verweten dat hij aangeefster heeft bedreigd door haar een vuurwapen te tonen en daarmee, al dan niet meermalen, in haar richting te schieten. Deze gedragingen worden verdachte eveneens verweten als onderdeel van de onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde feiten. Verdachte ontkent het vuurwapen op aangeefster te hebben gericht en gericht op haar te hebben geschoten. In de visie van de raadsman is er onvoldoende steunbewijs voor de verklaringen van aangeefster op dit punt, zodat niet aan het bewijsminimum is gekomen.

De rechtbank stelt voorop dat het voorschrift van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de tenlastelegging in zijn geheel betreft en niet een onderdeel daarvan.

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte in haar woning drie keer op haar geschoten heeft, waarbij de kogels terecht zijn gekomen in een deur, een kast en nog een andere plek (dossierpagina 36). Verdachte schoot rakelings langs haar (dossierpagina 60).

Bij de rechter-commissaris heeft zij hierover verklaard: [bijnaam verdachte] (verdachte) richtte op mij. Het eerste schot kwam terecht in de kast. Het tweede schot ging dwars door de deur, vlakbij mijn hoofd. [bijnaam verdachte] zei bij het eerste schot: ‘Deze was doelbewust naast’. Het tweede schot ging rakelings langs mijn hoofd. Ik schat dat de kogel zo’n 10 à 15 centimeter naast mijn hoofd in de deur kwam.

De rechtbank ziet geen aanleiding op dit punt te twijfelen aan de verklaringen van aangeefster. De verklaringen van aangeefster worden bovendien ondersteund door de verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende dat hij een vuurwapen had en daarmee in de woning van aangeefster heeft geschoten, alsmede door het aantreffen in de woning van aangeefster van beschadigingen in een lade van een kastje en in de deur van een trapkast, welke beschadigingen door de forensisch onderzoekers van de politie zijn beoordeeld als doorschotbeschadigingen (dossierpagina's 1525 en 1538/1539).

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster een vuurwapen heeft getoond en daarmee meermalen in haar richting heeft geschoten.

Uithongeren

Onder feiten 2 en 5 wordt verdachte onder meer verweten dat hij aangeefster heeft uitgehongerd door haar voeding te onthouden. Verdachte ontkent deze gedraging. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat op dit punt niet is gekomen aan het bewijsminimum. De gewichtsafname van aangeefster kan niet als steunbewijs dienen, omdat deze ook veroorzaakt kan zijn door drugs- en alcoholgebruik en daarmee gepaard gaande vermindering van eetlust. Bovendien was aangeefster in de gelegenheid om buiten aanwezigheid van verdachte te eten.

De rechtbank herhaalt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat het voorschrift van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de tenlastelegging in zijn geheel betreft en niet een onderdeel daarvan.

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte bepaalde wanneer zij at, sliep en dronk. Je eet en drinkt alleen als ik je daarvoor toestemming geef, had verdachte tegen haar gezegd. Soms pakte aangeefster snel wat eten en drinken als verdachte sliep, maar als hij zag dat zij iets gepakt had, sloeg hij het uit haar handen en moest zij het weggooien (dossierpagina's 84/85).

Bij de rechter-commissaris heeft aangeefster verklaard dat het klopt dat zij meerdere keren met verdachte eten heeft gehaald bij de McDonalds en de visboer, maar dat zij daar niets van kreeg. [bijnaam verdachte] bestelde alleen voor zichzelf en hij at alleen. Ik heb wel gevraagd of ik mocht eten, maar hij zei dat dat niet nodig was. Ook kwam het voor dat hij voor mij eten bestelde, maar dat hij het zelf opat. Aldus aangeefster.

De rechtbank ziet geen aanleiding op dit punt te twijfelen aan de verklaringen van aangeefster. De verklaringen van aangeefster worden daarbij ondersteund door verklaringen van buren die het was opgevallen dat aangeefster er in de ten laste gelegde periode opvallend slecht uitzag en afgevallen was (dossierpagina's 323, 329 en 338). Voorts heeft de forensisch arts die aangeefster op 26 februari 2016 heeft onderzocht, geconstateerd dat zij een magere/ vermagerde indruk maakte (dossierpagina 174).

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de getuigenverklaringen en de bevindingen van de forensisch arts wel degelijk steunbewijs opleveren, temeer nu het onthouden van voedsel op de wijze zoals door aangeefster geschetst, past in het patroon dat uit de gedragingen van verdachte naar voren komt, namelijk dat hij erop uit was om aangeefster te vernederen, te domineren, haar eigen wil te breken en haar afhankelijk te maken.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft uitgehongerd door haar voeding te onthouden.

Wederrechtelijke vrijheidsberoving buiten de woning

De raadsman heeft het standpunt ingenomen dat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangeefster voor zover dit ziet op situaties buiten de woning van aangeefster. Er zijn momenten geweest in de ten laste gelegde periode waarop aangeefster alleen buiten was. Als aangeefster zich op die momenten desalniettemin niet vrij voelde, is dat een subjectieve beleving, die verdachte alleen dan verweten zou kunnen worden, wanneer zijn opzet daarop gericht was. Daarvan is echter geen sprake, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de verklaringen van aangeefster komt onder meer het volgende naar voren:

  • -

    verdachte heeft een grote hoeveelheid opnames gemaakt waarop te zien is dat aangeefster drugs gebruikt en seksuele handelingen verricht met verdachte; verdachte heeft bij herhaling gedreigd dit materiaal openbaar te maken als aangeefster niet zou doen wat hij wilde;

  • -

    verdachte heeft aangeefster vele malen bedreigd, onder meer door met een vuurwapen in haar richting te schieten en door een gasbrander bij haar lichaam te houden of deze dreigend aan en uit te klikken;

  • -

    verdachte heeft aangeefster gedwongen grote hoeveelheden drugs en alcohol tot zich te nemen en onthield haar voedsel, waardoor zij verzwakt en labiel was;

  • -

    verdachte heeft de telefoon, bankpassen en autosleutels van aangeefster afgepakt;

(zie onder meer dossierpagina's 118, 127 en 142 en de verklaring van aangeefster bij de rechter-commissaris op 4 oktober 2016).

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte aldus een zodanig dreigende en afhankelijke situatie voor het slachtoffer gecreëerd, waaraan zij zich niet kon onttrekken, dat hierdoor de aanmerkelijke kans in het leven werd geroepen dat zij zich, ook op momenten dat zij zich niet in de onmiddellijke nabijheid van verdachte bevond, zozeer in haar vrijheid van beweging beperkt voelde dat hiermee sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving in de zin van artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op het wederrechtelijk van de vrijheid beroven van het slachtoffer, dat het niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dit gevolg heeft aanvaard. Er is derhalve op de door de raadsman bedoelde momenten sprake van opzet in voorwaardelijke zin.

De rechtbank verwerpt het verweer en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 opzettelijk wederrechtelijk heeft beroofd van de vrijheid in zowel Hoorn, als elders in Nederland en in België.

3.2.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of in België, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, toebehorende aan die [slachtoffer] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer] stelselmatig heeft mishandeld door

* het slaan tegen haar hoofd en haar lichaam en

* het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en

* het houden van een brandende sigaret tegen de rug en armen en andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en

* het houden van een brandende gasbrander tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] heeft bedreigd met geweld door

* die [slachtoffer] een vuurwapen te tonen en meermalen met dat vuurwapen in haar richting te schieten en

* een of meer gasbranders voorhanden te hebben en daarmee telkens aan en uit te klikken;

en

hij op tijdstippen in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of in België, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met openbaring van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, toebehorende aan die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, gedreigd compromitterende foto’s en filmpjes van die [slachtoffer] te verspreiden en/of publiceren;

en

hij op tijdstippen in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of in België, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, te weten door onbevoegd gebruik te maken van pinpassen en creditcards op naam van [slachtoffer] ;

2.

hij in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of in België, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer] geïsoleerd van haar vrienden en familie en

- de telefoon van die [slachtoffer] afgenomen en

- de bankpassen van die [slachtoffer] afgenomen en

- die [slachtoffer] ertoe bewogen verschillende verdovende middelen te gebruiken en

- die [slachtoffer] ertoe bewogen grote hoeveelheden alcohol te nuttigen en

- die [slachtoffer] uitgehongerd door haar voeding te onthouden en

- die [slachtoffer] stelselmatig mishandeld door

* het slaan tegen haar hoofd en haar lichaam en

* het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en

* het houden van een brandende sigaret tegen de rug en armen en andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en

* het houden van een brandende gasbrander tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] bedreigd met geweld door

* die [slachtoffer] een vuurwapen te tonen en meermalen met dat vuurwapen in haar richting te schieten en

* een of meer gasbranders voorhanden te hebben en daarmee telkens aan en uit te klikken en

- die [slachtoffer] meermalen vastgebonden en een strop om haar nek gebonden en

- gedreigd compromitterende foto’s en filmpjes van die [slachtoffer] te verspreiden en/of publiceren,

waardoor aldus een bedreigende en een afhankelijke situatie voor die [slachtoffer] is ontstaan;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of in België [slachtoffer] meermalen heeft mishandeld door

- het slaan tegen haar hoofd en haar lichaam en

- het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en

- het houden van een brandende sigaret tegen de rug en armen en andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en

- het houden van een brandende gasbrander tegen het lichaam van die [slachtoffer] ;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend een vuurwapen aan die [slachtoffer] getoond en vervolgens met dat vuurwapen in de richting van die [slachtoffer] geschoten;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 6 januari 2016 tot en met 26 februari 2016 te Hoorn en/of elders in Nederland en/of in België telkens door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die telkens bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten telkens

- het brengen van de penis en/of de vingers van verdachte in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer] en

- het brengen van de penis van verdachte in de mond van die [slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld telkens hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] stelselmatig heeft mishandeld door

* het slaan tegen haar hoofd en haar lichaam en

* het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en

* het houden van een brandende sigaret tegen de rug en armen en andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en

* het houden van een brandende gasbrander tegen het lichaam en het hoofd van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] een vuurwapen heeft getoond en meermalen met dat vuurwapen in haar richting heeft geschoten en

- een of meer gasbranders voorhanden heeft gehad en daarmee telkens aan en uit heeft geklikt en

- die [slachtoffer] meermalen heeft vastgebonden en een strop om haar nek heeft gebonden,

en bestaande die andere feitelijkheden en die bedreiging met die andere feitelijkheden telkens hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] heeft geïsoleerd van haar vrienden en familie en

- de telefoon en bankpassen van die [slachtoffer] heeft afgenomen en

- die [slachtoffer] ertoe heeft bewogen verschillende verdovende middelen te gebruiken en

- die [slachtoffer] ertoe heeft bewogen grote hoeveelheden alcohol te nuttigen en

- die [slachtoffer] heeft uitgehongerd door haar voeding te onthouden en

- heeft gedreigd compromitterende foto’s en filmpjes van die [slachtoffer] te verspreiden en/of publiceren en

- die [slachtoffer] veelvuldig heeft vernederd en uitgescholden,

waardoor aldus een bedreigende situatie voor die [slachtoffer] is ontstaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

Afpersing, meermalen gepleegd

en

afdreiging, meermalen gepleegd

en

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.

Ten aanzien van feit 3

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

In opdracht van de officier van justitie heeft de psychiater D.J. Ploem een psychiatrisch onderzoek ingesteld omtrent de persoon van verdachte. Uit het rapport van psychiater Ploem, gedateerd 10 juli 2016, komt naar voren dat verdachte niet aan het psychiatrisch onderzoek heeft meegewerkt. Onderzoeker is daarom niet in staat te adviseren met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Eveneens in opdracht van de officier van justitie heeft de gz-psycholoog P.C. Dalebout een psychologisch onderzoek ingesteld omtrent de persoon van verdachte. In zijn rapport gedateerd 14 juli 2016 rapporteert psycholoog Dalebout dat verdachte weliswaar heeft meegewerkt aan de contacten met de onderzoeker, maar dat hij heeft geweigerd te spreken over de ten laste gelegde feiten. Voorts heeft het onderzoek onvoldoende informatie opgeleverd om op betrouwbare wijze uitspraken te doen over de persoon van verdachte. De psycholoog kan op grond van de beschikbare informatie dan ook geen betrouwbare uitspraken doen met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

In opdracht van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank is verdachte van 20 oktober 2016 tot 8 december 2016 ter observatie opgenomen geweest in het Pieter Baan Centrum te Utrecht (PBC). Door de psychiater M.M. Sprock en de psycholoog C.T.H.M. Salet is op 17 januari 2017 naar aanleiding van deze opname gerapporteerd. Uit het onderzoek in het PBC is naar voren gekomen dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, die diagnostisch beschreven kan worden als een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO) met antisociale en afhankelijke trekken. Tevens kan gesproken worden van afhankelijkheid van verschillende middelen. Zowel de persoonlijkheidsstoornis als de middelenafhankelijkheid was ten tijde van het tenlastegelegde aanwezig. Daarnaast is er sprake van hersenletsel als gevolg van een auto-ongeluk.

Het onderzoek in het PBC is echter beperkt door een gebrek aan (objectieve) informatie van derden en de beperkte openheid van verdachte. Verdachte heeft naar de indruk van de onderzoekers een te eenzijdig rooskleurig beeld van zichzelf geschetst.

Het middelengebruik is in theorie drempelverlagend, maar hoe dit bij verdachte precies werkt, is niet helder geworden vanwege de beperkte openheid van verdachte ten aanzien van zijn justitieel verleden en het feit dat referenten hierover geen informatie hebben verschaft.

Ook vanuit de persoonlijkheidsstoornis kan geen doorwerking gezien worden in de ten laste gelegde feiten. Er is te weinig zicht gekomen op de dynamiek ten tijde van het tenlastegelegde. De ten laste gelegde feiten kunnen op basis van de beschikbare (beperkte) informatie niet worden geplaatst in het patroon van verdachtes leven.

Wat betreft het hersenletsel is niet te achterhalen hoe dit zich een jaar geleden, ten tijde van de ten laste gelegde feiten, manifesteerde en óf en zo ja, in hoeverre, dit destijds het functioneren van verdachte beïnvloedde.

Gezien het bovenstaande komen de rapporteurs tot de conclusie dat er op basis van het huidige onderzoek geen verband kan worden vastgesteld tussen de ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte enerzijds en het tenlastegelegde anderzijds.

De deskundigen Sprock en Salet zijn ter zitting gehoord. Zij hebben de conclusies van hun onderzoek nader toegelicht en gehandhaafd.

De rechtbank verbindt aan de bevindingen van de rapporteurs de gevolgtrekking dat de bewezen verklaarde feiten verdachte volledig kunnen worden toegerekend.

Nu er ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, is verdachte strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Eind 2015 heeft aangeefster verdachte leren kennen via een datingsite. Al bij een van de eerste ontmoetingen vroeg verdachte om geld. Verdachte bleek filmopnamen te hebben gemaakt, waarop te zien was dat aangeefster seks met hem had en hij dreigde deze opnamen openbaar te maken als zij hem geen geld zou geven. Aangeefster heeft een bedrag van 5.000 euro aan verdachte overgemaakt in de hoop dan van hem af te zijn, maar dit bleek ijdele hoop. Het was slechts het begin van een ware nachtmerrie, die ongeveer zeven weken heeft geduurd. In deze periode is het slachtoffer door verdachte van haar vrijheid beroofd, stelselmatig en op mensonterende wijze mishandeld, seksueel misbruikt, bedreigd, uitgehongerd en vernederd en zijn haar al haar financiële middelen ontnomen.

Zo heeft verdachte het slachtoffer veelvuldig geschopt en geslagen, met zijn vuisten of met krukken, heeft hij brandende sigaretten tegen haar lichaam gedrukt en heeft hij de vlam van een gasbrander tegen haar hoofd en lichaam gehouden. Het slachtoffer heeft aan de mishandelingen tientallen brandwonden en blijvende schade aan haar oor overgehouden.

Verder is het slachtoffer in deze periode dagelijks, vaak meerdere malen per dag, verkracht (vaginaal, oraal en anaal).

Verdachte heeft het slachtoffer voorts meermalen bedreigd door met een vuurwapen opzettelijk in haar richting te schieten.

De mishandelingen, verkrachtingen en bedreigingen hebben zich voor het grootste deel afgespeeld in de eigen woning van het slachtoffer. Dit maakt de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en de aantasting van het gevoel van veiligheid van het slachtoffer extra groot en indringend. De eigen woning is immers bij uitstek de plek waar een ieder zich veilig en beschermd moet weten.

Verdachte heeft het slachtoffer stelselmatig voeding onthouden, dan wel haar gedwongen om bedorven voedsel te eten. Verdachte heeft het slachtoffer urine laten drinken en zijn ontlasting laten eten. Ook heeft hij haar gedwongen om grote hoeveelheden alcohol te drinken en harddrugs te gebruiken. De gezondheid van het slachtoffer is hierdoor ernstig geschaad. Bij medisch onderzoek bleken de leverwaardes van het slachtoffer zo slecht, dat van geluk gesproken mag worden dat zij niet het leven heeft gelaten.

Er zijn door verdachte tientallen opnames gemaakt waarop niet alleen te zien en te horen is dat het slachtoffer door hem wordt mishandeld, maar ook dat zij drugs gebruikt en seksuele handelingen verricht. Verdachte heeft vele malen gedreigd om deze beelden te verspreiden.

Verdachte heeft het slachtoffer wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd, niet alleen door haar fysiek te beletten de woning te verlaten – onder meer door haar vast te binden en een strop om haar nek te doen – maar ook heeft hij door het afnemen van haar telefoon, bankpassen en autosleutels, het drogeren, het beletten van contact met familie en vrienden, en door het dreigen met het vuurwapen en met openbaarmaking van de compromitterende beelden, het slachtoffer in een zodanig afhankelijke en dreigende situatie gebracht dat zij niet in staat was zich aan de macht van verdachte te onttrekken.

Bovendien heeft verdachte door het hiervoor geschetste geweld, de bedreigingen met geweld en door te dreigen met verspreiding van compromitterende foto’s en filmpjes het slachtoffer gedwongen tot de afgifte van grote geldbedragen. Zo heeft hij haar onder meer gedwongen om een lening van tienduizenden euro’s aan te gaan en het geld naar zijn, verdachtes, rekening over te maken. Ook heeft het slachtoffer de saldi van haar spaar- en beleggingsrekeningen naar verdachte moeten overboeken. Verder heeft verdachte de pinpassen en creditcards van het slachtoffer afgenomen, haar de bijbehorende pincodes afgetroggeld en hiermee vervolgens betalingen gedaan. Het is niet overdreven te stellen dat zij door verdachte financieel volledig is kaalgeplukt.

Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van de bewezen verklaarde feiten vrijwel continu onder invloed was van drugs, met name GHB, en dat hij feitelijk niet wist wat hij deed. Het dossier bevat echter transscripties van Whatsapp-gesprekken van verdachte met zijn broer en met zijn zuster, waaruit kan worden afgeleid dat verdachte doelbewust en planmatig bezig is geweest om het slachtoffer zoveel mogelijk geld afhandig te maken, met als kennelijk einddoel de woning van aangeefster op zijn naam te krijgen en te verkopen.

De gevolgen van de door verdachte gepleegde feiten voor het slachtoffer zijn enorm. Niet alleen is haar grote materiële schade toegebracht, maar ook lichamelijk en vooral psychisch zal zij nog lange tijd – en wellicht de rest van haar leven – de nadelige gevolgen ondervinden. Het slachtoffer heeft zich onder behandeling moeten stellen van een psycholoog. Uit informatie van de behandelend psycholoog blijkt dat het slachtoffer is gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis. Zij heeft traumagerelateerde klachten als herbelevingen, vermijding en verhoogde prikkelbaarheid en er is sprake van disfunctioneren in haar leven op meerdere levensgebieden. Dit rekent de rechtbank verdachte zeer aan.

Daarnaast weegt de rechtbank mee dat deze feiten de rechtsorde ernstig hebben geschokt en grote gevoelens van angst en onveiligheid teweegbrengen. Dat klemt in dit geval temeer nu aangeefster een willekeurig slachtoffer lijkt te zijn geweest die op het pad van verdachte terecht is gekomen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 14 december 2016, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van onder meer vermogens- en geweldsdelicten onherroepelijk tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op:

  • -

    het psychiatrisch rapport, gedateerd 10 juli 2016, van D.J. Ploemen, psychiater;

  • -

    het psychologisch rapport, gedateerd 14 juli 2016, van P.D. Dalebout, gz-psycholoog;

  • -

    het multidisciplinair rapport, gedateerd17 januari 2017, van M.M. Sprock, psychiater, en C.T.H.M. Salet, psycholoog, beiden verbonden aan het PBC te Utrecht.

Zoals hiervoor in het kader van de strafbaarheid van verdachte reeds besproken, is er blijkens de bevindingen van de deskundigen van het PBC bij verdachte weliswaar sprake van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO) met antisociale en afhankelijke trekken, afhankelijkheid van verschillende middelen en hersenletsel, maar hebben de deskundigen geen verband kunnen vaststellen tussen de ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte enerzijds en het tenlastegelegde anderzijds. De deskundigen kunnen daarom ook geen uitspraken doen over de kans op recidive en de wenselijkheid van behandelingen.

De rechtbank acht verdachte gelet op het vorenstaande volledig toerekeningsvatbaar voor de bewezen verklaarde feiten.

De bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, zijn zo buitengewoon ernstig, dat het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van zeer lange duur gerechtvaardigd is. De rechtbank ziet bij het bepalen van de duur van deze straf geen aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren. Naar het oordeel van de rechtbank is met deze eis voldoende rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die naar voren komen in het rapport van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum. De rechtbank heeft zich er rekenschap van gegeven dat een dergelijk langdurige gevangenisstraf over het algemeen pleegt te worden opgelegd bij levensdelicten of bij ernstige delicten met meerdere slachtoffers. Gelet echter op de buitengewone ernst en frequentie van de bewezen verklaarde feiten, alsmede de lange duur van de periode waarbinnen deze feiten stelselmatig hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank in dit geval deze staf passend en geboden.

Bevel gevangenneming

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de gevangenneming van verdachte zal bevelen ter zake van feit 5.

De rechtbank stelt vast dat het onder 5 ten laste gelegde feit niet voorkomt op de vordering tot inbewaringstelling en derhalve tot nog toe niet mede ten grondslag heeft gelegen aan de voorlopige hechtenis van verdachte.

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie toewijzen. Aan de wettelijke voorwaarden daartoe, zoals neergelegd in de artikelen 67 en 67a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), is voldaan. Het door de rechtbank onder 5 bewezen verklaarde feit betreft een misdrijf (verkrachting, meermalen gepleegd) waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Aldus is voldaan aan artikel 67 Sv. Gelet op de beslissing van de rechtbank tot bewezenverklaring van het onder 5 ten laste gelegde feit en oplegging van een gevangenisstraf, zijn ook de ernstige bezwaren als bedoeld in artikel 67, derde lid, Sv tegen verdachte aanwezig. De ingevolge artikel 67a Sv benodigde grond voor de voorlopige hechtenis is gelegen in de omstandigheid dat het feiten betreft waarop een gevangenisstraf van minimaal 12 jaren is gesteld en de rechtsorde ernstig is geschokt door de bewezen verklaarde betrokkenheid van verdachte bij dit feit.

7 In beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de volgende onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten

- zwarte Samsung GSM (goednummer 573374)

- Samsung GSM (goednummer 573376)

- Tablet Samsung (goednummer 578335)

- Laptop Acer (goednummer 578352)

- Laptop Acer (goednummer 578356)

- Asus laptop (goednummer 575142)

- Asus Laptop (goednummer 578751)

dienen te worden verbeurd verklaard.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de voorwerpen met de nummers 573376 (Samsung GSM) respectievelijk 578751 (Asus Laptop) aan verdachte toebehoren en dat die voorwerpen uit de baten van het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit zijn verkregen.

Voor de overige voorwerpen geldt dat de onder 1, 2 en 5 bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

teruggave aan rechthebbende

De rechtbank is van oordeel dat de volgende onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten

- bruine LG GMS (goednummer 573375)

- Fotocamera Olympus (goednummer 578325)

- zwarte LG GSM (goednummer 578339)

- Medion externe harde schijf (goednummer 578340)

- USB stick (goednummer 578744)

- USB stick tissue tek (goednummer 578557)

- USB stick Pny Attache (goednummer 578121)

- DVD speler (goednummer 578575)

- Samsung harde schijf (goednummer 578582)

- Samsung harde schijf (goednummer 578583)

-Samsung harde schijf (goednummer 578584)

- Laptop HP (goednummer 578587)

- Laptop HP (goednummer 578588)

- Guldenmunten (goednummer 581746)

dienen te worden teruggegeven aan [slachtoffer] , aangezien zij redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat de volgende onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten

- Tomtom navigatie (goednummer 578331)

- Laptop Compaq (goednummer 578358)

- MP3 speler (goednummer 581741)

dienen te worden teruggegeven aan verdachte, nu hij is aan te merken als rechthebbende en het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft door tussenkomst van haar raadsvrouw mr. L.M. Wagemaker, advocaat te Hoorn, tegen verdachte een vordering ingediend tot vergoeding van € 64.685,17 wegens materiële schade en € 72.500,- wegens immateriële schade die zij als gevolg van de ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Mr. Wagemaker heeft de vordering ter zitting nader toegelicht.

De officier van justitie heeft, op de gronden zoals uiteengezet in het schriftelijk requisitoir, geconcludeerd tot toewijzing van vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 56.371,65 en van vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 30.000,-.

De raadsman van verdachte heeft te kennen gegeven zich wat betreft de vergoeding van materiële schade te kunnen vinden in de conclusie van de officier van justitie, met de kanttekening dat het bedrag van € 1.531,32 voor rente en aflossing in mindering moet worden gebracht, omdat dit een dubbeltelling oplevert.

Wat betreft de immateriële schade is de raadsman van mening dat het door de officier van justitie genoemde bedrag van € 30.000,- de absolute bovengrens is en dat een verdere matiging geboden is.

De bedragen die in de toelichting op de vordering (hierna: de toelichting) onder de punten a tot en met e zijn genoemd, opgeteld € 93.949,38, betreffen geld van de benadeelde partij dat verdachte zich door middel van bancaire transacties, contante geldopnamen en creditcard- en pinbetalingen wederrechtelijk heeft toegeëigend. Deze schade vloeit derhalve rechtstreeks voort uit het onder 1 bewezen verklaarde feit en de omvang ervan is niet betwist, zodat deze schadeposten tot het gevorderde bedrag voor vergoeding in aanmerking komen. Datzelfde geldt voor de onder punt g van de toelichting genoemde aanvullende bankkosten ten bedrage van € 79,81.

De kosten voor aflossing op de door benadeelde onder dwang afgesloten lening (punt f van de toelichting) komen niet voor toewijzing aanmerking, nu dit een dubbeling oplevert ten opzichte van de hoofdsom van de lening (punt a van de toelichting). De benadeelde partij zal in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard worden.

Het geldbedrag dat benadeelde van haar ouders heeft geleend (punt h van de toelichting) komt evenmin voor toewijzing in aanmerking. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit geen schade die rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. De benadeelde partij zal in dit deel van de vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaard worden.

Anders dan de officier van justitie en de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat de schade aan een tweetal hotelkamers, die door verdachte is veroorzaakt en die door de betreffende hotels op de benadeelde partij wordt verhaald, wel degelijk is aan te merken als schade die rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal het hiermee gemoeide bedrag van in totaal € 2.281,47 (punt i van de toelichting) dan ook toewijzen.

De onder punt j in de toelichting opgevoerde diverse kosten, waartegen geen verweer is gevoerd, acht de rechtbank tot een bedrag van € 813,03 eveneens als rechtstreeks uit de bewezen verklaarde feiten voortvloeiende schade toewijsbaar. De rechtbank maakt hierbij de kanttekening dat de posten ‘aanschaf cartridges en kopieerpapier’ (€ 43,64) en ‘onderzoek haaranalyse’ (€ 399,30) moeten worden aangemerkt als proceskosten (en als zodanig zullen worden toegewezen) en daarmee buiten het bereik van de op te leggen schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr vallen.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de kosten voor – kort gezegd – het leeghalen en opnieuw inrichten van de woning van de benadeelde (punten k en l van de toelichting) schade betreft die rechtstreeks voortvloeit uit de bewezen verklaarde feiten. De verdediging heeft de omvang van deze schadeposten niet bestreden. De rechtbank zal deze kosten ad € 930,35 respectievelijk € 12.042,05 dan ook toewijzen.

Opgeteld bedraagt de materiële schade die voor vergoeding in aanmerking komt € 110.096,09. Vaststaat dat de benadeelde partij inmiddels een bedrag van € 51.601,06 heeft ontvangen. Dit betekent dat de materiele schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 58.052,09 (€ 110.096,09 minus € 51.601,06 minus € 442,94 aan proceskosten).

Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende. Niet in geschil is dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezen verklaarde feiten immateriële schade heeft geleden. Dit is door de benadeelde partij uitvoerig toegelicht in de schriftelijke toelichting op de vordering en de slachtofferverklaring. Daaruit blijkt dat de psychische gevolgen voor de benadeelde enorm zijn. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 50,000,- billijk voor en zal dit onderdeel van de vordering in zoverre toewijzen. Voor het overige zal de benadeelde partij in dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard worden.

In totaal zal de vordering dus worden toegewezen tot een bedrag van € 108.052,09, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden tot op heden begroot op € 442,94 inclusief BTW.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden desgewenst aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde handelen aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, op de hierna te melden wijze.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 33, 33a, 36f, 57, 242, 285, 300, 311, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht zijn van toepassing, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

 Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van € 108.052,09 (honderdachtduizend tweeënvijftig euro en negen cent), bestaande uit € 58.052,09 voor de materiële en € 50.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 442,94 (vierhonderdtweeënveertig euro en vierennegentig cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

 Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 108.052,09 (honderdachtduizend tweeënvijftig euro en negen cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

 Verklaart verbeurd:

- zwarte Samsung GSM (goednummer 573374)

- Samsung GSM (goednummer 573376)

- Tablet Samsung (goednummer 578335)

- Laptop Acer (goednummer 578352)

- Laptop Acer (goednummer 578356)

- Asus laptop (goednummer 575142)

- Asus Laptop (goednummer 578751).

 Gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer] , van:

- bruine LG GMS (goednummer 573375)

- Fotocamera Olympus (goednummer 578325)

- zwarte LG GSM (goednummer 578339)

- Medion externe harde schijf (goednummer 578340)

- USB stick (goednummer 578744)

- USB stick tissue tek (goednummer 578557)

- USB stick Pny Attache (goednummer 578121)

- DVD speler (goednummer 578575)

- Samsung harde schijf (goednummer 578582)

- Samsung harde schijf (goednummer 578583)

-Samsung harde schijf (goednummer 578584)

- Laptop HP (goednummer 578587)

- Laptop HP (goednummer 578588)

- Guldenmunten (goednummer 581746).

 Gelast de teruggave aan verdachte van:

- Tomtom navigatie (goednummer 578331)

- Laptop Compaq (goednummer 578358)

- MP3 speler (goednummer 581741).

 Beveelt de gevangenneming van verdachte ter zake van feit 5.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Stalenhoef, voorzitter,

mr. T. van Muijden en mr. N. Boots, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier A. Helder,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 februari 2017.