Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:8172

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
25-10-2017
Zaaknummer
C/15/257712 / FA RK 17-2171
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

herroeping adoptie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2018/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/257712 / FA RK 17-2171

beschikking van 4 oktober 2017 betreffende herroeping adoptie

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoekster,

advocaat: mr. J.H.M. de Boer, kantoorhoudende te Alkmaar,

--tegen--

[adoptievader] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de adoptievader,

en

[adoptiemoeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de adoptiemoeder.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekster, ingekomen op 7 april 2017;

- de brief van de adoptiemoeder, ingekomen op 22 mei 2017;

- de brief van de adoptievader, ingekomen 24 mei 2017.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 september 2017 in aanwezigheid van verzoekster bijgestaan door mr. J.H.M. de Boer. Ter morele ondersteuning van verzoekster is tevens verschenen de heer [naam] . De adoptievader en de adoptiemoeder zijn met afbericht niet verschenen.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Verzoekster is op [geboortedatum] te [plaats] , geboren. Haar biologische moeder is genaamd: [biologische moeder] en haar biologische vader is genaamd: [biologische vader] .

2.2

Bij beschikking van de rechtbank Alkmaar van 25 oktober 1985 is de adoptie uitgesproken van verzoekster door de adoptievader en de adoptiemoeder. Blijkens de geboorteakte van verzoekster is verzoekster sinds [datum] geadopteerd door de adoptievader en de adoptiemoeder.

3 Het verzoek

3.1

Verzoekster heeft verzocht de door de rechtbank Alkmaar op 25 oktober 1985 uitgesproken adoptie te herroepen.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd. Verzoekster heeft een adoptiezus, [adoptiezus] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , die ook door de adoptievader en de adoptiemoeder is geadopteerd. De adoptievader en de adoptiemoeder zijn gescheiden toen verzoekster ongeveer 12 jaar oud was.

Herroeping van de adoptie is in haar kennelijk belang. Zij wil op geen enkele wijze nog contact met haar adoptievader en adoptiemoeder en [adoptiezus] hebben en zij wil de juridische en emotionele banden met hen geheel verbreken. Zij wil op zoek naar haar eigen identiteit, onder meer door op zoek te gaan naar haar biologische ouders.

Verzoekster stelt dat zij door de adoptievader seksueel is misbruikt vanaf haar 4e levensjaar tot haar 14e levensjaar. De adoptiemoeder heeft hierover altijd een “neutraal” standpunt ingenomen en heeft, voor het gevoel van verzoekster, daarmee de kant gekozen van de adoptievader.

Toen verzoekster 22 jaar oud was heeft zij voor het eerst over haar verleden kunnen praten met een psycholoog. Zij heeft toen pas onder ogen willen/kunnen zien wat zich in het verleden heeft afgespeeld. Zij heeft uiteindelijk aangifte gedaan van het seksueel misbruik toen zij 24 jaar oud was. Er is een strafrechtelijk onderzoek geweest dat lange tijd heeft geduurd. De adoptievader is echter nooit veroordeeld.

Vanaf haar jeugd heeft verzoekster een slechte verstandhouding met de adoptievader en de adoptiemoeder gehad, het misbruik heeft daar zeker in mee gespeeld. Van haar 22e levensjaar tot haar 32e levensjaar heeft verzoekster helemaal geen contact gehad met de adoptievader. In die periode heeft zij nog wel af en toe contact gehad met de adoptiemoeder en [adoptiezus] , hoewel dat contact altijd moeizaam is geweest. Ongeveer drie jaar geleden heeft verzoekster weer contact gezocht met de adoptievader, zij kan niet goed uitleggen waarom zij deze behoefte voelde. Tot januari 2017 heeft zij af en toe contact gehad met de adoptievader. In januari 2017 heeft verzoekster haar wens om de adoptie te laten herroepen uitgesproken tegenover de adoptievader, adoptiemoeder en [adoptiezus] . Vanaf kort daarna is er bewust geen contact meer geweest. De adoptievader heeft aangegeven tegen die wens geen “nee” te zeggen en de adoptiemoeder heeft niet gereageerd. [adoptiezus] heeft aangegeven dan geen verder contact met verzoekster te willen hebben.

Verzoekster wil geen kind meer zijn van haar adoptieouders en het verleden achter zich laten. Zij wil door de herroeping van de adoptie een statement maken voor zichzelf en dit zal, naar zij verwacht, rust brengen in haar leven. Zij is gestart met een zoektocht naar haar biologische ouders, maar zij wil hier pas mee verder gaan als deze procedure achter de rug is. Hetzelfde geldt voor de door verzoekster gewenste achternaamwijziging.

Zij zal door herroeping van de adoptie niet de Nederlandse nationaliteit verliezen.

Verzoekster is zich er van bewust dat zij het verzoek niet heeft ingediend binnen de in artikel 231, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gestelde termijn. Onder verwijzing naar diverse uitspraken van rechtbanken, meent verzoekster dat dit op grond van het navolgende niet aan toewijzing van het verzoek in de weg dient te staan. Zij was niet eerder bekend met de mogelijkheid van herroeping van een adoptie. Als zij daarvan wel op de hoogte was geweest, zou zij hiertoe in geestelijk en emotioneel opzicht ook niet eerder in staat zijn geweest. Omdat het strafrechtelijk onderzoek naar het seksueel misbruik lang heeft geduurd slokte dit alle tijd en energie van verzoekster op, waardoor het starten van een procedure tot herroeping van de adoptie op dat moment voor haar niet haalbaar was. Het bepaalde in artikel 1:231, tweede lid, BW vormt een onaanvaardbare inbreuk op haar recht om de eigen identiteit te hervinden. Met verwijzing naar artikel 8 EVRM stelt verzoekster dat genoemde termijn een onaanvaardbare beperking oplegt om over een zo fundamentele kwestie als herroeping van een adoptie te kunnen beslissen. Tenslotte stelt verzoekster dat de met de wettelijke termijn beoogde rechtszekerheid niet in het geding is.

4 Standpunt adoptievader en adoptiemoeder

4.1

De adoptievader heeft in voormelde brief het volgende meegedeeld. De beschuldiging van misbruik is onterecht en ervaar ik als zeer kwetsend. Verzoekster lijkt van mening te zijn dat nog verdere vergroting van de afstand tot haar adoptieouders voor haar heilzaam zal zijn. Zelfs zodanig dat het herroepen van de adoptie haar streven is geworden. Bij deze poging wil ik haar niet in de weg staan en ik zal dan ook geen verweer indienen. Ik wil ook niet op de zitting verschijnen. Ik hoop voor haar dat haar poging slaagt en zij voortaan meer levensgeluk zal ervaren.

4.2

De adoptiemoeder heeft in voormelde brief het volgende meegedeeld. De in het verzoekschrift beschreven argumenten van verzoekster herken ik niet. Maar als dit de belevingswereld van verzoekster is, dan heb ik geen behoefte me daartegen of tegen een herroeping van de adoptie te verweren. Ik zal dan ook niet uit eigen beweging op de zitting verschijnen.

5 Beoordeling

5.1

Het verzoek is gestoeld op artikel 1:231 BW. In dit artikel is bepaald dat het verzoek tot herroeping van de adoptie ingediend moet worden niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. Verzoekster was ten tijde van de indiening van het verzoek 34 jaar oud. Hiermee is de termijn ruimschoots overschreden. Verzoekster heeft als reden hiervoor aangevoerd dat zij niet eerder bekend was met de mogelijkheid van herroeping van een adoptie en, indien zij van die mogelijkheid wel op de hoogte zou zijn geweest, dat zij hiertoe niet eerder in staat was, gelet op haar hierboven onder 3.2 weergegeven geschiedenis met de adoptievader en de adoptiemoeder. Ter zitting is door verzoekster in dit kader nog het volgende naar voren gebracht. Eerst nadat verzoekster in januari 2017 de keuze had gemaakt om alle banden en het contact met de adoptieouders te verbreken, was zij “klaar” om het verzoek in te dienen. Verzoekster heeft in januari 2017 aan de adoptiemoeder een brief gestuurd, waarin zij heeft aangekondigd dat zij het onderhavige verzoek zou gaan indienen. Zij heeft in januari 2017 de adoptievader telefonisch op de hoogte gesteld van deze stap, waarna er nog twee maal telefonisch contact is geweest tussen verzoekster en de adoptievader. Verzoekster heeft ook [adoptiezus] telefonisch ingelicht over haar keuze en daarbij aangegeven dat die keuze wat verzoekster betreft voor hun onderlinge relatie niets uit zou maken. [adoptiezus] had daar een ander idee over en sindsdien is er geen contact meer tussen verzoekster en [adoptiezus] . Hoewel verzoekster wel openstaat voor contact met [adoptiezus] , zal zij daarin zelf geen initiatief nemen. Verzoekster heeft verklaard sinds het verbreken van alle contacten met de adoptievader en –moeder begin van dit jaar daadwerkelijk een gevoel van bevrijding te ervaren.

De in de wet opgenomen termijnen hebben volgens verzoekster onder andere als doel de belangen van belanghebbenden te waarborgen. De adoptieouders hebben het verzoek niet weersproken, dus hun belangen worden niet geschaad.

5.2

Met betrekking tot het beroep van verzoekster op artikel 8 EVRM dat het bepaalde in artikel 1:231, tweede lid, BW een onaanvaardbare inbreuk vormt op haar recht en belang bij herroeping van de adoptie, overweegt de rechtbank als volgt.

In beginsel is het stellen van termijnen geen ongerechtvaardigde inmenging in het door artikel 8 EVRM beschermde recht op “family life”, nu de in de wet gegeven termijnen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving teneinde de rechtszekerheid te waarborgen en voorts ter bescherming van de belangen van de betrokkenen in de van toepassing zijnde wettelijke bepaling. In artikel 1:231 BW gaat het om het belang van verzoekster en dient de genoemde termijn ter bescherming van dit belang. Verzoekster behoeft in dit geval echter geen bescherming, maar heeft er juist belang bij dat de juridische familieband tussen haar en de adoptievader en de adoptiemoeder wordt verbroken. De rechtbank acht toepassing van de in artikel 1:231, tweede lid, BW gestelde termijn in de in deze zaak geschetste omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dat de overschrijding van de termijn zeer ruim is doet daar niet aan af. Een verzoek tot herroeping is een zeer ingrijpende keuze, waarvan goed voorstelbaar is dat die keuze op jonge leeftijd nog niet gemaakt kan worden en waarbij niet valt uit te sluiten dat een geadopteerde in de eerste jaren van meerderjarigheid onvoldoende in staat is de reikwijdte van een dergelijke keuze te overzien. Het afstand nemen van de adoptievader en de adoptiemoeder kan een langdurig proces zijn en daardoor leiden tot een - lange - termijnoverschrijding, zo ook hier. De rechtbank is in dit geval dan ook van oordeel dat toepassing van voornoemde termijn een ongerechtvaardigde inmenging in het gezinsleven in de zin van artikel 8, tweede lid, EVRM betekent. De rechtbank laat in dit geval de termijn buiten beschouwing. Verzoekster is ontvankelijk in haar verzoek.

5.3

Gelet op de stukken, voormelde brieven van de adoptievader en de adoptiemoeder en het verhandelde ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat herroeping van de adoptie in het kennelijk belang van verzoekster is. Daarbij heeft de rechtbank met name het volgende in aanmerking genomen. Verzoekster heeft ter zitting uiteengezet waarop zij de verwachting baseert dat herroeping van haar adoptie haar in staat zal stellen los te komen van haar verleden met de adoptieouders en dat dit haar geestelijk welbevinden ten goede zal komen. Verzoekster wordt hierin ondersteund door haar behandelend psycholoog, hetgeen naar voren komt uit een door de advocaat van verzoekster ter zitting geciteerde passage uit het verslag van de psycholoog. De rechtbank is van oordeel dat met deze inschatting herroeping in het kennelijk belang van verzoekster moet worden geacht.

5.4

De rechtbank is op grond van het vorenstaande in gemoede overtuigd van de redelijkheid van het verzoek. Het verzoek van verzoekster zal dan ook worden toegewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

4.1

herroept de adoptie van [verzoekster], op [geboortedatum] te [plaats] , door [adoptievader] en [adoptiemoeder] ;

4.2

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] een latere vermelding van de herroeping van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

4.3

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] .

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Roubos, voorzitter, mr. W.C. Oosterbroek en mr. F.A. Egter van Wissekerke, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2017.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.