Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:8090

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-10-2017
Datum publicatie
11-09-2018
Zaaknummer
C/15/257479 / HA ZA 17-265
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebruik sportaccommodatie zonder recht of titel, en dus onrechtmatig?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/257479 / HA ZA 17-265

Vonnis van 11 oktober 2017

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HAARLEM,

zetelend te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. M.W. Langhout te Haarlem,

tegen

1. de stichting

STICHTING HAARLEMMERS VOOR HAARLEMMERS,

gevestigd te Haarlem,

2. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK AAN HET TENNISPAD 2 TE HAARLEM,

gedaagden,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem.

Partijen zullen hierna de Gemeente, de Stichting en gedaagden sub 2 genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 7 juni 2017

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 september 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente is eigenaresse van de onroerende zaak met opstallen plaatselijk bekend als Tennispad 2 te Haarlem. Bedoeld perceel heeft een oppervlakte van ongeveer 19.545 vierkante meter. Tot 2012 was het in gebruik als sportaccommodatie voor de Haarlemse voetbalclub Young Boys. De accommodatie (hierna: de Sportaccommodatie) bestaat uit een clubgebouw, kleedruimte en sportvelden.

2.2.

Met ingang van 1 januari 2008 heeft de Gemeente met SRO Kennemerland B.V. (hierna: SRO) een huurovereenkomst gesloten voor verhuur van de Sportaccommodatie. Per 1 juni 2016 is deze overeenkomst met wederzijds goedvinden beëindigd.

2.3.

SRO heeft de Stichting op basis van een gebruiksovereenkomst van 3 augustus 2012 (hierna: de Gebruiksovereenkomst) in de gelegenheid gesteld om met ingang van 1 juli 2012 “de bestuurskamer van het clubgebouw” van de Sportaccommodatie in gebruik te nemen “als opslagruimte”. SRO en de Stichting zijn overeengekomen dat de Stichting voor dit gebruik geen vergoeding is verschuldigd.

2.4.

De Stichting zet zich in voor een goed doel, te weten het bieden van hulp aan mensen/huishoudens in Haarlem, die het financieel zwaar hebben. Zij verzamelt inboedel/huisraad van inwoners, haalt die huisraad op bij mensen thuis, slaat deze op en distribueert deze huisraad vervolgens onder bedoelde doelgroep. De Stichting vraagt hiervoor geen vergoeding. Zij draait op vrijwilligers.

2.5.

Van die vrijwilligers is ongeveer 20% statushouder, 30% tot 50% is lid van een motorclub (met name van de Trailer Trash Travellers) en van de overigen is niet bekend wat zij daarnaast doen.

2.6.

SRO heeft de Gebruiksovereenkomst bij brief van 24 maart 2016, met verwijzing naar de beëindiging van de huurovereenkomst tussen haar en de Gemeente, aan de Stichting opgezegd tegen 30 juni 2016. De Stichting heeft bij e-mail bericht van 6 april 2016 geantwoord dat zij met deze opzegging niet accoord gaat. In artikel 3 van de Gebruiksovereenkomst is bepaald als volgt:

Duur, verlenging en opzegging

3.1

Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 6 maanden , ingaande op 1 juli 2012 en lopende tot en met 31 december 2012 . Danwel totdat er een sportvereniging de accommodatie inclusief clubgebouw huurt.

3.2.

Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van 1 maand, derhalve tot en met 31 januari 2013. Deze overeenkomst wordt vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkens 1 maand.

(…)

2.7.

Bij vonnis van 14 september 2016 heeft de kantonrechter bij deze rechtbank de ontruimingsvorderingen van SRO tegen de Stichting bij verstek toegewezen. In de daarop gevolgde verzet-procedure heeft de kantonrechter bij vonnis van 12 december 2016 het vonnis van 14 september 2016 vernietigd en de vorderingen van SRO alsnog afgewezen.

2.8.

In een mutatie-rapport van de politie naar aanleiding van een HIC-controle op vrijdag 9 december 2016 door twee ambtenaren van de politie is onder meer het navolgende opgenomen:

Rapps zagen dat het pand er vervallen uit zag. Het was dan ook opvallend te noemen dat er rondom het gehele pand gloednieuw-ogende cameras aan de gevels hingen. Rapp heeft zo snel al 4 of 5 cameras kunnen tellen. (…) Rapps zagen dat er 1 persoon bij het groene hek, gelegen aan de zuidzijde van het pand, stond. Wij zagen dat het hek geopend was. Rapps kregen de indruk dat de persoon bij het hek het terrein van het pand aan het bewaken was. Hij had een afwachtende houding, stond met zijn capuchon op zijn hoofd en had een lederen hesje aan. (…)

Terwijl Rapps staan te praten met de man kwamen er 4 personen het terrein opgelopen. Dit langs Rapps en de man bij het hek. (…) Van de 4 personen waren er 3 gekleed in hesjes van de Trailer Trash Travellers. Deze drie personen bleven een beetje hangen bij rapps en de man bij het hek. De vierde persoon was gekleed in een hesje van de Hells Angels. (…)

Er volgde een aantal interessante opmerkingen richting rapp (…). Hieronder een opsomming van de gehoorde uitspraken:

(…)

  • -

    “Als je voorbij het hek durft te komen gaan er tanden van jullie sneuvelen. Zeker weten” (uitspraak [A.])

  • -

    “Je moet niet denken dat je bij ons binnen kunt komen, dan moet je met veel zijn en gaat er wat gebeuren” (uitspraak [A.]).

2.9.

In een proces-verbaal van de Hoofdafdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving van de Gemeente van een op vrijdag 3 maart 2017 gehouden controle op de naleving van de Drank- en Horecawet door 5 ambtenaren van politie en 5 van de Gemeente (waarvan twee toezichthouders Drank- en Horecawet) is onder meer het volgende opgenomen:

Ik hoorde een ander lid zeggen dat wij naar binnen mochten, maar niet met zo veel politie. Ik hoorde dat beide partijen het ermee eens waren dat wij van de gemeente naar binnen mochten, maar onder voorwaarde dat er niet 5 ambtenaren Politie, maar dat er maar 2 ambtenaren van politie mee naar binnen zouden gaan. (…) Ik hoorde [B.] en [C.] instemmend reageren en ik hoorde hen zeggen dat er enkele leden mee naar binnen zouden gaan. (…) Ik hoorde [C.] zei dat wij alleen binnen mochten komen als er achteraf getekend zou worden dat alles klopte en dat wij ter plaatse een pv van onze “ondervindingen” moesten maken.

(…)

Terwijl wij moesten wachten keken wij wat rond in de kantine. Ik zag meerdere foto’s, grote posters en logo’s hangen van de Trailer Trash, ik zag links van de ingang een Hells Angels schilderij hangen. Ik zag in het midden van de ruimte een pooltafel staan, en links langs de muur hoge tafels met barkrukken ervoor staan.

(…)

Tegen de muur bij de zithoek zag ik een beeldscherm staan met daarop 4 verschillende zwart-wit camera-beelden, 2 van de beelden waren gericht op verschillende hoeken van de parkeerplaatsen achter het pand, 1 scherm was gericht op de zijkant van het pand (het Tennispad), op het andere scherm kon je zien dat de camera gericht was op de ingang van het pand en het kleine pleintje ervoor.

(…)

[C.] verklaarde mij dat zij op clubavonden zelf de dranken meenemen, dat als er drank overblijft dat deze of wordt meegenomen, of dat de overgebleven drank in een krat wordt gestopt en opgeruimd worden. De clubavonden zijn besloten en zijn op vaste dagen: “dinsdag en vrijdag”.

2.10.

Bij besluit van 1 augustus 2017 heeft de burgemeester van de Gemeente gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid ex artikel 13b van de Opiumwet om bestuursdwang toe te passen in de vorm van sluiting van het lokaal op perceel Tennispad 2 voor de duur van 12 maanden ingaande 10 augustus 2017. Het besluit is uitgereikt aan de Stichting (ten aanzien van de heer [C.]). In de overwegingen is het volgende opgenomen:

Aangezien in het lokaal op perceel Tennispad 2 een handelshoeveelheid xtc-pillen bij één van de aanwezige leden van de Trailer Trash Travellers is aangetroffen, dient het lokaal op perceel Tennispad 2 gesloten te worden voor een periode van 12 maanden.

3 Het geschil

3.1.

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven feiten vordert de Gemeente samengevat - verklaring voor recht dat gedaagden de Sportaccommodatie zonder recht of titel, en dus onrechtmatig, in gebruik hebben, met hun veroordeling tot ontruiming daarvan binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis, met machtiging van de Gemeente de nakoming van deze ontruimingsveroordeling af te dwingen met behulp van de sterke arm en bepaling dat dit vonnis binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich daar ten tijde van de tenuitvoerlegging bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet, alles met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten en uitvoerbaar bij voorraad.

3.2.

Gedaagden voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gedaagden voeren tot hun verweer aan dat bij de totstandkoming van de Gebruiksovereenkomst tevens tussen de Gemeente en de Stichting de afspraak is gemaakt dat de Stichting van de bestuurskamer van de Sportaccommodatie gebruik zou mogen blijven maken totdat de Gemeente een sportvereniging zou hebben gevonden die weer gebruik zou gaan maken van de Sportaccommodatie. Deze afspraak is in artikel 3 van de Gebruiksovereenkomst niet goed tot uitdrukking gebracht. De Stichting biedt daarom aan om bewijs van de door haar opgevoerde afspraak te leveren door het horen van getuigen.

4.2.

Dit verweer is evenwel niet meer dan een slag in de lucht; er bestaat geen enkel aanknopingspunt voor. Ten eerste is de Gemeente geen partij bij de Gebruiksovereenkomst en wijst niets op een afspraak tussen andere partijen naast die overeenkomst. Voorts laat lezing van lid 1 en lid 2 van artikel 3 van de Gebruiksovereenkomst (als hiervoor in 2.6. weergegeven) geen andere uitleg toe dan dat de in lid 1 opgenomen woorden “Danwel totdat” dienen te worden verstaan als: tenzij eerder. Anders zou lid 2 een overbodige bepaling zijn, waar het (wanneer men de Stichting zou volgen) in alle gevallen (dus ook na 31 december 2012) alleen dan tot een einde van de overeenkomst zou kunnen komen indien een nieuwe gebruiker van de Sportaccommodatie in beeld komt. Door het onderling verband tussen de twee bepalingen is zonder meer duidelijk dat lid 1 de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2012 betreft en lid 2 (“Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode…”) de periode nadien, waarin het in beeld komen van een nieuwe gebruiker niet langer bepalend is voor het eindigen van de overeenkomst.

4.3.

Waar voorts ter comparitiezitting niet langer is betwist door gedaagden en daarmee als vaststaand kan worden aangenomen dat de huurovereenkomst tussen de Gemeente en RSO per 1 juni 2016 met onderling goedvinden is beëindigd, valt niet in te zien op welke grond gedaagden thans nog enig (voortgezet) gebruiksrecht ten aanzien van de bestuurskamer (of andere locaties) van de Sportaccommodatie jegens de Gemeente zouden kunnen geldend maken. Het gebruiksrecht is geëindigd per 1 juli 2016. De opzegging van de Gebruiksovereenkomst door RSO tegen die datum is daarmee in lijn, maar daartoe overigens niet noodzakelijk geweest.

4.4.

Ook gedaagden sub 2 hebben geen recht of titel nog langer in de Sportaccommodatie te verblijven of daar terug te keren, te minder nu i) hun verblijf als of met leden van de Trailer Trash Travellers zich niet heeft beperkt tot de door SRO aan de Stichting in gebruik gegeven bestuurskamer (maar ook de kantine heeft ingenomen), ii) uit de hiervoor weergegeven feiten (met name die in 2.8. tot en met 2.10.) kan worden afgeleid dat hun verblijf in toenemende mate een bedreiging is gaan vormen voor de openbare orde en iii) de Gemeente - naar ook ten aanzien van de Stichting geldt - genoegzaam heeft aangetoond dat zij thans ecologische plannen met de Sportaccommodatie heeft, die zij op korte termijn daadwerkelijk vorm wil gaan geven en waarmee een publiek belang is gemoeid dat aan het belang van gedaagden sub 2 bij voortgezet verblijf in of op de Sportaccommodatie dient te worden ontzegd.

4.5.

Anders dan door gedaagden aangevoerd, ziet de rechtbank in de toedracht van de onderhavige zaak toereikende grondslag om het gevorderde eveneens toe te wijzen waar dat steunt op artikel 557a lid 3 Rv. teneinde een gerealiseerde ontruiming te kunnen handhaven.

4.6.

Gelet op deze uitkomst van het geding zullen gedaagden als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij zal ter begroting van de advocaatkosten worden uitgegaan van twee punten à € 452,00 = € 904,00 met voorts voor verschotten: € 103,11 voor kosten uitbrengen dagvaarding en € 618,00 voor griffierecht.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat gedaagden de Sportaccommodatie zonder recht of titel, en dus onrechtmatig, in gebruik hebben;

5.2.

veroordeelt gedaagden om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de Sportaccommodatie met het hunne en de hunnen te verlaten en te ontruimen en ter vrije beschikking van de Gemeente te stellen en die vervolgens verlaten en ontruimd te houden, met machtiging van de Gemeente, mochten gedaagden nalaten aan deze veroordeling te voldoen, de nakoming daarvan af te dwingen met behulp van de sterke arm der wet;

5.3.

bepaalt dat dit vonnis binnen de in artikel 557a lid 3 Rv. genoemde termijn, i.e. tot een jaar na heden, ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de Sportaccommodatie bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat binnen bedoeld jaar voordoet;

5.4.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 904,00 voor kosten advocaat en op € 721,11 voor verschotten;

5.5.

verklaart vorenstaande ontruimingsveroordeling, de uit hoofde van artikel 557a lid 3 Rv. ten aanzien van de ontruiming uitgesproken bepaling, alsmede de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.P. Ruitinga en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2017.1

1 type: 286 coll: