Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:785

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
C/15/243244 / FA RK 16-2916
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie van een kind dat als alleenstaande minderjarige asielzoeker naar Nederland is gekomen. Verzoekster is op enig moment tijdens haar vrijwilligerswerk met het kind in contact gekomen. Sinds ruim 2 jaar heeft zij het kind verzorgd en opgevoed. Tussen hen is een hechte band ontstaan. Aannemelijk is dat de adoptie in het belang van het kind is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/5049
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/243244 / FA RK 16-2916

beschikking van 1 februari 2017 betreffende adoptie

gegeven op het verzoek van:

[de vrouw] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. P. Dorhout, kantoorhoudende te Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen,

1 Verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 13 mei 2016 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

- de brieven van de advocaat van de vrouw, ingekomen op 16 juni 2016 met bijlagen, op 20 juli 2016 met bijlage, op 9 augustus 2016, op 1 november 2016 en op 19 januari 2017 met bijlage;

- de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] , ingekomen op 5 oktober 2016.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 januari 2017 in aanwezigheid van de vrouw, bijgestaan door mr. P. Dorhout, alsmede [het kind] (verder: [het kind] ), de te adopteren persoon. Bij die gelegenheid heeft [het kind] , nu hij de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, zelf ten overstaan van de rechtbank verklaard dat hij, na toewijzing van het adoptieverzoek, de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” zal hebben.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

[het kind] is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] geboren. In de hierna te noemen geboorte-akte van [het kind] is als naam van de vader opgenomen: [de vader] en als naam van de moeder: [de moeder] .

2.2

De vader en moeder van [het kind] bezitten de Libische nationaliteit. [het kind] is op 29 mei 2014 op het paspoort van zijn overleden oudere (pleeg)broer en met behulp van een visum dat hij op naam van deze broer had aangevraagd per vliegtuig vanuit [plaats] naar [plaats] gereisd. Vanaf [plaats] is hij een dag later naar [plaats] gevlogen. Op 31 mei 2014 heeft [het kind] in Nederland asiel aangevraagd. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 3 september 2014 de aanvraag van [het kind] van 1 juni 2014 tot het verlenen van een “verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd” afgewezen, omdat [plaats] verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Daarbij is bepaald dat dit besluit als overdrachtsbesluit wordt aangemerkt. Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 september 2014 is het beroep van [het kind] tegen voormeld besluit ongegrond verklaard en is het door [het kind] ingediende verzoek om een voorlopige voorziening te treffen afgewezen. [het kind] verblijft sindsdien illegaal in Nederland.

2.3

De vrouw is alleenstaand. De Minister van Justitie heeft op 29 december 2009 ( [nummer] ) aan haar toestemming verleend voor het opnemen van een eerste buitenlands kind. Deze toestemming is bij besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 23 augustus 2013 verlengd tot 24 augustus 2017. Tot een interlandelijke adoptie is het nooit gekomen.

3 Het verzoek

3.1

De vrouw heeft verzocht:

a. de adoptie uit te spreken van [het kind] door haar;

b. de geslachtsnaam van [het kind] te wijzigen in [geslachtsnaam] .

4 Beoordeling van het verzoek

Adoptie

4.1

Door de omstandigheid dat de vrouw de Nederlandse nationaliteit heeft en [het kind] , naar de rechtbank als vaststaand aanneemt, de Libische nationaliteit heeft, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag dient te worden beantwoord of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

4.2

Deze vraag kan op grond van het bepaalde in artikel 3 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in bevestigende zin worden beantwoord, nu de vrouw in Nederland haar gewone verblijfplaats heeft.

4.3

Vervolgens komt aan de orde welk rechtsstelsel op het verzoek van toepassing is.

Op grond van het bepaalde in artikel 105, eerste lid, van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het bepaalde in lid 2, het Nederlandse recht van toepassing. Artikel 10:105, tweede lid, BW bepaalt dat op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen toepasselijk is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. De rechtbank stelt op basis van de in het dossier aanwezige verklaring van de ouders van [het kind] vast dat zij toestemming geven voor de verzochte adoptie.

4.4

De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van [het kind] is. [het kind] is, zonder dat hij het wist, opgegroeid in het gezin van zijn oom en tante. Hij heeft zich daar nooit gewenst gevoeld en het ontbrak hem aan liefde en aandacht. Rond zijn veertiende levensjaar is hem verteld dat de man die hij als zijn oom beschouwde zijn vader was. Zijn biologische ouders wilden vervolgens niets met hem te maken hebben. [het kind] heeft toen besloten bij zijn (pleeg)ouders weg te gaan. Op 31 mei 2014 is [het kind] via [plaats] naar Nederland gekomen. Hij was op dat moment nog minderjarig. In Nederland belandde [het kind] op enig moment op straat. Ook verbleef [het kind] enige tijd in de vluchtgarage in [plaats] . [het kind] heeft in die tijd veel meegemaakt. De vrouw heeft [het kind] leren kennen bij haar werk als vrijwilliger voor vluchtelingen die op straat leven, in [plaats] . Vanaf december 2014 heeft zij [het kind] verzorgd en opgevoed. De vrouw beschouwt [het kind] inmiddels als haar eigen zoon en [het kind] beschouwt de vrouw als zijn (enige) moeder. Het is hun grootste wens deze band te formaliseren.

Tevens is komen vast te staan dat [het kind] , thans en naar redelijkerwijs is te voorzien in de toekomst, niets meer van zijn ouder of ouders in die hoedanigheid te verwachten heeft. Dit leidt ertoe dat, nu ook overigens aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, het verzoek voor toewijzing vatbaar is.

4.5

Bij de stukken bevindt zich het document “Certificate of Birth” (an official extract to prove an event of birth) betreffende de geboorte van [het kind] . Daaruit blijkt dat de vader van [het kind] is genaamd: [de vader] en dat de moeder van [het kind] is genaamd: [de moeder] . Dit document betreft geen voor inschrijving vatbare geboorteakte. Mede gezien de overgelegde stukken en alle andere omstandigheden en aanwijzingen, zal de rechtbank op grond van artikel 1:25c, eerste en derde lid, BW de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen als na te melden.

geslachtsnaam

4.6

De vrouw heeft verzocht de geslachtsnaam van [het kind] te wijzigen in [geslachtsnaam] .

4.7

Op grond van artikel 10:19, eerste lid, BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Ingevolge artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Artikel 10:22, eerste lid, BW bepaalt dat ingeval van verandering van nationaliteit het recht van de staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing is, daaronder begrepen de regel van dat recht betreffende de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam.

4.8

[het kind] bezit, naar de rechtbank als vaststaand aanneemt, thans de Libische nationaliteit. Op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, levert dit een grondslag op voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Het voorgaande brengt mee dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek dat betrekking heeft op de geslachtsnaam en de voornaam van [het kind] .

4.9

[het kind] is het eerste kind tot wie de vrouw in familierechtelijke betrekking komt te staan.

4.10

[het kind] heeft ten overstaan van de rechtbank verklaard dat hij de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal hebben. Nu de keuze van [het kind] voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam] op grond van het bepaalde in artikel 1:5, achtste lid, BW in de plaats treedt van de in artikel 1:5, derde lid, BW genoemde keuze voor een geslachtsnaam door de vrouw, behoeft het verzoek van de vrouw op dit punt geen verdere bespreking.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

stelt vast dat op [geboortedatum] te [geboorteplaats] is geboren een kind van het mannelijk geslacht, aan welk kind is gegeven de geslachtsnaam: [geslachtsnaam] en de voornamen: [voornamen] . De naam van de vader luidt: [de vader] en de naam van de moeder luidt: [de moeder] ;

5.2

spreekt uit de adoptie van het (destijds minderjarige) kind van het mannelijk geslacht:

[het kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

door de vrouw voornoemd.

5.3

beveelt de inschrijving van de hierboven vastgestelde geboortegegevens van [het kind] in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ;

5.4

stelt vast dat [het kind] de keuze heeft gemaakt voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam] ;

Draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
[gemeente] .

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, voorzitter, mr. J.H. Dubois en mr. M.M. van Weely, allen kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2017.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.