Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:7507

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-09-2017
Datum publicatie
07-09-2017
Zaaknummer
1587128216
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak mensenhandel, nu niet is bewezen dat verdachte het oogmerk had van (seksuele) uitbuiting. Veroordeling voor het in bezit hebben van een kinderpornografische afbeelding en een dierenpornografische afbeelding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/871282-16 (P)

Uitspraakdatum: 7 september 2017

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 augustus 2017 in de zaak tegen:

[verdachte ] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1979 te [geboorteplaats 1] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonplaats 1] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. Visser en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. T.N. van Riel, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1A:

primair

hij op of omstreeks 28 april 2016 te Heerhugowaard en/of te Katwijk, althans in Nederland [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 1998) heeft geworven, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over [slachtoffer] , met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van [slachtoffer] terwijl [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt doordat verdachte (onder meer):

- via de website [website] heeft gereageerd op de advertentie om [slachtoffer] als (seks)slavin te kopen en/of (vervolgens)

- via de website [website] contact heeft gelegd met “ [bijnaam 1] ” (zijnde [naam] ) en/of (vervolgens)

- chatgesprekken heeft gevoerd met die “ [bijnaam 1] ” en/of [slachtoffer] en/of (vervolgens)

- op de vraag van [naam] of [slachtoffer] voor verdachte de hoer moet spelen, heeft gezegd dat een extra centje verdienen altijd leuk is en/of (vervolgens)

- afspraken heeft gemaakt over die overdracht (waaronder begrepen de periode van ‘koop’ en/of ‘proef’ en/of het vervoeren en/of overbrengen en/of huisvesten en/of opnemen) van [slachtoffer] als “slavin”, en/of (vervolgens)

- een afspraak heeft gemaakt voor 28 april 2016 om [slachtoffer] te keuren en mee te nemen;

subsidiair

hij op of omstreeks 28 april 2016 te Heerhugowaard en/of Katwijk, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 1998) te werven (met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over [slachtoffer] ) en/of te vervoeren en/of over te brengen en/of te huisvesten en/of op te nemen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van [slachtoffer] , terwijl [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (onder meer):

- via de website [website] heeft gereageerd op de advertentie om [slachtoffer] als (seks)slavin te kopen en/of (vervolgens)

- via de website [website] contact heeft gelegd met “ [bijnaam 1] ” (zijnde [naam] ) en/of (vervolgens)

- chatgesprekken heeft gevoerd met die “ [bijnaam 1] ” en/of [slachtoffer] en/of (vervolgens)

- op de vraag van [naam] of [slachtoffer] voor verdachte de hoer moet spelen, geantwoord dat een extra centje verdienen altijd leuk is en/of (vervolgens)

- afspraken gemaakt over die overdracht (waaronder begrepen de periode van ‘koop’ en/of ‘proef’, en/of het vervoeren en/of overbrengen en/of huisvesten en/of opnemen) van [slachtoffer] als “slavin”, en/of (vervolgens)

- een afspraak gemaakt voor 28 april 2016 om [slachtoffer] te keuren en mee te nemen

terwijl de uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

hij op of omstreeks 30 augustus 2016 in de gemeente Katwijk, althans in Nederland, een afbeelding, - en/of een gegevensdrager (te weten een macbook air), bevattende een afbeelding, te weten een foto van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 5);

Feit 3:

hij op of omstreeks 30 augustus 2016 in de gemeente Katwijk, in elk geval in Nederland, een afbeelding, te weten een foto en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een Macbook air) bevattende een foto - in bezit heeft gehad terwijl op die afbeelding (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde ontuchtige handeling(en) bestond(en) uit:

het houden van een (stijve) penis van een hond bij/naast het gezicht van een (naakte) vrouw (toonmap foto 12).

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1A primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

De officier van justitie acht ten aanzien van feit 1A bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft geworven met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van [slachtoffer] . De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte op 28 april 2016 heeft gereageerd op een advertentie op de website [website] waarin een (seks)slavin werd aangeboden door “ [bijnaam 1] ”, die [naam] bleek te zijn. Het ging om een periode van tien dagen, maar er kon ook sprake zijn van een langer of permanent verblijf. In het chatgesprek dat verdachte vervolgens op genoemde website met die [naam] voerde, werd gesproken over de verkoop en overdracht voor tien dagen door [naam] van die (seks)slavin, die [slachtoffer] bleek te zijn, aan verdachte. In het chatgesprek dat verdachte daarna met zijn eigen telefoonnummer via WhatsApp voerde met [slachtoffer] heeft verdachte gezegd dat zij aan hem gaat worden verkocht en dat hij haar zou komen keuren en meenemen. Dit was de eerste keer dat verdachte met zijn eigen telefoonnummer contact legde met een persoon die hij had leren kennen via een sekschat. De handelingen die verdachte heeft verricht gaan naar de mening van de officier van justitie verder dan passend is bij alleen een rollenspel of fantasie. Verdachte neemt daadwerkelijk contact op en is expliciet in zijn woorden. De handelingen van verdachte zijn aan te merken als voltooide werving van [slachtoffer] als (seks)slavin en deze handelingen zijn erop gericht geweest haar uit te buiten, aldus de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 acht de officier van justitie bewezen dat verdachte de ten laste gelegde afbeeldingen opzettelijk in zijn bezit heeft gehad, nu deze afbeeldingen op de MacBook van verdachte zijn aangetroffen en hij bij zijn (chat)contacten, hetzij via websites als [website] , hetzij via Skype, om dergelijke afbeeldingen heeft gevraagd. Dat verdachte de afbeeldingen vervolgens na ontvangst meteen weg klikte, doet daar volgens de officier van justitie niets aan af.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit.

Met betrekking tot het onder 1A tenlastegelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte gedurende een bepaalde periode dagelijks seksueel getinte (chat)gesprekken voerde op de website [website] . Voor hem was dit een manier om - in een stressvolle periode in zijn leven - zijn hoofd leeg te maken en zijn gedachten te verzetten. Het was echter geheel en al fantasie. Gezegd kan worden dat er grove, en voor sommigen wellicht ook moreel verwerpelijke, woorden zijn gebruikt, maar dat is gebruikelijk in de BDSM-wereld. Verdachte heeft derhalve weliswaar de feitelijke gedragingen verricht die in de tenlastelegging zijn vermeld, maar hij heeft nooit de intentie gehad om deze fantasie werkelijkheid te laten worden. De raadsvrouw heeft nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de context waarin de chatgesprekken hebben plaatsgevonden. Uit niets is gebleken dat verdachte enige concrete actie heeft ondernomen ten behoeve van een werkelijke overdracht van [slachtoffer] aan hem. Evenmin is gebleken dat verdachte een verblijfplaats voor haar heeft geregeld of getracht te regelen, alwaar zij prostitutiewerkzaamheden zou dienen uit te voeren. Niet kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft geworven, terwijl ook het oogmerk van uitbuiting niet kan worden bewezen. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat kan worden gesproken van een begin van uitvoering, heeft de raadsvrouw subsidiair nog betoogd dat sprake is geweest van vrijwillige terugtred aan de zijde van de verdachte.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte de in de tenlastelegging bedoelde afbeeldingen niet opzettelijk in zijn bezit heeft gehad. Verdachte wist niet dat deze afbeeldingen op zijn computer waren achtergebleven. Hij was zich daar niet van bewust. Nadat hij afbeeldingen had ontvangen, klikte hij deze altijd meteen weg omdat hij de afbeeldingen niet wilde hebben. Gelet hierop en nu ook de bestandsnamen van de afbeeldingen er niet op duiden dat verdachte de afbeeldingen heeft willen bewaren, dient verdachte ook van het onder 2 en 3 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw.

3.3.

Vrijspraak ten aanzien van feit 1A
Bij de beoordeling van de vraag of de onder 1A ten laste gelegde mensenhandel, dan wel poging tot mensenhandel, kan worden bewezen, dient te worden vastgesteld of sprake was van handelen met het oogmerk van uitbuiting van een andere persoon. Om te kunnen spreken van dit oogmerk van uitbuiting is vereist dat het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat een andere persoon door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit.

Verdachte heeft bekend dat hij de feitelijke gedragingen die in de tenlastelegging van feit 1A zijn vermeld, heeft verricht. Hij heeft op de bewuste advertentie op de website [website] , waarin een (seks)slavin werd aangeboden, gereageerd. Hij heeft vervolgens met degene die deze advertentie had geplaatst (“ [bijnaam 1] ”) gechat, in welke chat is gesproken over de overdracht van de (seks)slavin en of zij voor verdachte de hoer moest spelen, en aan het einde van welke chat verdachte het telefoonnummer van deze slavin heeft gekregen. Verdachte heeft vervolgens met zijn eigen telefoonnummer via WhatsApp contact opgenomen met deze slavin, die volgens de advertentie “ [bijnaam 2] ” zou heten. Verdachte heeft in zijn chat met haar gezegd, dat zij aan hem verkocht zou gaan worden en dat hij haar zou komen keuren en meenemen.

Bovendien is uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat verdachte aansluitend op zijn WhatsApp-gesprek met “ [bijnaam 2] ” nog heeft geprobeerd om telefonisch met haar in contact te komen, maar dat zijn telefoontje naar “ [bijnaam 2] ” werd doorgeschakeld naar de voicemail.

Indien sec naar deze handelingen wordt gekeken, zijn dit handelingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als te zijn gericht op het daadwerkelijk werven en uitbuiten van een (seks)slavin.

Met de raadsvrouw van verdachte is de rechtbank echter van oordeel dat deze handelingen niet los kunnen worden gezien van de context waarin zij hebben plaatsgevonden. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte gedurende een aanzienlijke periode op de website [website] actief is geweest.

Verdachte heeft daarover in het algemeen verklaard dat hij op die website een fantasierol aannam en dat hij fantasiegesprekken voerde, waarbij hij vaak (zeer) grove, vernederende, taal gebruikte. De rechtbank acht die algemene verklaring niet onaannemelijk.

Ten aanzien van de handelingen op 28 april 2016 heeft verdachte verklaard dat hij wederom een fantasierol had aangenomen en fantasiegesprekken voerde, waarbij hij ter terechtzitting wel heeft verklaard dat hij nooit eerder met zijn eigen telefoonnummer (met in WhatsApp een persoonlijke (gezichts)foto als profielfoto) contact heeft opgenomen met iemand van/uit [website] . De rechtbank acht dit laatste bedenkelijk.

Niet is naar het oordeel van de rechtbank echter gebleken dat verdachte het daadwerkelijke oogmerk had van (seksuele) uitbuiting van een echte persoon. De rechtbank acht daarbij van belang dat verdachte, na het contact met de voicemail, geen actie heeft ondernomen om “ [bijnaam 2] ” - die [slachtoffer] bleek te zijn - opnieuw te bereiken dan wel te bezoeken of dat hij heeft geprobeerd een verblijfplaats voor haar te regelen, of mogelijke klanten. Het zijn (enkel) de chatgesprekken met “ [bijnaam 1] ” en “ [bijnaam 2] ” die verdachte heeft gevoerd. Uit het dossier blijkt, zoals gezegd, dat verdachte vaker chatgesprekken voerde waarin soortgelijke teksten als de onderhavige door hem werden verzonden. Op geen enkele wijze kan worden vastgesteld dat zulks in werkelijkheid enig gevolg heeft gekregen.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, niet bewezen dat verdachte het oogmerk had [slachtoffer] (seksueel) uit te buiten. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1A primair en subsidiair ten laste gelegde.

3.4.

Bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 2 en 3

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van de aan dit vonnis als bijlage gehechte en daarvan deel uitmakende bewijsmiddelen.1

3.5.

Bewijsoverweging ten aanzien van de feiten 2 en 3

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde afbeeldingen opzettelijk in zijn bezit heeft gehad.

Uit het dossier is gebleken dat op de laptop van verdachte 51 foto’s zijn aangetroffen die als kinderpornografisch zijn beoordeeld. Van de foto’s die zijn aangemerkt als kinderpornografisch is het grootste deel aangetroffen in de cache en een klein deel in de temporary internet files, waar deze foto’s niet zonder meer benaderbaar waren. Eén kinderpornografische foto was wel benaderbaar (accessible). Uit het dossier is voorts gebleken dat op de laptop van verdachte één dierenpornografische foto twee keer is aangetroffen, waarvan één benaderbaar was.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de sekschats die hij voerde op websites als [website] en via Skype naar afbeeldingen van zogenoemde minderjarigen heeft gevraagd en op zoek is geweest naar beeld en plaatjes in het algemeen. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij ook afbeeldingen van schijnbaar echte minderjarigen heeft ontvangen en dat hem dit er niet van heeft weerhouden opnieuw op zoek te gaan naar beeld en plaatjes en opnieuw afbeeldingen van zogenoemde minderjarigen te vragen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich hiermee willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij afbeeldingen als genoemd in de tenlastelegging zou ontvangen en dat deze afbeeldingen op zijn laptop benaderbaar zouden zijn, ook al klikte verdachte dergelijke afbeeldingen weg. Verdachte heeft na het ontvangen van kinderporno zijn gedrag niet aangepast; hij is blijven vragen om afbeeldingen van zogenoemde minderjarigen. Aangezien verdachte na het ‘wegklikken’ niet heeft gecontroleerd of de plaatjes daadwerkelijk waren verwijderd, heeft hij, gelet op de gehele context, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze afbeeldingen toegankelijk zouden blijven op zijn laptop.

3.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 2:

hij op 30 augustus 2016 in de gemeente Katwijk een gegevensdrager, te weten een MacBook Air, bevattende een afbeelding, te weten een foto, van seksuele gedragingen waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het gedeeltelijk naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel van deze persoon in beeld gebracht wordt waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (toonmap foto 5);

Feit 3:

hij op 30 augustus 2016 in de gemeente Katwijk een gegevensdrager, te weten een MacBook Air, bevattende een foto, in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding een ontuchtige handeling zichtbaar is, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde ontuchtige handeling bestond uit:

het houden van een stijve penis van een hond bij het gezicht van een naakte vrouw

(toonmap foto 12).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 2:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Feit 3:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de straf

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal melden bij de reclassering en zijn behandeling bij De Waag zal voortzetten. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte een taakstraf op te leggen voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om – indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt – aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest en met een voorwaardelijk deel met een proeftijd van één jaar met de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden. De raadsvrouw heeft verzocht om in het voordeel van verdachte rekening te houden met zijn blanco strafblad, de verminderde toerekeningsvatbaarheid, de persoonlijke omstandigheden zoals blijkend uit de reclasseringstukken en de omstandigheid dat de kans op herhaling als gering moet worden ingeschat.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een kinderpornografische afbeelding. Het in bezit hebben van kinderporno is een ernstig strafbaar feit, met name nu bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Het is algemeen bekend dat de gevolgen die deze kinderen zowel in psychische als in fysieke zin hiervan ondervinden doorgaans zeer ingrijpend zijn. Verdachte moet hier mede verantwoordelijk voor worden gehouden, nu hij heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderporno en daarmee ook aan het seksuele misbruik en de exploitatie van deze kinderen. Bij het bepalen van de op te leggen straf weegt de rechtbank mee dat op de laptop van verdachte in totaal 51 kinderpornografische foto’s zijn aangetroffen en het derhalve niet gaat om slechts één afbeelding die per ongeluk zou zijn ontvangen.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een dierenpornografische afbeelding. Ook hiervoor geldt dat door de vraag naar dergelijke afbeeldingen de productie ervan en het daarmee gepaard gaande misbruik van dieren in stand wordt gehouden.

Uit het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 19 juli 2017, blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte verder acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte psychologische Pro Justitia rapport, gedateerd 26 oktober 2016, opgemaakt door [deskundige] , GZ-psycholoog. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. Verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis NAO met kenmerken van zowel de ontwijkende als de obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast lijdt hij aan een depressieve stoornis. De stoornissen van verdachte hebben tot zodanige spanningen bij hem geleid dat hij daarvoor een uitlaatklep heeft gezocht op seksueel getinte chatsites. Gezien het verband tussen de problematiek van verdachte en zijn internetgedrag kan het ten laste gelegde hem in verminderde mate worden toegerekend, aldus de deskundige.

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde rapportage op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de conclusie met betrekking tot de toerekenbaarheid wordt gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. Hoewel de rapportage slechts is opgemaakt met betrekking tot het onder 1A ten laste gelegde feit, betrekt de rechtbank het rapport in haar oordeel over de strafbepaling van de thans bewezenverklaarde feiten, nu verdachte in bezit kwam van het kinderpornografisch en dierenpornografisch materiaal gedurende de periode waarin hij voor spanningen op internet een uitlaatklep vond in de vorm van het bezoeken van seksueel getinte chatsites.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 29 mei 2017 van [reclasseringsmedewerker] , werkzaam bij Reclassering Nederland. Uit dit rapport blijkt dat verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden houdt en dat er een start is gemaakt met het terugdringen van recidivegevaar door de behandeling bij de forensische poli De Waag, de gesprekken bij de reclassering en het (opnieuw opbouwen van een) netwerk. Verdachte is druk bezig geweest met het vinden van een nieuwe baan. Inmiddels heeft hij een baan gevonden als taalcoach. Samen met de forensische poli De Waag is een veiligheidsplan opgesteld. De voortgang van de behandeling bij De Waag is noodzakelijk om de risicofactoren te minimaliseren. De reclassering adviseert de rechtbank verdachte onder andere een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht van een jaar bij de reclassering en voortzetting van de behandeling bij de forensische poli De Waag.

Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte gemotiveerd deze behandeling af te ronden. De rechtbank houdt bij het bepalen van de op te leggen straf er ook rekening mee dat verdachte sinds zijn aanhouding geen “sekschatsites” meer heeft bezocht en geen chatgesprekken meer heeft gevoerd. Verdachte heeft aangegeven dat hij het kwalijke van zijn handelen inziet en dat hij niet wil dat zoiets ooit nog zal gebeuren.

De rechtbank zal een aanzienlijk lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de tenlastegelegde (poging tot) mensenhandel, het zwaartepunt van de verdenkingen.

De rechtbank is echter ook van oordeel dat de zaak niet kan worden afgedaan met een taakstraf, gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en tevens in aanmerking genomen dat juist van verdachte, destijds werkzaam in het onderwijs, anders handelen had mogen worden verwacht.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen als waarschuwing aan verdachte dat hij zich dient te onthouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten. De rechtbank acht bij deze op te leggen straf een proeftijd van twee jaren aangewezen. Als bijzondere voorwaarden zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf een meldplicht bij de reclassering en de voortzetting van de behandeling bij de forensische polikliniek De Waag worden verbonden.

7 Vermogensmaatregel

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld op de beslaglijst, te weten

  • -

    1.00 STK Computer, APPLE Macbook, 343796

  • -

    1.00 STK Computer, HP PRESARIO, 343667

dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de onder 2 en 3 bewezen verklaarde feiten met behulp van de Apple Macbook zijn begaan en dat op zowel deze laptop als de HP Presario kinderpornografisch materiaal is opgeslagen. Het ongecontroleerde bezit van dit materiaal is in strijd met de wet en het algemeen belang.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 57, 240b en 254a van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1A is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

 Verklaart bewezen dat verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

 Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

 Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 47 (zevenenveertig) dagen. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 30 (dertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.

 Stelt als algemene voorwaarden dat veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

 Stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich binnen vijf werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH te Den Haag. Hierna dient veroordeelde zich te blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zal meewerken aan de voortzetting van de behandeling bij de Forensische Polikliniek De Waag, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

 Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

 Onttrekt aan het verkeer:

  • -

    1.00 STK Computer, APPLE Macbook, 343796;

  • -

    1.00 STK Computer, HP PRESARIO, 343667.

 Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. Jongeling, voorzitter,

mr. M.S. Lamboo en J.M. ten Voorde, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Z.T. Pronk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2017.

Mr. J.M. ten Voorde is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Ten aanzien van de feiten 2 en 3:

Het proces-verbaal van binnentreden en doorzoeking ter inbeslagneming, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Den Haag en zijn griffier (los):

Op 30 augustus 2016 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in de woning aan de [adres] , zijnde de woning van verdachte.

Tijdens deze doorzoeking is onder andere in beslag genomen: een laptop.

Het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal, opgemaakt door een gecertificeerd zedenrechercheur, d.d. 2 januari 2017 (dossierpagina’s 774 e.v.):

In het opsporingsonderzoek heeft op 30 augustus 2016 op het adres [adres] een doorzoeking plaatsgevonden. Hierbij werd het volgende goeder in beslag genomen:

Beslagcode:

Soort goed:

1

C.03.02

MacBook_air

Alle in het onderzoek betrokken goederen heb ik visueel gecontroleerd op de kennelijke aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal.

Er werden door mij 51 foto’s aangetroffen welke door mij als kinderpornografisch werden beoordeeld.

Toonmap foto 5:

Op de kleurenfoto is een close-up zichtbaar van het naakte onderlichaam van een meisje leeftijd tussen de 2 en 6 jaar. De benen zijn bij elkaar. De gesloten, bollen schaamlippen, zonder enige vorm van beharing, is duidelijk zichtbaar in beeld. Er zijn vingers op de foto zichtbaar die de onderbroek van het meisje naar beneden houdt. Deze foto is accessible en normaal door de gebruiker te benaderen.

Daarnaast heb ik 2 dierenpornografische foto’s aangetroffen. Het gaat hierbij om 1 accessible foto die 2 keer werd aangetroffen op het goed met beslagnummer C.03.02, de MacBook.

Toonmap foto 12:

Op de kleurenfoto is het naakte bovenlichaam zichtbaar van een volwassen vrouw. Zij ligt naast een donkere/zwarte hond. De mond van de vrouw is geopend en tegen haar geopende mond houdt zij het stijve, rode geslacht van de hond.

Het proces-verbaal van bevindingen Skype d.d. 13 oktober 2016 (dossierpagina’s 763 e.v.):

Door ons is de Skypedata aanwezig op de inbeslaggenomen Macbook Air (C-03-02) onderzocht.

Binnen de genoemde media zijn (profiel) foto’s aanwezig, zo ook van ogenschijnlijk jonge vrouwen/meisjes in de door ons geschatte leeftijd tussen de 13 en 19 jaar.

Naast profielfoto’s zijn er door ons ook tientallen geposeerde naaktfoto’s aangetroffen van jonge vrouwen in dezelfde geschatte leeftijdscategorie. Er is ook een foto aangetroffen waarop is ingezoomd op het geslachtsdeel, van ogenschijnlijk een meisje in de kleuter leeftijd.

[verdachte ] voert via Skype seksueel getinte chats met contacten, welke zelf aangeven minderjarig te zijn.

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 augustus 2017:

De laptop die tijdens mijn aanhouding in mijn woning in [woonplaats 2] lag, was de Macbook Air.

Via deze laptop heb ik chatgesprekken, sekschats, gevoerd, zowel op websites als [website] als via Skype. In deze chatgesprekken heb ik gevraagd naar foto’s, afbeeldingen, van zogenoemde minderjarigen. Ik was überhaupt wel op zoek naar beeld en plaatjes. Ik heb ook daadwerkelijk foto’s ontvangen. Kinderporno kwam ook voorbij. Ik heb pornografische afbeeldingen op mijn laptop gezien van schijnbaar echte minderjarigen. Op de vraag of deze ontvangst van kinderporno voor mij reden was om in de sekschats niet meer op zoek te gaan naar beeld en plaatjes en niet meer te vragen naar foto’s van zogenoemde minderjarigen, antwoord ik ontkennend; ik ben daarmee doorgegaan.

1 De door de rechtbank in de bijlage als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.