Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:7429

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
11-09-2017
Zaaknummer
6112299
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedeeltelijke schorsing concurrentiebedingen. Bewijsbeslag 843a Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1096

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 6112299 \ KG EXPL 17-81

Uitspraakdatum: 5 september 2017

Vonnis in kort geding in de zaak van:

1 [eiser] , wonende te [woonplaats 1]
2. [eiseres] , wonende te [woonplaats 2]

Eisers in conventie

Gedaagden in reconventie
verder te noemen: [eiseres] en [eiser]

gemachtigde: mr. E.T. Vreugdenhil

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Balans Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten B.V., gevestigd te Alkmaar en kantoorhoudende te Sint-Pancras
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Constant Dienstverlening B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn

Gedaagden in conventie

Eisers in reconventie

gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt

Gedaagden in conventie respectievelijk eisers in reconventie zullen in het vervolg afzonderlijk worden aangeduid als Balans respectievelijk Constant, en gezamenlijk als Balans c.s.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] en [eiser] hebben Balans c.s. op 7 juli 2017 gedagvaard.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juli 2017. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben Balans c.s. bij brieven van 11 en 12 juli 2017 nog stukken toegezonden. Tevens hebben [eiseres] en [eiser] bij brief van 14 juli 2017 nog een aanvullende productie in het geding gebracht. De zaak is ter zitting tegelijk behandeld met de comparitiezaken die bij de rechtbank geregistreerd staat onder nummers 5773257 en 5772421 vanwege de samenhang tussen beide zaken en dit kort geding.

1.3.

Bij brief van 25 juli 2017 hebben partijen om aanhouding van de zaak verzocht om in overleg te treden. Bij brieven van 1 en 4 september 2017 is alsnog om vonnis gevraagd door partijen.

2 De feiten

2.1.

Balans is een onderneming die zich bezig houdt met interieur reiniging van gebouwen.

2.2.

[eiseres] is op 5 juni 2000 in dienst getreden bij Balans in de functie van Operationeel Manager (regiomanager), laatstelijk tegen een salaris van € 3.476,53 bruto per maand.

2.3.

Op 15 juli 2016 hebben [eiseres] en Balans een beëindigingsovereenkomst getekend waarin is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijds goedvinden op 15 oktober 2016. Verder is, voor zover van belang, het volgende in de beëindigingsovereenkomst opgenomen:
“(…)
4.5 Van 15 juli 2016 tot en met 15 oktober 2016 werkt de werknemer gewoon door.
(…)
4.8 1. Gezien de functie als Operationeel Manager welke werknemer uitoefende voor de
werkgever is het concurrentie- en relatiebeding gesteld op één jaar. Werknemer heeft
namelijk meerdere malen per jaar persoonlijk contact onderhouden middels evaluatie-
gesprekken met de verantwoordelijken betreffende het schoonmaakonderhoud e.d. van
de opdrachtgevers.
2. Het is werknemer zonder voorgaande schriftelijke toestemming van de werkgever
verboden om binnen een straal van 50 kilometer met als middelpunt de vestigingsplaats te
weten Sint Pancras (Noord-Holland) van de werkgever, gedurende een jaar na het einde
van de overeenkomst direct of indirect, voor zichzelf of voor anderen, tegen vergoeding of
om niet, in enigerlei vorm werkzaam te zijn in of voor, of betrokken te zijn (financieel)
belang te hebben bij enige onderneming met activiteiten die (soort)gelijk, aanverwant of
concurrent zijn met die van de werkgever.
3. Het is de werknemer zonder voorgaande schriftelijke toestemming van de werkgever
verboden gedurende een jaar na het einde van de overeenkomst – direct of indirect -
opdrachtgevers van de werkgever contacten te onderhouden of contacten te leggen, en/of
voormelde opdrachtgevers te benaderen of weg te lokken. Onder opdrachtgevers wordt
verstaan de lijst met opdrachtgevers welke als bijlage aan deze overeenkomst is
toegevoegd met de datum 15 juli 2016 en door werknemer en werkgever zijn ondertekend
ter bevestiging.
4. Indien de werknemer handelt in strijd met de leden 2 en 3 van het bij dit artikel
bepaalde, verbeurt zij, (…) voor iedere overtreding een boete ten bedrage van € 500,-
vermeerdert met € 250,- dat de overtreding voortduurt (…).”

2.4.

[eiser] is op 16 mei 2011 bij Balans in dienst getreden in de functie van Office en HR Manager, laatstelijk tegen een salaris van € 3.606,72 bruto per maand.

2.5.

In de arbeidsovereenkomst is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“(…) Art. 5 lid 1. B erkent, dat aan A geheimhouding is opgelegd van alle bijzonderheden A’s zaak betreffende of daarmee verband houdende.
Art. 5 lid 2. Het is B verboden (…) enige mededeling te doen aan of aangaande enige bijzonderheden A’s zaak betreffende of daarmee verband houdende, op straffe van verbeurte aan A van een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete groot € 2267,- (…).
Art. 7.1. Het is B verboden binnen een tijdvak van twee jaren na beëindiging der dienstbetrekking zelf binnen een kring, met het kantoor aan de Bovenweg 30 te Sint Pancras als middelpunt en met een straal van 50 kilometer, in enigerlei vorm een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van A te vestigen, te drijven, mede te drijven, of te doen drijven, hetzij direct, hetzij te hebben, direct of indirect, of daarin op enigerlei wijze werkzaam te zijn hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook te hebben.
Art. 7.2. Bij overtreding van het in lid 1 omschreven verbod verbeurt B ten behoeve van A een dadelijk opvorderbare boete van € 227,- voor elke dag, dat B in overtreding is, zonder dat ingebrekestelling vereist is. Partijen wensen bij deze boete uitdrukkelijk af te wijken van de wet.
(…)
Art. 8.1 lid 1. Het is B verboden, zonder schriftelijke toestemming van A, binnen een tijdvak van een jaar na beëindiging der dienstbetrekking op enigerlei wijze in de ruimste zin des woords diensten te verrichten voor c.q. in loondienst te zijn c.q. op enigerlei manier samen te werken met cliënten of ex cliënten van A of met die (ex-) cliënten verbonden ondernemingen, ook al zouden die (ex-) cliënten tijdens de dienstbetrekking van B bij A onder beheer hebben gestaan van B.
Art. 8.1 lid 2. Bij overtreding van het in lid 1 omschreven verbod verbeurt B ten behoeve van A een dadelijk opvorderbare boete van € 227,-- voor elke dag, dat B in overtreding is, zonder dat ingebrekestelling vereist is. Partijen wensen bij de boete uitdrukkelijk af te wijken van de wet.”

2.6.

In maart 2016 zijn er tussen Balans en [eiser] gesprekken geweest over een mogelijke overname door [eiser] van een deel van de aandelen in Balans. Nadat deze gesprekken waren geëindigd heeft [eiser] een geheimhoudingsovereenkomst met een geheimhoudingsbeding ondertekend waarin is opgenomen dat [eiser] de vertrouwelijke informatie die hem ter beschikking is gesteld teneinde te onderzoeken of hij de onderneming van Balans zou willen overnemen, vertrouwelijk dient te houden, op straffe van een boete van € 5.000,- voor elke overtreding, vermeerderd met € 500,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt onverminderd het recht op schadevergoeding.

2.7.

Bij brief van 19 september 2016 heeft [eiser] de arbeidsovereenkomst met Balans opgezegd tegen 1 november 2016.

2.8.

Op 1 november 2016 hebben [eiseres] en [eiser] de vennootschap onder firma E&B Facilitair opgericht. Deze vennootschap houdt zich bezig met interieurreiniging van gebouwen en heeft als vestigingsplaats Ankeveen.

2.9.

Constant heeft op 1 november 2016 de aandelen van Balans overgenomen en is enig aandeelhouder geworden van Balans.

2.10.

Op 17 januari 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (met zaaknr.: C/15/253839 / KG RK 17-39) aan Balans c.s. verlof verleend om conservatoir bewijsbeslag te leggen ten laste van [eiseres] en [eiser] . Balans c.s. hebben op 9 februari 2017 dit beslag gelegd. Verzocht en toegestaan is beslag te mogen leggen op bescheiden, gegevensdragers, administratie en documenten van Balans, die zijn opgesteld in verband met de overname c.q. (ver)koop van de vennootschap, waaronder, maar niet beperkt tot: het klantenbestand van Balans, contracten tussen Balans en de respectievelijke klanten, de door Balans met de respectievelijke klanten gemaakt afspraken, blijkende uit offertes, besprekingen en dergelijke.

2.11.

[eiseres] en [eiser] hebben op 23 en 30 april 2017 op deBanenSite.nl een vacature geplaatst:
“E&B Facilitair is op zoek naar ervaren en enthousiaste interieurverzorgers (m/v) voor in Haarlem en in teamverband kunnen werken.
De werkzaamheden bestaat uit het verrichten van het schoonmaakonderhoud bij een van onze opdrachtgevers (…).”

2.12.

Op 2 juni 2017 hebben Balans c.s. conservatoir derdenbeslag doen leggen op twee bankrekeningen van [eiser] en één bankrekening van [eiseres] .

2.13.

Op 8 juni 2017 heeft de advocaat van Balans c.s. [eiser] gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 170.244,- wegens overtreding van alle hiervoor genoemde bedingen. [eiseres] is om dezelfde redenen gesommeerd tot betaling van € 59.244,-.

2.14.

Balans c.s. hebben het faillissement van [eiser] en [eiseres] aangevraagd.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] en [eiser] vorderen dat de kantonrechter bij vonnis in kort geding, bij wijze van voorlopige voorziening:
1. De hiervoor genoemde concurrentiebedingen matigt in duur en geografische reikwijdte
in die zin dat de straal wordt teruggebracht tot 25 kilometer en de matiging in tijd wordt
teruggebracht tot 30 april 2017, dan wel dat de kantonrechter de hiervoor genoemde
concurrentiebedingen schorst met onmiddellijke ingang;

2. De in de dagvaarding genoemde boete(bedingen) matigt tot nihil, althans tot een door
de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

3. Balans c.s. hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres] en [eiser] binnen 7 dagen na het in
deze te wijzen vonnis schriftelijk opgave te hebben gedaan van concrete overtredingen
van het relatie- en geheimhoudingsbeding, dan wel indien dat niet mogelijk is omdat er
geen concrete overtreding bekend is, een schriftelijke bevestiging van dat laatste, e.e.a.
op straffe van een aan ieder der eisers te verbeuren dwangsom van € 500,- per dag
indien en voor zolang zij in gebreke blijven hieraan integraal te voldoen;

4. Balans c.s. hoofdelijk veroordeelt de namens hen onder de ING en ABN AMRO gelegde
conservatoire beslagen op de bankrekeningen van [eiseres] en [eiser] binnen 7 dagen na
het in deze te wijzen vonnis op te heffen, op straffe van een aan elk der eisers te
verbeuren dwangsom van € 500,- per dag indien en voor zolang zij in gebreke blijven
hieraan integraal te voldoen;

5. bepaalt dat de totale door Constant te betalen dwangsom op basis van het te
wijzen vonnis wordt beperkt tot € 25.000,-;

6. Balans c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, te voldoen
binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, welke bedrag
aan kosten – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde
termijn plaatsvindt – wordt vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten te
rekenen vanaf eerder genoemde termijn voor voldoening.

3.2.

[eiseres] en [eiser] leggen het volgende, zakelijk weergegeven, aan de vordering ten grondslag. Allereerst stellen [eiseres] en [eiser] zich op het standpunt dat zij alleen een contractuele relatie met Balans hebben en geen verplichtingen hebben jegens Constant. Bovendien is ook jegens Constant geen sprake van onrechtmatig handelen.

3.3.

[eiseres] en [eiser] zijn niet in overtreding van de concurrentiebedingen, nu zij hun onderneming buiten de straal van 50 kilometer hebben gevestigd. Op grond van de concurrentiebedingen is het niet verboden om opdrachtgevers binnen de straal van 50 kilometer te laten bedienen door medewerkers van E&B Facilitair, die geen enkele contractuele beperking hebben om in Haarlem te werken. Balans c.s. hebben hun werkgebied voor 90% boven het IJ-kanaal. Balans c.s. hebben dan ook geen belang bij een concurrentiebeding met een dergelijke ruime straal en voorts lijden zij geen schade bij een beperking van die straal. De duur van de concurrentiebedingen is buitensporig, nu [eiseres] is weggegaan bij Balans wegens negatieve omstandigheden op het werk en [eiser] slechts vijf jaar heeft gewerkt bij Balans. Voor hem geldt zelfs een langer concurrentiebeding, namelijk van twee jaar. Voorts zijn [eiseres] en [eiser] van mening dat Balans c.s. na zes maanden geen nadeel meer kunnen lijden van het feit dat [eiseres] en [eiser] over enige bedrijfsinformatie beschikken als ex-werknemers. Temeer niet nu zij over geen enkele kennis beschikken over de bedrijfsvoering sinds de overname van Balans door Constant.

3.4.

[eiseres] en [eiser] stellen dat zij zich aan het relatiebeding houden. Balans c.s. heeft niet onderbouwd waarom zij hiervan in overtreding zijn. De gevorderde boete is aldus onterecht en bovendien onjuist berekend en buitensporig. Voor [eiseres] geldt geen geheimhoudingsbeding, doch zij houdt zich hier toch onverplicht aan. Niet is gebleken noch onderbouwd gesteld dat [eiseres] of [eiser] in de uitoefening van hun functie informatie aan derden zouden hebben gegeven. Mocht anders worden geoordeeld, dan is de gevorderde boete buiten proportioneel hoog en is wordt ten onrechte tweemaal een boete gerekend voor hetzelfde feit. Is eenmaal de geheime informatie prijsgegeven, dan kan daar niet tweemaal een boete voor worden gegeven.

3.5.

Tot slot stellen [eiseres] en [eiser] zich op het standpunt dat het beslag onrechtmatig is gelegd. Allereerst gaat het om stukken die Balans c.s. zelf in hun bezit hebben, voor welke situatie artikel 843a Rv niet bedoeld is. Bovendien staan en stonden Balans c.s. andere mindere ingrijpende middelen ter beschikking om hun stellingen te onderbouwen, zoals een voorlopig getuigenverhoor.

4 Het verweer

4.1.

Balans c.s. betwisten de vordering en voeren hiertoe, samengevat, het volgende aan.
Volgens Balans c.s. is er geen sprake van een spoedeisend belang, nu [eiseres] en [eiser] (welbewust) overtredingen plegen van de tussen partijen geldende bedingen en het feit zij daardoor met boetes worden geconfronteerd niet kan leiden tot het aannemen van spoedeisend belang.

4.2.

Balans c.s. drijven een grote onderneming met zo’n 250 medewerkers. Indien de vorderingen van [eiseres] en [eiser] worden toegewezen, verliest Balans opdrachtgevers wat weer kan leiden tot (gedwongen) ontslagen bij Balans c.s. Tevens is het werkgebied van Balans c.s. bepaald ruimer dan hetgeen wordt geschetst door [eiseres] en [eiser] en is een matiging van de reikwijdte niet op zijn plaats. Nu [eiseres] en [eiser] erkennen dat zij de vacature op deBanenSite.nl hebben geplaatst erkennen zij dat zij in strijd hebben gehandeld met de non-concurrentiebedingen en zijn de gevorderde boetes verschuldigd.

4.3.

Balans c.s. betwisten dat de door [eiseres] en [eiser] opgedane kennis niet meer van gewicht zou zijn. [eiseres] en [eiser] waren sleutelfiguren binnen de organisatie. Mede hierdoor hebben Balans c.s. het recht en belang om hun bedrijfsdebiet na het vertrek van [eiseres] en [eiser] te beschermen door nakoming te vorderen van de bedingen. Zeker ten aanzien van [eiser] is nakoming van belang, aangezien hij uiterst vertrouwelijke informatie onder zich heeft gekregen.

4.4.

[eiseres] en [eiser] hebben geen bankgarantie gesteld en evenmin hoogst aannemelijk gemaakt dat de verschuldigde boetebedragen niet zullen worden toegewezen in een bodemprocedure, daarom dient ook de vordering tot opheffing van de beslagen te worden afgewezen.

4.5.

Balans c.s. hebben in dit kort geding in reconventie, voor zover van belang en kort weergegeven, gevorderd dat [eiseres] en [eiser] worden veroordeeld inzage of afschrift te geven in de onder 2.10 genoemde stukken, voorschotten te betalen op de verschuldigde boetes, inzage of afschrift te verstrekken aan Balans c.s. van de bescheiden die door het gelegde bewijsbeslag zijn getroffen, dan wel dat deze door een deskundige zullen worden beoordeeld. Een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,-. Ook hebben Balans c.s. een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten gevorderd tot een bedrag van € 10.000,-.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De spoedeisendheid van de vorderingen in conventie vloeit voort uit het gevorderde en de feiten en spreekt ook overigens voor zich, alleen al gezien het feit dat Balans c.s. op basis van de volgens haar stelling inmiddels verbeurde boetes het faillissement van [eiseres] en [eiser] hebben aangevraagd. Het bevreemdt de kantonrechter dan ook dat Balans c.s. op dit punt verweer voeren, welk verweer aldus faalt.

5.2.

Voor toewijzing van de vordering in dit kort geding is vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5.3.

Onderwerp van dit geschil is de vraag of er aanleiding is de concurrentiebedingen zoals die gelden voor [eiser] en [eiseres] te matigen of geheel of gedeeltelijk te schorsen zoals door hen is verzocht. Balans c.s. voeren terecht aan dat voor matiging in een kort geding procedure geen plaats is, aangezien een voorlopige voorziening wordt getroffen. De kantonrechter zal dan ook alleen onderzoeken in hoeverre aanleiding bestaat de bedingen geheel of gedeeltelijk te schorsen.

5.4.

Zowel het concurrentiebeding als het relatiebeding is een beding als bedoeld in art. 7:653 BW. Voor schorsing van deze bedingen dient een belangenafweging in het kader van artikel 7:653 lid 3 onder b BW plaats te vinden, waarbij de toets is of aannemelijk wordt geacht dat de bodemrechter het betreffende beding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen op de grond dat de ex-werknemers, in verhouding tot het te beschermen belang van Balans c.s., door dat beding onbillijk worden benadeeld. Slechts in het bevestigende geval kan er aanleiding zijn het beding geheel of gedeeltelijk te schorsen. De kantonrechter stelt voorop dat het beding dat geldt voor [eiser] overeengekomen is in 2011, zodat daarop artikel 7:653 van het BW zoals dat luidde voor 1 juli 2015 van toepassing is. Gezien de feiten en omstandigheden die in deze zaak door partijen zijn aangevoerd, heeft dit geen gevolgen voor de inhoudelijke beoordeling van de zaak. Verder geldt dat de bedingen zijn overeengekomen met hun oud-werkgever Balans, zodat [eiseres] en [eiser] terecht aanvoeren dat Constant op basis van deze bedingen geen vordering toekomt.

5.5.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter worden [eiser] en [eiseres] , in verhouding tot het te beschermen belang van Balans, door beide bedingen onbillijk benadeeld, om de volgende redenen in onderlinge samenhang bezien.

5.6.

Voor de beantwoording van de vraag of het concurrentie- en relatiebeding dient te worden nagekomen dan wel te worden opgeschort, dient een belangenafweging plaats te vinden. Als belangen voor de werkgever bij handhaving van een concurrentiebeding gelden doorgaans aantasting van knowhow, het prijsgeven van bedrijfsgeheimen en door de werkgever gedane investeringen in de werknemer. De kantonrechter stelt voorop dat Balans dit criterium niet of nauwelijks concreet heeft ingevuld of onderbouwd ten aanzien van haar onderneming. Zij heeft feitelijk niet meer gesteld dan dat de banen van haar werknemers op het spel zouden komen te staan bij beperking van de concurrentiebedingen en verder het standpunt ingenomen dat het op de weg van de werknemers ligt te onderbouwen dat een concurrentiebeding met een kortere looptijd en kleinere straal voldoende is, aangezien zij het verzoek doen om schorsing. Daarmee miskent Balans dat het op haar weg ligt als verweer haar belangen bij volledige handhaving van de bedingen te onderbouwen. Dit geldt temeer gezien het feit dat [eiser] en [eiseres] hebben aangegeven de klantenlijst die in het kader van het relatiebeding is opgesteld te zullen respecteren en deze klanten gedurende 1 jaar na einde van het dienstverband niet te benaderen en dat zij zich eveneens gehouden achten een redelijk concurrentiebeding in acht te nemen en dat ook doen.

5.7.

De kantonrechter overweegt dat gesteld noch gebleken is dat Balans gedurende het dienstverband op enige manier heeft geïnvesteerd in het opleiden van [eiser] of [eiseres] . Evenmin is gebleken dat aan de inhoud en strekking van de concurrentie- en relatiebedingen expliciete onderhandelingen tussen partijen ten grondslag hebben gelegen. Voorts is van belang dat [eiseres] en [eiser] onbetwist hebben aangevoerd dat geen sprake is van bijzonder concurrentiegevoelige informatie of van specialistische kennis in deze branche van interieurreiniging van bedrijven, hetgeen ook blijkt uit het feit dat beide werknemers nadat zij hun arbeidsovereenkomst hadden opgezegd bij Balans zijn blijven werken tot de einddatum van hun contract. Wanneer zij zouden werken met zeer (concurrentie)gevoelige informatie ligt dat niet voor de hand.

5.8.

[eiser] en [eiseres] hebben aangevoerd dat zij door de lange duur en de geografische reikwijdte van de concurrentiebedingen onevenredig worden beperkt in hun mogelijkheden om in hun inkomen te voorzien, terwijl de belangen van de werkgever mede gezien het voorgaande een dergelijke beperking niet vereisen. Zij betogen dat het voor het welslagen van de onderneming die zij hebben opgericht om in hun inkomen te kunnen voorzien, van belang is dat zij hun contacten in Kennemerland kunnen gebruiken.

5.9.

Daar komt bij dat [eiser] heeft gesteld dat hij gedurende het hele dienstverband bij Balans geen specifieke kennis heeft opgedaan met betrekking tot de werkwijze, de klanten, de inhoud van contracten met klanten en tarifering. Dit is niet weersproken door Balans c.s. Gesteld noch gebleken is voorts dat [eiser] die werkzaam was als HR manager persoonlijk commercieel contact heeft (gehad) met klanten van Balans.

5.10.

De kantonrechter is van oordeel dat de looptijd van een jaar van het concurrentiebeding van [eiseres] in redelijke verhouding staat tot de duur van haar dienstverband, mede gezien het feit zij in een commerciële functie heeft gewerkt. De kantonrechter zal in het kader van dit kort geding dan ook niet overgaan tot een schorsing van de duur van dit beding. Voor [eiser] is dat anders. Het concurrentiebeding voor [eiseres] loopt af op 15 oktober 2017, terwijl het beding voor [eiser] nog een jaar langer zou voortduren. Dit bevreemdt aangezien door Balans c.s. niet is betwist dat de functie die [eiseres] vervulde een veel grotere commerciële component had dan de functie die [eiser] vervulde. Verder was zij veel langer in dienst en is haar concurrentiebeding bij haar vertrek opnieuw overeengekomen en geformuleerd en beperkt tot één jaar. Balans heeft niet gemotiveerd waarom het concurrentiebeding voor [eiser] langer zou moeten duren dan voor [eiseres] , anders dan dat zij stellen dat [eiser] daarvoor heeft getekend in 2011. Verder voeren zij aan dat het belangrijk is dat dit in stand blijft, aangezien [eiser] vertrouwelijke informatie heeft gekregen toen hij gesprekken voerde over de mogelijke overname van het bedrijf. Deze argumenten overtuigen niet, enerzijds omdat werknemers wanneer zij in dienst wensen te treden bij een werkgever vaak noodgedwongen instemmen met dergelijke (langdurige) bedingen en anderzijds omdat de mogelijke overname pas speelde nádat het beding was overeengekomen en daarvoor bovendien een afzonderlijke geheimhoudingsovereenkomst is getekend. Bovendien heeft Balans c.s. niet voldoende gemotiveerd betwist dat [eiser] geen stukken heeft ontvangen in het kader van de mogelijke overname. Dit betekent dat de kantonrechter het concurrentiebeding van [eiser] met ingang van 15 oktober 2017 zal schorsen, aangezien Balans onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit langer dan een jaar zou moeten gelden om haar bedrijfsdebiet voldoende te beschermen.

5.11.

Vervolgens komt de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding aan de orde. [eiser] en [eiseres] hebben aangevoerd dat de klantenkring van Balans zich voor het overgrote deel bevindt boven het Noordzeekanaal, zodat de geografische reikwijdte van een straal van 50 kilometer rondom Sint Pancras veel te ruim is, mede gezien het grote aantal schoonmaakbedrijven dat actief is in Nederland. Balans heeft daar niet meer tegen in gebracht dan dat zij hebben getekend voor dit beding en dat Balans ook klanten beneden het Noordzeekanaal heeft. Mede gezien het feit dat voor [eiser] en [eiseres] ook een relatiebeding geldt in die zin dat zij gedurende 1 jaar niet mogen werken voor de klanten van Balans, is de kantonrechter van oordeel dat Balans onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een straal van 50 kilometer noodzakelijk is om haar bedrijfsdebiet te beschermen. [eiser] en [eiseres] hebben gemotiveerd aangevoerd dat Balans voornamelijk boven het Noordzeekanaal werkzaam is en Balans heeft daar niet gemotiveerd op gereageerd doch zich op het standpunt gesteld dat het aan de werknemers is om te motiveren waarom een straal van 50 kilometer te groot is, doch daarmee miskent zij dat het op haar weg ligt te motiveren waarom een dergelijke ruime beperking in de mogelijkheden van haar ex-werknemers noodzakelijk is.

5.12.

De kantonrechter zal de concurrentiebedingen tegen deze achtergrond schorsen voor zover zij zich verder uitstrekken dan tot een straal van 25 kilometer rondom Sint Pancras. Waarbij de kantonrechter opmerkt dat ten aanzien van de tekst van het concurrentiebeding van [eiser] terecht is aangevoerd dat dit hem niet verbiedt klanten te bedienen binnen de overeengekomen straal, nu de tekst uitdrukkelijk spreekt over het drijven of vestigen van een zaak.

5.13.

Voor zover bedoeld is in het petitum van de dagvaarding te verzoeken om de boetes die op overtreding van de bedingen zijn gesteld te matigen, is deze vordering onvoldoende concreet onderbouwd zodat deze wordt afgewezen.

5.14.

Balans heeft aangevoerd dat reeds overtredingen zijn geconstateerd van de relatie- en concurrentiebedingen. Wat betreft het relatiebeding geeft zij aan dat de directeur van één van haar klanten heeft laten weten benaderd te zijn door [eiser] en [eiseres] . Nu de klant niet met name genoemd wil worden, kan zij dit niet concretiseren. Gezien het feit dat [eiser] en [eiseres] betwisten dat zij klanten van Balans hebben benaderd, en Balans haar verwijt onvoldoende heeft onderbouwd en op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt noch heeft gesteld dat zij klanten verloren heeft in de ruim 8 maanden die sinds hun vertrek zijn verstreken, gaat de kantonrechter ervan uit dat geen sprake is geweest van een overtreding van het relatiebeding. Voor toewijzing van de vordering van [eiser] en [eiseres] om Balans c.s. te veroordelen om op te geven welke overtredingen [eiser] en [eiseres] hebben begaan volgens haar, bestaat dan ook bij gebrek aan belang geen aanleiding.

5.15.

De overtreding van het concurrentiebeding is volgens Balans gelegen in de personeelsadvertentie die werd geplaatst voor de regio Haarlem. Hiervoor is in 5.12 (voorshands) geoordeeld dat de concurrentiebedingen dienen te worden geschorst voor zover deze zich verder uitstrekken dan tot een straal van 25 kilometer rondom Sint Pancras. Deze uit te spreken schorsing heeft weliswaar geen terugwerkende kracht, maar de kantonrechter acht aannemelijk dat de bodemrechter de in het geding zijnde boetes zal matigen tot nihil, althans zeer aanzienlijk zal matigen (art. 6:94 BW). Tegen die achtergrond kan in dit voorlopig oordeel de discussie tussen partijen omtrent de uitleg van het concurrentiebeding en de vraag of op basis van die uitleg de activiteiten van ( [eiser] en) [eiseres] in Haarlem al dan niet een overtreding van het beding vormen, buiten beschouwing blijven aangezien op basis van de schorsing van het beding voor zover het de straal van 25 kilometer te buiten gaat, activiteiten in Haarlem niet onder het beding vallen.

5.16.

De vordering van [eiser] en [eiseres] tot opheffing van het door Balans c.s. gelegde conservatoire derdenbeslag komt ook voor toewijzing in aanmerking, nu de vordering van Balans c.s. die aan het beslag ten grondslag is gelegd, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, summierlijk ondeugdelijk is en er voor handhaving van dat beslag dus geen grond meer is. De in dat kader gevorderde dwangsom zal worden toegewezen als na te melden.

5.17.

De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van [eiser] en [eiseres] grotendeels zal toewijzen.

5.18.

De proceskosten komen voor rekening van Balans c.s. omdat zij ongelijk krijgen.

De beoordeling in reconventie

5.19.

Balans c.s. hebben in dit kort geding in reconventie, voor zover van belang en kort weergegeven, gevorderd dat haar inzage wordt verleend in de in beslaggenomen bescheiden alsmede dat [eiser] en [eiseres] worden veroordeeld deze aan haar te verstrekken. Balans c.s. hebben aangevoerd dat zij deze bescheiden nodig hebben omdat daaruit zal kunnen blijken dat [eiser] en [eiseres] de in het geding zijne bedingen overtreden en onrechtmatig jegens Balans c.s. hebben gehandeld en aansprakelijk zijn voor de schade.

5.20.

De kantonrechter stelt voorop dat een bewijsbeslag op grond van artikel 843a Rv bedoeld is om kennis te nemen van een stuk dat de verzoeker in beginsel wel bekend is, maar niet in haar bezit is. Uit hetgeen is weergegeven in 2.10 hiervoor blijkt dat het in het onderhavige geval gaat om stukken waar Balans c.s. zelf over beschikken. Het gaat immers om documenten die zijn opgesteld in verband met de overname c.q. (ver)koop van Balans. In het verzoekschrift is ook niet gesteld dat Balans c.s. niet over deze stukken beschikken. Ter zitting is weliswaar nog aangevoerd dat wellicht onder het beslag offertes e.d. worden aangetroffen die Balans zelf niet in haar bezit hebben, doch dit acht de kantonrechter volstrekt onaannemelijk gezien het feit dat het gaat om stukken die Balans zelf heeft opgesteld in het kader van de verkoop van haar bedrijf. Bovendien is niet gemotiveerd betwist de stelling van [eiser] dat aan hem in het geheel geen stukken ter beschikking zijn gesteld in het kader van de gesprekken over de overname van Balans door hem. Evenmin is betwist de stelling van [eiser] en [eiseres] dat een minder ingrijpend middel voor handen was, zoals een voorlopig getuigenverhoor.

5.21.

Dit betekent dat het gelegde beslag niet op artikel 843 a Rv kan worden gebaseerd en alle vorderingen van Balans die daarop gebaseerd zijn zullen worden afgewezen. Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog dat de wettelijke grondslag waarop de civielrechtelijke huiszoeking in de woning van [eiser] en [eiseres] in het kader van het gelegde bewijsbeslag berust, een inbreuk op het huisrecht zoals die in dit geval heeft plaats gevonden, mogelijk niet kan rechtvaardigen.

5.22.

Nu de concurrentiebedingen (deels) geschorst worden dient er in het kader van deze voorlopige voorzieningen vanuit gegaan te worden dat de kans aanzienlijk is dat de bodemrechter zal concluderen dat er geen sprake is geweest van overtredingen jegens Balans noch van onrechtmatig handelen jegens Constant, zodat voor het toewijzen van voorschotten op (boete)bedragen – voor zover daarvoor al een spoedeisend belang aanwezig is – geen plaats is.

5.23.

Met het slagen van het de vorderingen in conventie is voor het overige in wezen ook reeds op de reconventie beslist, aangezien het ervoor moet worden gehouden dat geen sprake is van overtreding van de relatie- geheimhoudings- of concurrentiebedingen.

5.24.

De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van Balans c.s. zal afwijzen.

5.25.

De proceskosten komen voor rekening van Balans c.s. omdat zij ongelijk krijgen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.

schorst met onmiddellijke ingang de werking van de tussen Balans en [eiseres] en Balans en [eiser] overeengekomen concurrentiebedingen voor zover deze de straal van 25 kilometer met als middelpunt Sint-Pancras (Noord-Holland) overschrijden;

6.2.

schorst de werking van het tussen Balans en [eiser] overeengekomen concurrentiebeding vanaf 15 oktober 2017;

6.4.

veroordeelt Balans c.s. hoofdelijk de namens hen onder de ING en ABN AMRO gelegde conservatoire beslagen op de bankrekeningen van [eiseres] en [eiser] binnen 7 dagen na het in deze te wijzen vonnis op te heffen, op straffe van een aan [eiseres] en [eiser] hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 500,- per dag, indien en voor zolang Balans c.s. in gebreke blijven hieraan te voldoen;

6.5.

veroordeelt Balans c.s. hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, welk bedrag aan kosten – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – wordt vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf eerder genoemde termijn voor voldoening. De kantonrechter stelt de proceskosten aan de kant van [eiseres] en [eiser] tot en met vandaag vast op:

dagvaarding € 108,90

griffierecht € 78,00

salaris gemachtigde € 800,00;

6.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.7.

wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

6.8.

wijst de vorderingen af;

6.9.

veroordeelt Balans c.s. hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, welk bedrag aan kosten – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – wordt vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf eerder genoemde termijn voor voldoening. De kantonrechter stelt de proceskosten zijdens [eiseres] en [eiser] tot en met vandaag vast op een bedrag van € 400,00 aan salaris van de gemachtigde van [eiseres] en [eiser] .

6.10.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter