Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:7249

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-08-2017
Datum publicatie
05-09-2017
Zaaknummer
AWB - 15 _ 2176
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Indeling van voer- en drinkbakken van kunststof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
DouaneUpdate 2017-0491

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: HAA 15/2176

uitspraak van de meervoudige kamer van 21 augustus 2017 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: A.P. van Breukelen),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Noord, kantoor Groningen, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt voor

€ 47.466,75 aan douanerechten op industriële producten.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de utb verminderd tot € 42.463,47.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2017 te Haarlem.

Namens eiseres is verschenen D. Oldenbanning, bijgestaan door gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. [A] , mr. [B] en [C] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres houdt zich bezig met de import en export van, groothandel in en productie van kleindierartikelen, waaronder voor pluimvee en konijnen.

2. Verweerder heeft in 2013 een controle na de invoer uitgevoerd bij eiseres naar aanleiding van de namens en voor rekening van eiseres ingediende aangiften tot plaatsing onder de regeling in het vrije verkeer brengen, waarbij voer- en drinkbakken van kunststof voor pluimvee en knaagdieren (hierna: de producten) zijn aangegeven onder goederencode 8436 29 00, zijnde andere machines en toestellen voor de pluimveeteelt. Van deze controle is een rapport opgesteld met de datum 2 april 2014. Naar aanleiding van deze controle is de utb uitgereikt.

Geschil
3. In geschil is de indeling van bepaalde voer- en drinkbakken van kunststof in de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN). Het gaat om de drinkbakken met de artikelnummers [# 1] , [# 2] , [# 3] , [# 4] , [# 5] , [# 6] en [# 7] en om de voerbakken met de artikelnummers [# 8] , [# 9] , [# 10] en [# 11] .

4. Eiseres stelt dat de hiervoor genoemde soorten voer- en drinkbakken kwalificeren als toestel in de zin van hoofdstuk 84 en dat GS-post 8436 geen limitatieve opsomming bevat. De producten bevatten weliswaar geen bewegende delen doch ze zijn wel aan te merken als toestel. Ze hebben een bepaalde werking en zorgen voor een zelf-nivellerend voer- of waterniveau. Het begrip toestel komt een ruime werking toe. De toestellen van hoofdstuk 84 hoeven niet per definitie mechanisch te werken, hetgeen ook is af te leiden uit de GS-toelichting op hoofdstuk 84, evenals de tekst van GS-post 8436, aldus eiseres. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de utb.

5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de voer- en drinkbakken moeten worden ingedeeld onder GN-code 3926 90 97, omdat ze niet zijn aan te merken als tot GS-post 8436 behorende toestellen. De voer- en drinkbakken zijn eenvoudige reservoirs van kunststof die uitsluitend werken door middel van lucht- of waterdruk en hebben geen mechanische werking. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

6. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Relevante regelgeving

7. Aantekening 2 op hoofdstuk 39 luidt voor zover hier van belang als volgt:

“Dit hoofdstuk omvat niet:

(…)

s. artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines en toestellen, elektrotechnisch materieel);

(…)”

8. Post 3926 (de teksten 2011 tot en met 2013 zijn gelijkluidend) luidt voor zover hier van belang als volgt:

“3926 Andere artikelen van kunststof en artikelen van andere stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914:

(…)

3926 90 - andere

(…)

-- andere

(…)

3926 90 97 --- andere”

9.1.

De titel van hoofdstuk 84 luidt als volgt:

“Kernreactoren, stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, alsmede delen daarvan.”

9.2.

Post 8436 luidt voor zover hier van belang als volgt:

“8436 Andere machines en toestellen voor de landbouw, de tuinbouw, de bosbouw, de pluimveeteelt of de bijenteelt, kiemkasten met mechanische of met thermische uitrusting, alsmede broedmachines en kunstmoeders voor de pluimveeteelt:

(…)

- andere

(…)

8436 29 00 -- andere”

10.1.

De Toelichting IDR op afdeling XVI luidt voor zover hier van belang als volgt:

“Draagwijdte van de afdeling

A. Deze uit twee hoofdstukken bestaande afdeling omvat alle mechanische en elektrische machines, toestellen en werktuigen, behalve die, welke op grond van de aantekeningen op deze afdeling en op de hoofdstukken 84 en 85 zijn uitgezonderd en die, welke in andere hoofdstukken nader zijn omschreven. Bovendien omvat deze afdeling bepaalde toestellen, die mechanisch noch elektrisch zijn, zoals ketels en hulptoestellen daarvoor, toestellen om te filtreren of om te zuiveren, enz. Delen van vorenbedoelde machines, toestellen en werktuigen worden, met inachtneming van de hiervoor bedoelde uitzonderingen, eveneens onder deze afdeling ingedeeld.”

10.2.

De Toelichting IDR op hoofdstuk 84 luidt voor zover hier van belang als volgt:

“A. Draagwijdte van het hoofdstuk

Dit hoofdstuk omvat, binnen de perken die in de toelichting IDR (algemene opmerkingen) op afdeling XVI (opgenomen in de aantekeningen op het opschrift en op de Aantekeningen IDR van die afdeling) zijn aangegeven, alle machines, toestellen, werktuigen en delen die niet nader zijn bedoeld in hoofdstuk 85 en voorts met uitzondering van:

(…).’

‘Hoofdstuk 84 heeft in hoofdzaak betrekking op mechanisch werkende machines en toestellen. Bepaalde machines zijn echter met name genoemd in hoofdstuk 85, bijvoorbeeld elektromechanische toestellen voor huishoudelijk gebruik. Onder hoofdstuk 84 worden eveneens bepaalde niet-mechanisch werkende machines en toestellen ingedeeld, zoals stoomketels en hulptoestellen daarvoor, toestellen om te filtreren, enz.”

10.3.

De Toelichting IDR op post 8436 luidt voor zover hier van belang als volgt:

“Deze post omvat een groot aantal machines en toestellen die niet voor de bij de posten 84.32 tot en met 84.35 bedoelde doeleinden dienen en die gebruikt worden op boerderijen of dergelijke bedrijven (coöperatieve landbouwbedrijven, landbouwscholen, proefstations, enz.), in de bosbouw, of in tuincentra, alsmede bij de pluimvee- of bijenteelt, doch met uitzondering van kennelijk voor de industrie bestemde machines en toestellen.”

11. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

12. De rechtbank is van oordeel dat de onder 3. genoemde producten gelet op hun objectieve eigenschappen en kenmerken moeten worden ingedeeld onder GS-post 3926, als andere artikelen van kunststof. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De producten zijn vervaardigd van kunststof en bevatten geen bewegende delen. Er is geen sprake van een mechanische werking, nu de producten zo zijn vervaardigd dat de zwaartekracht het water en het voer op het gewenste niveau houdt. Hoofdstuk 84 omvat blijkens de toelichtingen IDR op afdeling XVI en hoofdstuk 84 machines en toestellen met een mechanische werking. Weliswaar omvat dit hoofdstuk blijkens de toelichtingen IDR ook goederen die een mechanische werking ontberen, doch die goederen zijn dan met name in de post(onderverdeling)en genoemd of het betreft delen van de in de desbetreffende posten van hoofdstuk 84 genoemde machines en toestellen. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat het woord ‘enzovoort’ in de toelichtingen IDR zodanig ruim moet worden uitgelegd, dat (alle) niet-mechanische artikelen bestemd voor de pluimveeteelt onder deze post moeten worden geschaard. Uit de gehanteerde formulering in de toelichtingen IDR leidt de rechtbank af dat hiermee is beoogd slechts bepaalde (rechtbank: cursief) mechanische noch elektrische toestellen onder deze afdeling respectievelijk hoofdstuk 84 te brengen. Het standpunt van eiseres dat het onderscheid mechanisch en niet-mechanisch voor de wetgever niet uitmaakt, vindt geen steun in het recht en acht de rechtbank niet in overeenstemming met de bewoordingen van de posten en toelichtingen IDR van hoofdstuk 84. Het is voor de wetgever schier onmogelijk om, mede gelet op de technologische ontwikkelingen, in een toelichting alle beoogde producten te vatten. Door het gebruik van het woord ‘enzovoort’ heeft de wetgever ruimte gelaten andere dan genoemde goederen onder hoofdstuk 84 te brengen, doch het betreft geen vrijbrief om dit hoofdstuk van toepassing te verklaren op allerhande niet-mechanische producten. Uitleg van deze bepalingen dient in de geest van die bepalingen plaats te vinden. Dat de producten onder GS-post 8436 moeten worden ingedeeld, omdat de drink- en voerbakken zijn aan te merken als artikelen van de pluimveeteelt, volgt de rechtbank derhalve niet.

13. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat ‘toestel’ een ruim begrip is en de producten als toestel zijn te kwalificeren en daarom onder hoofdstuk 84 moeten worden ingedeeld. Gelet op hetgeen onder 12 is overwogen, slaagt deze grief evenmin. De producten ontberen immers de daartoe vereiste mechanische werking en worden evenmin als zodanig in een van de post(onderverdeling)en genoemd. Het gelijk is derhalve aan verweerder.

14. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.A. Onderwater, voorzitter, mr. B. van Walderveen en mr. A. van Dongen, leden, in aanwezigheid van mr. S. Plesman-Jalink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.