Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:7103

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-08-2017
Datum publicatie
29-08-2017
Zaaknummer
alk 17/3462
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voor de voorzieningenrechter is voldoende komen vast te staan dat het Alexanderlaantje een (openbare) weg is. Dat deze weg deels alleen toegankelijk is voor voetgangers en fietsers, zoals verzoekster heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Verder is ook voldoende komen vast te staan dat de twee parkeerplaatsen op de Karel de Grotelaan zich bevinden op het trottoir van deze weg. Daarmee maken ook deze parkeerplaatsen deel uit van de (openbare) weg. Verzoekster heeft zonder vergunning van verweerder door het verwijderen van stenen paaltjes, het plaatsen van metalen beugels en het ophangen van kettingen veranderingen aangebracht in de wijze van de aanleg van de weg. Door twee parkeerplaatsen kan het trottoir niet meer worden gebruikt. Drie parkeerplaatsen en de opgehangen kettingen verminderen de toegang tot het Alexanderlaantje. Daarmee is artikel 2:11, eerste lid, van de Apv overtreden. Verweerder is bevoegd daar handhavend tegen op te treden. […] Het enkele feit dat verweerder te kennen heeft gegeven niet mee te willen werken aan legalisatie maakt al dat concreet zicht op legalisatie ontbreekt. Ook de omstandigheid dat verzoekster een aanvraag op grond van de Wegenwet bij de raad van de gemeente heeft ingediend voor het onttrekken van het Alexanderlaantje aan het openbaar verkeer, maakt niet dat concreet zicht bestaat op legalisatie. Ter zitting is gebleken dat nog niet duidelijk is welke beslissing op dit verzoek genomen gaat worden. Ook het feit dat een nieuw bestemmingsplan (De Zeven Dorpelingen) in voorbereiding is, maakt niet dat concreet zicht bestaat op legalisatie. Zelfs al zou het bestemmingsplan zijn vastgesteld, waarvan hier nog geen sprake is, dan leidt dat er op zichzelf niet toe dat het openbare karakter van de weg verdwijnt. Daarvoor is immers een besluit tot onttrekking van de weg aan het openbaar verkeer nodig. De onzekerheid over de besluitvorming over de aanvraag tot onttrekking van de weg aan het openbaar verkeer en het stadium van vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan maken ook dat het niet onredelijk is dat verweerder inzet op het verwijderen van de parkeerplaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 17/3462

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., te [plaats] , verzoekster,

(gemachtigde: mr. drs. O.H. Minjon),

en

het college van burgemeester en wethouders van Bergen, verweerder,

(gemachtigden: mr. H. Nieman en T.B. Ruiter).

Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:

Bewonersvereniging Bergen Centrum, (gemachtigden: J. Apotheker en J. Grondhout),

Olie Exploitatie Maatschappij B.V., (gemachtigde: J. Grondhout),

[derde belanghebbende 1] en

[derde belanghebbende 2] , (gemachtigde: A.G.N. van Wonderen).

Procesverloop

Bij besluit verzonden 20 juli 2017 heeft verweerder Vereniging van Eigenaars ‘De Rustende Jager’ (VVE), [naam 1] en [naam 2] gelast de vijf parkeerplaatsen aan de Karel de Grotelaan te Bergen tegenover nummer [nummer] en ter hoogte van het Alexanderlaantje binnen twee weken na de verzenddatum van het besluit te verwijderen en voorgoed verwijderd te houden door uitvoering van de volgende werkzaamheden:

-verwijdering van de in het trottoir aangebrachte klapbeugels en herstel van het trottoir in de oude toestand onder gebruikmaking van dezelfde of vergelijkbare klinkers als gebruikt in het overig gedeelte van het trottoir c.q. in het wegdek ter plaatse,

-terugplaatsing van de stenen paaltjes, die voorheen de scheiding tussen het wegdek en trottoir ter plekke markeerden op hun oorspronkelijke plaatsen,

-verwijdering van de kettingen die tussen de paaltjes zijn aangebracht.

Als de last niet, niet op tijd of geheel niet wordt uitgevoerd, wordt een éénmalige dwangsom van € 10.000,- verbeurd.

Bij besluit verzonden 27 juli 2017 gericht tot “ [verzoekster] BV T.a.v. de heer [naam 1] ” heeft verweerder de last gewijzigd:

-waar in de inhoud van de last en begunstigingstermijn wordt gesproken van de VVE en haar bestuurders [naam 1] en [naam 2] moet worden gelezen “ [verzoekster] BV en u als enig bestuurder van [verzoekster] BV” .

-waar inzake de begunstigingstermijn en de bezwaarclausule wordt gesproken van na de verzenddatum van het besluit moet worden gesproken van na de verzenddatum van wijziging van het besluit.

Verzoekster heeft tegen deze besluiten (bestreden besluiten) bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 4 augustus 2017 heeft verweerder laten weten de begunstigingstermijn te verlengen tot twee weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2017. Voor verzoekster is verschenen [naam 3] bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Verder zijn verschenen [derde belanghebbende 1] en de gemachtigden van de andere derde-partijen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Verzoekster is eigenaar van de grond waarop vijf parkeerplaatsen in gebruik zijn. Verder is zij eigenaar van de grond waarop een doorgang aanwezig is die plaatselijk bekend staat als het Alexanderlaantje. Deze doorgang is afgesloten door stenen paaltjes waartussen een ketting is bevestigd. Naar aanleiding van verzoeken om handhaving heeft verweerder de bestreden besluiten genomen.

3. Met het besluit van 27 juli 2017 is voldoende duidelijk gemaakt dat de last onder dwangsom is opgelegd aan verzoekster en aan [naam 1] .

4. Verzoekster heeft spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat zij bij het niet, niet tijdig of niet volledig uitvoeren van de last binnen de gestelde termijn een dwangsom verbeurt. Zij beoogt te voorkomen dat de last moet worden uitgevoerd.

5. Artikel 2:11, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergen 2013 (hierna: Apv), (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, luidt: Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van de weg.

6. Uit de bestreden besluiten blijkt dat deze strekken ter handhaving van het bepaalde in artikel 2:11, eerste lid van de Apv. Anders dan verzoekster meent, bevat de last niet een gebruiksverbod. Met de last heeft verweerder verzoekster opgedragen vijf parkeerplaatsen te verwijderen en verwijderd te houden door het verrichten van in de last omschreven werkzaamheden.

7. Artikel 2:11, eerste lid, van de Apv verbiedt zonder vergunning verandering te brengen in de wijze van aanleg van de weg. Onder ‘weg’ wordt blijkens artikel 1:1, aanhef en onder c, van de Apv verstaan hetgeen daaronder in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet (Wvw) wordt verstaan. Volgens deze laatste bepaling wordt, voor zover van belang, onder wegen verstaan alle voor het openbare verkeer openstaande wegen met inbegrip van de zijkanten.

8. Het is van belang vast te stellen of de gronden waarop de parkeerplaatsen zich bevinden behoren tot de (openbare) weg als bedoeld in de Wvw. Voor de voorzieningenrechter is voldoende komen vast te staan dat het Alexanderlaantje een (openbare) weg is. Dat deze weg deels alleen toegankelijk is voor voetgangers en fietsers, zoals verzoekster heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Verder is ook voldoende komen vast te staan dat de twee parkeerplaatsen op de Karel de Grotelaan zich bevinden op het trottoir van deze weg. Daarmee maken ook deze parkeerplaatsen deel uit van de (openbare) weg.

9. Verzoekster heeft zonder vergunning van verweerder door het verwijderen van stenen paaltjes, het plaatsen van metalen beugels en het ophangen van kettingen veranderingen aangebracht in de wijze van de aanleg van de weg. Door twee parkeerplaatsen kan het trottoir niet meer worden gebruikt. Drie parkeerplaatsen en de opgehangen kettingen verminderen de toegang tot het Alexanderlaantje. Daarmee is artikel 2:11, eerste lid, van de Apv overtreden. Verweerder is bevoegd daar handhavend tegen op te treden.

10. Verweerder heeft het standpunt ingenomen de parkeerplaatsen niet te willen legaliseren, omdat de Karel de Grotelaan ter plaatse te smal is voor parkeerplaatsen haaks op de weg. Het enkele feit dat verweerder te kennen heeft gegeven niet mee te willen werken aan legalisatie maakt al dat concreet zicht op legalisatie ontbreekt. Ook de omstandigheid dat verzoekster een aanvraag op grond van de Wegenwet bij de raad van de gemeente heeft ingediend voor het onttrekken van het Alexanderlaantje aan het openbaar verkeer, maakt niet dat concreet zicht bestaat op legalisatie. Ter zitting is gebleken dat nog niet duidelijk is welke beslissing op dit verzoek genomen gaat worden. Ook het feit dat een nieuw bestemmingsplan (De Zeven Dorpelingen) in voorbereiding is, maakt niet dat concreet zicht bestaat op legalisatie. Zelfs al zou het bestemmingsplan zijn vastgesteld, waarvan hier nog geen sprake is, dan leidt dat er op zichzelf niet toe dat het openbare karakter van de weg verdwijnt. Daarvoor is immers een besluit tot onttrekking van de weg aan het openbaar verkeer nodig. De onzekerheid over de besluitvorming over de aanvraag tot onttrekking van de weg aan het openbaar verkeer en het stadium van vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan maken ook dat het niet onredelijk is dat verweerder inzet op het verwijderen van de parkeerplaatsen.

11. [derde belanghebbende 2] huurt de parkeerplaatsen van verzoekster. Zij heeft er op gewezen dat zij wordt getroffen door de korte termijn die verzoekster wordt gegund om de last na te komen. Verweerder heeft de begunstigingstermijn opgeschort tot twee weken deze uitspraak. Niet aannemelijk is geworden dat een periode van inmiddels meer dan een maand onvoldoende is om de last uit te voeren dan wel in te spelen op het verdwijnen van de parkeerplaatsen. De begunstigingstermijn is dan ook niet onredelijk kort.

12. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat aangenomen moet worden dat het bestreden besluit in bezwaar gehandhaafd kan worden. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.